Vrijdag 21/06/2019

Regisseur Jan Eelen over 'Het eiland' deel twee

'Het is een kinderachtige redenering, maar toch voer ik ze vaak: hoeveel heeft dit programma de belastingbetalers gekost, en hebben ze waar voor hun geld gekregen? In mijn gelukkigere momenten denk ik van wel'

'Wees gerust, het wordt nog erger'

'De meeste humoristen zijn geen aangename mensen', zegt Jan Eelen (34). De regisseur, zelf uiteraard de grootste uitzondering op die regel, legt op dit ogenblik de laatste hand aan de tweede reeks van Het eiland, waarvan de eerste aflevering vanavond te bekijken is op één. Een half mirakel is dat, want als het aan Censydiam had gelegen was de pijnlijkste Vlaamse comedy ooit nooit zover geraakt. 'De kijker zou Het eiland te veel associëren met Oostblok-treurnis', zegt Eelen. Is hier misschien een cryptocommunist aan het woord? 'Ik vind het in elk geval prachtig om voor de staat te werken.'

Jeroen de Preter en Karl van den Broeck

Foto Stephan Vanfleteren

Kantoorslaven aller landen, verenigt u voor het scherm. Vanavond immers start de tweede reeks van Het eiland, een comedy die volgens zij die het kunnen weten een pijnlijk precieze afspiegeling is van het wel en vooral het wee op de gemiddelde werkvloer. Hoe regisseur en brein achter de reeks Jan Eelen het voor elkaar kreeg om het kantoorleven zo getrouw af te beelden, is velen een raadsel. Is het een kwestie van jarenlange prospectie? Van groot talent? Of hoefde hij maar te kijken naar wat er zich afspeelde in de kantoren van Woestijnvis, het tv-bedrijfje waar hij al zijn hele carrière voor werkt? Alvast die laatste theorie wordt door Eelen verworpen. "Woestijnvis is volgens mij een van die zeldzame bedrijfjes waar er meer chaos is dan hiërarchie", zegt hij. "Om me in te leven in het hedendaagse kantoorleven ben ik een paar keer op prospectie gegaan bij grote bedrijven, maar eigenlijk heb ik daar niet veel aan gehad. Wat ik op die bedrijven zag en wat me er werd verteld, was telkens weer hetzelfde. Eigenlijk wist ik al op voorhand hoe het er daar toe zou gaan. Ik ben ook naar school geweest. Wat je meemaakte op de speelplaats keert later in zowat alle werkomgevingen terug."

Je hoeft geen seminarie over timemanagement bij te hebben gewoond om over zo'n seminarie te schrijven?

Jan Eelen: "Ik heb er in elk geval nooit een bijgewoond. In dit specifieke geval heb ik wel zo'n brolboekje over timemanagement vastgepakt. Wat die docent allemaal zegt, dingen als: 'Uw grootste bak moet uw vuilbak zijn', heb ik uit zo'n boekje gepikt. Bovendien had ik het geluk dat de acteur die de docent moest spelen in het echte leven soms lessen aan bedrijven geeft. Hij vergeleek zijn ervaringen met die van een schrijver die komt spreken in een klas. Hij bevestigde daarmee mijn theorie: in welke omgeving je ook komt, je komt dezelfde toestanden en types tegen. Dat besef was al tot me doorgedrongen toen we voor In de gloria in een sm-kelder gingen filmen. In die kelder liep een hobbyist rond zoals elke korfbal - of vissersvereniging er wel eentje heeft. Die man van de sm-club amuseerde zich door naar de Brico te rijden, plankjes te kopen, kroonkurken te verzamelen en met dat materiaal een fakirmatje te maken waar je met je bloot gat op kon gaan zitten."

Het eiland had zich dus overal kunnen afspelen.

"Op elke plaats waar veel mensen gedurende lange tijd met elkaar moeten samenwerken, ja. Wat de personages op dat kantoor precies doen, maakt bijvoorbeeld helemaal niet uit. Ik heb er trouwens zelf geen idee van. Ze tikken en zijn met cijfers bezig, ja, maar voor het overige heb ik er geen flauw benul van. Het heeft ook niet het minste belang. Er zullen in Het eiland ongetwijfeld ook dingen zijn die niet kloppen. Maar dat kan me niet schelen. Wat mij interesseert, is: wat gebeurt er als je een hoop mensen langdurig bij elkaar zet op een kleine plaats."

