Maandag 26/10/2020

Regisseur van zijn American dream

Michael Moores documentaire Fahrenheit 911 over de relaties tussen de familie Bush en het Saoedische koningshuis belooft de Amerikaanse verkiezingscampagne zo te tekenen dat zelfs de Democraten ongerust zijn. 'Is Moore een geniale gekscheerder of een gevaarlijke ideoloog?', vragen ze aan de vooravond van de vertoning in Cannes.

Maarten Rabaey

Hoe een dollarcent rollen kan: een journalist van de Franse krant Le Monde probeerde onlangs Michael Moore te interviewen. Het werd een vruchteloze onderneming. Net zoals de regisseur vijftien jaar geleden voor zijn fel bejubelde docudrama Roger and Me vruchteloos de ceo van General Motors probeerde te klissen voor een gesprek, terwijl zijn arbeiders uit hun huis werden gezet, werd de man door de assistente van het kastje naar de muur gestuurd. "Hij is te druk bezig met het afwerken van zijn nieuwe film." "O, wat jammer nou, u bent net te laat om te worden uitgenodigd voor zijn vijftigste verjaardagsfeestje op 23 april." "Nee, zijn privé-adressen in New York en Michigan zijn echt privé hoor."

Er is dan ook veel veranderd in het leven van Michael Moore sinds hij zich in 1989 met zijn cameraploeg opwierp als verdediger van de collectief ontslagen werknemers van de GM-fabrieken in zijn geboortestad Flint, Michigan. Twee jaar nadat hij gelauwerd werd in Cannes voor zijn documentaire Bowling for Columbine, over de waanzin van het vrije wapenbezit in de VS, wil hij komende maandag opnieuw schitteren op de Croisette in Cannes, waar zijn nieuwe film Fahrenheit 911, The Temperature at Which Freedom Burns opgenomen is in de officiële selectie.

In de documentaire schiet Moore met scherp op het Witte Huis, dat hij verwijt medeverantwoordelijkheid te dragen voor de aanslagen van 11 september 2001 vanwege zijn langdurige, omstreden, relaties met het Saoedische koningshuis en de steenrijke familie Bin Laden, wier verstoten neefje Osama beschouwd wordt als geestelijke vader van de 9/11-aanslagen. Moore stelt scherpe vragen bij het overhaaste vertrek van verschillende Bin Ladens uit de VS in de uren na de aanslagen, en dat met de hulp van het hoogste regeringsniveau.

Op zich is die informatie niet nieuw - Moore baseerde zijn film op het boek van Craig Unger, die hij uren interviewde - maar in een land waar een beeld met creatieve oneliners meer zegt dan duizend woorden kan hij wel, meer dan wie ook, het kiezerskorps sturen. Niet de Democraat John Kerry maar Moore wordt daarmee de luis in de pels van Bush in de campagne voor de presidentsverkiezingen van november. Dat Moore in staat is om Bush pijn te doen, bewees hij in 2002, toen hij zijn Oscar voor Bowling in ontvangst nam en tijdens zijn speech de president voor miljoenen kijkers de mantel uitveegde voor diens oorlog tegen de terreur. "We zijn tegen deze oorlog Mr. Bush!", scandeerde hij. "Schaam u!"

Hoe gevreesd hij wordt, bleek vorige week al. Nog voor de eerste vertoning bereikte Fahrenheit 911 al een cultstatus omdat distributeur Miramax van moederhuis Disney een verbod kreeg om de film te verspreiden in de VS. Disney is bang zijn miljoenen dollars belastingvoordelen te verliezen in Florida, waar Jeb Bush, de broer van de president, gouverneur is. In conservatieve zakenkranten zoals The Wall Street Journal maakten columnisten al brandhout van de film zonder hem gezien te hebben. "Wat is het vervolg?", sneert Moore op zijn website, "'ik kan de film niet zien, ik kan de synopsis niet zien, dus recenseer ik maar de poster!?' Ik maak me echt zorgen dat Fahrenheit 911 gezonde mensen gek maakt." Voor het 'Mickey Mouse-management' had hij een laconieke uitsmijter in petto: "Veranderde Disney in Pinocchio?" Moores directe stijl is zijn waarmerk. Daar heeft hij zichzelf van jongs af in geschoold.

