Maandag 17/02/2020

5 vragenJan Stoop

‘Reken maar dat de vraag omlaag gaat als een biefstukje 30 euro zou kosten’

Gedragseconoom Jan Stoop.Beeld rv

Mensen zijn meesters in het wegkijken van de misstanden van de vleesindustrie. We praten onze vleesconsumptie veel stelliger goed dan bijvoorbeeld alcoholgebruik, ontdekte gedragseconoom Jan Stoop. Dat vraagt om slimme nieuwe trucs om dat te doorbreken.

Slecht voor het milieu, zielig voor de dieren. Uiteindelijk, zegt gedragseconoom Jan Stoop van de Erasmus Universiteit Rotterdam, zal iedereen met enig gezond verstand het er snel over eens zijn dat dierlijke producten niet bepaald verantwoord zijn. Waarom stoppen we er dan niet mee? Onder meer omdat we onszelf voor de gek houden, beschrijft Stoop in een nieuw onderzoek, dat hij onlangs afrondde.

U heeft gemeten hoe sterk de ‘cognitieve dissonantie’ rondom vleesconsumptie is. Wat is dat eigenlijk?

“Dat is het fenomeen dat optreedt als er wrijving is tussen twee gedachtes. Bijvoorbeeld, zoals voor veel mensen geldt: ik houd van dieren. Versus: ik eet dieren op. Als je die onprettige wrijving wilt oplossen, zijn er twee manieren. Je kunt je gedrag aanpassen, door bijvoorbeeld veganist te worden, of je kunt aanpassen hoe je erover nadenkt, door bijvoorbeeld dingen te zeggen als: ach, we hebben snijtanden, al sinds de prehistorie eten we vlees. Allemaal om jezelf te overtuigen gewoon vlees te eten.”

En u toonde aan dat die zelfmisleiding sterker is bij vlees dan bij andere onderwerpen.

“We hebben voor alcoholconsumptie, immigratie en vlees eten onderzocht: wat is nou de mate van cognitieve dissonantie? Daartoe legden we proefpersonen stellingen voor, zoals ‘het is voor kinderen onmogelijk om gezond op een veganistisch dieet te leven’ – wat onjuist is.”

“Vervolgens moesten onze proefpersonen zeggen of de stellingen wel of niet klopten, en gaven we sommige proefpersonen geld voor het juiste antwoord. Het idee is: als we je omkopen, ben je iets meer bereid tot een andere conclusie te komen dan je gevoel je ingeeft. En dat is inderdaad wat we zien. We kunnen het zelfs in een percentage gieten: we vinden dat de cognitieve dissonantie 13 procent is als het aankomt op vlees, en maar 1 of 3 procent bij alcohol respectievelijk immigratie.”

Waarom is dat belangrijk om te weten?

“De beleidsimplicatie is: als je informatie gaat geven over dierenwelzijn, heeft dat misschien niet zo veel nut als wanneer je bijvoorbeeld informatie geeft over de nadelen van alcohol. Omdat de cognitieve dissonantie bij vlees een grotere rol speelt.”

Hoe doorbreken we ons wegkijken van de nadelen van vlees dan wel?

“Ik denk: met geld. Door vlees en zuivel meer te belasten, en dat geld te gebruiken voor een subsidie op groenten en fruit. Reken maar dat de vraag omlaag gaat als een biefstukje, meer in lijn met de milieukosten, 20 of 30 euro zou kosten.”

Zelf heeft u op uw universiteit een experiment gedaan met ‘nudging’, het subtiel beïnvloeden van gedrag.

“Ik heb gezegd: laten we de lunchservice bij onze vergaderingen standaard veganistisch maken. En als je toch dierlijke producten wilt, kan dat, maar moet je het even bij het secretariaat aanvragen. De reden dat dit soort nudges werken is dat mensen lui zijn: naar het secretariaat gaan kost moeite. Plus dat mensen niet graag tegen de norm ingaan. Als je naar het secretariaat gaat, heb je een stemmetje in je achterhoofd: dit is niet wat de school wil. Vaak blijken mensen dan toch te zeggen: ach, laat maar zitten.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234