Maandag 14/06/2021

'Remster' Eva Willemarck is verslingerd aan bobslee en gaat in Lake Placid voor olympisch ticket

Stilzitten en remmen als topsport

In haar laatste run als pilote ging ze overkop, gleed verder met haar hoofd uit de bob, en moest afgevoerd worden naar de kliniek. Haar oma dacht/hoopte: nu zal Eva wel stoppen met die gekkigheid. Maar Eva Willemarck stopte niet. Erger, een dag later ontsloeg ze zichzelf uit het ziekenhuis en reed de ploeg achterna. Ze is nu éénmaal een remster die het liefste nooit zou remmen.

door Hans Vandeweghe

Brussel l Op de wereldkampioenschappen bobslee dit weekend in Lake Placid kan de Belgische bob een kwalificatie voor de Olympische Spelen verdienen. Bij de eerste zestien eindigen is de helse taak.

Bobsleeën lijkt een simpele sport. Je duwt zo hard mogelijk aan de slee, springt erin - het liefste allebei of met alle vier, maar vrouwen doen het alleen in de tweebob - en vervolgens laat je de boel glijden. In bobslee is bovendien resultaat maakbaar: snelheid en explosieve kracht zijn basisvereisten, omdat er moet worden gesprint, vervolgens komt de stuurtechniek en die is ook op latere leeftijd aan te leren.

Verder is bobslee één van de minst toegankelijke sporten op het olympisch programma. Er zijn maar veertien plekken over de hele wereld waar een bobbaan ligt. Nederland is al jaren in de subtop van de wereld, gewoon door een programma en enkele fanatieke kartrekkers, of duwers.

Kinesitherapeute Eva Willemarck uit Gent - ooit een beloftevolle atlete, maar als topsportstudente gestopt door blessures - spreekt tegen dat het een makkelijke sport zou zijn. "Stap in die bob, laat je glijden en je ligt in de eerste bocht op je dak. Bobben is aartsmoeilijk."

Behalve explosiviteit en stuurmanskunst, is het ook een sport die beroep doet op gevorderd lichaamsbesef en mentale sterkte. "De G-krachten die op ons inwerken zijn gigantisch. Dat kan een niet-volwassene nooit aan. Vandaar dat je pas mag beginnen met 18 en daarom ook dat je junior blijft tot 26."

Het junioren-WK in Köningssee was de laatste race van Eva Willemarck als pilote. Dat wist ze en ze wilde nog eens extra haar best doen. De kreisel - een bocht van 360 graden - kwamen ze goed door, in de chicane ging het fout. De bob kantelde en Willemarck kwam met 100 kilometer per uur met haar hoofd buiten de bob en tegen het ijs terecht. Haar helmbandje drukte haar keel dicht en ademen was een tijdje geen optie. Gelukkig kwam er snel hulp en kon ze richting ziekenhuis.

"Ik zou een paar dagen in observatie moeten blijven, maar dat wilde ik niet. Ik ben dan na een dag maar zelf weggegaan en het team achterna gereden. Die zaten al in Zwitserland. Ik zou stoppen als pilote maar ik zou meteen remster worden, en dat ging voor. Ik wilde naar de Spelen." Twee dagen na de crash van haar leven zat Eva Willemarck opnieuw in een bob, deze keer achteraan.

Ze was het laatst bij de groep gekomen en hoewel een talent, toch de minst goede pilote. Ze was tegelijk de snelste remster en die status wilde ze vasthouden. "Schrik? Neen, nooit gehad. Ik heb ooit gebokst en toen was ik wel bang. Ik wilde alleen slagen uitdelen en er zelf geen krijgen."

Ze begonnen aan dit marketingverhaal met oorspronkelijk betere sponsors dan atletes. Uiteindelijk bleven ze met zes bloedfanatieke Belgische vrouwen over. Allen hadden ze een ander sportverleden. Atletiek, roeien, zwemmen, niemand had het besef wat bobsleeën was, toen Canvas de oproep lanceerde.

Vandaag, met minder dan een jaar te gaan voor de Olympische Spelen, lijkt er een België I in de maak met Elfje Willemsen (ex-atlete, speerwerpen) en Eva Willemarck (ex-atlete, sprint en kogel). Evi Petro is de tweede remster die in de weegschaal ligt met Eva Willemarck.