En de speelplaats van vroeger is dan een even rijke inspiratiebron.

"Ja, in principe is dat precies hetzelfde. Frankie Loosveld (rol van Wim Opbrouck, JdP/KVDB) is mentaal ook maar een jaar of zeven. Het enige verschil met de speelplaats is dat in een bedrijf als Cynalco de hiërarchie van buitenaf verstoord kan worden. De motor van de tragiek in Het eiland is de gedachte dat je vriend van vandaag morgen je baas kan zijn. Dat is een verschrikkelijk gegeven, want het betekent dat je niemand kunt vertrouwen. Als ik je informatie geef en de volgende dag ben jij mijn baas kun je die informatie tegen mij gebruiken. Ik heb me laten vertellen dat het tegen elkaar opzetten van mensen in Amerika een doodnormale strategie is. Pogingen om die strategie in België te introduceren blijken voorlopig nog niet goed te lukken. Al zie ik het hier ook al wel gebeuren. De kantoren van Woestijnvis liggen naast die van Rank Xerox. Naar het schijnt mag de verkoper die het beste resultaat haalde zijn auto naast die van de directeur zetten."

De man die de machtsspelletjes binnen Het eiland het beste beheerst, is Michel Drets, een gewone bediende die wel de informele macht in handen heeft.

"Michel Drets (rol van Dirk Van Dijck, JdP/KVDB) vind ik, hoe gruwelijk hij ook is, misschien wel het interessantste personage. Hij zit in de eerste reeks in een bijzonder comfortabele positie. Hij spuit constant kritiek, geniet aanzien, zonder zelf verantwoordelijkheid te moeten nemen. Zolang hij geen verantwoordelijkheden heeft, zoals Guido Pallemans, zit hij gebeiteld. (grijnst) Maar dat zal dus veranderen in de tweede reeks."

Drets neemt de leiding over van Pallemans?

"Ja. Iedereen kon zien dat Pallemans niet geschikt was om chef te zijn. Drets is de natuurlijke leider. In reeks twee wordt hij ook chef en zou het plaatje dus wel moeten kloppen. (lacht) Helaas, het loopt mis vanaf minuut één. Drets wil er keihard invliegen, maar dat is buiten Bucky Laplasse gerekend, een gezant van Cynalco USA die besloten heeft om, bij wijze van amusement, Drets het leven zuur te maken. Bucky Laplasse (Lucas Van den Eynde, JdP/KVDB) is in wezen een psychopaat. Hij heeft geen gevoelens, denkt puur egoïstisch en heeft ervoor gezorgd dat hij altijd ingedekt is. Psychopaten als Laplasse blijken het in het bedrijfsleven trouwens zeer goed te doen, iets waar ik niet van opkijk. Het zijn mannen die bijvoorbeeld zonder gewetensproblemen mensen kunnen ontslaan.

"Voor Michel Drets is de komst van een man als Bucky Laplasse een dubbel drama. In de eerste plaats omdat hem het bloed van onder de nagels wordt gepest, in de tweede plaats omdat hij niet, zoals Pallemans, kan zeggen dat hij het niet kan. (grijnst) Wees gerust, reeks twee wordt nóg erger dan reeks één."

Volgende week begint op één ook De kinderen van Dewindt, een reeks die gesubsidieerd werd door Patricia Ceysens omdat het ondernemersklimaat ervan zou verbeteren. Je kunt je moeilijk voorstellen dat Het eiland een soortgelijke subsidie zou krijgen. De reeks is veeleer een cryptocommunistische kritiek op het kapitalistische systeem.

