Donderdag 22/04/2021

Tewerkstelling

Rekkenvuller, ganzenpluimer, dozenplooier...: Herman Loos wou uit de 'rat race' stappen maar dat pakte slecht uit

Herman Loos. Beeld Wouter Van Vooren
Herman Loos.Beeld Wouter Van Vooren

Toen socioloog Herman Loos acht jaar geleden de 'rat race' wilde ontvluchten en opnieuw beginnen in Frankrijk, nam hij er elke job aan die hij kon krijgen. Hij vervoegde een leger der wanhopigen. "Een groep werknemers wordt simpelweg misbruikt."

In 2010 streken Herman Loos en zijn vrouw neer in het zuidwesten van Frankrijk. Hij zat aan het einde van zijn vijfjarig contract aan de KU Leuven, waar hij onder meer monitor was aan de faculteit sociale wetenschappen – Loos doceerde filosofie, sociologie, methodologie en geschiedenis. Zijn vrouw, een gediplomeerde orthopedagoge, was verkoopster in een outdoorwinkel.

"Dat wilden we niet blijven doen. Het idee was om uit de rat race te stappen en goedkoper te gaan leven, zodat we niet meer voltijds hoefden te werken om rond te komen. We kochten een huis in de Gers, zouden een paar kamers verhuren en voorts zouden we wel zien. Ik spreek vier talen, heb drie diploma's en ben niet vies van werken. Wat kon er misgaan?" Loos grijnst. "Veel, dus."

In de zeven jaar die hij in Frankrijk doorbracht, deed Loos twaalf jobs. Hij was achtereenvolgens ganzenpluimer, ramasseur (iemand die pluimvee op transport zet), podiumbouwer, elektricien, wijngaardsnoeier, thuisleerkracht, magazijnier, schilder-plamuurder, rekkenvuller, dozenplooier, installateur van elektronische etiketten en medewerker van een callcenter. Zijn hallucinante werk- en activeringservaringen bundelde Loos in Menselijke grondstof, een boek met een titel die nadrukkelijk knipoogt naar het zo veel positiever klinkende 'human resources'.

Loos koos er niet bewust voor om onderaan de arbeidsladder terecht te komen. "Het was geen Günter Wallraff-project (beroemde onderzoeksjournalist die vaak undercover ging om slechte arbeidsomstandigheden aan het licht te brengen, red.). Er moest geld binnenkomen, we hadden een lening af te betalen." Precair is de situatie nooit geworden. "Lin en ik hebben altijd een ondergrens gehanteerd. Als we daaronder doken, dan zou het ophouden. We hebben vaak met die grens geflirt, terwijl we het al met minder deden. We gingen bijna nooit op restaurant en vakanties deden we met de tent. Het extra fruit van de appelbomen in mijn tuin ruilde ik voor een stuk van een varken dat een van onze vrienden had gekweekt en geslacht."

Je werk in een callcenter heeft je het meest onderuitgehaald, zelfs meer dan dat van ramasseur. Hoezo?

"Het is mentaal de zwaarste job die ik heb gedaan. De druk en het gebrek aan autonomie deden bijna iedereen eraan onderdoor gaan. In het callcenter waren er drie soorten werknemers: de nieuwkomers die met een fris gemoed startten, blij dat ze een job kregen en kans maakten op een vast contract. Soms gebeurde dat, vaker niet. Dan kwamen ze in het straatje terecht waarin ik zat: mensen die hun job goed willen doen, maar dat niet kunnen omdat de omstandigheden het niet toelaten. Zij vielen uit met burn-outs en stresssymptomen. De derde groep trok het zich niet aan, zij beschouwden hun werk als één grote grap.

"De helpdesk van Orange was een realitycheck: ik zat tussen een vijftiger die vloeiend Italiaans en Duits sprak en die ooit had lesgegeven aan een hogeschool en een meisje met een masterdiploma in de economie – rasechte Fransen, trouwens. Die mensen hadden dezelfde capaciteiten als ik en deden dezelfde kutjob. Toen besefte ik dat het nooit eenvoudig zou worden.

"Werken in een callcenter is gruwelijk: je hebt een blad met instructies voor je die je stap voor stap moet volgen – ongeacht waarvoor je wordt gebeld. Iemand die je uitscheldt omdat hij geen mobiel netwerk heeft in de buurt van zijn huis, moet je toch een extra gsm-abonnement aansmeren. Doe je dat niet, dan krijg je onder je voeten. Laat mij dan maar een kippenstal ruimen."

Wat is je het meest opgevallen aan de onderkant van de arbeidsmarkt?

"Dat het riedeltje over 'het profitariaat' maar over een erg beperkt deel van de werknemers gaat. De meeste mensen willen gewoon werken – ze willen een vaste job, betaald worden, iemand zijn. Werken geeft je een sociale identiteit. Ja, er zijn mensen die liever op de dop staan, maar zij hebben al zo veel te slikken gehad dat ze op zijn.

