Zondag 17/01/2021

'Reis nooit als een zeikerige, ontevreden toerist'

Tommy Wieringa schreef met Honorair kozak een subliem reisboek. De verhalen spelen zich af in de driehoek tussen Addis Abeba, Odessa en Aruba en hebben met elkaar gemeen dat ze de lezer op lichtvoetige maar diepmenselijke wijze ter bestemming brengen. 'Waar je ook bent, kijk rond alsof je in de schatkamers van het Vaticaan bent.'

Tommy Wieringa (°1967) houdt van koffie. Met zijn espressomachine gaat hij bedachtzaam te werk. We praten alvast over zijn mooie huis aan de vaart, waar hij samen met zijn vrouw en twee dochtertjes woont. Ruime woonkamer, veel licht en een bibliotheek waarvoor je een winter zou thuisblijven.

Beetje gek, want Amsterdam ligt op amper zeven kilometer en toch is dit diep platteland. De opmerking roept bij Wieringa een herinnering op. "Enkele jaren geleden maakte schrijver Abdelkader Benali een televisieportret over mij. We zaten naast elkaar in de wagen, op een zandpad ergens tussen de velden in Twente. Te wachten tot de cameraploeg ons het signaal gaf om weg te rijden.

"Het was tijdens de Arabische Lente en Abdelkader was voortdurend met zijn smartphone in de weer. Hij stond in contact met enkele vrienden op het Tahrir-plein. Kwam daar een boer met zo'n korte borstelkop naar ons toe gestapt. Genoeglijk leunde hij op de deurpost van onze auto. 'Wat doen jullie hier?', vroeg hij met een zwaar accent. Ik legde uit waarmee we bezig waren, waarna die boer een heel verhaal begon te vertellen over hoe hij tijdens de Tweede Wereldoorlog Joden in zijn boerderij had verborgen. Hij had daarvoor nog een onderscheiding van Eisenhower gekregen.

"Hij wees naar zijn boerderij en vertelde dat hij nooit buiten een straal van vijf kilometer van zijn erf was geweest: niet om zijn vrouw te zoeken, niet om zijn koeien te kopen, niet om een tractor te vinden. Vanuit zijn boerderij had hij de hele wereld binnengetrokken.

"Ik vond dat van zo'n prachtige taoistische eenvoud. Toen we wegreden, zei ik tegen Abdelkader: 'Heb je dat gehoord? Fantastisch verhaal, toch?' Hij schrok op: 'Sorry, ik heb niet meegeluisterd. Eerlijk gezegd: ik kon die boer niet zo goed verstaan.'"

Wieringa begint hardop te lachen. "Om maar te zeggen dat schrijvers hun voedsel op veel verschillende manieren kunnen vinden. Die boer had me de wereld getoond, maar Benali was met zijn smartphone even intens bezig met diezelfde wereld."

Wieringa, zo zal tijdens het gesprek blijken, is op dit vlak een hybride wereldreiziger. Hij laat zich met plezier een tijdlang aan zijn mooie huis kluisteren, maar zwerft met even groot genoegen door het Ethiopische hoogland, het Hongaarse platteland of de straten van Odessa, Berlijn en Brussel.

Wolvenkind

Die gave om met genot door de wereld te trekken heeft Wieringa van zijn moeder. Zijn nieuwe boek is aan haar opgedragen. 'Voor mijn moeder die me smaak voor de wereld gaf', luidt de ode aan het begin van het boek. Wieringa: "Hiermee snijdt u meteen een heel intiem onderwerp aan. Want het gaat slecht met mijn moeder. We hebben net te horen gekregen dat ze nog maar kort te leven heeft. Dit is het laatste boek dat ik aan haar kan opdragen en ik doe het dan ook met heel veel overtuiging. Mijn vader is meer een huis-tuin-en-keukenman. Maar mijn moeder heeft tot een jaar of twee geleden de hele wereld bereisd. Egypte, Nepal, India; landen vooral waar ze veel wierook branden en tot meerdere goden bidden.

"Zij heeft zich nooit tevreden kunnen stellen met die straal van vijf kilometer. Het was ook op haar instigatie dat we destijds naar de Antillen zijn verhuisd. Ik was twee jaar en mijn moeder spoorde vader aan om een baan op Aruba te accepteren. Maar ook na onze terugkeer in Twente was ze vaak de baan op. Ze werkte voor de ECI-boekenclub, de Benelux was haar verkoopterrein. Ze was een van de beste verkopers. Mijn moeder heeft charisma. En hoge, rode laklaarzen. Een echte verschijning.

"Dat is nu allemaal voorbij. Het is nog een kwestie van een paar maanden. Het is niet eenvoudig om je tegenover zo'n reusachtige mededeling te verhouden. Afgelopen zaterdag was ik bij haar en had ik het gevoel dat ze zich nog steeds midden in het leven bevond. Maar weldra komt dat grote onderbreken en ik slaag er niet in me dat voor te stellen. Het betekent dat ik haar binnenkort niets meer kan vragen. Over vroeger. Over hoe het nu ook alweer precies was op Aruba. Een stuk waarheidsgehalte van mijn jeugd zal wegvallen."