Willemsen is de pilote, Willemarck de remster, maar dat is in afwachting van meer. Remmers (m/v) zijn in de traditionele boblanden de sloofjes onder de bobbers. Zij nemen het leeuwendeel van het onderhoudswerk aan de slee voor hun rekening. Willemarck is een pietje precies en schuurt zelf de ijzers tot ze blank staan. Dat gebeurt met schuurpapier.

Willemarck legt uit: "Ik ga tot korrel 800. Sommigen doen het met diamantpasta en gaan tot factor 2000. Dat is puur psychologisch, want je mag maar tot korrel 300. Om te beletten dat je gladder schuurt dan de concurrentie, komt er na je fijne schuurwerk nog iemand van de internationale bobsleefederatie je ijzers bewerken met korrel 300." De remster bekommert zich verder ook om het waxen (inwrijven met was) van de slee. " Dat scheelt tot drie honderdsten, hebben we berekend. Het is ook het enige wat je kunt doen, want verder zijn alle bobs van gelijke makelij."

In een ideale bobcombinatie is de remster de werkmier en de snelste van de twee en duwt bijgevolg het hardst aan de slee in die zes of wat seconden dat wordt gelopen op het ijs. Vervolgens springt de remster als laatste in de slee. Ook dat is minder makkelijk dan het lijkt. Eva Willemarck: "Het komt er op aan zo vlot mogelijk in te stappen en de voorwaartse stuwing vol te houden. Je mag jezelf dus niet in de slee trekken, anders verlies je snelheid."

Dan begint de rollercoaster. Een achtbaan maal honderd, zeggen de ervaringsdeskundigen en dat een hele minuut lang. De pilote stuurt en zoekt de ideale lijn. De ideale lijn is de snelste lijn waarbij je niet over kop gaat, een beetje zoals de formule 1.

De taak van de remster beperkt zich dan nog tot één opdracht: de bochten tellen en vooral niet bewegen. "Als je niet weet hoe de baan gaat, zul je alle kanten opvliegen. Ik tel mee en ik weet hoe ik mijn lichaam moet houden om te anticiperen op de bocht. Maar verder zorg ik ervoor dat ik zo min mogelijk beweeg, anders gaat het fout. En aan het eind weet ik waneer ik moet remmen. Dat moet juist gepast, precies voor het poortje waar je uit de baan kunt stappen."

'Als pilote naar Sotsji'

Ze heeft moeite met haar status, dat is wel duidelijk, maar ze legt zich erbij neer, althans voor Vancouver 2010. "Remster vind ik een vreselijke benaming. Alsof de pilote ervoor zorgt dat wij vooruit gaan en ik de hele tijd aan het remmen ben. Startster, dat is de juiste benaming. Maar dat zal na Vancouver mijn zorg niet meer zijn. Dan wil ik pilote zijn en ik wil als pilote naar Sotsji 2014."

Voorlopig draait alles rond Vancouver 2010. Voor de internationale federatie is België welkom, onder het motto: hoe meer (gekke) zielen, hoe meer vreugd. Wat niet belet dat het hele project erg serieus wordt aangepakt en als maatstaf kan dienen voor projectgericht denken in de Belgische topsport.

Het BOIC vraagt op dit WK (gisteren werd de eerste run gereden) een plaats bij de eerste zestien. Dat is hoog gegrepen. Twee keer als achtste land eindigen op een World Cup in het seizoen 2009-2010 is ook een kwalificatie waard. Het hele bobslee-avontuur is te volgen op Canvas als een soort sportieve realitysoap, maar voorlopig met een absurde achterstand van vier maanden op de realiteit.

Eva Willemarck:

'Remster' vind ik een vreselijke benaming. Alsof de pilote ervoor zorgt dat wij vooruit gaan en ik de hele tijd aan het remmen ben. Startster, dat is de juiste benaming

n Eva Willemarck (l.) geeft met pilote Elfje Willemsen alles wat ze heeft in de eerste heat op het wereldkampioenschap bobsleeën in Lake Placid.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234