Dinsdag 22/10/2019

Regisseur erik van looy presenteert 'de zaak alzheimer' aan het publiek'Misschien zal ik het wel nooit meer even goed doen'

Tweehonderdduizend, misschien zelfs driehonderdduizend toeschouwers. Erik Van Looy klonk nogal ambitieus toen hij De zaak Alzheimer begin oktober eindelijk aan de buitenwereld presenteerde. Tien weken later heeft zijn derde langspeelfilm al dubbel zoveel mensen naar de bioscoop gelokt. 'Alzheimer is een evenement geworden. Er hangt een soort Rode Duivels-sfeertje rond de film waardoor iedereen wil gaan kijken.' Heeft de Antwerpenaar zijn hoogtepunt op zijn 41ste al achter de rug? 'Ik leef in de vreemde veronderstelling dat ik het nooit meer even goed zal doen. Gelukkig kan ik me vergissen.'

Ruud Goossens

Foto Stephan Vanfleteren

Twee weken geleden werd Erik Van Looy door de Knack-lezers zelfs verkozen tot 'Mens van het jaar'. Het was dan wel in de categorie entertainment, maar toch. De Antwerpenaar, die tien jaar geleden debuteerde met Ad Fundum, gaat er niet van zweven. "Eigenlijk had die prijs naar Jan Decleir moeten gaan", zegt hij zelf. Net zoals die vorige week eigenlijk met de Castar-trofee van De Standaard en de VRT naar huis had moeten gaan. Maar toen was het Godfried Danneels die Decleir, bizar genoeg, net voor bleef. "Wat heeft de kardinaal eigenlijk gedaan, behalve zeggen dat hij voor de doodstraf is? Misschien heeft hij dit jaar zeven in plaats van drie nieuwe priesters gewijd... Nu goed, het is slechts een prijs, ik ben de eerste om dat allemaal te relativeren. De zaak Alzheimer is 'maar' een film, Erik Van Looy of Jan Decleir kunnen nooit op tegen mensen die in het 'echte' leven iets presteren."

Hoeveel mensen zijn er ondertussen al naar De zaak Alzheimer komen kijken?

"We zitten nu aan 565.000 kijkers, maar dat cijfer zal ongetwijfeld nog stijgen. Het is kerstvakantie en we staan in talloze eindejaarslijstjes als 'beste film' vermeld, (lacht) onder meer omdat veel mensen wellicht maar één keer naar de bioscoop zijn gegaan. Dat is gratis publiciteit die het aantal toeschouwers de hoogte induwt. Niet dat het mij om die cijfers op zich gaat, ik vind het gewoon leuk dat er zoveel mensen komen kijken."

De loftuitingen komen van overal, zelfs van de Vlaamse Alzheimerliga...

"Ja, en vooraf was ik nochtans bang voor de reactie uit die hoek. Je zou kunnen zeggen dat we die ziekte misbruiken voor fictiedoeleinden maar zij zien de film als een hefboom om Alzheimer in de actualiteit te brengen. Dat blijkt waar te zijn. Heel veel mensen zeggen mij: 'Onzen bompa is ook al gaan kijken want hij heeft het gevoel dat hij alzheimer begint te krijgen.' (lacht) Volgens Jan Verheyen trekken de mensen ondertussen al naar Metropolis met looprekken.

"Vooraf zeiden we: als we de kaap van tweehonderdduizend kijkers halen, is het een succes. Dat was een vrij ambitieuze doelstelling maar nu zitten we daar dus ver boven. Ik besef dat ik dat, helaas, maar één keer in mijn leven zal meemaken. Alzheimer is een evenement geworden, net zoals je dat tien jaar geleden zag gebeuren met Daens. Er hangt een soort Rode Duivels-sfeertje rond de film waardoor iedereen wil gaan kijken. Dat is het vreemde aan de Vlaamse film: meestal doet men er heel negatief over maar om de zoveel jaar zie je net het tegenovergestelde gebeuren. Nu is iedereen plots chauvinist."