Langzaam glijdt het gesprek naar Aruba. De naam van het eiland in de Antillen was al een paar keer gevallen. Het is de plaats waar Wieringa als tweejarige dankzij zijn moeder terechtkwam, maar die hij zes jaar later vanwege een zwaar ongeluk moest verlaten. In zijn boek beschrijft Wieringa hoe hij Aruba dertig jaar na zijn abrupte vertrek opnieuw bezocht. Sommige dingen waren herkenbaar, andere helemaal niet. Dat zorgde voor een vreemd gevoel. 'De wereld heeft geweigerd voor mij haar adem in te houden', schrijft Wieringa.

Wat verder beschrijft hij hoe hij zich met zijn meter negentig in zijn vroegere schuilplaats tussen rotsblokken probeert te persen. 'Ik kruip naar binnen, wring me terug mijn vroegere leven in, maar kom vast te zitten met mijn schouders. De verloren tijd laat me niet binnen. Achterwaarts kruip ik door het stof terug. De steen baart een middelbare man.'

Wieringa vertelt hoe hij op Aruba als een soort wolvenkind leefde. "Ik had een oneindige ruimte tot mijn beschikking. Dat is de oerherinnering: ruimte, ruimte, ruimte. Een hemelkoepel boven je hoofd met een oneindig zicht.

Cactussen, dor struikgewas, bomen die allemaal in dezelfde richting groeien vanwege de passaatwind en de geur van dat droge stof. Voor mij was het een paradijs. Die herinneringen blijven aan me trekken. Een jaar of vier geleden was ik met mijn vrouw op Curaçao, dat andere Antilliaanse eiland. Ze vertelde me dat ze me nog nooit zo plezierig had meegemaakt. Ik voelde me meteen opnieuw opgenomen; alles werd makkelijker, ik had geen zware Europese gedachten meer. Tegenwoordig ga ik minstens een keer per jaar naar Curaçao. Ik ben nog net niet zover dat ik er een huis ga kopen."

Treurig land

Om het verhaal te vervolledigen, vertelt Wieringa over het dramatische afscheid van de Antillen. "Ik was negen jaar oud. Ons witte huis stond op een heuvel. Ik had een fiets waarop ik zeer trots was. Die dag zag ik beneden een groep scholieren stappen. Ik wou pronken met mijn fiets en reed full speed de heuvel af. En toen kwam die pick-uptruck."

Hij slaat zijn handen tegen elkaar. "Bang! Afgelopen! Mijn heupfractuur was dermate gecompliceerd dat ik voor medische zorgen naar Nederland moest. Eerst dachten we dat ons verblijf maar tijdelijk zou zijn, maar mijn herstel sleepte heel lang aan. Tijdelijk werd definitief. Ik kende Nederland helemaal niet en mijn eerste gevoel was: 'Oh, mijn god, wat een grijs, regenachtig, treurig land. Stel je voor dat je hier je hele leven moet wonen.'

"Ik werd hier uitgeworpen in een soort buitenste ring der grijze duisternis. En dan die huizenrijen van rode baksteen: zo deprimerend vond ik dat. De ruimte die voortdurend onderbroken wordt door beton en bakstenen. Nederland benam mij de adem. Ik herinner me die periode als een heel langdurige, sombere tijd."

Dat verdriet verdween heel langzaam, nu is het weg. "Vorige week realiseerde ik me nog hoe gelukkig ik tegenwoordig ben onder deze grijze hemel. Nu ben ik zelfs verliefd op die hemel met al zijn tinten grijs. Ik ben misschien wel Nederlandser geworden dan de Nederlanders die voortdurend over dat grijs zitten te kankeren. Maar ik prijs me gelukkig dat ik zowel de Antillen als Nederland tot mijn beschikking heb.

"Eerst leefde ik met een teen in de wereld van Gabriel García Márquez. Want daar kom ik vandaan. Als je op Aruba de Hooiberg beklimt, kun je het vasteland van Zuid-Amerika zien. En met een heel goede verrekijker kun je misschien wel Aracataca zien liggen, de geboorteplaats van García Márquez. Toen ik jaren geleden mijn roman Joe Speedboot publiceerde, schreef een journalist een recensie met als titel: 'Gabriel García Márquez in de polder'. Ik was blij met dat compliment. Dat lichtvoetige, die vrijheid van vertellen, heb ik inderdaad van het land van Márquez, stel ik me voor, maar tegelijk heb ik ook de polder en Europa in mijn lijf."

Dat Europa is een van de hoofdrolspelers in Wieringa's jongste reisboek. "Toen ik jong was, had ik van die Rimbaud-achtige fantasieën en ging ik het altijd zover mogelijk zoeken. Ik reisde naar Harar, naar Djibouti, net als Rimbaud. Dat is allemaal spannend en ongemakkelijk, maar eigenlijk zou je dat pas mogen doen als je eerst Europa hebt verkend. Europa is zo rijk en heeft zo veel te bieden.