"(lacht) Je kunt het zo bekijken, maar dat was niet mijn bedoeling. Het belangrijkste vind ik dat de kijker er iets bij voelt. Wat hij precies voelt, vind ik niet zo belangrijk. De reacties zijn trouwens ook heel uiteenlopend. De ene vindt het ondraaglijk tragisch, de andere onweerstaanbaar geestig. Maar directe maatschappijkritiek? Ik denk dat de formule van Het eiland zich daar niet toe leent. Soms betreur ik dat wel. Toen ik aan de tweede reeks schreef, heb ik de Amerikaanse verkiezingen op de voet gevolgd. Zoals zoveel mensen kreeg ik er een gevoel van machteloosheid bij. Tegen iemand als Bush valt gewoon niets te beginnen. Misschien is dat gevoel van machteloosheid er onbewust wel ingeslopen in de persoon van Bucky Laplasse, een man tegen wie ook niets te beginnen valt."

Is het succes van Het eiland ook niet voor een belangrijk deel toe te schrijven aan kantoorslaven die er troost in vinden?

"Dat kan ik moeilijk inschatten. Het lijkt me logisch van wel, maar anderzijds hoor ik ook van mensen dat ze er niet naar kunnen kijken omdat het te dichtbij komt."

Schoorvoetend en tegen de verwachtingen in werd Het eiland wel een kijkcijferhit.

"Mijn geluk kon niet op. Vijftigduizend kijkers, dat had ik een ramp gevonden. Wij maken bij Woenstijnvis programma's waar we keihard in geloven, voor zoveel mogelijk mensen, altijd."

Censydiam gaf aanvankelijk een negatief advies.

"Op veel programma's van Woestijnvis is in het begin met argwaan of zelfs afwijzend gereageerd. Ik herinner me dat bijvoorbeeld Rudy Vandendaele Man bijt hond en Vaneigens in Humo aanvankelijk de vernieling in schreef. En Censydiam verklaarde ons ook nu weer voor gek. Volgens hen was Het eiland te zwart. De kijker zou het associëren met Oostblok-treurnis."

Dus toch een cryptocommunist.

"(lacht) Oké, ik beken. Ik hou trouwens wel van de gedachte dat ik in zekere zin voor de staat werk. Het eiland wordt betaald door de gemeenschap. Het is een kinderachtige redenering, maar toch voer ik ze vaak: hoeveel heeft dit programma de belastingbetalers gekost, en hebben ze waar voor hun geld gekregen? In mijn gelukkigere momenten denk ik van wel."

Misschien nog meer dan het programma zelf was de beslissing om Het eiland op TV 1 te programmeren een zware gok.

"Dat was ook, vergeef me het lelijke woord, de grote uitdaging. Na In de gloria had ik eerlijk gezegd niet veel zin meer om nog eens iets voor Canvas te maken. Een programma maken voor Canvas is gewoon makkelijker. Je maakt iets dat je zelf fantastisch vindt, in de hoop dat er pakweg honderdduizend anderen zijn die het ook fantastisch vinden. Een programma voor TV 1 is andere koek. Ik moest enerzijds rekening houden met een pak trouwe In de gloria-kijkers die dat programma van de eerste tot de laatste zin vanbuiten kennen en anderzijds met een massa waarvan je niet weet wat ze wil en verwacht."

Bewijst een reeks als Het eiland niet dat tv-makers de kijker al te vaak onderschatten?

"In dit geval lag het probleem toch vooral bij Censydiam. Hun fout was dat ze geen rekening hielden met de evolutie, de opbouw van het programma. Het eiland is een reeks waar je misschien niet van bij de eerste aflevering volledig in mee kunt gaan. Als je die eerste aflevering afvuurt op een panel van verstokte TV 1-kijkers is het niet zo gek dat die even moeten schrikken. Als tv-maker moet je er dan voor zorgen dat je ze niettemin meeneemt, zodat ze een knop indrukken die ze nog nooit eerder hebben ingedrukt. Daarin slagen is misschien wel het allermoeilijkste. Er is in elk geval niets makkelijker dan een humorprogramma maken voor tien gelijkgestemden om dan achteraf te zeggen dat de mensen het niet snappen. 'Nee', denk ik dan, 'jij snapt je job niet.' Voor humor of drama is er maar één wet: je lacht of je voelt er iets bij, of je doet dat niet."

