Zaterdag 21/09/2019

Regime in Kigali maakt oppositie monddood

Een half jaar voor de presidentsverkiezingen in Rwanda heeft het regime van president Paul Kagame de politieke ruimte tot nul herleid. Wat nog veel erger is: meer dan vijftien jaar na de genocide is er van verzoening in het land geen sprake.KIGALI

In Rwanda zijn er binnen zes maanden presidentsverkiezingen maar nu al staat vast dat het huidige staatshoofd Paul Kagame zijn mandaat met zeven jaar zal verlengen. De enige vraag die Rwandezen en waarnemers zich stellen, is welke monsterscore Kagame zich zal toe-eigenen. Zestig procent? Negentig procent? Meer dan negentig procent? Experts, recente mensenrechtenrapporten en discrete diplomaten laten er geen twijfel over bestaan dat de politieke ruimte in Rwanda momenteel bijna tot nul herleid is. “De verkiezingen zijn een doorgestoken kaart”, zegt de Antwerpse professor Filip Reyntjens hierover. “Kagame zal 96 procent van de stemmen halen.” Een vertrouwelijk rapport van een ngo zegt dat Kagame’s FPR-partij zich in de campagne als een monopolist gedraagt: alles wordt in het werk gesteld opdat andere politieke partijen onbekend blijven voor het electoraat, luidt het. Bovendien zouden FPR-leden bezig zijn aan een huis-aan-huiscampagne om burgers aan te sporen lid te worden van Kagame’s partij.Dat deze stellingen niet ver van de waarheid zijn, blijkt uit de praktijk. Zo ondervond de uit Nederland afkomstige oppositiekandidate Victoire Ingabire de jongste weken grote problemen om campagne te voeren. Haar rechterhand Joseph Ntawagundi werd op 3 februari door knokploegen in elkaar geslagen en drie dagen later werd hij gearresteerd wegens vermeende betrokkenheid bij de genocide van 1994. Ingabire moest tijdens haar campagne al vele uren doorbrengen op het politiebureau van Kigali waar zij over allerlei zaken ondervraagd werd. Waarnemers zeggen dat het regime hiermee twee doelen wil bereiken: “Ze willen haar intimideren maar ook immobiliseren. Een kandidate die de helft van haar tijd in een politiekantoor moet doorbrengen, kan natuurlijk niet op een behoorlijke manier campagne voeren.” Gisteren raakte bekend dat Ingabire een verbod kreeg opgelegd om een politieke meeting te organiseren.Uit een recente nota van de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch blijkt dat Victoire Ingabire niet de enige opposante is die wordt lastiggevallen. Ook Frank Habineza, de voorzitter van de groene partij, was al het slachtoffer van intimidatiepraktijken: vergaderingen werden verstoord en kandidaten bedreigd door knokploegen. De leden van de groene partij staan nochtans dicht bij de Tutsi-elite van Kagame’s FPR. “Ik had niet verwacht dat het regime zo fel tegen oppositiekandidaten zou reageren”, zegt Kris Berwouts van het Europese netwerk van ngo’s voor Centraal Afrika. “Ik ben verbaasd over hun verkrampte houding.” Filip Reyntjens: “Toch wel interessant wat er nu gebeurt. Kagame en zijn FPR controleren het leger, de administratie en de inlichtingendiensten en toch voelen ze zich bedreigd door die oppositiepartijtjes die geen kans maken op de overwinning. Dat toont de onzekerheid van het FPR aan.”

