Woensdag 18/05/2022

'Relax man, mijn matatu is veiliger dan een Boeing 737'

Matatu's zijn de felgekleurde minibusjes waarmee half Afrika zich van punt a naar punt b beweegt. Matatu is gevaar: duizenden doden per jaar, kalasjnikov-kapingen, corrupte politiemannen en zakkenrollers die halfdood worden geslagen. Maar matatu is ook rock-'n-roll, met veel chroom, easy money en matatu-prinsesjes. Een reportage van Koen Vidal.

Koen Vidal

Foto's Lori Waselchuck

Ngong Road, even buiten Nairobi, zes uur 's morgens. Aan de bushalte staan nog twee andere mensen, een beetje ineengekrompen. Het hokje, in de kleuren van Kodak, biedt amper bescherming tegen de ochtendkilte. 'Capture memorable moments with Kodak.' Het is nog donker, de berm is slijkerig en de gaten in de weg staan vol water. Het heeft geregend. Je hoort krekels, kikkers en af en toe het geluid van rennende mensen over een nat wegdek: plets, plets, plets. Het zijn arbeiders van de sloppenwijk Kibera die geen geld hebben voor de bus en elke ochtend naar hun werk in de industriële zone joggen, tien kilometer verderop. Ze gaan hard, sommigen lopen alleen, anderen in groep. Eén zoeft voorbij met een boomzaag in zijn linkerhand. Een Nissan-minibusje komt aangereden en net voor de halte gooit de chauffeur de remmen dicht. De lichamen van de nog half slapende passagiers buigen naar voor en, een seconde later, weer naar achter. De deur schuift open: "Railway station! Railway station! Araka, araka! Faster, faster!" De twee wachtende mannen stappen naar het busje en worden naar binnen geduwd. "Araka, araka!" Nog voor de deur dicht is geschoven, geeft de chauffeur gas. Even later is het motorgeluid verdwenen en is de ochtend opnieuw voor de krekels en de kikkers.

Maar een halfuur later komt de zon op en wordt Nairobi een echte stad. Het is nu druk op Ngong Road. Aan de bushalte stopt de ene Nissan na de andere. De meeste zijn in felle kleuren geschilderd: paars, geel, groen, oranje. Sommige lijken op een kerstboom, met flikkerlichten op het dak en binnenin een black light, waardoor de passagiers op blauwe spoken lijken. Loeiharde rapmuziek met zware bastonen ondersteunen de sfeer. De minibusjes hebben ook allemaal een naam, die meestal redelijk absurd is - Sister's Cave, Mother's Touch, Chilean Hospital - en soms een diepere boodschap wil overbrengen: Life is short so play it hard, Hell freezes over, Don't hit women. Welkom in de wereld van de matatu's, het vervoermiddel waarmee de overgrote meerderheid van de Afrikanen zich van punt a naar punt b beweegt.

In Nairobi weet niemand hoeveel er precies rondrijden, maar het zijn er minstens drieduizend. En ze nemen allemaal veel meer passagiers mee dan toegelaten. De Nissans (12 zitplaatsen) vervoeren 20 tot 25 mensen, en in de grotere Isuzu's (30 zitplaatsen) worden tijdens de spitsuren minstens 90 passagiers gewrongen. Om de vier minuten doet er zich ergens in het land een ongeluk met een matatu voor. Elk jaar komen in Kenia een kleine tweeduizend mensen om bij matatu-ongelukken. Het feit dat de chauffeurs twaalf uur per dag kloppen, miraa kauwen (de Red Bull van de softdrugs) en vaak marihuana roken of alcohol drinken, zal daar niet vreemd aan zijn. "Maar als je heelhuids en toch snel in het centrum van Nairobi wil geraken", had een Keniaanse vriend me verzekerd, "moet je met Bosco meerijden. Hij is de beste matatu-chauffeur van Nairobi. Neemt af en toe wel wat miraa, maar blijft van de shit en de drank. Iedereen kent hem. Als je 's morgens op Ngong Road op hem wacht, zul je zijn Matatu meteen herkennen: een spiksplinternieuwe Isuzu, geel-oranje, met de naam Indiana. Ik heb hem al verteld dat je een reportage over matatu's maakt en hij wil je graag een dag meenemen." Bosco's matatu zie je inderdaad al van ver aankomen. Wanneer hij me langs de kant van de weg ziet staan, zwenkt hij naar de berm, rijdt traag voorbij en roept dat ik op de bus moet springen. "Hello Mister De Morgen."