Als zoon van een GM-arbeider met Ierse familiewortels en een diepgelovige kantoorbediende kende hij in Flint, Michigan, een relatief onbezonnen jeugd. De golden sixties blonken: iedereen in zijn streek had werk, en een GM-gezinswagen. Tot Vietnam kwam. In 1968, een jaar waarin duizenden jongeren opgeroepen werden om als dienstplichtige te gaan vechten in de jungle, ging Moore als veertienjarige snaak een jaar school lopen aan een katholiek seminarie. Het verzet van de priesters tegen de zinloze oorlog tekent hem tot vandaag. Maar zo lovend hij is over de pacifisten, zo kritisch is hij voor de kerkelijke hiërarchie. Al op zijn lyceum deed hij volgens het tijdschrift The New Yorker van zich spreken door een artikel te publiceren waarin Jezus, na van zijn kruis te zijn afgedaald, door enkele bewoners van Flint weer aan het kruis wordt genageld. Op zeventienjarige leeftijd voerde hij campagne voor de klassenraad met de slogan 'ontsla de directeur!' Moore werd verkozen, de directeur stapte enkele maanden later op. Moegetergd door de klassenraad.

De grauwe arbeidersbuurten van Flint waren voor Moore niet de vrolijkste plek in de VS om adolescent te zijn maar werpen vandaag wel vruchten af als ideale biotoop voor zijn eigenzinnigheid. Naast de -ter ziele gegane - GM-fabrieken (en de satirische tekenfilmserie Southpark) kent de regio maar één grote werkgever: wapenproducent Lockheed Martin. Niet toevallig geeft hij dat bedrijf in Bowling mee de schuld voor de militarisering van de jeugd, wat in april 1999 twee tienerjongens na een bowlingpartijtje dreef tot de moord op twaalf medestudenten, een leraar en hun eigen zelfgekozen dood in de Columbine High School te Littleton, in de staat Colorado.

'Wij hebben een collectief mentaliteitsprobleem. Wij hebben iets dat als het ware in ons culturele dna zit", zei Moore daarover in 2002 aan De Morgen-journalist Jan Temmerman. "We hebben een cultuur van angst gecreëerd en we hebben de machthebbers toegelaten om ons via die angst te manipuleren, zodat ze hun eigen zin kunnen doen. Dat is het echte probleem dat we moeten aanpakken: we moeten van die idiote angst af. Er bestaat natuurlijk zoiets als 'rationele' angst. Net als de dieren hebben wij instincten die ons waarschuwen wanneer we bang moeten zijn en dat is een goede zaak. Maar als je bang bent van dingen waarvoor je niet eens bang hoeft te zijn, dan raakt je 'radar' verstoord. En dan kun je niet meer helder denken. En dan... wel, dan ga je andere landen bombarderen... Ik denk dat wijzelf de grootste vijand zijn. Dat is het belangrijkste verschil met mijn andere films. In Roger and Me was GM de grote boosdoener en in The Big One (1998) was het Nike en enkele andere grote bedrijven. Daarom was Bowling for Columbine zoveel moeilijker om te maken, want wat ik daarmee zeg, is dat wij, Amerikanen, het probleem zijn. We worden meegezogen in deze cultuur van angst. In de film wordt getoond hoe de verkoop van alarminstallaties tegen inbrekers de hoogte inschoot na 9/11.What the fuck heeft dat ermee te maken? Een inbraakalarm omdat terroristen met vliegtuigen tegen het WTC zijn gevlogen!? Wat is er toch fout met ons? Wij zijn toch goede, fatsoenlijke mensen! We kunnen toch niet zo stupide zijn?" Het is een vraag die Moore rond die tijd zelf positief beantwoordde in zijn boek Stupid White Men, waarin hij ageert tegen de 'gestolen verkiezingen' van 2000, 'chef-bandiet Bush', het racisme ("zwarten hebben in dit land stilaan een overlevingskit nodig") en het wapenbezit.