Een van de belangrijkste instrumenten waarmee het regime in Kigali de oppositie monddood maakt, is de ‘wet op de genocide-ideologie’. Deze wet moet de ontkenning van de genocide in 1994 bestraffen, maar is dermate ruim en vaag geformuleerd dat ze ook gebruikt kan worden om kritische stemmen te treffen. “Politiek gemotiveerde beschuldigingen worden gebruikt om het middenveld, de media en individuen aan te vallen”, schrijft de mensenrechtenorganisatie Commonwealth Human Rights Initiative in een recent rapport. “Beschuldigingen van ‘divisionisme’ en ‘genocide-ideologie’ behoren tot de efficiëntste instrumenten om kritische stemmen het zwijgen op te leggen.” Reyntjens: “We zitten in de absurde situatie dat elke vorm van vrije meningsuiting neerkomt op het ontkennen van de genocide.” De wetten op genocide-ideologie hebben ervoor gezorgd dat er in Rwanda geen kritische mensenrechtenorganisatie meer actief is. Ook de Rwandese medewerkers van internationale mensenrechtenorganisaties gaan bijzonder voorzichtig te werk. “Wij weigeren om ons momenteel te verdiepen in wat er in ons land aan het gebeuren is”, schreef een mensenrechtenactivist deze week. “Te gevaarlijk”. Het middenveld is zogoed als dood, luidt het.Ook journalisten krijgen regelmatig te maken met de genocide-wet. De weinige onafhankelijke publicaties die nog bestaan, worden regelmatig gecensureerd. Verschillende journalisten moesten onderduiken of naar het buitenland vluchten. Verwacht wordt dat een aantal nieuwe mediawetten de doodsteek zullen geven aan de vrije pers. Zo wordt de geheimhouding van bronnen voortaan omschreven als een crimineel feit en moeten leidinggevende journalisten een universitair diploma hebben, iets wat bij de Rwandese pers eerder een uitzondering is. Zelfs media als de BBC en Radio France International hebben regelmatig zware aanvaringen met het Rwandese regime omdat ze zogezegd propaganda maakten voor de genocide-ideologie. In 2009 besliste de BBC om haar uitzendingen in het Kinyarwanda te stoppen. Volgens verschillende experts is er nog een andere, veel minder opvallende, manier waarop het regime in Kigali de absolute macht in handen probeert te houden. Wetten worden herschreven op zo’n manier dat ambtenaren, rechters en instellingen afhankelijk worden van Kagame en zijn entourage. Zo werd in 2008 een amendement op de grondwet goedgekeurd dat een einde maakt aan de regel dat rechters benoemd worden voor het leven. De voorzitter en de ondervoorzitter van het Hooggerechtshof mogen hun ambt voortaan slechts acht jaar bekleden. Voorzitters van andere rechtbanken en gewone rechters worden eveneens voor een beperkte termijn benoemd. Het ambt van deze laatsten is weliswaar hernieuwbaar maar afhankelijk van een evaluatie door een raad die politiek wordt samengesteld. De onafhankelijkheid van de magistratuur komt daarmee in geding. Maar misschien wel het krachtigste instrument waarmee de leiders in Kigali de bevolking controleren, zijn de zogenaamde gacaca-rechtbanken, die instaan voor de berechting van duizenden genocideverdachten. Gacaca is een traditionele vorm van gemeenschapsrechtspraak die gericht zouden moeten zijn op verzoening. Maar in de praktijk worden de gacaca-rechtbanken gecontroleerd door de overheid en gekenmerkt door corruptie, valse beschuldigingen en een gebrek aan onafhankelijkheid en rechtszekerheid. Zowel het VN-mensenrechtencomité als Human Rights Watch beschreven hoe de gacaca-rechtbanken een klimaat van angst onder de bevolking creëerden: getuigen worden onder druk gezet, verdachten valselijk beschuldigd en rechters bedreigd. “We krijgen steeds meer aanwijzingen dat de gacaca-rechtbanken een instrument zijn geworden om af te rekenen met opposanten en vervelende intellectuelen.” Waarnemers hebben het over een “instrument van terreur tegen de bevolking”. De conclusie van Reyntjens: “Rwanda is een vulkaan met een deksel op. Je hebt een steeds kleiner wordende elite die steeds meer mensen uitsluit. De teleurstelling, de frustratie en de haat zijn zo groot dat het land opnieuw zal ontploffen”. De internationale gemeenschap lijkt de grootste moeite te hebben om zich een correcte houding aan te meten tegenover Rwanda. Dat heeft onder andere te maken met de genocide van 1994, waardoor Rwanda, deels terecht, gezien wordt als een slachtoffer van internationale tekortkomingen. Komt daar nog bij dat het zeker niet eenvoudig is om het democratische gehalte van de oppositie af te meten. Hoewel de reputatie van Victoire Ingabire over het algemeen niet in vraag wordt gesteld, zijn waarnemers niet even zeker over het gematigde karakter van sommige elementen uit haar entourage. “Je kunt Rwanda niet als een normale democratie zien”, zegt een ontwikkelingshelper die jarenlang in Kigali woonde. “Het land heeft een genocide meegemaakt, er heerst enorm veel wantrouwen, de mensen hebben verschrikkelijke dingen meegemaakt. Hoe krijg je zo’n land weer op het democratische pad? Niet eenvoudig. Zeker niet als je weet dat sommige opposanten nog steeds radicaal denken en je vragen moet stellen over hun goede wil.” Ook het feit dat de Rwandese regering inzake goed bestuur, corruptiebestrijding en wederopbouw een goede reputatie heeft, draagt bij tot de goodwill. “Ik kan niet ontkennen dat het Rwandese overheidsapparaat voor een groot deel wordt bevolkt door enthousiaste en bekwame mensen die hun land op de rails willen zetten”, zegt de ontwikkelingswerker. “Het land wordt bestuurd door mensen die vooruit willen. Waarmee ik niet wil ontkennen dat we het over een dictatuur hebben.” Maar tegelijk beseffen westerse regeringen zeer goed dat de situatie in Rwanda bijzonder zorgwekkend is. Nederland en Zweden maakten vorig jaar al een eind aan hun budgettaire hulp aan Kigali. Een beslissing die niet alleen met de autoritaire reflexen van Kagame te maken had, maar ook met de rol die Rwanda op dat moment in Oost-Congo speelde. Uit een VN-rapport van eind 2008 was gebleken dat Kigali steun verleende aan de Congolese krijgsheer Laurent Nkunda. Hoewel dat niet in het publiek wordt gezegd, bekijkt ook de Belgische regering de evoluties in Rwanda met veel argwaan. “België werpt zich allerminst op als een onvoorwaardelijke bondgenoot en Kigali is zich daarvan bewust.” Zelfs de VS en het Verenigd Koninkrijk zouden zich vragen stellen over hun goede relaties met het Rwandese regime. Getuige het bezoek dat VS-minister Clinton in augustus aan Oost-Congo bracht. De VS lijken zich zorgen te maken over de dramatische situatie in Oost-Congo en dat zou volgens waarnemers kunnen leiden tot een kritischer houding ten aanzien van Kigali. Nog verrassender is dat de Britse ambassadeur, Nicholas Cannon, zich steeds meer zorgen maakt over de politieke ontwikkelingen in Rwanda en de bijna vriendschappelijke relatie tussen Londen en Kigali.

