Dinsdag 06/12/2022

Update

Regering zet licht op groen voor eenheidsstatuut

Minister van Werk Monica De Coninck. Beeld BELGA
Minister van Werk Monica De Coninck.Beeld BELGA

De ministerraad heeft het wetsontwerp goedgekeurd dat het akkoord van afgelopen juli over het eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden concretiseert. Daardoor verdwijnt vanaf 1 januari 2014 de carenzdag en vallen alle werknemers onder dezelfde opzegregeling en -termijnen. Wel geldt tot 2018 een overgangsregering voor enkele sectoren waar voordien zeer lage termijnen golden en kan er ook langer een uitzondering gelden voor de arbeiders op mobiele en tijdelijke bouwplaatsen.

Zoals bekend had het Grondwettelijk Hof gesteld dat tegen 8 juli 2013 de verschillen tussen arbeiders en bedienden rond de opzegtermijnen en de carenzdag moesten worden opgeheven. De onderhandelingen daarover verliepen niet zonder slag of stoot. Net op de valreep raakten minister van Werk Monica De Coninck (sp.a) en de sociale partners het eens over een compromis, dat nog in een wettekst moest worden gegoten. Die kreeg vandaag groen licht van de ministerraad.

Het ontwerp verhuist nu naar de Raad van State en moet nadien nog eens langs de regeringstafel passeren, om dan in het parlement goedgekeurd te raken. Het is de bedoeling dat de nieuwe wetgeving op 1 januari volgend jaar in voege treedt. Over verschillende uitzonderingen, zoals rond de vooropzeg bij sluiting en herstructurering en het willekeurig ontslag, moet dit najaar nog overleg plaatsvinden.

Volgens de minister van Werk is het immers geen goede zaak de algemene principes vast te leggen en daarin meteen ook alle uitzonderingen op te nemen. Dat zou de discussie over de algemene punten beïnvloeden, luidt het. Bovendien zouden in dat geval de onderhandelingen nog een pak langer duren waardoor op 1 januari een grote regeling niet mogelijk zou zijn.

Opzegtermijnen
De nieuwe opzegtermijnen volgen de verschillende fases in de arbeidsrelatie. Er gelden korte termijnen aan het begin van de loopbaan, wat aanwervingen moet vergemakkelijken en een betere mobiliteit op de arbeidsmarkt toelaten. Tijdens de eerste vijf jaar anciënniteit zal de opzegtermijn progressief evolueren: eerst driemaandelijks tijdens de eerste twee jaren en nadien jaarlijks. Van het vijfde tot negentiende jaar is de evolutie gelijkmatiger en ligt de opzegtermijn op drie weken per jaar. Na 20 jaar anciënniteit wordt de opbouw vertraagd.

Enkel sectoren waar onder cao 75 zeer lage termijnen golden, krijgen tot 2018 de tijd om richting de nieuwe opzegtermijnen te evolueren. Voor de arbeiders op mobiele en tijdelijke bouwplaatsen kan langer een uitzondering gelden, al kan die worden geëvalueerd. Minister De Coninck merkt op dat in juli werd afgesproken dat er ongeveer 150.000 werknemers onder de uitzonderingen zouden mogen vallen. "Dat hebben we heel strikt bewaakt", luidt het. De horeca valt daar niet onder.

De sociale partners zullen in de schoot van de Nationale Arbeidsraad (NAR) tegen 31 oktober een cao onderhandelen over de motivering van het ontslag. Het wetsontwerp bevat ook twee maatregelen om de inzetbaarheid van de werknemers te verhogen. Zo krijgt een werknemers met een opzegtermijn van 30 weken of een opzegvergoeding die daarmee overeenstemt, een ontslagpakket dat bestaat uit outplacementbegeleiding en een opzegvergoeding. Ook krijgen de sectoren vijf jaar de tijd om een invulling ten belope van één derde te voorzien van de opzegtermijn of opzegvergoeding.