Bosco zit ontspannen achter het stuur, gekleed in een blauw-paarse jogging, een paar Nike's en een blauwe baseballpet. Hij vertelt dat hij eigenlijk Suleiman Obure heet, tweeëndertig jaar is en in 1994 afstudeerde als maatschappelijk werker. "Maar omdat ik geen werk vond, ben ik matatu-chauffeur geworden. Beter dan niets en het betaalt niet slecht." Bosco heeft er al een rit naar het centrum van de stad op zitten en rijdt nu richting Satellite-town, een buitenwijk van Nairobi. "Ik zal je even aan mijn bemanning voorstellen: dit zijn Tom en Mura, mijn twee touts." Tout rijmt op 'hout' en betekent zoveel als klantenlokker. "Tom staat aan de deur en laat de passagiers in en uit, Mura int het geld. En achter in de bus zit Bishop, de copiloot die me vervangt als ik even een kop thee wil drinken. Iedereen lacht met zijn naam, maar het is een uitstekende chauffeur." Zonder snelheid te minderen verlaat Bosco de asfaltweg en rijdt via een modderig pad vol plassen Satellite-town binnen, een verzameling betonnen huisjes. Wie niet op tijd wegspringt voor de minibus, hangt vol slijk. Bosco: "Ik moet het tempo erin houden. Tijdens de spitsuren komt het eropaan zoveel mogelijk mensen op te pikken. Je kunt geen tijd verliezen, anders is een andere matatu met je passagiers weg. De concurrentie is moordend: tussen Satellite en Nairobi opereren tweehonderd matatu's. Alleen de sterkste en de snelste overleeft."

In een kwartier zit de bus vol. Op dit uur wil iedereen naar de stad: scholieren, ambtenaren, straatverkopers. Mensen staan opeengepakt en vechten met schouders en hun achterste voor wat ademruimte. "Vertrek maar, er kan geen muis meer bij", roept Tom, "We zitten chroom." Bosco moet lachen met mijn vragende blik. Chroom? "Dat is matatu-dialect voor 'stampvol'. Als er geen passagiers meer bij kunnen, roept Tom 'chroom' en dan weet ik dat ik non-stop naar de stad kan rijden. Wij hebben ons eigen dieventaaltje. Zo spreken we nooit over matatu maar over mat. En een rit van Satellite naar de stad noemen we een squad. Per dag doe ik twaalf squads. Een mooie vrouw is een supu en een absolute schoonheidskoningin is voor ons een roro. Bosco draait opnieuw Ngong Road op en begint aan de afdaling naar Nairobi. "Dit is een leuk stuk, hier ga ik plankgas, honderd per uur. Binnen 10 minuten zijn we in het centrum."

We halen een rij auto's in en op het moment dat een tegenligger met zijn lichten begint te knipperen, schakelt Bosco terug naar een lagere versnelling en draait een zijstraat in. "Veel te druk op Ngong Road. Tijd voor een alternatief parcours. Je hoeft niet bang te zijn, ik heb dit traject al minstens 10.000 maal afgelegd en het is alsof het in mijn hoofd is geprogrammeerd. Ik weet precies waar de verkeersdrempels liggen en waar er gaten in de weg zijn. Relax man, mijn matatu is veiliger dan een Boeing 737."