Misschien wel het allergrootste probleem in Rwanda is dat er meer dan vijftien jaar na de genocide nog geen sprake is van verzoening. Hoewel het overduidelijk is dat een steeds kleiner wordende Tutsi-elite zich de macht heeft toegeëigend, zijn de etnische tegenstellingen een taboe geworden. De atmosfeer wordt nog steeds gekenmerkt door etnische verstarring. “Rwanda is een etnische tijdbom”, zegt KUL-socioloog Luc Huyse, die auteur is van Alles gaat voorbij, behalve het verleden, een boek over hoe landen omgaan met een traumatisch verleden. “In Rwanda werd de verzoening door het regime opgelegd. De gedwongen verzoening ligt als een loden mantel over het land. Er mag niet meer gesproken worden over Hutu’s en Tutsi’s en de wandaden van het huidige regime in eigen land en Oost-Congo mogen niet berecht worden. Verzoening is verdrongen door het aspect gerechtigheid.” Het feit dat meer dan 85 procent van de bevolking tot de Hutu-etnie behoort, die geen aanspraak mag maken op verzoening en ook geen toegang krijgt tot politieke en economische participatie, is onhoudbaar. Huyse: “In zo’n situatie kun je niet verwachten dat de bevolking veel vertrouwen krijgt in de overheid. Het feit dat die erin slaagt om diensten als gezondheidszorg en onderwijs op een vrij efficiënte manier te leveren, vertraagt de tijdbom. Maar het blijft een tijdbom.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234