Maandag 20/01/2020

Regel 1 bij het ondervragen van seksueel misbruikte kinderen: stel geen vragen

In het pedofilieschandaal in het Franse Saint-Omer hebben de vier kinderen van de hoofdbeklaagden, hun eigen ouders, maar liefst vijftig namen van misbruikers genoemd. Dat zijn er zonder twijfel veel te veel. Het ondervragen van seksueel misbruikte kinderen is dan ook een vak apart. Wat moeten de ondervragers doen en zeker niét doen, en hoe gebeurt het eigenlijk in ons land? 'Je moet het er zeker niet uit willen sleúren.'

Ria Goris

Psychiaters oordeelden in de loop van het vooronderzoek in de pedofiliezaak van Saint-Omer dat de verklaringen van de kinderen 'geloofwaardig' waren. De in totaal zes slachtoffertjes noemden vijftig namen van misbruikers. Ook de moeder, Myriam Delay, die in 2000 met de zaak naar buiten kwam, kwam tijdens de verhoren op de proppen met vele daders: zeventien, inclusief haarzelf. Anderhalve week geleden wijzigde de vrouw haar versie en beschuldigde ze alleen nog zichzelf, haar man en een buurman. Op basis van die verklaring werden zeven verdachten, onder wie een priester, een deurwaarder, een bakker en een huisvrouw, uit de gevangenis vrijgelaten. Sommige van hen hadden drie jaar opgesloten gezeten. Een andere beschuldigde pleegde enige tijd geleden zelfmoord.

Velen stellen zich grote vragen bij de werking van de Franse justitie. Hoe kon het onderzoek zo slordig gebeuren? Want dat er grove fouten zijn gemaakt, staat vast. Een van de meest delicate kanten aan een pedofiliezaak is het ondervragen van de slachtoffers. Hoofdinspecteur Hans De Wiest van de federale politie is een van de experts op dit vlak in België. Sinds 1995 coördineert hij samen met zijn collega René Stormacq de opleiding die politiemensen leert hoe je seksueel misbruikte kinderen het best verhoort. Vanaf volgend jaar mogen enkel nog daartoe gekwalificeerde politiemensen ingezet worden voor zulke ondervragingen.

De Wiest: 'Ik herinner me nog goed mijn allereerste ondervraging, van een meisje van vijf. Daarvóór had ik voornamelijk jonge drugsdelinquenten gedaan. Het verhoor van het meisje vond plaats in de slaapkamer in het huis van haar moeder. Fout natuurlijk, want dat is geen neutrale ruimte. Wij gingen op de grond zitten en zetten het meisje op een krukje, hoger dan wij. Naar ons eigen gevoel ging het goed, ze begon te praten. Maar het was helemáál niet goed. 'Vertel maar over papa', stelden we voor. Maar dat was een puur suggestieve vraag, want wie zei dat het om de vader ging? Enfin, zo maakten we nog een stel fouten."

Hans De Wiest leerde snel bij, mede dankzij de samenwerking met een kinderpsychologe. 'Je moet dus niet vragen: vertel eens over papa, zelfs als die de vermoedelijke dader is. Je moet wachten tot het kind spontaan over zijn ouders begint te praten. Dan hoor je vanzelf wie het tof vindt en wie eventueel niet, en waarom. De feiten moeten van het kind zelf komen."

Zolang ze maar niet ingefluisterd zijn door een betrokkenen, natuurlijk. "Soms komt het kind daar na verloop van tijd voor uit, dat ze van mama of papa dit of dat moesten vertellen. De invloed van de persoon die het kind begeleidt, een tante bijvoorbeeld, kan ook enorm groot zijn. Ook als het kind zijn verhaal al vaak heeft gedaan voordat wij onze ondervraging doen, kan de geschiedenis verdraaid zijn. En dan zijn er natuurlijk de valse aantijgingen. Die kaderen meestal in een echtscheidingsstrijd. Doorgaans gaat er bij ons wel ergens een belletje rinkelen tijdens zo'n verhoor, en stoten we op incoherenties. Daar vragen we dan op door. Als je een goed, neutraal verhoor afneemt, houden gefingeerde verhalen zelden stand."