Matatu is ook rock-'n-roll, begrijp ik uit Bosco's uitleg. "Hoe sneller we rijden, hoe meer geld we verdienen en hoe sneller we dat geld uitgeven. Het is easy come, easy go. Probleem is dat we ons loon per dag uitbetaald krijgen en dat velen van ons de discipline missen om te sparen. Ikzelf verdien gemiddeld 570 shilling per dag (320 frank). Per maand is dat ongeveer 15.000 shilling (8.400 frank), driemaal meer dan een fabrieksarbeider. Omdat ik getrouwd ben en een kindje heb, probeer ik zo zuinig mogelijk om te springen met dat geld. Af en toe koop ik wat miraa omdat ik anders geen twaalf uur aan een stuk geconcentreerd kan rijden. Maar veel andere matatu-chauffeurs laten het geld rollen: ze kopen links wat mooie kleren, rechts wat shit en op het einde van de dag drinken ze enkele glazen bier. Velen kunnen niet van de vrouwen blijven en ook dat kost veel geld. Dat alles maakt dat er van de 500 shilling die ze elke dag verdienen, maximum 200 shilling overblijft. Ons geluk is tegelijkertijd ons ongeluk. Door ons beroep staan we in direct contact met het leven: we racen door de stad, ontmoeten veel mensen, krijgen alle verhalen van Nairobi te horen. We worden voortdurend blootgesteld aan de schoonheid, de verleidingen en de gevaren des levens. Heel intens. Er is geen enkel ander beroep waar de adrenaline zo vaak aan het koken gaat." Volgens Bosco is er wel een onderscheid tussen de jongere generatie matatu-chauffeurs en de oude garde. "De jongeren hebben vaak gestudeerd en zijn professioneler. Met andere woorden: ze drinken minder en troggelen hun passagiers niet af."

Het is ongeveer halfacht. We naderen de rotonde nabij het station, waar matatu's, autobussen, vrachtwagens en auto's zich in een dikke knoop vastrijden. "In Nairobi is er geen enkele plaats waar zo traag gereden wordt en toch zoveel ongelukken zijn. Hier moet ik opletten, want als ik brokken maak, stuurt de eigenaar van deze matatu me de laan uit." Terwijl Bosco tussen de bumpers van andere voertuigen laveert, vraag ik hem wie die matatu-eigenaars eigenlijk zijn. "Delicate vraag, want er vloeit heel wat corruptiegeld naar deze industrie. Zo is 20 procent van alle matatu's eigendom van politiemannen." Ook Kenianen die voor internationale ontwikkelingsorganisaties werken, steken veel geld in de business. Bosco's matatu is eigendom van een professor aardrijkskunde die drie voertuigen bezit. "Hij verdient hopen geld: één matatu levert hem per dag ongeveer 4.000 shilling op. Dat is 120.000 shilling per maand." Dat verklaart meteen waarom de markt stevig afgeschermd wordt door een handvol kartels. Wie een matatu op de baan wil brengen, moet relaties hebben en 'toegangsgeld' betalen. Wie dat niet doet, krijgt problemen.

Bosco: "Elke week lees je in de krant over matatu's die gekaapt worden. Criminelen met kalasjnikovs dwingen de chauffeur om naar een rustige plaats buiten de stad te rijden, beroven en verkrachten de passagiers en gaan er daarna vandoor met het voertuig. Vaak zijn dat 'inside jobs', matatu-eigenaars die een succesvolle concurrent uit de markt willen stoten en het vuile werk overlaten aan een paar ingehuurde bandieten." De kaping van matatu's is het laatste jaar dermate tot een plaag uitgegroeid dat veel eigenaars een gesofistikeerd beveiligingssysteem op hun voertuigen lieten installeren waarmee een gestolen matatu tot in Tanzania of Zuid-Afrika kan worden opgespoord. Maar Bosco zegt niet bang te zijn voor een kaping. "Neen, ik denk daar niet aan. Je kunt natuurlijk altijd pech hebben, het zijn de risico's van het vak."

Een andere techniek om ongewenste concurrenten van de markt te verwijderen, is het inschakelen van zakkenrollers. Matatu's die op dat gebied een slechte reputatie hebben, worden door passagiers gemeden. Bosco: "Zakkenrollers zijn als een virus: ze dringen onze matatu binnen, bestelen de passagiers en maken ons failliet. Ze opereren meestal in groepjes van drie of vier, kiezen een bepaalde passagier uit, gaan rond hem staan, beginnen wat aan die persoon te duwen en te trekken en ritsen ongemerkt zijn portefeuille weg. Vaak werken ze samen met één van de touts, die hen de passagiers aanwijst met veel geld op zak." Wat Bosco met zakkenrollers doet als hij ze betrapt? "Vroeger brachten we ze naar de politie." Stilte. En nu? "Nu ook, maar op weg naar het politiekantoor geven we ze een flink pak slaag. Zo krijgen ze toch nog een soort straf. Want telkens als we die kerels aan de politie overhandigen, kopen ze zich meteen weer vrij. Het is bekend dat sommige zakkenrollers samenwerken met de politie. In ruil voor een deel van de opbrengst krijgen ze bescherming en straffeloosheid. Soms gebeurt het dat zakkenrollers door de passagiers worden doodgeslagen. Maar niet in mijn matatu, wees gerust." Bosco vertelt dat er nog een reden is waarom zakkenrollers in elkaar worden geslagen: "Zo kunnen we ze de volgende keer herkennen. Iemand met schrammen en builen komt er bij ons niet in."

