Woensdag 20/10/2021

Regiodenken

Wat is Vlaanderen een fantastische deelstaat. De voorbije week legde minister-president Somers ons uit dat we in 2016 voor een habbekrats - nog niet de helft van Athene deze zomer en een stuk minder dan Sydney in 2000 - de Olympische Spelen zullen organiseren, terwijl we een pak meer infrastructuur moeten bouwen. En volgende woensdag presenteert zijn partijgenoot en sportminister Keulen een plan waarmee we tijdens die Olympische Spelen van 2016 ook nog eens heel veel medailles zullen halen.

Ik weet toevallig wat er in het plan staat, maar daar gaat deze column niet over. Er is voor het eerst een plan en daar moeten we al bij al blij om zijn. En vorige week heeft Marino Keulen nog maar eens herhaald dat sport evenveel subsidie zou moeten krijgen als cultuur. Ook dat is een prima idee.

Het Actieplan ziet er op papier heel erg mooi uit, maar tussen droom en werkelijkheid staan eerst en vooral de verkiezingen. Misschien regeren Somers en Keulen wel over hun graf. Misschien is het wel een verkiezingsstunt.

De topsport een duw in de rug geven, is al eerder met succes vertoond in het buitenland. Meestal kwam het besef na een gigantische dip. In Frankrijk nam De Gaulle in hoogsteigen persoon het heft in handen na het debacle van Rome 1960, waar er geen enkele gouden medaille werd behaald. Toen Australië - een land toen met een bevolking zo groot als die van België - in Montréal 1976 ook geen goud haalde, werd het Australian Institute of Sports in het leven geroepen. En toen de oude roeier Sir Stephen Redgrave in 1996 de enige Engelse gouden medaille won, gooiden de Engelsen veel geld tegen hun topsport. In Frankrijk liet het resultaat decennia op zich wachten. Ook Australië moest vijftien jaar geduld oefenen voor er schot in de zaak kwam. Alleen Engeland had onmiddellijk succes: vier jaar later verdubbelde het aantal medailles (van 15 naar 28) en werden er elf gouden medailles gewonnen.

Op zo'n kortetermijneffect wordt er nu bij ons gehoopt als men Het Actieplan in functie van 2016 opstelt. De olympiade 2001-2004 is afgesloten. Wat we straks in Athene halen, staat nu al in de sterren geschreven. Een beursje meer of min zal daar niks aan veranderen. Voor 2008 zijn de kaarten ook al zo goed als geschud. Dat talent heeft zich al aangediend. Of niet (Zet uw geld maar op dat laatste scenario). 2012 en 2016 zijn Olympische Spelen waarop er voor het eerst kan worden gescoord.

Alleen, er is een fundamenteel verschil met Engeland. De Engelsen hadden heel veel topsportkennis in huis en wat ze niet hadden, gingen ze halen. Wij zijn dat niet van plan. Bovendien hadden de Engelsen een topsportbasis via hun schoolsportsysteem. Ook dat bestaat bij ons niet. Tegelijk hadden ze opleiders, wellicht de belangrijkste schakels in het productieproces om afgewerkte topsporters af te leveren. Op de trainerscursussen hebben wij bezigheidstherapeuten en sportbabysitters opgeleid, maar geen 'teachers', het hoogste goed in de sport. Al het Vlaamse topsportgeld is ook steeds naar de atleten gegaan en niet naar de coaches.

In een voorafgaande studie over topsport in Vlaanderen kwam aan het licht dat de Vlaamse sportfederaties de lat niet hoog genoeg leggen. Daar had ik geen studie voor nodig om dat te weten, maar het is goed dat het nu eens zwart op wit is bewezen. Onze sport hebben we geregionaliseerd en ons sportdenken in één moeite ook. De hoop stellen op een internationale prestatiedrang bij federaties en bij zelfverklaarde topatleten die als referentiekader hun kerktoren en België hebben, is een beetje ijdel. De Vlaamse sportbonden bestaan vooral uit secretariaten die hun bestaansrecht ontlenen aan het behoud van de ledenaantallen en die het overwicht tegenover andere de gemeenschap als ultieme doel hebben. Een internationaal referentiekader (WK's, EK's) betekent een Belgisch team: andere kleuren, andere normen, andere wetten, andere mensen... Een al te ambitieus internationaal project zou de veilige grond wegmaaien vanonder de voeten van de Vlaamse sportapparatsjiks. In Franstalig België is die regionale reflex zo mogelijk nog sterker.

Bijna dertig jaar geleden hebben we sport geregionaliseerd. Dat was rond de Spelen van Montréal. Nederland haalde toen evenveel medailles als wij. Ik weet wel dat de politieke klok niet kan worden teruggedraaid, maar niemand (met een beetje kennis van sportzaken) die kan ontkennen dat het regiodenken nefast heeft gewerkt voor ons topsportniveau. Vandaag hanteren België en Nederland ongeveer dezelfde normen om hun atleten volgens internationale standaarden te kwalificeren: België heeft 99 atleten op de olympische A- en B- en C-lijsten staan, Nederland heeft er voor A en B alleen al minimaal 1.250.

Onze sport hebben we geregionaliseerd, ons sportdenken in één moeite ook

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234