Terwijl de verwachtingen vooraf niet meteen hooggespannen waren.

"In Knack ben ik nu tot 'Mens van het jaar' verkozen, terwijl er in de zomer nog een ABC van de Vlaamse film verscheen waarin stond dat een film van Erik Van Looy en Erwin Provoost (de producer van De zaak Alzheimer, RG) onmogelijk kon lukken. Zo zie je maar. Voor de film uitkwam, wist ik zelf ook niet of ik iets 'strafs' had gemaakt. Ik had wel door dat het geen doordeweekse film was. En ik wist dat het iets meer was dan wat je zondagavond om kwart over acht op de televisie te zien krijgt, met alle respect voor Flikken, Heterdaad of Witse.

"De beste kritiek verscheen in Zone 03 waarin De zaak Alzheimer 'een mijlpaal in de Vlaamse filmgeschiedenis' werd genoemd. Toen ik dat las dacht ik bij mezelf: dat is wellicht een beetje overdreven. Maar uiteindelijk zullen we vijfde of zesde eindigen in de Vlaamse toptien aller tijden en is er bijzonder veel over geschreven en gepraat. Het klinkt misschien zeer onbescheiden, maar misschien is het dus toch een beetje een mijlpaal."

Lukt het u nog nuchter te blijven onder alle heisa?

"In de aankondiging voor dit interview stond deze week in De Morgen: 'Erik Van Looy, die dit jaar doorbrak met De zaak Alzheimer'. Wel, zo voelt het ook. Het is leuker om dit pas op je eenenveertigste mee te maken. Ik zit al achttien jaar in het vak, heb al van alles en nog wat gedaan. Daardoor lukt het mij nogal goed om beide voeten op de grond te houden, en ik ben sowieso al een nuchtere mens die alles relativeert tot in de kist.

"Ik weet hoe de media in mekaar zitten: ik ben 'nieuw' en dus interessant. Volgend jaar is dat afgelopen. Daarom geniet ik met mate. Als ik binnenkort met de keerzijde geconfronteerd word, zal ik óók moeten relativeren. Maar ik vind het wel plezant. Ik liep nooit hoog op met mijn eigen kunnen, ik heb nooit gezegd dat ik de strafste filmmaker van de lage landen was. Zoals Julien Vrebos bijvoorbeeld, die heel vaak vertelt dat hij de beste is, maar niet begrepen wordt door de rest van de wereld. Ik heb altijd geprobeerd mijn gebrek aan talent te compenseren door hard te werken. Voor mij waren Robbe De Hert, Dominique Deruddere of Stijn Coninx échte regisseurs. Ik vond de anderen altijd veel beter. Maar nu heb ik zelf een mooie goal gemaakt en mag ik even op het veld blijven staan.

"Weet je, toen Jim Carrey doorbrak met The Mask vroegen ze hem hoe dat voelde. Waarop hij antwoordde: 'Ze bieden mij niet langer de scenario's aan waar Tom Hanks zijn kont mee afveegt.' Zo voel ik het ook aan. In het verleden kreeg ik aanbiedingen waar alle groten en iets minder groten al neen tegen hadden gezegd. Nu krijg ik plots veel telefoons, ik voel mijn marktwaarde stijgen. Ik heb dringend een manager nodig. (lacht) Zelfs die had ik niet, want ook zij hebben nooit gebeld."

Na Shades, uw vorige film, zei u: 'Ik zou met evenveel plezier een film maken met Urbanus, Jacques Vermeire of Chris Van den Durpel in de hoofdrol.' Mogen we die uitspraak nu vergeten?

