Vrijdag 14/05/2021

Relaas van een helse week

De kaping van de Indiase Airbus: een reconstructie

Toen op oudejaarsdag de passagiers van de gekaapte Airbus van Indian Airlines eindelijk werden vrijgelaten, waren ze zo suf dat ze zich ternauwernood realiseerden wat hen was overkomen en hoe ze hun trauma's hadden overleefd. Uit verschillende ooggetuigenverslagen wordt het mogelijk een reconstructie van een pijnlijke week te maken, met hoogtes en vooral laagtes, koude, verstopte toiletten, dood en uiteindelijk terreur die zegevierde.

De ochtend van 24 december. De 36-jarige gezagvoerder Devi Sharan heeft een drukke dag voor de boeg. Om 5 uur wordt hij gewekt. Hij vliegt retour naar Hyderabad. Om 11 uur begint hij aan zijn tweede retourvlucht van de dag, naar katmandoe, de hoofdstad van Nepal. Die vlucht loopt vertraging op.

De luchthaven van katmandoe heeft geen te beste reputatie inzake veiligheid. Een paar maanden geleden is een geesteszieke erin geslaagd alle controles te passeren en in de cockpit van een geparkeerd toestel van Thai Airways plaats te nemen. De controles zouden sedertdien verscherpt zijn. Ook zijn werknemers van de luchthaven betrapt terwijl ze smokkelaars in ruil voor een handvol roepies gewoon dooorlieten.

In afwachting van de vertraagde vlucht naar Delhi troepen zo'n 170 passagiers samen. Onder hen acht versgehuwde paren, die terugkeren van hun huwelijksreis.

Om 12 uur noteren twee werknemers van de luchthaven dat een auto met nummerplaat 42-CD-14 aan het luchthavengebouw stopt. Twee (of drie) inzittenden stappen uit, wandelen voorbij de wachtenden, en beklimmen de trappen naar de VIP-lounge. Het voertuig hoort toe aan de Pakistaanse ambassade in Nepal, en een van de mannen die het luchthavengebouw instapt is - volgens India Today en een ander Indiaas weekblad, The Week - Arshad Chima, een diplomaat op die ambassade (first secretary). In de VIP-lounge is ook een transitpassagier aanwezig. De luchthaven van katmandoe heeft namelijk geen afgesloten transitzone, transitpassagiers kunnen zo de vertrekzone binnen. Volgens India Today overhandigt de diplomaat een tas aan de transitpassagier. The Week citeert twee werknemers van de luchthaven die hebben gezien dat Chima mét tas de luchthaven betrad en zonder tas de luchthaven verliet. Ook zou een van Chima's gezellen in de luchthaven gebleven zijn, en misschien op het vliegtuig zijn gestapt.

Wanneer de boarding begint, voert Indian Airlines geen eigen controle meer uit op de handbagage. De transitpassagiers komen met andere woorden ongecontroleerd het vliegtuig op. Die eigen controle werd uit besparingsoverwegingen geschrapt.

In totaal nemen - naast de elf bemanningsleden - 178 passagiers in de Airbus A 300 plaats, al worden er maar 177 boarding- of transitpassen verzameld. Er zijn een stuk of honderd zitplaatsen vrijgebleven.

Om 13.50 uur had het toestel moeten opstijgen, maar vlucht 814 loopt meer dan twee uur vertraging op en het is ruim na 16 uur wanneer de Airbus zich in beweging zet.

Na zo'n veertig minuten - er worden al sandwich-driehoekjes en drankjes rondgedragen - ziet de Australische passagier Peter Ward, vanop de vierde rij van de businessklasse, hoe een gemaskerde en gewapende, ranke man uit het toilet te voorschijn komt. "Plane hijack ho gaya hai", roept die, terwijl hij met zijn pistool zwaait. Hindi, Urdu of Kashmiri spreekt Ward niet, maar 'plane hijack' is voor elke Engelstalige onmiskenbaar: er is een kaping aan de gang. Enkele passagiers denken even dat het om een grap gaat, maar het lachen vergaat hen wanneer de kaper, samen met vier medestanders, in totaal gewapend met één mes, twee pistolen en enkele granaten, de passagiers uit hun zetels haalt en ze naar het achterste gedeelte van het toestel duwt. Alle raampjes worden geblindeerd.

Ward en andere passagiers krijgen een pistool tegen hun kop. "Wil je leven of sterven?" vraagt een kaper aan Ward. "Ja, ik wil leven", antwoordt de Australiër. Ward moet op rij 15 in de Economy Class gaan zitten. Zodra hij zit begint hij onbedaarlijk en langdurig te beven. "Houd je hoofd naar beneden, knijp je ogen dicht", roepen de kapers. Sommige passagiers worden geblinddoekt of geboeid. Enkelen zijn te groot om zich voorover te kunnen buigen. Ward, een bankier, verscheurt stiekem zijn kredietkaarten, omdat hij bang is zich als rijke westerling de woede van -naar hij aanneemt - antikapitalistische en antiwesterse terroristen op de hals te halen.