"Ik ben steeds liever op dit continent en dat heeft echt niet alleen te maken met mijn middelbare leeftijd en het feit dat ik nu twee dochtertjes heb. Het heeft ook te maken met een waardering voor de geschiedenis van Europa. Ga maar eens kijken in Sofia. Of in Odessa. Die steden lijken ver weg en toch voel je je daar als Europeaan meteen thuis."

Wieringa vertelt dat je wel moet vermijden die plaatsen als een "zeikerige, ontevreden toerist" te bezoeken. "Reizen doe je het best volgens een principe dat bijna brutaal van simpelheid is: je moet het leuk vinden om op een bepaalde plaats te zijn, je moet er plezier in scheppen om dingen uit te zoeken, ook al liggen ze niet meteen aan de oppervlakte. Een reiziger moet alert zijn, nieuwsgierig, op zijn hoede, een beetje op de tippen van zijn tenen leven; pas dan wordt het leuk.

"Dichter Rainer Maria Rilke schreef ooit dat je altijd goed moet rondkijken en dat je het je nooit mag beklagen op een bepaalde plek te zijn. 'Want voor de scheppende geest is er geen arme, onbelangrijke plaats.' Dat advies neem ik ter harte, waar ik ook ben. Je moet kijken alsof je in de schatkamers van het Vaticaan bent."

Lillo

Voor zichzelf hanteert Wieringa nog een tweede reisprincipe: ga eerst naar het platteland en sluip pas daarna richting stad. "Het is iets wat ik pas na veel reizen heb ontdekt: als je uit een station of een luchthaven komt, ga dan zo snel mogelijk naar het platteland. Daar leer je een land echt begrijpen. Met die kennis kun je dan met een gerust gevoel naar de stad oprukken.

"Jarenlang deed ik net het omgekeerde: eerste de stad en daarna de rest. Dat was vaak een chaotische, verwarrende ervaring. Zo'n Afrikaanse metropool als Addis Abeba was eigenlijk totaal onbegrijpelijk. Maar zelfs steden als Parijs of Kiev. Ik ben daar vaak in een staat van halve paniek geraakt. Ja, misschien heeft het wel te maken met het feit dat de mens zijn wortels heeft op het platteland en pas later in de geschiedenis stedeling is geworden. Dat is een natuurlijke beweging."

Wieringa probeerde de theorie ooit uit op een groep studenten die hij tijdens een verblijf in Berlijn onder zijn hoede had. "Ze kwamen uit heel verschillende landen: Polen, Oekraïne, België. Maar allen voelden ze zich in de eerste plaats stedeling: met hun wifi-cafés, hun iBooks, hun caffè latte's. Ik vroeg hen om een literaire tekst te schrijven over hun wortels, over de plaats waar hun ouders en grootouders vandaan kwamen. En over wat die origine over hen vertelde.

"Aanvankelijk vonden ze dat een vervelende oefening. Ze keken ertegenop omdat ze allemaal stedeling wilden zijn. Maar ik drong aan, waarna ze toch aan de slag gingen. Het resultaat was een reeks mooie en verrassende teksten. Er was een Vlaams meisje bij van wie de grootvader in Lillo was geboren; het polderdorp aan de Schelde dat moest verdwijnen voor grote fabrieken. Ze had haar grootvader vanuit Berlijn een brief geschreven, en haar grootvader had haar geantwoord."

Wieringa veert recht en gaat op zoek naar zijn computer. "Ik wil je die tekst letterlijk voorlezen, want hij is prachtig. Kijk, hier is hij. Even goed luisteren. 'Als je door de Tijsmanstunnel ten noorden van Antwerpen rijdt, dan in het midden uitstapt en door het plafond een gat boort, kom je ongeveer terecht op de plaats waar vroeger het bed van mijn grootvader stond', schreef die studente.

"En haar grootvader antwoordde: 'Wat had ik graag op ons boerderijtje blijven wonen. We hadden er 38 grote fruitbomen. Ik zou de hele familie voorzien hebben van appels, peren, pruimen, noten, kersen. Ik zou jullie allemaal uitnodigen om lange wandelingen te maken door le plat pays, ik zou jullie vertellen hoeveel ik van mijn polder hield en ik zou nog veel meer vertellen over mijn vader en mijn moeder met haar oneindige fantasie. Maar het lot heeft er anders over beslist. Het is allemaal voorbij. Spijtig.'

"Toen de studente de brief had voorgelezen, werd het stil. Ontroering. Niet veel later was hij dood, schreef ze me. Die hele Europese geschiedenis kwam daar in de collegezaal tot bloei. Dit continent is een groot web van gedwongen verplaatsingen ten gevolge van oorlogen, deportaties en onteigeningen. Die drama's deden zich niet enkel voor in landen als Oekraïne en Polen, ook in Lillo was de pijn groot en verhingen boeren zich aan de hanenbalk. Zulke gebeurtenissen laten zich niet uitwissen; ze bepalen nog steeds wie we zijn."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234