"Eigenlijk blijf ik erbij, ik zou nog altijd graag eens een komedie draaien. De enige films die Alzheimer niet voorbij zal raken in de toptien zijn Daens en de drie komedies Koko Flanel, Hector en Oesje. Ik wil niet per se op nummer één uitkomen, maar het bewijst toch dat mensen dat heel graag zien. Het is ook een genre waarmee je de meest directe respons krijgt. Dat merk ik ook als ik zelf naar Alzheimer ga kijken in de cinema. Ik geniet het meest van de scènes waarmee gelachen wordt, bijvoorbeeld die grappen over BMW's. Je zit daar als regisseur in een donkere, stille zaal en pas dan krijg je de feedback die rockzangers constant hebben."

Na De zaak Alzheimer ligt de lat wel op een bepaald niveau, u zal daar niet langer ongestraft onderdoor kunnen wandelen.

"Da's waar en dus ben ik ook voorzichtiger. Ik ben kritischer geworden voor mezelf. Maar ik ben ook zeer realistisch: ik heb niet het gevoel dat ik het ooit nog eens even goed zal kunnen doen. Dat zie je trouwens heel vaak. Ik denk niet dat Jane Campion ooit nog een film zal maken die even straf is als The Piano, net zoals James Cameron met Titanic wellicht zijn hoogtepunt heeft bereikt. Of kijk naar Orson Welles: na Citizen Kane heeft hij niets meer kunnen doen met een even grote trefkracht."

Dat lijkt me een vrij ondraaglijke gedachte op je eenenveertigste.

"(lacht) Gelukkig kan ik me ook vergissen. Na Taxi Driver dacht ik dat Martin Scorsese op zijn top zat, waarna hij Raging Bull draaide. Ach, het is een gesel waar ik mee voort moet. Het is goed dat ik naast film nog tal van andere dingen doe. Daardoor is de last minder zwaar om dragen. Ik zal de diverse facetten van mijn persoonlijkheid blijven uitleven. In De Laatste Show profileer ik mij moedwillig als een naïeve onnozelaar, waar ik overigens niet zoveel moeite voor moet doen. En tegelijk noemt Kristien Hemmerechts mijn film plots de beste van het jaar. Spijtig genoeg deed Philip Dewinter hetzelfde...

"Ik ben altijd een wandelende paradox geweest. Toen ik nog op de filmschool zat, liep zowat iedereen in een groene parka of een late punk-outfit rond. Ik droeg een kostuum en een deftig hemdje. De meesten gingen uit en dronken zich lazarus, terwijl ik cola dronk en na twee of drie films om twaalf uur naar huis ging. Onopzettelijk val ik er altijd een beetje buiten. Daarom zal ik na nieuwjaar ook opnieuw in De Laatste Show opduiken. Ik vind dat plezant en ik had het al beloofd voor Alzheimer geëxplodeerd is. Met de filmsterren had ik het na 52 afleveringen wel een beetje gehad, ik zal nu dus ook andere sterren interviewen."

Waarom hebt u nu al beslist dat u opnieuw een Jef Geeraerts-roman gaat verfilmen? Wilt u met Dossier K. even uitcashen?

"Neen, ik zou het zonde vinden om die film niet te maken, ik vertel die verhalen doodgraag. De personages Vincke en Verstuyft zijn klaar, het boek is geschreven en met Alzheimer is gebleken dat het gefundenes Fressen voor de bioscoop is. Het is niet van: 'dit werkt en nu gaan we eens snel een sequel in mekaar draaien'. We gaan niet voor een snel succesje. Daarom hebben we meteen gezegd dat dat vervolg er pas in 2005 komt. En als het scenario dan nog niet goed zit, wachten we nog een jaar langer. Zowel als ik hebben al een day job, we zijn niet gehaast."

Na een kaskraker kun je ook een heel andere richting inslaan. Zoals een rockgroep na een stadiontournee soms opnieuw in kleine zaaltjes gaat spelen.