Intussen krijgt piloot Devi Sharan, met het pistool van een kaper tegen zijn oor gepunt, opdracht om koers te zetten naar Lahore, Pakistan. Bij hem zit de kaper die zich Chief laat noemen, de leider van de groep. Ook de andere kapers dragen bijnamen. 'Burger' lijkt de sympathiekste. Hij keuvelt ontspannen met passagiers, laat weten dat zijn alias niets te maken heeft met een voorliefde voor hamburgers, en dat hij enkele maanden geleden vader geworden is.

De kaping haalt radio en tv vooraleer de Indiase minister van Binnenlandse Zaken, Advani, of het hoofd van de politie, weten dat er wat aan de hand is.

Rond 18 uur slaat piloot Sharan alarm. Lahore weigert het toestel te laten landen en zijn brandstoftanks zijn bijna leeg. Sharan wordt volgens collega's, die door het weekblad India Today - de Indiase Time - werden geraadpleegd, omschreven als een "goede profesionnal met een koel hoofd en zin voor humor", maar nu krijgen zijn zenuwen het zwaar te verduren. Op het nippertje kan hij het toestel aan de grond zetten in Amritsar, aan de Indiase kant van de grens.

Dat komt de Indiase autoriteiten goed uit. Ze hebben er bij Pakistan op aangedrongen geen landingsvergunning te geven, en nu kunnen ze zelf proberen een einde aan de kaping te maken. Maar ze winnen al te opvallend tijd - door het tanken uit te stellen - en de kapers krijgen het op de heupen. Ze dreigen ermee passagiers om te brengen. "We hebben vier Indiase passagiers gedood", meldt een van de kapers aan de piloot, die de (valse) boodschap doorgeeft. Ten minste één passagier wordt wel met een mes toegetakeld. Na een kort oponthoud verplicht Chief de piloot op te stijgen en naar het nabije Lahore te vliegen. Sharan probeert te weigeren - met de resterende brandstof in de tanks kan hij nog maar tien minuten vliegen, veronderstelt hij - maar Chief wil niet van zijn bezwaren weten. Hij telt af van dertig naar nul. Bij 'twee' zet Sharan zijn Airbus in gang. Hij dondert bij het opstijgen bijna van de startbaan. De Indiase autoriteiten proberen nu in allerijl van Pakistan toestemming om te landen los te peuteren. Met nog anderhalve minuut brandstof over krijgt de Airbus die toestemming en landt om 20.07 uur in een verduisterd Lahore. "Het was", zou Ward later aan zijn vrouw vertellen, "verreweg de ruwste landing die ik ooit heb meegemaakt. Het toestel pletste neer. We werden voor- en achteruit geslingerd."

Er wordt bijgetankt. Sharan zet koers naar Afghanistan, maar als de autoriteiten ook daar het vliegtuig niet wensen te ontvangen, wordt doorgereisd naar Dubai waar het toestel rond middernacht aankomt. Vooraleer er in Dubai wordt geland, duwen de kapers een groepje mannen in de eerder leeggemaakte business-klasse, waar ze worden vastgebonden. Daarbij de 27-jarige Belgische reiziger David Jansen, twee Spanjaarden (de westerlingen voelen zich geviseerd) en ook de 25-jarige pasgehuwde Ripen Katyal. Voor die laatste loopt het slecht af. "Voor onze neus sneden ze zijn keel over", verklaarde zakenman Keshav Kannan, "ze wilden hem tot voorbeeld stellen". Jansen hoort, volgens verslagen van wat hij in de Belgische ambassade vertelde, het bloed in de keel van het slachtoffer kolken. De andere mannen denken elk voor zich dat zij als volgende aan de beurt komen. Jansen wordt, volgens The Washington Post dan weer, geslagen alvorens een van de kapers een pistool in zijn mond duwt. Maar het allerergste gebeurt niet. Waarom Katyal wel wordt gedood? Misschien toonde hij zich te rebels (hij weigerde volgens sommige ooggetuigen een blinddoek om te doen). Misschien was het ook niet de bedoeling van de kapers om te doden, want ze gaan op zoek naar hulp. Een vrouwelijke arts wordt uit de economy class gehaald, maar ze slaagt er niet in het bloeden te stelpen.

