Zondag 19/01/2020

Reis naar het hart van beatland

Bezweet en ongeschoren arriveren we in San Francisco, in het spoor van Jack Kerouacs cultklassieker 'On the Road'. Hier ligt het spirituele hart van de beatgeneratie, en het klopt nog altijd.

an Francisco is letterlijk het eind van de weg. De stad is gebouwd op de zeven heuvels van een schiereiland, aan de rand van de Stille Oceaan, aan drie kanten omringd door water. Toen Jack Kerouac, de chroniqueur van het Amerikaanse asfalt, er voor het eerst aankwam, werd hij bevangen door een dubbel gevoel. Opwinding, maar ook: "end of land sadness". Hij wist: het was tot hier en niet verder.

Iedereen heeft zijn eigen verhaal over arriveren in 'Frisco'. Ik kwam er aan in een minimaal gezelschap van avonturiers. We waren zojuist met ons drieën het Amerikaanse vasteland overgestoken, van de oost- naar de westkust, in het spoor van Kerouacs klassieke en nu eindelijk verfilmde roman On the Road (1957). We stonken en waren ongeschoren: de reis had zijn vieze voeten aan onze gezichten afgeveegd. Daar stonden we, op een uitkijkpost die uitzicht bood op de stad, het rode metaal van de Golden Gate Bridge, op Alcatraz en Angel Island, twee pukkels in een druk bevaren baai. We trokken een goedkope fles champagne open en proostten. Niet veel later werden we lastiggevallen door een evangelische predikant die, bijgestaan door een tweetal schandknapen, ons vloekend en tierend probeerde te overtuigen van de terugkeer van de Lord Jesus. Hij leek zo weggelopen uit een desoriënterende knip-en-plak-roman van William Burroughs.

De afgelopen jaren is, dankzij een aantal jubilea en verfilmingen, een ware opleving gaande van interesse in de beatcultuur van de jaren vijftig. De beweging, die geen beweging wilde zijn, ontstond rond een groep jonge rebellen die zich vrij wilden vechten van de verstikkende moraal van naoorlogs Amerika. Kerouac, Burroughs en Allen Ginsberg waren de literaire hogepriesters: vaderloze figuren die het ruime sop van de Amerikaanse weg kozen, op de opzwepende klanken van de bebop, het dashboardkastje afgeladen met drank, marihuana, benzedrine en aantekenboekjes. De wieg van de beweging lag in New York, rond Times Square, indertijd een plek vol ongure café's en pornobioscopen. Maar het spirituele hart van de beweging klopte in North Beach, San Francisco. Sterker: daar klopt het nog altijd.

Het epicentrum van beatland ligt op het kruispunt van Broadway en Columbus, midden tussen de charmante houtbouw van North Beach. Op dat kruispunt, schuin tegenover elkaar, vind je de legendarische City Lights boekwinkel en het Beat Museum, dat in 2006 de deuren voor het publiek opende.

wees verliefd op het leven

Wie weemoed voelt naar de tijd van wilde maar belezen mannen die zich ophielden aan de rafelranden van de maatschappij, is in het Beat Museum aan het goede adres. Het omvat een zaal met memorabilia, oude edities, teksten in facsimile, foto's van kernleden van de beweging en hun even kleurrijke entourage. Een hoek is ingericht als schrijvershol - een platenspeler, en gammel bed, een stoel en typemachine.

De ruimte is een replica van Allen Ginsbergs bedompte appartement aan 1010 Montgomery Street, de plek waar hij het baanbrekende gedicht Howl schreef. Ginsberg woonde er met zijn geliefde Peter Orlovsky, in de maanden nadat hij, op advies van zijn psychiater, zijn vriendin had gedumpt en zijn baan als marktonderzoeker had opgegeven. Frequent bezoeker Jack Kerouac had er zijn 'regels voor spontaan proza' aan de muur geprikt. (2. Submissive to everything, open, listening. 4. Be in love with yr life.) Alles draaide voor de beatschrijvers om het nú vastleggen van pure, ongekuiste emotie. Ervaringsliteratuur.

Waar het Beat Museum de dode geschiedenis eert, belichaamt City Lights ook de levende geschiedenis. Deze boekwinkel is een licht claustrofobisch doolhof waarvan elke vierkante centimeter benut is om boeken te stallen. De winkel bezit een deskundige collectie op álle terreinen, maar in het bijzonder op het vlak van de beatgeneratie, waarover de bijbehorende uitgeverij nog geregeld publiceert. Het is, zoals beathistoricus Bill Morgan schreef, "een plek waar wijze mannen komen vissen". De winkel annex uitgeverij werd in 1953 opgericht door de dichter Lawrence Ferlinghetti (1919) die er nu en dan nog steeds werkt. Ferlinghetti waagde het in 1956 Ginsbergs Howl uit te geven, een scharniermoment in de Amerikaanse literaire geschiedenis. De koortsachtige en maatschappijkritische tekst trof het establishment met de kracht van een voorhamer. "I saw the best minds of my generation destroyed by madness, starving hysterical naked, / dragging themselves through the negro streets at dawn looking for an angry fix, / angelheaded hipsters burning for the ancient heavenly connection to the starry dynamo in the machinery of night."