"Zeg nooit nooit, maar het is toch een beetje een verslaving. Je weet pas hoe leuk het is om 600.000 toeschouwers te trekken als je het eens hebt meegemaakt. Ik bedoel dat niet arrogant. Ik weet ook wel dat we geweldig tevreden zullen moeten zijn wanneer Dossier K. driehonderd- of zelfs maar tweehonderdduizend kijkers trekt. Maar ik wil het gevoel dat ik op dit moment heb niet zomaar ruilen. Uiteindelijk leun ik heel dicht bij Jan Verheyen aan wat betreft mijn smaak voor film: ik wil genrefilms maken voor een groot publiek."

Voor een film als Shades hoeven ze u niet meer te vragen?

"Ik ben, ondanks de geringe belangstelling en de vrij slechte kritieken, vrij trots op die film maar ik zou het geen tweede keer doen, neen. Daarvoor komt er iets te veel stress en ellende bij kijken. Voor dat soort Studio Brussel-cinema bestaat een plafond van zestigduizend toeschouwers. Any Way the Wind Blows van Tom Barman is daar dankzij de hype iets over heen gegaan. Ik vel helemaal geen kwalitatief oordeel, integendeel, ik vond het een heel knappe film, maar ik wil daar vér boven zitten. Ik weet trouwens ook niet of ik zo'n film zou kunnen maken.

"Om de publiekscijfers te bereiken die we met Alzheimer nu halen, moet je echt iedereen meekrijgen, ook de bomma's en de bompa's, al dan niet met looprek. Je moet de unserved audience aanspreken die een bioscoopbezoek maar één keer om de drie jaar de moeite waard vindt. Eigenlijk is het wel straf dat we daar nu in slagen met een film waarin toch negen mensen worden afgeschoten. Alzheimer is geen nobele familiefilm zoals Daens destijds. Bovendien is het ook een moreel aanvechtbare film. Door de vertolking van Jan Decleir word je immers verondersteld mee te leven met een personage dat zijn hele leven mensen vermoordt. De mensen vinden het écht erg dat Angelo Ledda wordt neergeschoten."

In het boek van Geeraerts kun je helemaal geen sympathie hebben voor Ledda.

"Daar is hij gewoon een beest, en toch is Jef Geeraerts het meest tevreden over die figuur in de film. Het was een heel doelbewuste keuze om hem zo neer te zetten, dat is gegroeid met de jaren. In de eerste versies van het scenario was hij niet zo. Maar ik hou nu eenmaal erg van politiefilms waarin je kunt meeleven met de hoofdfiguren, waarin zelfs de killers worstelen met tragedies. Daarom zijn Heat, Mystic River of The Silence of the Lambs zo straf.

"Ik begrijp volkomen dat je daar ethische bezwaren tegen kunt hebben, maar ik geloof niet in compleet slechte mensen. Ik verafschuw zowel George Bush als Saddam Hoessein, maar toch zit er aan beiden wellicht een goede kant. En hoewel je Michael Jackson wellicht aan de schandpaal moet nagelen, schuilt er toch ook een geweldig drama in die man. Anders word je zo niet. Begrijp me niet verkeerd, ik zeg niet dat je vrouwen steegjes mag intrekken omdat het je zelf ooit overkomen is. Alleen wordt een verhaal pas interessant als het complex wordt.

"Daarom ben ik ook zo'n fan van de Amerikaanse cinema van de jaren zeventig, de tijd van het Watergate-schandaal. In films als Chinatown of The French Connection was er iets meer mogelijk. Toen waren zelfs de mainstream films nog zeer kritisch voor de eigen instituten en stierven de helden aan het eind vaak. Dat waren veel hardere, scherpere films dan degene die nu gemaakt worden. Eigenlijk wilde ik ook zo iets doen. Op een eerste niveau functioneert Alzheimer als spektakel, als een spannende thriller. Maar daar wordt dan nog een laagje scherpte en emotie aan toegevoegd.

"Dat is een zeer grote les voor de toekomst: je hoeft geen genoegen te nemen met een simpel politieverhaaltje, er mag een hele wereld van tragiek achter schuilen. De zaak Alzheimer is drama, dat moet Dossier K. ook worden. Ik besef dat die film eigenlijk beter zal moeten zijn om even goed ontvangen te worden."