Maar wat is dat dan precies, een goed, correct verhoor?

De Wiest: "Eén: zorg dat je een structuur hebt in je gesprek. Twee: vermijd elke suggestieve vraag. Drie: werk vanuit respect voor het kind dat tegenover je zit. Als je er te sterk op gebrand bent een getuigenis los te weken omdat je 'die smeerlap' per se wilt pakken, ben je niet goed bezig." Structuur dus. Hoe begin je een kind van vijf, tien of vijftien jaar vragen te stellen over mogelijk seksueel misbruik? Hans De Wiest: "Fout! Je begint niet met vragen te stellen. De beste verhoren zijn die waarin geen enkele vraag wordt gesteld. Je moet voornamelijk luisteren naar het kind, het alleen door je houding aansporen om te spreken. Bovendien kan het kind een trauma oplopen door een te nadrukkelijk verhoor. Dit is een kwestie van respect: je kunt bijna elk kind aan het praten krijgen, maar als je het eruit sleurt, bestaat de kans dat het kind zich na het verhoor nog slechter voelt dan ervoor, en dat is niet de bedoeling. Mijn ervaring leert dat de meeste kinderen wel praten wanneer ze respect voelen. En duidelijkheid hebben. Die verschaf je bij de aanvang. Ik stel me altijd voor als Hans De Wiest, politieman. 'Zeg maar Hans', dat is een truc van pedofielen, die delen privileges uit en belonen. Dat doen we dus nooit. We gaan achteraf ook geen ijsje eten met het kind of er een lolly voor kopen. 'Het is de bedoeling jou vandaag de kans te geven om jouw verhaal te vertellen', zeg ik daarna. En verder, dat de rechter ernaar zal kijken en de video van de ondervraging op een veilige plaats bewaren. Tussen haakjes, je moet ook goed uitleggen wat een rechter is. Als je zegt dat dat iemand is die moet oordelen of zeggen wat mag en niet mag, gaan sommige kinderen denken dat ze iets fouts gedaan hebben. Die angst kan al genoeg zijn om het de mond te snoeren. Elk woord telt, dus. We beginnen meestal met te vragen hoe oud het kind is, waar het woont, waar het naar school gaat. 'Hoe is het op school?' - 'Leuk!' - 'Vertel eens.' Dat 'vertel eens' maakt het kind vertrouwd met een open vraagstelling, en geeft ons de kans in te schatten wat de verbale, cognitieve en emotionele mogelijkheden van het kind zijn."

Dan komt het vrije verhaal van het kind. 'Weet je waarom je hier bent? Vertel maar.' Vaak is die uitnodiging al voldoende. Afleren om vragen te stellen is het allermoeilijkste voor politiemensen. In de opleiding oefenen we in luisteren, luisteren en nog eens luisteren. En dat is verdomd moeilijk, luisteren zonder reactie te geven! Een collega van mij ondervroeg een jong meisje dat had gezien hoe haar vader haar moeder ombracht. Het meisje vond het heel erg dat ze geen afscheid meer had kunnen nemen van haar mama. 'Ik wilde het kind in mijn armen sluiten, het een knuffel geven', zei de agente. Ze heeft dat niet gedaan, maar zat nadien wel met vragen: heb ik het goed aangepakt? Jawel, dat had ze. Haar luisteren was die knuffel."

"Het blijft wel zaak absoluut neutraal te blijven. Wij horen de vreselijkste dingen, kinderen die met takken verkracht worden of met kaarsvet gefolterd, je kunt het zo erg niet bedenken of het komt voor. Kinderen testen soms ook duidelijk uit wat je aankunt. Nadien is het goed dat er een collega in de regiekamer zit om je eigen emoties kwijt te kunnen, maar tijdens het interview blijf je neutraal. Zo geef je het kind de optimale vrijheid om te spreken."