collectief delirium

De goegemeente was vooral niet gediend van Ginsbergs expliciete beschrijving van (homo)seks en drugsgebruik. Het in Engeland gedrukte boek werd in beslag genomen en onderwerp van een spraakmakend proces, dat het hart vormt van de film Howl (2010). Niet alleen de inhoud van het gedicht was obsceen, aldus de tegenstanders, zelfs de manier van schrijven was verdacht. Ferlinghetti, die gearresteerd werd, verdedigde de uitgave met vuur. "Niet de dichter is obsceen, maar wat hij waarneemt. Het grote obscene braakland van Howl bestaat uit het treurige afval van de gemechaniseerde wereld, verloren te midden van atoombommen en krankzinnig nationalisme." City Lights won de rechtszaak, waarmee speelruimte werd gecreëerd voor een heel nieuw soort literatuur, waaronder ook Kerouacs On the Road en Burroughs Naked Lunch (1959).

Mythisch is de eerste keer dat Ginsberg Howl voor publiek voordroeg. Het gebeurde op 7 oktober 1955, op een literaire avond in de Six Gallery. Ginsberg was niet de enige die die avond optrad - ook bekende beatdichters als Gary Snyder en Philip Lamantia stonden op het programma. Kerouac was aanwezig, maar te nerveus om zelf op te treden: hij joelde dronken aanmoedigingen. Allemaal waren ze getuige van de enige poëzievoordracht uit de literaire geschiedenis die de impact had van een rockconcert. Dichter en publiek raakten bevangen door een collectief delirium.

Het gebouw waar de Six Gallery gevestigd was, 3119 Fillmore Street, is sinds die legendarische avond veelvuldig van functie veranderd. Een paar jaar terug zat er nog een Indiaas restaurant, inmiddels is er weer een lik verf overheen gegaan, in afwachting van een volgende bestemming. Het enige wat aan de geschiedenis herinnert is een plaquette. De in dezelfde straat gelegen Matrix Night Club bestaat nog wel - daar trad de psychedelische rockband Jefferson Airplane voor het eerst op. Verder is Fillmore een weinig opmerkelijke winkelstraat, met wasserette, pizzeria en een FedEx-kantoor. Ik kon de exacte locatie terugvinden dankzij Bill Morgans The Beat Generation in San Francisco. Het is een gedetailleerd naslagwerk, inclusief wandelroutes, waarin alle stamcafés, appartementen en galeries staan die een rol hebben gespeeld in de geschiedenis van de beatbeweging. Wie met dat boek in de hand door de stad loopt, ziet wat je op het eerste oog nog ontgaat: hoe diep de beat in de poriën van de stad is doorgedrongen.

Ik vraag me af: ook als je geen weet hebt van al die historische locaties, huist de geest van de beat dan nog in de stad? Vóél je de beat? Hoewel de stad behoorlijk is opgeknapt sinds de jaren vijftig, tref ik nog steeds grote stukken aan die de romantische morsigheid hebben die je met de beatgeneratie associeert. Het is bovendien een stad die extreem veranderlijk is, en je daardoor voortdurend bewust maakt van het moment. De ene minuut schijnt de zon, de volgende kruipt dikke zeemist over de glooiingen de stad binnen of hangen er grauwe vitrages van regen over heuvels.

kleurig Én sinister

De stad is de kleurigheid van de hippies en het sinistere van gothic horror samen. Je kunt onderweg zijn, zónder onderweg te zijn, soepel van de ene wereld de andere inglijdend. De horden toeristen bij Fisherman's Wharf ontkomen niet aan de zwerver die bedelt voor kattenvoer; wie in het chique Hyatt slaapt, is niet ver weg van de ongure wijken ten zuiden van Market Street. Net als Kerouac heeft San Francisco mijn hart gestolen. Ik zal de stad blijven bezoeken, met of zonder literaire wandelgids in de hand. Maar evenmin als Kerouac ontkom ik er aan end of land sadness. Wanneer onderweg zijn synoniem is voor vrij zijn, voor leven, dan is het eindstation bereiken synoniem voor doodgaan. In San Francisco verwerkten en deelden de beatschrijvers hun ervaringen. Maar niemand bleef er lang. De weg roept.

The Beat Generation in San Francisco, Bill Morgan, City Lights, 2003.

De eenzame snelweg, in het spoor van Jack Kerouac, Auke Hulst en Raoul Deleo, Meulenhoff. Enkel bestelbaar via info@aukehulst.net

01 The Golden Gate Bridge viert dit jaar zijn 75ste verjaardag.

02 Iconische figuren van de beatgeneratie: schrijver Jack Kerouac (links op de foto midden) en dichter Allen Ginsberg (links onder).

03 In The City Lights- boekwinkel annex uitgeverij vind je een massa literatuur over en van de beatschrijvers. Hier kwam in 1956 Ginsbergs subversieve gedicht Howl uit.

tekst Auke Hulst

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234