Bij Jef Geeraerts slaagt het establishment er uiteindelijk in om de stinkende potjes aan het eind toe te dekken. In uw film gaat de toeschouwer naar huis met de hoop dat er iets zal veranderen. Is er meer reden tot optimisme in 2003 dan in 1985, toen het boek verscheen? Of is té veel maatschappijkritiek ook niet goed?

"Ik wilde vooral een soort van happy end. Heel eerlijk: als je voor een groot publiek werkt, hoort dat erbij. Zonder die weliswaar dubbelzinnige afsluiter, zouden we nooit zo'n gevoel bij de kijker teweeggebracht hebben. Toen ik zelf ging kijken, voelde je aan het eind echt de ontlading in de zaal. Op bijna Amerikaans-achtige manier beginnen er dan mensen te applaudisseren."

Wellicht omdat ze u hadden opgemerkt.

"(lacht) Neen, want ik kom altijd iets later en vermom mezelf dan als Michael Jackson. Iedereen verlangt na de dood van Decleir gewoon naar een hoopgevend signaal. Ik besef dat het niet echt een moedig antwoord is, maar we hebben dat slot om puur dramaturgische redenen omgegooid. Ik zou natuurlijk kunnen zeggen dat de politieke toestand er sinds de periode van de Nieuwe Politieke Cultuur op vooruit is gegaan. Maar ik vrees dat dat iets te ver gezocht is. Dat andere einde is er niet gekomen op basis van een politieke analyse."

In Humo bewierookte zelfs Pieter De Crem, toch een partijgenoot van Baron De Haeck, uw film.

"(lacht) Ik schrok wel even. Maar goed, Pieter De Crem is nog niet zo oud, de film was geen aanklacht tegen zijn generatie politici. Misschien is er de laatste jaren ook wel iets veranderd. Als er al mensen kritiek hadden, ging het vaak over die figuur van baron De Haeck, de gepensioneerde CVP-minister van staat die zijn kasteel niet uitkomt en huurmoordenaars op pad stuurt. 'Dat bestaat niet meer', zeiden ze. 'Het is een karikatuur.'

"Eerst wilden we vragen aan Mark Eyskens om de rol van baron De Haeck te spelen. Hij is misschien niet het symbool van de Oude Politieke Cultuur, maar raakpunten zijn er toch wel. En helemaal in het begin dachten we aan Senne Rouffaer omdat hij Paul vanden Boeynants zo geweldig goed kan imiteren. Maar uiteindelijk zei Jan Decleir: 'De enige die dat personage op een geloofwaardige manier kan neerzetten is Jo Demeyere.' En gelukkig wilde hij dat ook doen.

"Ik wil niet té direct verwijzen naar de politieke actualiteit. Dan wordt het geheel algauw nogal drammerig. Ik wil in de eerste plaats het psychologische verhaal van die personages vertellen. De politieke actualiteit volg ik niet genoeg om er straffe uitspraken over te doen. Ik zou in platitudes, veralgemeningen vervallen, en dat wil ik niet. Eigenlijk haal ik al mijn kennis uit films. Ik weet dat het Watergate-schandaal is uitgebracht door Bob Woodward en Carl Bernstein in The Washington Post omdat ik All The President's Men gezien heb. Zo kom je ver, hoor. (lacht) Over zowat alles is wel een film gemaakt...

"Weet je, bij iedere stap in de film hebben we ook een commerciële afweging gemaakt. Zelfs bij de keuze van de acteurs. Geeraerts zelf was minder blij met de figuur van Verstuyft, maar we wilden naast Koen De Bouw een sexy kop op onze affiche, en mede daarom werd het Werner Desmedt. Ik ga niet heiliger zijn dan de paus, het artistieke was niet het enige wat telde. (lacht) Ik hoop dat je dat begrijpt."

Wij proberen zelf ook zoveel mogelijk kranten te verkopen.