"Zoals Gaetan, die ik ontmoette toen ik werkte bij Gers Equipement, een bedrijf dat gevulde winkelrekken maakt vol keukenspulletjes – goedkope Chinese rommel, eigenlijk. Na zes jaar tijdelijke contracten, handig onderbroken door de nodige coupures, wil Gaetan alleen nog wiet roken, computerspelletjes spelen en van zijn leefloon van 400 euro per maand rondkomen. Als hij iets nodig heeft, dan gaat hij het stelen in de Aldi of de Lidl. Maar zulke figuren zijn uitzonderingen."

Had je als socioloog die uit het beschermde, academische milieu van Leuven kwam, een idee dat het er zo kon aan toegaan op de werkvloer?

"Ergens wel. Ik heb een jongere broer die zijn middelbaar niet heeft afgemaakt en dus veroordeeld is tot precaire jobs. Als je zijn vrienden bekijkt, merk je hoe belangrijk je sociale achtergrond is. Mijn broer komt uit een gezin waar vader huisarts is, moeder dierenarts en twee oudere broers die naar de unief zijn gegaan. Hij heeft een sterk vangnet, weet dat Parijs de hoofdstad is van Frankrijk... De mensen die ik ben tegengekomen hadden de capaciteiten niet, maar ook niet de achtergrond.

"Eigenlijk ben ik in positieve zin verbaasd. Wij kijken te gemakkelijk neer op mensen met beperkte capaciteiten. Ook zij willen werken en proberen hun kinderen degelijk op te voeden. Ze zijn aangepaster en sociaalvoelender dan je zou denken."

Je zet het minimumloon van 7,5 euro dat je verdiende af tegen de toplonen van managers en hun riante ontslagvergoedingen. Is dat niet een beetje makkelijk?

"Je denkt toch niet dat dat twee losstaan van elkaar? In het bedrijf met de grootste winsten werken de mensen aan de laagste arbeidsvoorwaarden – je moet geen genie zijn om dat te beseffen. Ik vind ook dat een goede manager significant meer mag verdienen, maar de loonspanning is tegenwoordig buiten alle proportie.

"Iemand die al wordt betaald als Kamervoorzitter (Siegfried Bracke, red.), krijgt voor vier vergaderingen bij Telenet meer dan een werknemer die er een heel jaar aan de telefoon zit om klanten te bedienen. Dat kan je toch niet verantwoorden? Ik heb ook moeite met een figuur als Johnny Thijs, die nog niet voor 650.000 euro zijn functie als CEO wilde verlengen bij Bpost. 'Ja maar', klinkt het dan, 'Thijs heeft meer meerwaarde voor het bedrijf gecreëerd dan het loon dat hij kreeg.' Ten koste van wat? Bij Bpost zijn tienduizend mensen ontslagen, vele anderen zijn in een precair statuut geduwd. Postbodes moeten harder fietsen om de paar pakketten die ze nog hebben, sneller te bestellen."

Moet, naast de nationale regeringen, ook Europa niet meer doen? 'Europa is alleen maar goed voor multinationals en landbouwsubsidies', schrijf je.

"Ik citeer alleen maar mijn collega's. Ik ben een groot voorstander van Europa – we zouden eindelijk eens werk moeten maken van een fatsoenlijke Europese migratie en de sociale dumping aanpakken. Voor een Franse boer is het interessanter om een Hongaar aan te nemen. Ook voor die Hongaar is het interessanter om zijn gezin twee jaar achter te laten om op een boerderij in Zuid-Frankrijk te gaan werken, waar hij de taal niet begrijpt. Dat een Franse landarbeider daardoor uit de arbeidsmarkt wordt gekegeld: tant pis.

"Alle Menschen werden Brüder, maar op de bodem van de Europese arbeidsmarkt heerst een broederstrijd omdat de sociale systemen van de lidstaten niet op elkaar zijn afgestemd. Ik ken landgenoten die doctoreren aan de universiteit van Toulouse en die niet begrijpen waarover ik me opwind. Maar zij werken voor een groot bedrijf en beschikken over een personeelsdienst die hun Europese tewerkstelling regelt. Als het over de duale arbeidsmarkt gaat, zegt men dat het slechts een klein percentage is dat op de bodem ligt te ploeteren, maar net die mensen worden geslachtofferd. Niemand trekt zich hun lot aan."

Het lijkt me geen gemakkelijke groep om te vertegenwoordigen.

"Dat is zo. Ze werken drie maanden in dit bedrijf, dan zitten ze drie weken daar – zulke mensen kan je gemakkelijker raken. Het is ook gemakkelijker om alle eisen van de flexibele arbeidsmarkt op hun frêle schouders te laden en te zien waar het schip strandt. Het komt grote, internationale bedrijven niet slecht uit dat er een groep mensen bestaat die je kan uitbuiten door ze voor minder dan het minimumloon te laten werken. Dat is handig, want we moeten concurrentieel blijven met China. Maar mensen zijn niet dom.