Jan Verheyen heeft in een depressieve bui weleens verklaard dat op TV 1 zelfs een hond met een hoed op nog tweehonderdduizend kijkers zou lokken, terwijl Het eiland op VTM nog geen honderdduizend kijkers zou halen.

"Ik begrijp Jans frustratie. Hij was trouwens een van de eersten om me te feliciteren met Het eiland. Wat hij zegt, is juist. Het grote probleem van fictie op VTM zijn de reclameblokken. Mocht Het eiland drie keer onderbroken worden door een reclameblok, dan zouden we geen 800.000 kijkers halen. Als tv-maker zou ik dat verschrikkelijk vinden: je probeert met alle middelen die je ter beschikking hebt de kijker in het programma te zuigen en dan komt plots Stella Artois ertussen. Het is een strijd waar ik nog niet aan zou willen beginnen."

Zou VTM u kunnen overtuigen met de grote geldzak?

"Ik denk het niet. Ik ben echt wel een man van de openbare omroep. Ik vermoed dat het een erfenis is van mijn Uytterhoeven-verleden."

Wat is het appeal van de openbare omroep?

"Een moeilijke vraag. Misschien heeft het wel met die belastingbetaler te maken, de gedachte dat je voor de gemeenschap werkt? Toen we een exclusiviteitscontract kregen aangeboden van de VRT hebben we daar binnen Woestijnvis eens goed over moeten nadenken. Was het wel verstandig om ons afhankelijk te maken van één omroep en één management? Blijkbaar was ik niet de enige die er geen graten in vond. De meerderheid was ervoor gewonnen."

Uw trouw aan Woestijnvis lijkt zo mogelijk nog groter.

"Waarom zou ik veranderen? Ik werk hier al meer dan tien jaar samen met dezelfde mensen, die ik door en door ken en vertrouw. Mijn eerste regiewerk deed ik voor Filmnet, samen met Mark Uytterhoeven. De ploeg van toen, met Olivier Goris en Bart Mathijs die de redactie deden en Christa Eersels die de productie deed, is nog altijd dezelfde. Wij zijn onafscheidelijk geworden."

U werkt ook vaak samen met dezelfde acteurs. Acteurs die trouwens bijna uitzonderingsloos uit het theater komen.

"Misschien kom ik van een generatie die dat onderscheid niet meer maakte? Veel van de acteurs met wie ik graag samenwerk, heb ik inderdaad ontdekt in het theater. Tot mijn twintigste was ik bij wijze van spreken nog nooit in een theater geweest. Tot ik aan het RITS studeerde en een goede vriendin me van het ene theater naar het andere sleurde. Ik maakte kennis met de jonge Roovers, met Frank Focketyn, de Kakkewieten, acteurs van wie ik dacht: hoe is het mogelijk dat geen enkele tv-maker iets met hen doet? Dat niemand dat talent ziet."

Tom Van Dyck, nog een van uw vaste acteurs, brak met Het Toneelhuis en begon zijn eigen fabriekje. Ziet u zichzelf ooit iets doen in het theater?

"Niet onmiddellijk, nee. Je moet er vaardigheden voor hebben die ik niet heb. Ik denk ook niet dat je die zomaar verwerft. Ik begin pas nu een beetje door te hebben hoe tv werkt."

Een getheatraliseerde versie van Het eiland zou het theater nochtans geen kwaad doen, al was het maar om het heilige sérieux van die wereld even te breken.

"Dat soort sérieux is ook absoluut niet aan me besteed, maar ik voel me niet geroepen om daar wat aan te veranderen. Een toneelstuk regisseren, lijkt me echt wel iets heel anders dan een tv-reeks. Om maar iets te noemen: de focus is totaal anders. Als tv-maker bepaal je waar de kijker zijn blik op richt. Op een toneel kiest de kijker zelf naar wie hij kijkt."

Voor uw opleiding als regisseur hebt u ook een jaar psychologie gestudeerd. Was dat uw eerste ambitie?

