Maandag 16/12/2019

Redelijkheid als reddingsboei

TWINTIG GENIALE DENKERS. Van Socrates tot Freud: 20 weken lang vindt u bij de zaterdagkrant een boekje over een befaamde filosoof. Maar wat kunnen we anno 2016 nog opsteken van die 'denker van de week'? Vandaag: Patrick Loobuyckover Jürgen Habermas

Als ik ergens ga spreken over de plaats van religie in onze seculiere samenleving, komt steevast de vraag: "Wat moeten we doen met mensen wier opvattingen op gespannen voet staan met seculiere uitgangspunten als vrijheid, gelijkheid en democratie?" De toehoorder verwijst naar islamfundamentalisme, soms ook naar chassidische joden, een aartsbisschop of streng gereformeerde protestanten.

Geen gemakkelijke vraag. Mensen dwingen om democraat te zijn, is immers een contradictio in terminis. Het enige middel om mensen te overtuigen is een beroep doen op hun redelijkheid. Wie als moslim gelijk behandeld wil worden, moet aanvaarden dat ook niet-moslims of holebi's gelijk behandeld willen worden. Wie de vrijheid opeist om een korte rok te dragen, moet aanvaarden dat anderen de vrijheid hebben om meer bedekkende kledij te dragen. Wie deze wederkerigheid niet toelaat, is onredelijk.

Alle mensen kunnen zich door die redelijkheid aangesproken weten. Dit is althans waar de Duitse socioloog, filosoof en publieke intellectueel Jürgen Habermas van uitgaat. Via een redelijk gesprek kunnen we tot regels komen die voor iedereen inzichtelijk en aanvaardbaar zijn. Hoe die 'ideale gesprekssituatie' er moet uitzien, dat is wat hij onder meer behandelt in zijn Theorie des kommunikativen Handelns. Dit 'blauwe monster' uit 1981 bevat meer dan duizend taaie bladzijden waarin ook 'de kolonisatie van de leefwereld' door bureaucratische en economische imperatieven aan de kaak wordt gesteld. We herkennen dit fenomeen nog steeds in de vermarkting van onderwijs, zorg en cultuur.

Ook in zijn denken over democratie legt Habermas de nadruk op het belang van redelijk overleg en debat. Al in Strukturwandel der Öffentlichkeit (1962) staat het ontstaan van de publieke ruimte - de koffiehuizen, salons en vrije pers ten tijde van de verlichting - centraal. Dertig jaar later, in Faktizität und Geltung, werkt hij zijn visie op de 'deliberatieve democratie' uit. Wetgeving is niet zomaar geldig omdat een meerderheid ze oplegt. Democratische besluitvorming moet het resultaat zijn van argumentatief debat waaraan naast politici liefst ook burgers en middenveld deelnemen.

Het politieke spel kan ook alleen plaatsvinden binnen de krijtlijnen van de grondrechten. Deze krijgen een nationale inkleuring in de grondwet waarrond zich volgens Habermas een politieke gemeenschap kan vormen. Omdat religie, cultuur en etniciteit niet meer als politiek bindmiddel kunnen functioneren, breekt hij in verschillende publicaties een lans voor 'constitutioneel patriottisme': gemeenschap door identificatie met de specifieke manier waarop de grondwet en de politieke instellingen de mensenrechten in een bepaald land vormgeven. Hij is daarom ook voorstander van een Europese grondwet als middel om de Europese integratie te versterken.

De term waarmee Habermas zich de laatste jaren het meest in de belangstelling heeft gewerkt, is de 'post-seculiere samenleving'. Deze is tegelijk seculier én stelt zich blijvend in op de aanwezigheid van religieuze gemeenschappen. Het seculiere karakter impliceert dat de overheid haar wetgeving steeds met levensbeschouwelijk neutrale argumenten kan verantwoorden. Dat iets in de Bijbel, de Koran of de sharia staat, is dan ook niet het soort argument dat in het parlement gebruikt mag worden.

Wie wetten wil invoeren waar alleen religieuze beweegredenen voor bestaan, overtreedt de spelregels. Wetten binden immers alle burgers en moeten daarom met argumenten ondersteund worden die voor elk redelijk individu zeggingskracht hebben. Religie moet niet verdwijnen uit de post-seculiere samenleving, ze moet wel aanvaarden dat ons samenleven gebaseerd is op een seculiere moraal, gestoeld op de universele waarden van vrijheid en gelijkheid. Dat vergt een leerproces. De katholieke kerk heeft dat proces pas voltrokken tijdens het Tweede Vaticaans Concilie (1962-'65) en sommigen - Habermas noemt de islam expliciet - moeten dit leerproces nog grotendeels doormaken.

Maar het post-seculiere perspectief omvat ook een opdracht voor de seculieren. Zij mogen de religie niet zomaar als een dwaas anachronisme afschrijven. De religie is nog steeds een drager van mogelijks relevante betekenissen - ook voor religieus amuzikale mensen. Met name in gevoelige morele debatten zou de rede zich luisterend moeten opstellen ten aanzien van het religieuze discours, om ervan te leren en te onderzoeken wat ook in seculier-filosofische termen te vertalen is. En Habermas voert zelf de daad bij het woord. Zijn gesprek met kardinaal Ratzinger (die paus Benedictus XVI werd) in januari 2004 is wereldberoemd.

Op 18 juni wordt Habermas 87. Hij heeft een indrukwekkend oeuvre bij elkaar geschreven en over heel wat zaken nagedacht. De Deutsche Gründlichkeit waarmee hij dat gedaan heeft, maakt zijn werk niet zo gemakkelijk. Maar dat hij altijd het redelijke gesprek is blijven verdedigen en voeren, maakt hem voor mij zonder meer tot een grote mijnheer.

Volgende week: Stefan Hertmans over Derrida en Foucault

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234