"De déplorables weten zogezegd niet hoe hard ze tegen zichzelf kiezen door te stemmen op Marine Le Pen. Maar president Macron, die de werknemers van Whirlpool moet vertellen dat hun bedrijf uit Frankrijk vertrekt, heeft het evenmin in de hand. Natuurlijk zijn de mensen kwaad, maar er gebeurt niets en dat heeft voor een stuk te maken met de vervlechting tussen de politiek en de bedrijfswereld. Elke politicus die op nationaal of Europees vlak iets heeft betekend, hoopt na zijn carrière met een parachute in een directieraad of raad van bestuur van een groot bedrijf te belanden. Waarom zou iemand ArcelorMittal wijzen op bepaalde minimumnormen, als hij na zijn post van Europees Commissaris voor Handel dankzij ArcelorMittal een deel van zijn Toscaanse villa kan bekostigen? (Loos doelt op Karel De Gucht, red.)"

Zijn werkende armen de nieuwe slaven?

"Je kan ze zo noemen, maar het zijn gewoon mensen die misbruikt worden, punt. Misschien is 'werkende armen' nog de beste omschrijving: ze werken, maar ze leven onder de armoedegrens.

"Ga in de stad maar eens alle boetieks af en vraag de mensen die aan de kassa zitten of ze betaald worden tot het moment dat ze effectief de winkel verlaten. Het zullen er niet veel zijn. De meesten krijgen een loon tot sluitingstijd, waarna ze nog moeten opruimen en de kassa tellen. Dat is twintig minuten dat je niet betaald wordt. Maar als je het minimumloon verdient en je moet elke week anderhalf uur gratis werken, dan ben je onder de wettelijke minimumnorm aan het werken."

Het woord dat het vaakst lijkt terug te komen in je boek is wanhoop. Volgens jou is het exact de bedoeling van bedrijven om mensen zo ver te drijven, want een wanhopige kan je aan de zotste voorwaarden laten werken.

"Dat klopt. Iemand zei me dat ik door mijn werk in de vleesindustrie mijn normen voor dierenwelzijn wel heel snel overboord gooide. Maar als je 0 euro per maand hebt en je kan wat gaan verdienen door kippen te stapelen, helaas op een niet-diervriendelijke manier, tja. Erst das Fressen, dann die Moral."

Wanneer je je afvraagt hoe asielzoekers het doen, krijg je van de werkbemiddeling te horen dat zij recht hebben op een inburgeringstraject, dat hen naast hun plichten ook op hun rechten wijst. Jij bent ingeburgerd en moet maar slim genoeg zijn om het systeem te doorgronden.

"Het erge is dat er politici zijn die op die manier de ene sukkelaar tegen de andere opzetten. Maar ik moet niet worden opgezet tegen een Afrikaan die een inburgeringstraject volgt en daar voordeel uit haalt. Ik moet ook iemand krijgen die mij helpt, zodat ik op hetzelfde niveau kan komen."

Intussen zijn jullie terug in België. Mislukt in Frankrijk?

"Zo zien wij het niet. Lin en ik hebben gewoon niet genoeg geluk gehad. Bovendien is er een baby bijgekomen, wat het er niet simpeler op maakt."

In je boek raak je het basisinkomen aan. Is dat de oplossing?

"Dat weet ik niet. Ik denk wel dat er een probleem is met het afhankelijk maken van inkomen uit arbeid. Met de toenemende robotisering gaan we sowieso een groep werknemers uit de markt stoten. Maar als er een inkomen is, moet daar iets tegenover staan. Misschien kunnen we het werk zo verschuiven dat we komaf maken met bullshitjobs: middelmanagementjobs waarvan mensen die ze uitvoeren zelf zeggen dat ze overbodig zijn. Zoals mijn eerste jaar aan de universiteit, toen ik dossiers moest opmaken en lezen die weinig meerwaarde hadden en vooral administratieve overlast creëerden. We kunnen mensen nuttiger werk laten verrichten, bijvoorbeeld in de zorg of in het onderwijs, maar daar is dan weer geen geld voor.

"De nabije toekomst ziet er niet goed uit, maar ooit gaat de slinger de andere kant op. Daarom heb ik dit boek geschreven, als waarschuwing: experimenteer niet te veel met mensenlevens, ga niet wild snoeien om daarna tot de vaststelling te komen dat het voor niets was. Meer flexibiliteit, steuntrekkers beperken in de tijd en hen onoordeelkundig activeren is niet de oplossing. Mensen willen gewoon hun gezin te eten geven, de auto afbetalen en een gsm kunnen kopen. Ermee dreigen dat af te pakken is niet de juiste stimulans. Je moet laaggeschoolden beter opleiden, ze minder controleren en meer in hen geloven. Voor een deel ga ik daarom het onderwijs in: ik wil mensen emanciperen, hen sterker in hun schoenen doen staan."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234