Sindsdien hebben veel Amerikanen alvast zijn les in de oren geknoopt, want het boek werd, en is, een bestseller. Er gingen alleen al in de VS vier miljoen exemplaren van over de toonbank. Het vervolg, Dude, Where's My Country?, stond vorig jaar in recordtempo op de eerste plek van de non-fictieboeken en vormde mee het scenario voor Fahrenheit 911. Naar die film wordt nu vooral uitgekeken in Europa, dat Moore met open armen onthaalt als de stem van de Amerikaanse stemlozen, want in de VS zelf maakte de regisseur in de loop der jaren ook veel vijanden, en niet alleen bij de Republikeinen, die hun virulente haat voor hem uiten op anti-Moore-websites zoals moorelies.com en bowlingfortruth.com.

"Is Moore een militante en moedige documentairemaker of een charlatan in clownskostuum? Een geniale gekscheerder of een gevaarlijke ideoloog? Hij is een beetje dat alles tegelijk", schreef Peter Ross Range in Blueprint Magazine, het tijdschrift van de gematigde Democraten, waartoe ex-president Bill Clinton en ex-vice-president Al Gore zich rekenen. "Het probleem is dat je nooit weet welke Moore zich uitdrukt in zijn boeken en zijn films. Hij is een cultureel icoon geworden, een acteur op de scène van politiek extremisme dat hij tot entertainment omturnde."

De kritiek waarmee de Democraten hem benaderen, komt niet uit de lucht gevallen. Tijdens de verkiezingscampagne van 2000 schaarde Moore zich aan de zijde van Ralph Nader, die, zo bleek na de verkiezingen, ter linkerzijde de stemmen afsnoepte die Al Gore nodig had om het Witte Huis te veroveren. Tijdens deze campagne omarmen de Democraten de regisseur dan ook hoogstens als koele minnaar, omdat hij tijdens de voorverkiezingen ex-generaal Wesley Clark steunde.

Maar voor die keuze wordt Moore dan weer door zijn achterban zwaar op de korrel genomen. Clark was in 1999 als Navo-opperbevelhebber commandant van de bombardementen op Servië, een actie die destijds zwaar bekritiseerd werd door... Moore. Hij probeert die paradox te doen vergeten door tijdens een campagneoptreden van Clark president Bush te beschuldigen van desertie. Omdat Bush naar de letter van de wet geen deserteur is - hij deed dankzij bevriende politici dienstplicht in de VS in plaats van Vietnam - werd Clark ernstig in verlegenheid gebracht.

"Hij is meer anti-Bush dan pro-Kerry", noteerde ook politiek analist en gerespecteerd theatercriticus Franck Rich in The New York Times. "Als hij zich niet onder controle houdt, kan hij ook de Democratische kandidaat schade toebrengen. Want hij is een provocateur, geen politicus", stelt hij. Ross Range is scherper. Volgens hem leeft de Moore die in films fel van leer trok tegen de consumptiecultuur in paradox met zichzelf. "Wat het onderwerp van zijn aanvallen, sketches of films ook is, het belangrijkste product blijft altijd Michael, Big Mike, altijd op de eerste rij, als het Michelin-mannetje van de politiek." Ook het alternatieve New York Press vindt de regisseur in dat bedje ziek. "Hij is een ziektebeeld van de Amerikaanse popcultuur. Hij houdt van limousines, chique restaurants, reist eersteklas in het vliegtuig (waar ik ook van hou, maar hij houdt het stil)", schrijft columnist Russ Smith. "Ik bewonder zijn ondernemingszin, maar wat bij hem domineert, is zijn hypocrisie." Smith herinnert er fijntjes aan hoe Moore "ontelbare problemen" heeft met de vakbonden op zijn film- en televisiesets.

