Vrijdag 24/05/2019

Wielrennen

Renners grijpen massaal naar het zwarte goud

Iljo Keisse stopt voor een koffietje tijdens een trainingsrit door de Vlaamse Ardennen. Beeld Photonews

Koffie is voor wielrenners tegenwoordig net zo onmisbaar als de fiets zelf. Waar komt die hype vandaan? ‘Je kunt niet meer aankomen met een plastic bekertje filterkoffie.

In zijn beginjaren als wielrenner was voor Thomas De Gendt koffie gewoon koffie. “Maar op een gegeven moment moet je mee in de hype”, zegt de 32-jarige Oost-Vlaming van Lotto-Soudal. Tegenwoordig zweert hij bij café bombon: 30 tot 50 cc espresso, geserveerd met een kannetje gecondenseerde melk, afkomstig uit het oosten van Andalusië. Zonder suiker uiteraard. “Dat doe je niet.”

Rondom het wielrennen is de laatste jaren een ware koffiecultuur ontstaan. Volg op Instagram een willekeurige renner en de foto's van kopjes koffie vliegen je om de oren, de een nog fraaier dan de ander. Toen Tom Dumoulin in 2017 de Giro d'Italia won, schonk hij zijn ploegmaten als dank voor bewezen diensten een koffiezetapparaat. Niet zomaar eentje, nee, een Rocket-machine, de Rolls-Royce onder de koffiemachines. Prijskaartje: enkele duizenden euro's.

De Nederlander Laurens ten Dam bezit een eigen koffiemerk. Zijn voormalige ploeggenoot Ramon Sinkeldam heeft thuis een Acaia-weegschaal staan, waarmee hij tot op de milligram nauwkeurig de smaak van zijn koffie perfectioneert. En Robert Gesink kocht tijdens een revalidatieperiode, nadat hij in 2017 in de Tour de France zijn rug had gebroken, een mobiele koffiewagen, een omgebouwde Piaggio. Bijnaam: de bezemwagen.

Eigen barista

Over het ontstaan van de koffiecultuur in het peloton bestaan verschillende theorieën. Van oudsher hoort koffie bij een trainingsrondje. “Waarom vijf uur trainen zonder koffiestop?”, vraagt Tom Leezer, namens Jumbo-Visma actief in de Giro. “Die twintig minuten maken ook niet meer uit. Even pauze en daarna weer knallen.”

Bij het afgelopen WK in Innsbruck liet de Nederlandse bondscoach Thorwald Veneberg een barista invliegen, zoals voetballers met hun kapper doen. Het werkte. Er ontstond wat Veneberg een social corner noemt rondom het koffiebarretje, waar renners, los van ploegbelangen, met elkaar een praatje konden maken. “Anders zouden ze naar hun kamer zijn gegaan, een beetje netflixen of zo. Nu bleven ze hangen.”

Ook op stage bij CCC, de ploeg van Greg Van Avermaet, staat een dure koffiemachine. Beeld Photo News

Bang voor te veel koffie hoeven renners niet te zijn. Cafeïne werd in 2004 van de dopinglijst geschrapt, omdat moeilijk te controleren was of een teveel van de stof was veroorzaakt door reguliere consumptie of door bewust gebruik. Voordien gold een limiet van 1.200 milligram, ongeveer acht espressoshots per dag.

Het schrappen van cafeïne op de dopinglijst heeft zeker bijgedragen aan de opkomst van de koffiesnob in het peloton, meent Stef Clement, oud-renner van Jumbo-Visma. “We mogen geen alcohol, geen drugs. Het enige dat wel is gepermitteerd, is koffie. Je mag het onbeperkt nemen, het past prima in je dagelijks ritme en je gaat er ook nog eens sneller van fietsen. Hoe mooi wil je het hebben?”

Voor het feit dat de ene na de andere renner tegenwoordig met zijn liefde voor het zwarte goud te koop loopt, is volgens Veneberg ook een andere reden te bedenken: kopieergedrag. “In mijn tijd gaf de kopman na het winnen van een belangrijke ronde steevast een horloge aan zijn ploegmaten. Het werd een beetje afgezaagd. Nu zijn koffiezetapparaten populair. Dat kopieergedrag zit in de mens, je wilt erbij horen. Een overlevingsstrategie. Zo was het met doping ook. Ik zou zeggen: doe dan maar koffie.”

Cafe de Colombia

Vroeger waren renners voor cafeïne afhankelijk van de barretjes rond de startlocatie. Beroemd zijn de foto's van wielrenners die onder het genot van een kopje koffie op het terras een krantje lazen. Dat veranderde volgens Marc Sergeant, ex-renner en tegenwoordig teambaas van Lotto-Soudal, met de komst van de ploeg Café de Colombia in het peloton, in de jaren 80. De formatie werd gesponsord door Colombiaanse koffietelers, de Federación de Cafeteros de Colombia. “Bij hun bus kon je gratis naar huis bellen en je kreeg er nog een kopje koffie bij. Het was voor het eerst dat koffie naar je toe kwam.”

Na de Colombianen kwamen de Amerikanen. Veneberg: “In Amerika heerst een echte koffiecultuur, denk maar aan Starbucks. Zij namen dat mee naar Europa.” Een van de Amerikaanse renners, Fred Rodriguez, was de eerste die een eigen koffiemerk begon: Fast Freddie's Turbo Blend Coffee. De Italianen konden natuurlijk niet achterblijven. Tegenwoordig is koffiemerk Segafredo sponsor van een wielerploeg: Trek-Segafredo.

Drievoudig wereldkampioen Peter Sagan drinkt zelfs koffie tijdens de persconferentie. Beeld Photo News

Het einde van de hype is nog lang niet in zicht. De bussen waarmee de renners naar de start komen, zijn inmiddels allemaal uitgerust met luxe koffiemachines. Sergeant ziet dat steeds meer renners hun eigen koffiezetapparaat meenemen naar grote rondes, om maar niet afhankelijk te zijn van doorsnee hotelkoffie. 

Thomas De Gendt experimenteerde onlangs met een handespressoapparaat, waarbij hij zelf de druk kon bepalen. “Maar dat was een beetje te veel gedoe voor heel weinig koffie.” Over Italië, toch het koffieland bij uitstek, is onze landgenoot kritisch. “In Spanje vind je weinig slechte koffie. In Frankrijk vind je weinig goede koffie. Italië zit er een beetje tussen. Het hangt ervan af in wat voor barretje je de koffie bestelt.”

Op de vraag of hij van een teamgenoot bij Lotto-Soudal ook weleens een Rocket-machine cadeau heeft gekregen, volgt een minzaam lachje. “Eh nee. Ik geloof dat ik daarvoor bij de verkeerde ploeg zit.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.