Controles
Omdat de carenzdag verdwijnt, zullen alle werknemers loon krijgen voor de eerste dag ziekte. Voor zowat 25 procent van de werknemers bestaat die carenzdag nog. De maatregel gaat gepaard met voldoende controles op absenteïsme.

Om de kostenverhoging als gevolg van de nieuwe opzegregeling voor de werkgevers te compenseren, worden enkele maatregelen en acties voorzien. Zo zal het budget van de huidige ontslaguitkering ten laste van de RVA voort worden aangewend ter compensatie. Tegen wanneer de tekst opnieuw op de regeringstafel belandt, wordt aan een fiscale regeling gewerkt voor de aanleg van een sociaal passief. Vooral kleine bedrijven blijken niet vaak een sociaal passief op te bouwen. Bedoeling is dat fiscaal aan te moedigen.

De proeftijd verdwijnt, al zal hij nog kunnen voor studentenarbeid, interimarbeid en voor contracten met bepaalde duur. Met de sociale partners is tevens afgesproken dat in het najaar een aparte wetgeving zal worden uitgedokterd over de vooropzeg bij sluiting en herstructurering, terwijl hen ook werd gevraagd een regeling uit te werken over de verlofkassen.

"Is dit perfect? Neen", zegt de minister. "Het is een compromis, waar heel veel evenwichten inzitten. Vergelijk het met een kaartenhuisje. Als je er één kaart uittrekt, ontstaat er een verkeerd evenwicht of stort het kaartenhuisje in", besluit De Coninck.

"Bijzonder ontgoocheld"
De werkgeversorganisaties zijn boos omdat de regering volgens hen een aantal principes en evenwichten uit het in juli bereikte compromisvoorstel in de uitvoering onderuit haalt. De werkgevers zijn naar eigen zeggen bijzonder ontgoocheld over het feit dat de regering met betrekking tot het wettelijke maximum inzake opzegtermijnen flagrant iets anders beslist dan wat aangekondigd werd. Het wettelijk maximum, voor de werkgevers een cruciaal element in het compromisvoorstel, zou met name enkel gelden op interprofessioneel en sectoraal niveau.

Op bedrijfsniveau of individueel zou echter wel nog een hogere opzegtermijn mogelijk zijn. "Men doet dus de voordeur dicht, maar zet tegelijk de achterdeur volledig open", luidt het. Voor een aantal andere punten brengt het vandaag goedgekeurde wetsontwerp volgens de werkgevers onvoldoende duidelijkheid om te kunnen beoordelen of het compromisvoorstel gerespecteerd wordt.

Bijkomende verduidelijkingen
De werkgevers vragen snel bijkomende verduidelijkingen. "We vragen de regering met aandrang om zich strikt aan het compromisvoorstel te houden en terug te keren naar de principes ervan, om zo het delicate evenwicht uit het compromisvoorstel te herstellen. In het andere geval zouden de gevolgen op de werkgelegenheid en de werking van de arbeidsmarkt wel eens heel ernstig kunnen zijn", luidt het.

Bij het kabinet De Coninck bevestigt men dat er hogere opzegtermijnen afgedwongen kunnen worden op bedrijfsniveau. Maar dat is volgens de woordvoerster van de minister niet in tegenspraak met het compromis. "De werkgevers wisten dat al langer", luidt het ook.

"Er blijven probleempunten"
"Wij zijn over het algemeen gehoord, maar er blijven toch nog probleempunten." Dat zegt Anne Demelenne, algemeen secretaris van de socialistische vakbond ABVV, na de goedkeuring door de ministerraad van het wetsontwerp. "Met betrekking tot de opzegtermijnen is het duidelijk dat er een positieve evolutie is voor de arbeiders. We betreuren echter de uitzondering in de bouwsector. Die is onrechtvaardig en discriminerend voor de sector", benadrukt Demelenne.

Ze stelt dat sommige bedienden minder goed af zullen zijn in het nieuwe systeem, zelfs al zal er nog individueel of op bedrijfsniveau onderhandeld kunnen worden. De socialistische vakbond zal de tekst in de komende dagen nog grondiger onder de loep nemen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234