"Belangrijk is dat alle namen van het kind zelf komen. Als het in zijn verhaal over de wijk bepaalde buren stelselmatig lijkt over te slaan, kun je vragen wie naast die of die woont. 'Ah, Karel en Jeanine. Vertel daar eens wat over.'"

De Wiest schenkt zich nog een kopje koffie in. "Nadat je het verhaal van het kind beluisterd hebt, ga je herhalen wat je gehoord hebt en toetsen of je versie klopt. Pas daarna komen de vragen ter verduidelijking. Bijvoorbeeld: 'Je zei daarnet: ik lag met mijn hoofd in het kussen en kon niet meer ademen. Kun je daar iets meer over vertellen?' In deze fase moet je zo nodig doorvragen: 'Je hebt verteld dat je nonkel Patrick met zijn piemel tegen je vagina gekomen is. Vertel eens hoe dat precies gebeurde.' Je vraagt dus niet: 'Kwam hij ook in je met zijn piemel?' Dat is suggestief. Het blijft zaak de feiten zo precies mogelijk te krijgen zonder één suggestieve vraag te stellen. Ik zie gelukkig steeds meer politiemensen die die vaardigheid onder de knie krijgen."

"Zeker de helft van de opleidingstijd, die dertien werkdagen bedraagt, gaat naar rollenspelen. Ongeveer 400 politiemensen hebben we zo de voorbije jaren klaargestoomd. Om kinderen te mogen verhoren in zedenzaken hebben politiemensen vanaf begin volgend jaar een getuigschrift van onze opleiding nodig. En dat is geen formaliteit. De politiemensen worden vooraf geselecteerd door mensen van de lokale en federale politie, samen met een magistraat. Aan het einde van de opleiding moeten ze een examen afleggen. Onze docenten zijn geselecteerd uit de crème de la crème van de politieverhoorders, en hebben eerst een didactische vorming gekregen. Met de 28 docenten hebben we een stappenplan voor kinderverhoren uitgewerkt dat naast dat van elk ander land gelegd mag worden. Er wordt prima werd geleverd."

"De opvolging kan en moet echter beter. Het gaat niet op iemand een opleiding te laten volgen en hem nadien nauwelijks de kans te geven kinderen te verhoren. Dan gaat de kennis verloren. En wanneer een politieverhoorder na een intensieve opleiding bij ons zijn eerste videoverhoren doet, moet hij voor feedback kunnen terugvallen op de docenten. Wanneer je een fout niet tijdig onderkent, loop je het risico dat je ze blijft herhalen. Daarom hebben we in elk arrondissement kleine 'intervisiegroepen' opgestart."

Wat gebeurt er na het verhoor eigenlijk met de videoband? Wie kijkt ernaar? Hans De Wiest: "De rechter beziet dat verhoor, en soms wordt de video ook ingezet in confrontatie met de vermoedelijke dader. Dat leggen we op voorhand uit aan de kinderen. Duidelijkheid hierover schrikt hen meestal niet af, kinderen verkiezen eerlijkheid boven onzekerheid. Zolang ze zelf maar niet recht tegenover de dader moeten zitten. Weet je overigens wanneer de meeste daders door de knieën gaan en bekennen? Wanneer ze het kind over de leuke dingen horen vertellen die het met hen gedaan heeft, of wat het kind fijn vindt aan de dader. Dan komen de tranen. Ons werk zou erop vooruitgaan als we ook de getuigenis van de dader zouden kunnen opnemen. Het is al te makkelijk om politiemensen te betichten van suggestieve vraagstelling als het verhoor niet opgenomen wordt."

Weten de politiemensen eigenlijk hoe hun zaken uiteindelijk aflopen in de rechtbank? De Wiest: 'Nee, gewoonlijk niet. Misschien is dat maar goed ook. Ik denk dat we anders misschien een stuk minder goed zouden slapen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234