"Ik ben blij dat je het zegt, daartegen zijn lijkt me ook complete onzin. Je moet er alleen voor zorgen dat je ook een straffe film maakt. Daarom hebben we er geen zeven halfnaakte danseressen in gestoken. We hebben het nu één keer gedaan en, achteraf gezien, was het misschien al overdreven."

U verwijst naar de scène waarin een douchende Deborah Ostrega in volle glorie te zien is?

"Ik heb het al eens gezegd: die douchescène was eigenlijk een regiefout. (lacht) Echt waar! Toen ik dat beeld op die kleine monitor zag, leek het allemaal nogal kosjer. Ik focuste me op de kop van Decleir en niet op de douchende Deborah Ostrega op de achtergrond - iedereen kan douchen, nietwaar. Maar toen ik dat beeld op een scherm van dertig meter zag, dacht ik: godverdoeme, er gaat geen mens naar de Jan kijken. Het had eigenlijk ietsje subtieler gemogen en gemoeten. Jan gaf daar het beste van zichzelf maar niemand zal het ooit weten.

"Misschien ben ik nu iets te eerlijk maar bij de casting van Deborah Ostrega hebben er ook commerciële motieven meegespeeld. Pas op, we hebben audities gedaan. Als er een actrice was geweest die zestien keer beter was geweest, had ik zonder twijfel haar genomen. Maar nu zaten ze kwalitatief nogal dicht bij elkaar, Deborah was bijna de beste. Dan zou ik toch dom zijn haar niet te nemen? Ik wist meteen dat we zo wellicht de cover van P-Magazine zouden halen.

"Wat dat betreft heb ik jaren school gelopen in het Jan Verheyen-instituut voor Zelfpromotie. Nu iedereen het een goede film vindt, kan ik dat wel zeggen. Weet je trouwens dat er met Team Spirit II en De zaak Alzheimer al twee weken lang twee Vlaamse films in de Vlaamse topvijf staan? Met die tweeslag moeten we heel blij zijn."

Waarom moeten we dat zo geweldig vinden?

"Omdat het aantoont dat twee Vlaamse megasuccessen in drie maanden tijd blijkbaar mogelijk zijn. Dat schept nieuwe economische mogelijkheden. Zo zal er meer geld vrijkomen voor de Vlaamse film en dat willen we al jaren. Als je niet om de zes jaar maar om de twee jaar een film wilt maken, heb je een soort industrie nodig. Wanneer er niets verandert, zal de Vlaamse film enkel in de marge gedijen en blijft het constant wachten op subsidies. Dankzij deze tweeslag, en eigenlijk is het met Any Way the Wind Blows een drieslag, wordt dat misschien anders."

In Duitsland of Frankrijk krijgen filmmakers veel meer steun van de openbare omroep.

"Maar daar is de afzetmarkt, in vergelijking met Vlaanderen, dan ook gigantisch. Het probleem is dat er maar zes miljoen Vlamingen zijn. Over de taalgrens kun je het als Vlaamse filmmaker compleet vergeten. Het is makkelijker om Alzheimer te slijten in Afghanistan dan in Louvain-la-Neuve. VTM geeft momenteel ook zeer goede signalen aan de fictiewereld. Jan Verheyen is tal van prestigeseries op gang aan het brengen."

Zou je dat niet eerder van de VRT verwachten?

"Ik vermoed dat zij nog wel zullen volgen. Je mag ook niet vergeten dat De zaak Alzheimer er zonder de steun van de openbare omroep nooit gekomen was. We hebben acht jaar moeten wachten op een hoeveelheid geld die uiteindelijk van de VRT is gekomen. Ze krijgen nu een Alzheimer-minireeks die echt wel bij de prestigeprojecten gerekend mag worden. (met plezier) De Aimé Van Hecke in mezelf is er trouwens van overtuigd dat de kijkcijfers zeer goed zullen zijn.