"Helemaal niet. Ik was het typische voorbeeld van een jonge gast die niet goed wist wat hij na een weinig briljante carrière aan de middelbare school moest doen. Mijn vader (doctor in de psychologie aan de KU Leuven, JdP/KVDB) vertelde vaak over fobieën en psychoses en hoe dat allemaal werkte. Dat vond ik wel interessant, dus dacht ik: laat ons dat maar eens proberen."

Uw vader vertelde ooit dat u een betere psycholoog bent dan hij.

"Wetenschappelijk gezien natuurlijk niet, maar ik weet wel wat hij daarmee bedoelt. Ik voel mensen beter aan dan hij."

Het eiland wordt ook gebruikt door bedrijfspsychologen.

"Daar kijk ik zelf wel van op. Ik heb geen enkele didactische bedoeling met Het eiland. Maar blijkbaar is wat ik maak ook wel bruikbaar in het onderwijs. In de gloria wordt naar het schijnt vaak getoond tijdens de lessen zedenleer."

Het valt op dat uw adem in de loop van uw carrière steeds langer wordt. Eerst was er Vaneigens, dan In de gloria, nu Het eiland. De logische volgende stap is een langspeelfilm.

"Het is niet zo dat ik bewust een weg ben aan het afleggen die daarheen moet leiden. Maar ik sluit het zeker niet uit. Ik ben er in elk geval niet bang voor. Toen In de gloria liep, werd me vaak gevraagd wat ik daarna nog zou doen. Iets van langere adem leek me een logische stap. Al was ik natuurlijk ook wel bang voor het onbekende. Ik had nog nooit iets langers gemaakt of een echte plot verzonnen."

Een plot?

"(lacht) Oké, Het eiland heeft niet echt een plot. Maar dat was ook niet de bedoeling, ook niet in de tweede reeks trouwens. Ik wil met zo weinig mogelijk verhaal zoveel mogelijk vertellen."

Het eiland kreeg in de loop van de eerste reeks een steeds surrealistischer karakter. Zo wordt Sammy in de laatste aflevering van satanisme verdacht. Als klap op de vuurpijl krijgt hij tijdens een spelletje vogelpik twee pijltjes op zijn voorhoofd. Behoorlijk van de pot gerukt voor een reeks die het van de herkenbaarheid moet hebben.

"Die scène zit niet voor niets helemaal achteraan in de reeks. Je kunt onmogelijk met zo'n grap beginnen. Je bouwt langzaam op, verlegt beetje bij beetje de grens en gaat steeds verder in dezelfde logica. In wezen is humor een bijna wiskundig gegeven. Om die grap met die pijltjes te laten lukken, is het essentieel dat Sammy niet voelt dat ze in zijn hoofd zitten. Als hij direct 'ah' zou zeggen, zou de grap weg zijn. Het is een kwestie van de kijker net iets vroeger en op het juiste moment informatie te geven, zodat hij meer weet dan de personages."

Een van de handelsmerken van Het Eiland is dat je als kijker het drama of de grap meestal al van mijlenver ziet aankomen.

"Dat effect heb ik van de Coen-broers gepikt. Iemand neemt een beslissing en als kijker denk je: 'Nee, aap, doe dat toch niet'. Dat is een fantastisch trucje, vind ik. Er is geen betere truc om mij mee te krijgen in een verhaal."

Humor heeft met andere woorden meer met wiskunde dan met inspiratie te maken?

"Humor is geen kernfysica, maar het is wel een kwestie van wetten en regeltjes. Het is een verschrikkelijk cliché, maar de meeste humoristen zijn niet de aangenaamste mensen. Rowan Atkinson lijkt me in het echte leven geen grapjas. Schrijven aan een scenario vind ik zelf ook allesbehalve een grappige ervaring. Als ik aan het schrijven ben, zit ik soms dicht tegen de rand van de depressie. Ik probeer daar tegen te vechten en besef ook wel dat het allemaal zo belangrijk niet is, maar toch, het is een helse job. Ik zou het niet volhouden als ik niet wist dat ik mogelijk beloond word met een grote kick: het moment waarop je acteurs je tekst spelen en je het gevoel hebt: dit zit allemaal juist."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden