Woensdag 13/11/2019

regisseur Guy Cassiers en ro theater sluiten cyclus af met Proust 4

De manier waarop Guy Cassiers en ro theater het creatieproces van de Proust-cyclus openbreken voor de toeschouwers is een toonbeeld van hoe groot theater een ge�ngageerde relatie kan aangaan met zijn publiek die verder gaat dan afgewerkte voorstellingen tonen

Hoe Proust het theater kan veranderen

Op het afgelopen Kunstenfestivaldesarts in Brussel presenteerde ro theater Guy Cassiers' bewerking van A la recherche du temps perdu, het levenswerk van Marcel Proust (1870-1921). Duizenden pagina's proza om bij weg te dromen werden door Cassiers hertaald naar een vierdelige theatercyclus die unieke verbindingen zoekt tussen lichaam en beeld, schrift en klank. In zes hoofdstukjes en volgens het beproefde recept van Alain de Botton (Hoe Proust je leven kan veranderen) zet dramaturg en recensent Jeroen Versteele op een rij hoe Cassiers met zijn ambitieuze Proust-cyclus het hedendaagse theater vernieuwt.

Hoe een onverfilmbare 'roman fleuve' op de scène te zetten

Met zijn herwerking van La recherche waagde Cassiers zich aan een titanenwerk waarin velen hem voorgingen, maar zelden slaagden. In een sketch doet Monty Python een moedige oproep om het boekwerk samen te vatten in 15 seconden, maar zowel Cassiers' poging als die van anderen overschrijden ruimschoots die limiet. Filmmakers als Schlöndorf en Ruiz maakten betwistbare interpretaties, Chantal Akerman baseerde La captive (2000) slechts losjes op het boekdeel La prisonnière. Visconti en Harold Pinter schreven veelbelovende scenario's, maar slaagden er niet in die te verfilmen.

Hoe komt het dat Guy Cassiers toch een volgens velen zinvolle enscenering heeft kunnen maken van duizenden pagina's filosofisch proza waarbij taal en schrijfstijl zo cruciaal zijn? Waarschijnlijk door zijn eigen persoonlijke onderzoek naar het gebruik van muziek, tekst- en beeldprojectie op het podium niet te verloochenen. Net zoals hij dat in vorige producties gedaan had (zoals bij de opera-enscenering van The Woman Who Walked into Doors van Danny Boyle), bekeek hij de thematiek van de roman doorheen de bril van zijn eigen vormelijke fascinaties. Hij ging aan de slag met fragmenten en verhaallijnen die aan betekenis konden winnen door zijn multimediale behandeling. Waarschijnlijk is de veellagige gedachtewereld tussen slaap en werkelijkheid die Proust oproept gewoon gemakkelijker op te roepen in Cassiers' theatertaal dan met het filmmedium. Op de scène kunnen projecties, acteurs, attributen en muzikanten nu eenmaal gelijktijdig aanwezig zijn, wat in het strakke kader van een filmscherm veel moeilijker ligt.

Een van de belangrijkste begrippen in La recherche is de 'onvrijwillige herinnering'. Die krijg je als je iets proeft, hoort, ziet of hoort dat je plotseling aan iets anders doet denken. De smaak van de op het juiste moment in thee gedoopte madeleine, is hét proustiaanse symbool voor de onvrijwillige herinnering. Er zitten nog tientallen andere elementen in Prousts romancyclus die beelden uit het verleden oproepen, "net zo willekeurig en ongrijpbaar als de beelden die worden voortgebracht door de verbeelding en tenietgedaan door de werkelijkheid", zoals de oude Proust in deel 2 van Cassiers' cyclus beweert over zijn herinnering. Tijdens zijn voorstellingen gebruikt Cassiers dit soort beelden, zoals ook de ongelijke tegels waarover Marcel in deel 4 struikelt, niet als sleutels om naar andere tijdperken en plaatsen te flitsen, maar als bril om via opgedane ervaringen naar het heden te kijken. Door subtiele herhalingen aan te brengen doorheen de hele Proust-cyclus, waarbij tekstfragmenten en beelden telkens in een andere context terugkeren, maakt Cassiers het mogelijk de voorstellingen op een soortgelijke 'onvrijwillige' manier te beleven.

Iedereen die een beetje kunstenaar is, doet tegenwoordig aan 'artistiek onderzoek', dat hij dan ook nog eens ontsluit in toonmomenten, archiveert op minidisc, lardeert met citaten over uitdijende wortelstructuren en reflecterende spiegelconstructies. Maar de manier waarop ro theater het creatieproces van de Proust-cyclus openbreekt voor de toeschouwers is een toonbeeld van hoe een groot theater een geëngageerde relatie kan aangaan met zijn publiek die verder gaat dan afgewerkte voorstellingen tonen.

Van bij de start van het creatieproces in 2002 organiseerden de makers Proust Salons, waarop specialisten lezingen gaven en films toonden, toeschouwers vragen konden stellen over het project, acteurs stukken tekst uitprobeerden, technici uitleg gaven over het gebruik van videoprojectie en decorontwerp. Tijdens workshops kregen jongeren een inkijk in de regie en vormgeving van de cyclus en konden ze zelf uitproberen hoe de camera's en projectors op de scène precies werken. Beeldend kunstenaars gingen aan de slag met thema's uit de voorstellingen (speel het on line-Proust Memoryspel op www.rotheater.nl). Bovendien werd er bij elk van de vier delen een uitgebreid script- en werkboek uitgegeven, barstensvol gesprekken tussen makers, technische fiches, tekeningen van kostuums en decoropstellingen, interviews met acteurs en toeschouwers, beschrijvingen van repetities enzovoort. Allesbehalve louter educatieve of illustrerende gegevens, maar een schier onuitputtelijke bron aan heldere, goed geschreven informatie.

Je leert welke verhaallijnen en personages op het laatste moment geschrapt moesten worden door de ziekte van acteur Guus Dam, hoe de toverlantaarn aanvankelijk model stond voor het decor in Proust 4, welke invloed het antisemitisme en de zuiverheidscultus hadden op hoe La recherche tot stand kwam. Ook ontdek je dat er vruchteloze gesprekken waren met Toneelgroep Amsterdam om Proust samen onder handen te nemen, of dat de makers oorspronkelijk de Brigittinenkapel op het oog hadden voor hun passages door Brussel.

Heel interessant ook: de 'wenken voor wellevendheid' die geheel in Prousts tijdgeest raad bieden voor de in 1899 moderne theaterganger. "Brengt men dames in den schouwburg, die het stuk dat gegeven zal worden, nog niet kennen, dan moet men zich wel wachten haar den inhoud er van mede te deelen; men zegge dus nooit: nu zal dit of dat gebeuren."

Het script van de Proust-cyclus werd gemonteerd en herschreven door Eric de Kuyper, en daarna naar het Nederlands vertaald door Céline Linssen. Daar was een dosis kommaneukerij voor nodig. Prousts liaanachtige zinnen - de langste zou in een strook zeventien keer rond de bodem van een wijnfles gewikkeld kunnen worden - bevatten nogal wat komma's, maar die kunnen niet zomaar worden omgezet in de Nederlandse taal. Vertaalster Linssen: "Als wij Nederlanders een komma zien, gaan we op de rem trappen. Een Franse komma heeft echter niets te maken met inhouden, maar alles met uithalen: omhoog, nog hoger, om dan ineens weer, na de komma, omlaag te duiken. Hoe meer komma's, haakjes, dubbele punten en streepjes hoe liever, want het lied van de zin zal er alleen maar mee winnen. Maar in het Nederlands moest ik herschuiven om komma's te vermijden. De Nederlandse taal kan ook zingen. Maar niet als we moeten stoppen voor elke komma."

De technologische setting waarin Cassiers zijn spelers laat acteren - iets tussen een filmset, kijkdoos en theaterbühne in - is voor acteurs niet meteen de meest eenvoudige om in te werken. Los van het feit dat het nog iets helemaal anders is om voor een camera te acteren dan voor het aanwezige publiek hebben de spelers er vaak geen idee van hoe de scène waarop ze staan eruitziet met alle projecties en schaduw- en lichteffecten. "Ik vond dat Guy nu wel uitgefreakt was met zijn technische trucjes", zegt acteur Paul R. Kooij (Proust) daarover. "Ik was erg sceptisch. Dat werd alleen maar erger toen ik hoorde dat ik onder een tafeltje zou liggen en moest praten in een camera."

Ook het publiek is niet altijd helemaal mee met Cassiers' theatertaal. "Daar staat dan die oude Proust met zijn rug naar het publiek, dan zit ik naar zijn kont te kijken terwijl hij zijn hoofd door dat schermpje steekt en begint te lullen. Toen dacht ik: dan kun je beter het boek lezen. Ik hoef jouw citaten daaruit niet te hebben. Dan kies ik mijn eigen citaten wel." Tegenover die twijfels en verwarring staan dan weer lovende bewoordingen. "Door het gebruik van multimedia ontstaat er een ander soort voorstelling", vindt een andere toeschouwer. "Dit soort experimenten vind ik heel spannend. Je ziet meer dan alleen maar de gestalte van de acteurs. Door die close-ups krijg je een televisiegevoel. Dat maakt het ook intiem. In die zin was het heel mooi en vernieuwend."

Hoe een vervolg te breien op Proust 3, de grote zaalproductie die vorig jaar onder de lofbetuigingen werd bedolven en unaniem als het voorlopig beste deel in de cyclus werd bestempeld?

In dat derde deel roepen acht acteurs in nauwgezette interactie met videoprojecties de burgerlijke salons op van Madame de Villeparis en Madame de Guermantes. Ze worden geflankeerd door een kinderkoor, met draaiende kroonluchters boven hun hoofden. De aflevering werd geprezen om zijn "sublieme schoonheid" en om de hedendaagse sociale relevantie ervan: zonder al te drammerig te zijn uitgesmeerd overheersen de Dreyfus-affaire en later de Eerste Wereldoorlog de mondaine salonpraatjes. De link met racisme en verre oorlogsgruwel vandaag is snel gelegd.

Het had geen zin om de grootsheid van deel 3 te willen overtreffen en te mikken op een nog meer overweldigende apotheose, zo hebben de makers duidelijk beseft. Net als Proust 2 speelt de vierde episode opnieuw in de kleine zaal en enkel met de kernacteurs uit de vorige delen. Het autobiografische hoofdpersonage is opnieuw opgesplitst in de jonge Marcel (Eelco Smits) en de oude Proust (Paul R. Kooij), die opgesloten in zijn met kurk bezette kamer aan zijn meesterwerk zwoegt. Van Prousts dienstmeid Céleste, wier memoires het uitgangspunt waren voor Proust 4, zijn er ook een jonge (Fania Sorel) en een bejaarde versie (Marlies Heuer) op scène. Inderdaad: op het einde van deze cyclus kiest Cassiers er verrassend genoeg voor om uit het verhaal van La recherche te treden, en te focussen vanuit het externe standpunt van het dienstertje dat Proust verzorgde gedurende zijn laatste, erg productieve levensjaren.

Proust 4 is het deel van de intimiteit, waarin de geniale, controledwangmatige schrijver steeds closer wordt met de volkse Céleste. Op de voorgrond zorgt hun liefdevolle gekibbel voor een welgekomen afwisseling met het hypocriete gepalaver en de proustiaanse volzinnen van vorige episodes. Achteraan zien we de oude Céleste haar getuigenis afleggen voor de camera. Haar beeltenis wordt in close-up geprojecteerd, net zoals het kopje waarin ze roert en de asbak waarin ze haar sigaret dooft: echo's uit het verleden. Op andere projecties is de jonge Marcel te zien, die literaire monologen afsteekt over de onmogelijkheid van zijn schrijverschap, en over zijn herinnering aan een detail uit een schilderij van Vermeer. In deel 4 laat Cassiers zijn cyclus zachtjes landen. Hij vermengt de taal van Proust met die van de meer aardse Céleste tot een elegante mix, die aanstekelijk werkt. Ook het spel tussen werkelijkheidsniveaus, gesuggereerd door het samenspel van videobeelden, schaduwen, tekstprojecties en live acteurs, vindt hier zijn meest organische, geloofwaardige vorm.

WAAR EN WANNEER De volledige Proust-cyclus wordt gespeeld van 2 tot 5 juni op het Holland Festival in Amsterdam, van 5 tot 11 september in Rotterdam, van 15 tot 18 september in Groningen, van 20 tot 24 september in deSingel in Antwerpen. Meer info: www.rotheater.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234