Bosco heeft zijn passagiers voor het station van Nairobi afgezet en rijdt opnieuw richting Satellite. Behalve enkele vermoeide nachtarbeiders zit er niemand op de bus. We passeren Kenyatta Hospital, waar altijd een groepje rouwenden voor het dodenhuis staat te wachten tot de lijkkist van hun afgestorvene wordt buitengedragen. "Fuck, politie", roept Bosco wanneer een dikke agent naar zijn matatu wijst en teken doet om te stoppen. Bosco zet zijn voertuig aan de kant. In de achteruitkijkspiegel zien we de politieman traag op ons toestappen. Hij kijkt ons aan, controleert het verzekeringsvignet op de voorruit. Bosco heeft zijn briefje van 100 shilling al klaar zitten. Agent en chauffeur geven elkaar een hand en als bij een goocheltruc verwisselt het briefje van eigenaar. "Alles oké, Bosco, je matatu ziet er goed uit. Dat maakt me gelukkig. Tot nog eens." Bosco knikt met een geforceerde lach, schakelt in eerste en rijdt weg.

"Zo werkt het systeem. Je bent volledig in orde en toch moet je kitu kidogo betalen, 'iets kleins'. Als je weigert, moeten alle passagiers uitstappen en slepen ze je matatu naar het politiekantoor. Maar dat is me nog nooit overkomen. Ik weet wat ze willen. Als ze zeggen dat ze zin hebben in een kop thee, moet ik 50 shilling betalen. Als ze zeggen dat ze 's avonds geitenvlees willen eten, is de prijs 100 shilling. En op een vrijdag moet ik 150 shilling betalen, zodat ze genoeg geld hebben om het weekend door te komen. Je komt er niet onderuit, zelfs de matatu's die eigendom zijn van hun collega-agenten moeten betalen."

Een snelle rekensom brengt me tot de conclusie dat een verkeersagent ongeveer 2.000 shilling per uur kan verdienen, 16.000 shilling per dag. Dat is viermaal zijn officiële maandwedde. Bosco: "Dat is dan nog een voorzichtige berekening. Laatst hebben ze een politieagent betrapt met 40.000 shilling op zak, en het was nog maar halfeen 's middags. Je moet weten dat het promotiesysteem bij de Keniaanse politie iets anders in elkaar zit dan bij jullie in Europa. Niet het aantal strepen op je uniform bepaalt je wedde, maar de plaats waar je gestationeerd wordt. Ngong Road is de top of the bill, Ngong Road is elke dag bingo!" Of die corruptie hem nooit kwaad maakt? "Nee, eigenlijk niet. Met die 100 shilling koop ik ook een stukje zekerheid. Na betaald te hebben, weet ik dat ze me een tijdje met rust laten. Het is een systeem als een ander; zij hebben ons nodig en wij hen."

