Vrijdag 07/05/2021

Reiziger op glanspapier

Twee jaar na zijn lancering verpulvert de Britse editie van het reismagazine 'Condé Nast Traveller' het meest optimistische businessplan. Met Marc Peirs heeft hoofdredactrice Sarah Miller het over "de cocktail van elegante woorden en verleidelijke beelden", de pertinente weigering om journalistenreisjes te aanvaarden en de uiteenlopende reisgewoontes van Amerikanen en Europeanen. "Snobistisch? Wij?"

Als je de advertenties mag geloven leeft de Traveller-lezer in een wereld van horloges van Hermès, tassen van Louis Vuitton en champagne van Dom Pérignon. Voor de verplaatsingen aarzelt hij tussen een vlucht van Swissair en zijn BMW, Saab of Cadillac. Niets van al dat chics is er te merken op de Londense redactie van het blad. Het ploegje van negentien bestaat overwegend uit dertigers in slobbertrui. Aan het ene bureau hapt een redacteur in een belegde sandwich, verderop dollen twee collega's over de uitslagen in het voetbal. Ook hoofdredactrice Sarah Miller is helemaal niet de flamboyante 'It'-girl die je spontaan met dit soort reismagazine associeert. Veel meer dan op glamour drijft Miller op journalistieke ervaring. Als redactrice bij de kranten Daily Telegraph en Sunday Times was ze all over the place in nieuwsverslaggeving, reportagewerk en modejournalistiek. Toen de Amerikaanse Condé Nast Traveler in het najaar van '97 een Brits broertje in het leven wou roepen, klopte de uitgever aan bij Sarah Miller. Of ze hoofdredactrice wou worden? Ze wou. Vooral de beleidslijn truth in travel (de waarheid over de reis) deed haar journalistieke hart sneller slaan: "Truth in travel betekent dat wij geen persreizen aanvaarden. Geen gratis hotels, geen gratis tickets. Nada. Wij betalen alles zelf. Die politiek stelt onze auteurs in staat om absoluut eerlijk te zijn. Is een luxehotel in werkelijkheid een lawaaiige bouwplaats, dan schrijven wij dat ook. Terwijl een reisjournalist die er twee weken gratis mag verblijven, dat probleem misschien verzwijgt. Reizen is voor onze lezers de op één na grootste uitgavenpost. Enkel wonen is nog duurder. Wanneer je lezer zoveel geld uitgeeft aan het product waar jij over schrijft, dan heeft hij recht op correcte informatie. Bovendien maakt de truth in travel- beleidslijn het onze auteurs mogelijk om zich volledig vrij te bewegen. Geen persattaché neemt hen bij de hand om van de ene voorspelbare bezienswaardigheid naar het andere verplichte restaurant te hollen. Wij beleven de reis zoals elke onafhankelijke reiziger ze beleeft. Die onafhankelijkheid geeft ons gezag."

- Overigens is dat een letterlijk duurbetaald principe. Levert het wat op?

"O ja! Dagelijks krijg ik brieven van lezers die het blad als een bondgenoot zien om reizigers te waarschuwen tegen te hooggespannen verwachtingen. Ook de reisindustrie reageert nu positief. Promotoren geven ons tips voor mogelijke stukken en reportages zonder dat ze per se hun eigen naam of product vermeld willen zien. Aanvankelijk stond de industrie wantrouwig. Onze truth in travel-politiek is een heel andere dan die van de modale krant voor wie een aangeboden reisreportage een bonus of cadeautje voor een overwerkte redacteur is (lacht). Maar het fraaiste bewijs dat onze politiek wordt geapprecieerd is de oplage. Het businessplan stelt dat we na vijf jaar een gemiddelde maandelijkse oplage van 70.000 moesten bereiken. Na amper twee jaar zitten we al aan 66.000 verkochte exemplaren per maand."

- De Amerikaanse editie bestaat al sinds '86. Heeft u geleerd uit die elf jaar ervaring van uw Amerikaanse collega's?

"Bij de lancering dacht iedereen dat we stukken van elkaar zouden overnemen! Al snel bleek dat geen goed idee. Europeanen reizen op een heel andere manier dan Amerikanen. Wij reizen vaker, wij gaan weekendjes weg, wij doen citytrips. Een Brit zegt op vrijdagnamiddag vier uur: 'Liefste, laten we een weekendje Rome doen', en hop, het stel stapt het vliegtuig op. Amerikanen gaan ook wel op weekendtrip, maar dan blijven ze in eigen land. Een echte 'grote reis' is iets waar ze lang over nadenken en veel voorbereiding in investeren. Ze 'doen Europa' of ze 'bereizen Azië'. Pijlsnel van de ene plek naar de andere. Bitter weinig Amerikanen reizen überhaupt. Amper elf procent van hen heeft een reispas! Ook het verwachtingspatroon verschilt sterk. Omdat Europeanen vaker reizen, zijn ze makkelijker in de omgang en soepeler in hun verwachtingen. Een Amerikaanse toerist zal sneller alarm slaan: 'Herejee, niet eens een jacuzzi!' (lacht). Europeanen hebben al eeuwen lang ervaring met reizen, met grenzen en verschillende culturele patronen. Dat maakt hen als reizigers toleranter."

- Er gaat geen editie voorbij of Traveller pakt uit met een reportage van een Bekende Brit of een doorwinterde reisschrijver, genre Redmond O'Hanlon, Pico Iyer, Bill Bryson, Ryszard Kapuscinski.

"Het blad moét goed geschreven zijn. Accuraat qua informatie, elegant qua verwoording. De combinatie van fraaie teksten en verleidelijke beelden maakt de kracht uit van het magazine. Woord en beeld moeten bij de lezer het gevoel opwekken van 'jàà, dààr wil ik heen, dààr wil ik zijn, ik wil in dat water duiken, ik wil op de rug van die olifant zitten'. We vertellen over het plezier van het reizen en niet alleen over de pro's en contra's van de bestemming. Waarom zou ik aan een ervaren reisjournalist vragen om voor de honderdste keer een achtergrondstuk te maken over Spanje? Ik wil veel liever iemand op pad sturen die nooit eerder daar of daar in Spanje was. Iemand die net als de lezer met verbaasde blik kijkt en die betovering goed kan verwoorden. Dàt stuk wil ik lezen. Dat is journalistiek." - Een snobistische versie van een literair reportagemagazine?

"Traveller is niét snobistisch. Het blad is elegant en exclusief, maar niet in de betekenis van 'buitensluitend'. Exclusief ja, excluding nee. We geven een heel spectrum van reismogelijkheden voor even zoveel budgetten. In het februarinummer gaan de grote reportages over Seattle, Kenia, Venezuela en Madagascar: van stad tot platteland, van overbekend tot verrassend, van makkelijk bereikbaar tot avontuurlijk. In elk nummer wil ik plaatsen die prikkelen en onbekend zijn, maar ook bestemmingen die binnen ieders bereik liggen - Luxor, de bekende wintersportstations, Venetië. Iederéén gaat tegenwoordig naar Venetië. Niet iedereen logeert in een duur palazzo, maar iedereen kan er een kop koffie in de lobby drinken. Het blad moet het midden houden tussen een exploratiemagazine zoals National Geographic, een nieuwsmagazine zoals Time en dereisbijlage van een krant."

- Een van de vaste ingrediënten blijft de avontuurlijke reis over ongebaande paden naar de ongerepte bestemming. Met de democratisering van reizen en de toenemende mobiliteit blijven er alsmaar minder ongebaande paden, laat staan ongerepte bestemmingen over. En hoe meer mensen erheen trekken, des te minder ongerepte natuur en cultuur er overblijft.

"We zijn ons scherp bewust van de risico's. En van de verantwoordelijkheid als reisreporter. We gaan op zoek naar invalshoeken die de lezer duidelijk maken dat er grenzen zijn aan de toeristische exploitatie van regio's. Zo hebben we zeer graag een stuk gebracht over de maatregelen om het bouwen op Ibiza aan banden te leggen. Vanzelfsprekend geven we informatie over problemen met de natuur, overbevolking, culturele botsingen, enzoverder. Dit is een mooie maar kwetsbare planeet. Ons reisgedrag mag de kip met de gouden eieren niet slachten. Daarom geven we bij veel stukken een lijstje tips mee; do's en dont's voor op reis. We schrijven niet alleen 'kijk eens wat leuk, ga erheen', maar ook 'let op met wat je doet'. Het magazine is leuk, maar het is niet oppervlakkig. Onze lezers weten trouwens best zelf wel dat reizen meer betekent dan achterover geleund in je strandstoel een frozen daiquiri drinken. Ze vormen een pretty smart bunch."

- Kijk naar het fenomeen cruises of wintersport. Nauwelijks vijftien jaar geleden waren dat reizen voor een happy few, vandaag zijn die trips in het bereik van velen gekomen. En de prijzen voor de vliegtickets zitten in vrije val. Juicht u die evoluties toe?

"Hoe meer reizen, des te beter, bedoel je? Nee. Ik zie de problemen wel. De consument wordt vaak bedot. Neem de reizen die via het internet worden aangeboden. Boek niet op internet, tenzij via een site van een reisorganisatie die je al kent van vroeger. Maar de grootste zorg gaat natuurlijk uit naar de draagkracht van de natuur en de lokale culturen. Ik ken heel wat plekken waarover ik nooit, écht nooit een artikel zal plaatsen, omdat ze té fragiel zijn om toeristen te ontvangen. Maar fundamenteel ga ik er van uit dat we de toename van het aantal reizen en reizigers niet zullen terugschroeven. Wel geloof ik in regelgeving om de gevolgen te beheersen. Gaan er meer mensen op cruise en komen er meer cruiseschepen, zorg er dan voor dat de boten de troep aan boord niet in zee dumpen en dat de duikers de koraalriffen niet aantasten. (Denkt na) Ik ben wel bezorgd over de trend om reizen en reisbestemmingen steeds meer als lifestylekeuzes te interpreteren, los van de culturele en geografische betekenis van de bestemming in kwestie. Ik ben achtendertig, ik heb een zoon van vijftien uit mijn vorig huwelijk en een kind van zes met mijn nieuwe vriend. Ik wil met die nieuwe vriend en de kinderen op reis, dus zoek ik een plek met veilige disco's voor de tienerzoon, een zwembad en een dierentuin voor de kleinste en romantische restaurants en een plak cultuur voor mijn nieuwe vriend en mezelf. Waar kan ik heen zonder malaria op te lopen en zonder beroofd te worden? Dàt zijn de parameters waarop mensen hun reizen afstemmen. De kenmerken van de bestemming worden almaar belangrijker. De reis als ontdekking wordt van ondergeschikt belang. Ook daar moeten we in het blad rekening mee houden. We moeten de lezer praktische informatie meegeven, terwijl het verhaal over de reis voor mij de journalistieke meerwaarde geeft."

- In Groot-Brittannië heeft u een rijke traditie inzake journalistiek-literaire reisliteratuur. Bejaarde heren zoals Eric Newby en Norman Lewis zetten de toon, in de jaren tachtig namen schrijvers als Redmond O' Hanlon, Colin Thubron en Pico Iyer de fakkel over. Maar als ik nu in de Londense boekhandels kom, zie ik dat reisliteratuur naar een achterafplekje is verbannen.

"Misschien ben ik te optimistisch, omdat ik natuurlijk veel aandacht heb voor al wat reisliteratuur is. En misschien is de aandacht voor reizen wel tijdelijk, omdat het Britse pond zo sterk staat dat meer Britten dan ooit kunnen reizen. Maar nooit eerder waren er meer literaire prijzen voor reisschrijvers en nooit eerder hebben de kranten zoveel aandacht besteed aan reisjournalistiek. Sinds Condé Nast Traveller is gelanceerd, hebben The Observer en The Guardian een eigen reisbijlage. The Telegraph heeft de zijne opgewaardeerd terwijl The Times de reisbijlage van onder het stof heeft gehaald. De kranten zijn hier geduchte concurrenten, veel meer dan de tijdschriften. En jong talent in het genre is zeker voorhanden. Ik denk aan Francis Strufford, die voor ons werkt en die een werkelijk spectaculaire nieuwe schrijver is. Nee, ik heb geen enkele reden om pessimistisch te zijn."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234