Daar zal de regisseur in Cannes wellicht niet over reppen - tot daags voor het festival protesteerden de vakbonden er voor betere arbeidsomstandigheden in de filmsector. Of zou Alan Edelstein er opduiken? Deze ex-werknemer van Moores satirische show The Awful Truth werd in 1998 na zeven weken bewezen diensten aan de dijk gezet wegens 'besparingen'. De licentiaat economie liet het daar echter niet bij en begon zijn oude meester op te jagen zoals Moore zelf de GM-directeur destijds achtervolgde. Op een seminarie met studenten schreeuwde hij vanuit het publiek de vraag waarom hij was ontslagen. Moore deed er, pijnlijk, het stilzwijgen toe. Later probeerde Edelstein, met een camera in de hand, tot twee keer toe de regisseur te zien op zijn hoofdzetel. Moore gaf niet thuis. Toen Edelstein wat later een televisie-uitzending wilde bijwonen werd hij verwijderd. Moore diende een klacht in voor 'schending van zijn privé-ruimte' en 'aanranding.'

En er wordt nog geklaagd: "Hij betaalt zijn stagairs helemaal niets" (ook al hoeft dat wettelijk niet); "Hij deelt zijn handtekening niet graag met anderen"; "Hij vraagt zijn werknemers vroeg op kantoor te komen maar komt zelf altijd (te) laat"... "Hij legt zichzelf niet de standaarden op die hij van anderen verlangt", verklaarde een ex-werkneemster in Le Monde. "Er wordt bij hem op onmogelijke uren gewerkt, soms in vakanties, voor niets."

Critici verwijzen graag naar zijn periode als hoofdredacteur van het alternatieve magazine Mother Jones, dat hem als 32-jarige wegkaapte bij de Flint Voice, een lokale krant waarmee hij een nationale scoop haalde door te bewijzen dat de burgemeester publieke middelen inzette voor zijn campagne. Na vier maanden werd hij in Frisco ontslagen wegens onbekwaam. "Elke discussie werd een gevecht van David tegen Goliath", stelde een ex-collega, "tussen de armen van de arbeidersklasse en de kwade plutocraten."

Moore nam wraak. Hij klaagde Mother Jones aan, eiste 2 miljoen dollar schadevergoeding en won er 58.000. Veertig procent van dat bedrag ging naar zijn advocaat, de rest investeerde hij in het filmproject dat Roger and Me zou gaan heten. De film werd in 1989 gekocht door Warner Bros voor 3 miljoen dollar, waarvan er op vraag van Moore 25.000 dollar werd uitgekeerd aan de daklozen van Flint, en bracht daarna 25 miljoen dollar op. Een nooit gezien succes voor een documentaire, tot Bowling in de VS dertig miljoen bezoekers trok.

Voor Moore zelf is de top nog niet bereikt. Met Fahrenheit 911 wil hij niet alleen in beeld brengen dat het 'huis van Bush' en 'het huis van Saoed' aan elkaar verbonden zijn met financiële transacties die soms oplopen tot 1,4 miljard dollar; hij wil vooral bewijzen dat de zoon van een ex-GM-arbeider het kan winnen van een zoon van een ex-petroleummagnaat uit Texas. Moore wil de regisseur zijn van de Amerikaanse droom.

"Ik wil jullie allemaal de film laten zien", zegt hij op zijn website. "We zijn Amerikanen. Er zijn een heleboel zaken waarover we overhoop liggen maar de meesten onder ons delen toch het gevoel dat we niet graag opgelegd worden iets niet te zien. We verafschuwen censors, en de ergste censors zijn zij die beperkingen durven op te leggen aan gedachten, ideeën en afwijkende meningen het zwijgen opleggen. DAT is on-Amerikaans. Als ik door het land moet trekken en de film moet vertonen in stadsparken (of, zoals één persoon mij gisteren aanbood, om het op de zijmuur van zijn huis te projecteren zodat de buurt het kan zien), dan is het dat wat ik zal doen."

Daarna wacht - wie weet - een kandidatuur voor de presidentsverkiezingen van 2008. Dan krijgt het Witte Huis naast de Republikeinse acteur Arnold Schwarzenegger in navolging van Ronald Reagan tenminste een acteur als kandidaat die zichzelf regisseert. Of zou dat het scenario worden voor de (auto?)-biografische documentaire Michael & Me?

Bronnen: Le Monde, The New Yorker, website michaelmoore.com en weblinks.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234