Terug in Satellite-town staat een groepje late pendelaars ons op te wachten. Ze stappen in en enkele minuten later zitten we opnieuw op Ngong Road, richting centrum. Zo gaat het nog een paar keer over en weer. Satellite - Railway station - Satellite - Railway station. Tot alle gebouwen, alle gevaarlijke kruispunten en alle reclameborden je bekend voorkomen. De spits is voorbij, de dag vertraagt. Het wordt tien uur, twaalf uur, één uur, twee uur. Bosco: "Bijna geen passagiers meer. Tijd voor een pauze." We stoppen voor een garage. "De knaldemper is stuk", zegt Bosco aan drie jonge monteurs, die zich meteen enthousiast onder het voertuig gooien. "Dit zijn mijn vaste mecaniciens. Ze zijn trots op deze matatu, houden hem in perfecte staat, poetsen hem driemaal per week." We lopen rond het voertuig en als een museumgids legt Bosco uit waarom hij zijn voertuig in het geel en het rood liet spuiten. "Geel en rood zijn mijn lievelingskleuren. Mijn matatu staat in vuur en vlam, een vuurbol die door de stad raast." En waarom staat op elk raam de afkorting 'Y2G'?. "Y2G staat voor 'Year 2000 Generation'. Dat zijn wij, de generatie van de eenentwintigste eeuw, de jongeren die de millenniumbom overleefden. Die tegen een stootje kunnen en opgewassen zijn tegen de tijd van nu." Wanneer de knaldemper hersteld is, plaatst een van de monteurs een verchroomde buis op het einde van de uitlaat. Een nieuw fantasietje. "Hiermee krijg je een fantastisch fluitgeluid", zegt de monteur. "Een beetje zoals de Ferrari van Schumacher. Luister maar." Bosco lacht en brengt de motor een paar keer op toeren. 'Fwwwwwwiiiit! Fwwwwwiiiit!', gaat de nieuwe sound van de matatu. Bosco tuit zijn lippen en bootst het geluid na: "Fwwwwiiiit, fwwwwiiiit, te gek, de passagiers zullen het prachtig vinden."

We vertrekken opnieuw. Het is drie uur, de avondspits komt eraan. Telkens wanneer Bosco stopt om passagiers op te pikken, wiebelt hij met zijn knieën en wil hij zo snel mogelijk voortrijden. "Nu komt het eropaan om snel aan het station te zijn. Tussen vier en zes uur wachten daar duizenden mensen om naar huis gebracht te worden. In die tijdspanne moeten we minstens tweemaal met een volle bus over en weer kunnen rijden. Als dat lukt, is onze dag goed. Maar het kan ook fout gaan: we kunnen vastlopen in het drukke verkeer, of een andere matatu kan voor onze neus met een lading passagiers aan de haal gaan. Een kleine ramp, want dat betekent dat we de dag met verlies afsluiten." Het begint te onweren. Dikke druppels rollen over de voorruit. Om de zoveel seconden een bliksemschicht. Het wegdek verandert in een kleine rivier. "Pech voor jou", zeg ik tegen Bosco. "De files zullen niet te overzien zijn." Bosco kijkt me verbaasd aan. "Wat! Pech? Helemaal niet. Dit is mijn favoriete weer. Iedereen wil zo snel mogelijk de stad uit. Je zult zien, de mensen zullen als gekken naar de matatu hollen. In enkele minuten zullen we vol zitten en in plaats van 20 shilling kunnen we 25 shilling vragen. Donder en bliksem is kassa, kassa. Ik hou van donder en bliksem. Hoe heviger, hoe beter. Het doet me denken aan de dag van de bomaanslag op de Amerikaanse ambassade, enkele jaren geleden. Ook toen wilde iedereen zo snel mogelijk de stad uit. Die dag hebben we fantastisch verdiend. Voor mijn part mag de Amerikaanse ambassade elke dag de lucht in vliegen." Stilte. "Kijk niet zo verontwaardigd. Jullie journalisten hebben toen toch ook een fantastische tijd gehad, of niet soms? Dat is toch net hetzelfde."

Aan het station is de dag in een stroomversnelling terechtgekomen. De sfeer is nerveus. Iedereen is gehaast. Minstens tweehonderd matatu's toeteren en manoeuvreren om bij de grote groep wachtende passagiers te raken. Politiemannen lopen met zwaaiende armen heen en weer. De bedelaar zonder benen die in het midden van de bushalte zit, graait driftig met zijn handen naar de jurken en broekspijpen van voorbijgangers. Blijkbaar is ook voor hem het moment van kassa, kassa aangebroken. Bosco duwt en trekt tot zijn matatu voor de ongeduldige menigte staat. Passagiers stappen snel op. De eersten wippen op de vrijstaande zitplaatsen, de rest moet recht blijven staan.