In Dubai laten de autoriteiten weten dat de kapers enkel brandstof mogen verwachten als ze vrouwen, gewonden en kinderen vrijlaten. Zesentwintig passagiers komen vrij. Daarbij een passagier die in Amritsar al met zeven messteken was verwond en die zich voor dood hield. Ook het lijk van Katyal wordt in Dubai uitgeladen. Katyals kersverse echtgenote - ze kende haar man nog niet zo lang want het huwelijk was gearrangeerd - is niet van het overlijden op de hoogte. Zij krijgt te horen dat haar man is vrijgelaten, en dat ze zich hierover moet verheugen, wat ze dagenlang doet.

De autoriteiten in Dubai willen het toestel laten bestormen, zo meldt Time Magazine, maar omdat ze nooit met de piloot kunnen communiceren zonder dat de kapers meeluisteren, laten ze dat plan varen.

Van Dubai vertrekt de Airbus, nog altijd op kerstochtend - de piloot is al meer dan 24 uur aan het werk - opnieuw naar Afghanistan, naar Kandahar. In Afghanistan zijn de streng-islamitische Taliban aan de macht. Die Taliban, internationaal erg geïsoleerd, zien een kansje om wat goodwill te sprokkelen. Ze laten het toestel landen, ze manen de kapers aan hun passagiers goed te behandelen en ze maken onderhandelingen mogelijk. De eisen van de kapers blijken enorm: vrijlating van een groot aantal Kashmiri separatisten, plus tweehonderd miljoen dollar, bijna acht miljard frank.

Om indruk te maken, laden de kapers uit het ruim een hoeveelheid granaten - hoe die op het vliegtuig zijn geraakt is niet duidelijk.

Op Tweede Kerstdag dreigt een nieuwe crisis. "Mijn regering zal niet buigen voor terreur", verklaart de Indiase premier Vajpayee. De kapers roepen piloot Sharan bij zich en melden hem dat ze ter vergelding passagiers zullen doden. In de economy class worden ze specifieker: "We zullen jullie een voor een afmaken." Aan de enige Amerikaanse passagier, Jeanne Moore, wordt gevraagd om 'coffin' te spellen, doodskist. Sharan en Ward kunnen even over de toestand praten. Sharan gokt dat de kapers toch "niet meer dan twintig" passagiers zullen doden.

Dan komen de onderhandelingen met India toch weer op gang. Parallel met hoe die verlopen, wordt de sfeer op het vliegtuig beter of slechter. Soms doceren de kapers - die altijd gemaskerd blijven, meer dan hun ogen is nooit te zien - over de islam. Er is bijna geen voedsel aan boord, en de kapers springen er krenterig mee om. De ene passagier spreekt van een halve sinaasappel per dag, de andere van vier amandelnoten. De toiletten raken verstopt. En de verwarming/airconditioning valt bij gebrek aan brandstof uit. De meeste passagiers hebben geen dekens. Ook de Taliban, die raketten op het vliegtuig hebben gericht, worden nerveus.

Op het subcontinent woedt een propagandaoorlog tussen India en Pakistan. India beschuldigt Pakistan ervan de kapers direct of indirect te steunen, zoals Pakistan in het verleden vaak het Kashmiri-separatisme op Indiaas grondgebied ondersteunde (de ooit onafhankelijke staat Kashmir ligt over de twee landen verspreid).

Op 30 december, na bijna een week, lijken de onderhandelingen weer af te springen. De kapers zijn het moe en dreigen ermee het toestel op te blazen. Uiteindelijk geeft de Indiase regering toe: er komt geen geld, maar drie Kashmiri komen vrij, onder anderen Maulana Masood Azhar, leider van de uit Pakistan opererende groep Harkat-ul-Mujahideen.

De kaping is ten einde. De Indiase minister van Buitenlandse Zaken, die kort voordien nog had gezegd dat hij nooit op de eisen zou ingaan, komt de gevangenen persoonlijk overhandigen. De passagiers komen vrij. De kapers krijgen van de Taliban een vrijgeleide van tien uren - dan moeten ze het land uit zijn.

De kapers verontschuldigen zich bij het afscheid voor het ongemak dat ze veroorzaakten. "Als het God belieft, zullen we mekaar terugzien", zeggen ze. Het klinkt hoopvol. De kapers vluchten naar alle waarschijnlijkheid Pakistan binnen, dat belooft hen te zullen arresteren. In India worden de vermoedelijke namen van de kapers vrijgegeven en worden vier vermeende medestanders gearresteerd. In Nepal wordt een lid van de Pakistaanse ambassade, om totaal andere redenen, het land uitgezet.

Wereldwijd vrezen luchtvaartmaatschappijen dat een geslaagde kaping tot andere pogingen zal leiden.

'Voor onze neus sneden ze zijn keel over', aldus zakenman Keshav Kannan, die vlakbij zat. 'Ze wilden hem tot voorbeeld stellen' De toiletten raken verstopt, de verwarming valt uit, de meeste passagiers hebben geen dekens. En dan worden ook de Taliban nog nerveus

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234