"Ik hoop dat De zaak Alzheimer de VRT het vertrouwen geeft om door te gaan. Ze willen in ieder geval meewerken aan Dossier K. Ik begrijp ook dat ze voorzichtig zijn geworden. In het verleden kregen ze vaak films terug die ze enkel op Canvas konden programmeren, als het meezat om halfnegen en als het tegenzat om halftwaalf. Nu hebben ze Pauline en Paulette al twee keer kunnen tonen in prime time, en binnenkort krijgen ze ook Alzheimer."

Kun je, relatief gezien, zeggen dat het Vlaamse filmjaar sterker was dan het internationale?

"Ik denk van wel, al wil ik daar helemaal niet mee zeggen dat Alzheimer de beste film tout court is. We hebben mee geprofiteerd van een filmisch creatieve armoede op het internationale vlak. Aan spectaculaire films is er geen gebrek, maar je krijgt tegenwoordig nog maar heel zelden een beetje inhoud bij al die actie. En de knappe films zijn meestal geen films voor het grote publiek.

"Er zijn dit jaar ontzettend veel Amerikaanse flops geweest, ook aan de kassa. Het niveau wordt steeds infantieler, de ene film is steeds meer een remake van de vorige. The Matrix was heel straf en vernieuwend, maar de vervolgen slaan nergens op. Tegenwoordig word je heel vaak ontgoocheld.

"Alles wordt gedicteerd door de marketinginstrumenten van de Amerikaanse cinema. Men gaat ervanuit dat wat werkt, ook zal blijven werken. Dat klopt niet altijd. VTM draaide zeer goed van 1989 tot voor een paar jaar geleden en toch is het misgelopen. Op een bepaald moment ontstaat er een soort moeheid bij het publiek. Je ziet nu dat ze daar op een keerpunt zitten, Jan Verheyen is er als een orkaan binnengewandeld en het begint er vreselijk te waaien. Misschien evolueren ze wel in een iets hippere richting. Maar zover staan we nog lang niet. Op zondagavond hebben ze Puur toeval met Luc Appermont nu zelfs in prime time gezet. Als er al zoiets als krokodillencultuur bestaat, is het dat wel."

Zou u een VTM-figuur kunnen zijn?

"(lacht) En toen nam het interview een verrassende wending. Dank u, ik ben zeer vereerd. Ik volg gewoon mijn vrienden. Als Wouter Vandenhaute en Tom Lenaerts zouden menen dat er met VTM te werken valt, zou dat bij mij ook wel lukken, zeker? Maar bon, ik ben helemaal geen tv-ster, ik heb niets te vragen."

Maar we waren dus over Hollywood-cinema bezig...

"Net zoals televisie is film geen exacte wetenschap. Hoeveel ervaring je ook hebt: Nobody knows anything. Ik wentel me elke dag in die uitspraak. Quentin Tarantino en Martin Scorsese zijn superieure talenten die al twee of drie Oscars voor de beste regie hadden moeten krijgen, en toch waren hun laatste films maar zozo. Het blijft gokken."

Gaat u weleens wel naar het toneel of naar een museum?

"Uiterst zelden, ik ben daar nogal functioneel in. Tom Wolfe schrijft schitterende boeken, maar die rechten kan ik toch nooit betalen. En dus zal ik eerder Herman Brusselmans of Tom Lanoye lezen. In het theater of in een museum doe ik weinig inspiratie op. Het is ook gewoon een praktische kwestie: als je elke dag een film wilt zien en je hebt ook nog een dagtaak te vervullen, blijft er niet zoveel tijd over. Maar let wel, ik ben daar absoluut niet trots op. (lacht) En daarom heb ik ooit eens naar Tanja Dexters uitgehaald. Ik had gezegd dat zo'n grensverleggende domheid wel rustgevend moest zijn. Geen vragen, geen twijfels. Ze had ermee gestoeft dat ze 'nooit boeken las'. Van mij moet je geen boeken lezen, maar dat moet je dan wel heel erg vinden."