Mensen worden in de matatu geduwd tot er echt niemand meer bij kan. Met de vlakke hand klopt Tom op het koetswerk: "Chroom!", roept hij. "Bosco, we zitten compleet chroom, bij de negentigste passagier ben ik opgehouden met tellen. Gaan man!" We vertrekken. Politiemannen wijzen naar onze matatu en gebaren dat we moeten stoppen. Bosco rijdt ze voorbij: "Goed geprobeerd kerels, maar het is nu niet het moment voor fooien. Ik heb jullie trouwens al betaald." We rijden Haile Selassie Avenue op, en steken links en rechts traagrijdende auto's voorbij. Dan komt de helling van Valley Road, die, volgeladen als we zijn, met maximum 30 kilometer per uur genomen kan worden. Bosco vraagt de man die naast me zit om recht te staan. Zijn plaats wordt ingenomen door een mooi meisje. Blij dat ze niet meer tussen de dampende en zwetende menigte hoeft te staan, zucht ze van opluchting. Ze strijkt haar jurk glad en vraagt me om het raampje dicht te doen. "Er komt te veel regen binnen." Ze heet Liz en vertelt me dat Bosco haar lievelingschauffeur is. "Omdat ik altijd vooraan mag zitten, 5 shilling reductie krijg en voor mijn deur word afgezet." Dan ben jij een echt Matatu-prinsesje, zeg ik. Ze knikt van 'ja', lacht geflatteerd en begint dan Bosco te bewieroken. "Hij rijdt snel en toch veilig. Bovendien heeft hij een erg mooie matatu, nieuw, met mooie kleuren en comfortabele banken. Dat is wat de mensen willen. Bovendien zijn Tom en Mura beleefde touts. Ze sleuren de passagiers niet naar binnen en ze zijn altijd vriendelijk, ook wanneer je niet genoeg geld bij je hebt. Nooit zullen ze je uitschelden. De meeste touts doen dat wel en maken je te schande terwijl iedereen er bij staat." Of Liz nooit bang is wanneer Bosco met een snelheid van honderd per uur door het spitsuur raast? "Pfft, bang? Neen. Als je elke dag een matatu neemt, went dat. Ik vind het trouwens goed zo, dan ben ik sneller thuis. Angst heeft geen zin, het lot is onafwendbaar. Als ik instap, geef ik al mijn angstgevoelens aan God en is er geen enkel probleem meer."

Wanneer we in Satellite Town arriveren, is het al donker. Liz wordt zoals het hoort met de nodige galanterie voor haar deur afgezet. "Een prachtig vrouwtje", zegt Bosco. "Een supu, misschien wel een roro. In ieder geval een echt matatu-prinsesje." Hij denkt even na. "Maar je mag niet te veel van die prinsesjes in je matatu hebben. Dat is slecht voor de zaken en voor de concentratie." Tom en Mura tellen het geld: "11.000 shilling. We zijn binnen voor vandaag."

Kalm rijdt Bosco Ngong Road op. De spanning is weg. "Per dag moeten we minstens 10.000 shilling binnenhalen. Lukt dat niet, dan werken we desnoods door tot elf uur 's avonds. Maar vandaag dus niet, we kunnen naar huis." Ik vraag of Bosco na het werk soms de kroeg induikt. "Kroeg? Ben je gek. Straks breng ik de matatu naar de parking, ga ik bij de eigenaar langs om het geld af te geven en daarna ga ik naar huis, eet ik wat en val ik onmiddellijk voor de televisie in slaap."

Bosco zet me af aan de Kodak-halte waar hij me vanochtend heeft opgepikt. 'Capture memorable moments with Kodak.' "Ziezo, jij bent thuis. Welterusten."

Bosco: 'Door ons beroep staan we in direct contact met het leven. We racen door de stad, ontmoeten veel mensen, krijgen alle verhalen van Nairobi te horen. We worden voortdurend blootgesteld aan de schoonheid, de verleidingen en de gevaren des levens. Heel intens. Er is geen enkel ander beroep waar de adrenaline zo vaak aan het koken gaat'

Liz: 'Pfft, bang? Neen. Als je elke dag een matatu neemt, went dat. Angst heeft geen zin, het lot is onafwendbaar. Als ik instap, geef ik al mijn angstgevoelens aan God en is er geen enkel probleem meer'

'Donder en bliksem is kassa, kassa. Hoe heviger, hoe beter. Het doet me denken aan de dag van de bomaanslag op de Amerikaanse ambassade, enkele jaren geleden. Ook toen wilde iedereen zo snel mogelijk de stad uit. Die dag hebben we fantastisch verdiend. Voor mijn part mag de Amerikaanse ambassade elke dag de lucht in vliegen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234