'Slimme mensen vind je overal, maar bij intellectuelen toch iets minder', zegt Steve Stevaert.

"Ik zou zoiets niet zeggen, hoewel er natuurlijk wel iets van klopt. Vaak zijn intellectuelen, eens ze zich buiten hun vakgebied begeven, bijzonder domme wezens. Sociaal gehandicapt. En intelligentie vind je overal, onlangs nog bij Tanja Dexters. In De Morgen werd haar gevraagd of ze niet vreesde in de anonimiteit te belanden. Toen antwoordde ze: 'Dan zeg ik toch gewoon iets onnozels, dan sta ik meteen weer in alle boekjes.' (lacht) Kijk, dát vond ik nu eens een rake uitspraak.

"Ik kan me enorm storen aan mensen die tegen een hype zijn omdát het een hype is. Aan de Lieven Vandenhautes van deze wereld die op de radio zeggen: 'Er wordt zoveel goeds verteld over De zaak Alzheimer, ik ben dus zeer ongerust.'Dan ben je nog een grotere meeloper dan wanneer je meedoet met een hype. Je moet een slechte hype van een goede hype weten te onderscheiden."

Vindt u zichzelf een kunstenaar?

"(verbaasd) Een kunstenaar? Ik? Eigenlijk niet. Ik ben ook nergens echt goed in. Als ik regisseer haal ik vooral het beste uit anderen. (denkt na) Weet je, mijn moeder begon enkele jaren geleden schilderijtjes te maken. Toen ze een kleine collectie bij mekaar had geschilderd, wilde ze dat - zoals iedereen - graag aan de wereld tonen. Ze belde naar een galerie en daar beloofde men terug te bellen. En inderdaad, op een dag nam ze de telefoon op en vroeg men: 'Is het mevrouw de kunstenares zelf?' Ze bescheurde zich en moest de telefoon aan mij doorgeven. 'Mevrouw de kunstenares is even niet goed', heb ik dan maar geantwoord. Ik vind het begrip 'kunstenaar' nogal beladen.

"Het is toch ook onnozel wanneer iemand zichzelf een kunstenaar noemt, neen. Wake up and smell the coffee, denk ik dan. Roger Raveel en Hugo Claus, dát zijn kunstenaars. Alleen zullen zij nooit de behoefte voelen om dat zo te zeggen."

Film kan toch ook kunst zijn.

"Wellicht wel, ja. Maar met film leef je toch vooral mee. Kunst is voor mij een vrij afstandelijk, passief gebeuren. Er zijn natuurlijk films die in de buurt komen, vooral als er met vorm geëxperimenteerd wordt. Maar het zijn niet de films die ik maak."

Welke film zou u maken wanneer u op alle vlakken carte blanche kreeg?

"(lacht) Hij is al gemaakt: Jaws. Ik weet het echt niet. Nogmaals, op dit moment leef ik in de vreemde veronderstelling dat ik het nooit nog even goed zal kunnen doen. (denkt na) Soms worden Europese films in Hollywood nog eens opnieuw gemaakt. Wel, indien ze mij zouden bellen voor een remake van Alzheimer, zou ik dat wel doen. Ik ben daar echt enorm graag mee bezig geweest en ik heb daar heel veel van mezelf in gestopt. Als ik dat nog eens zou mogen overdoen met een keurig budget, zou dat bijzonder fijn zijn. Ik ben er ook van overtuigd dat de topacteurs zouden vechten voor de rol van Ledda. Dan eindig je niet met Jean-Claude Van Damme maar met Al Pacino of Robert De Niro."

En een verfilming van Gangreen?

"Vertel het niet aan Jef maar ook dat boek heb ik nooit gelezen. Ik wist immers dat Dominique Deruddere er al mee bezig was."

Een praatfilm misschien?

"Het is niet direct mijn genre. Ik schaam me er diep voor, maar in mijn films moet er toch altijd wel iets ontploffen. Al is het maar een Golfke."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234