Woensdag 08/12/2021

Perspectief 2025

Redden zij de Belgische industrie?

null Beeld Thomas Sweertvaegher
Beeld Thomas Sweertvaegher

Industrie in België? Een zo goed als uitverteld verhaal, zo klonk het de voorbije jaren. Ford, Philips en Opel leken dat pessimisme alleen maar te staven. Nochtans bouwen een handvol experts en bedrijven sinds kort aan een nieuwe industriële toekomst. Een waarin technologie én veelzijdig personeel hand in hand gaan.

Dat het bedrijf niet zo vlot bereikbaar was, luidde het die ochtend in een sms'je. En dat de werknemers een gat in de draad hadden geknipt, zodat iedereen toch kon komen werken. De kalender gaf dan wel 14 december aan - dag van de grote nationale staking - bij Dentsply Implants wilde iedereen liever gewoon aan de slag. En ook wij waren dus welkom, via het gat in de draad als het moest. Innovatie en creativiteit in de praktijk, heet zoiets dan.

"Toen ik hier enkele jaren geleden neerstreek, oogde het plaatje toch enigszins anders", vertelt businessmanager Jo Massoels, burgerlijk ingenieur van opleiding en overgestapt van 3D-printing pionier Materialise. "Elke patiënt was toen nog goed voor een stapeltje papier van zowat 2 centimeter. Er was de jaren voordien ook amper ruimte voor investeringen in innovatie. Vandaag zitten we aan nog welgeteld één papier per dossier. Voor de rest is deze fabriek volledig gedigitaliseerd en valt alles zelfs online op te volgen door de klant."

Dentsply Implants digitaliseert de technologie voor de opmeting en productie van tandimplantaten. "Maar onze producten zijn net even traceerbaar als uw bestellingen bij bol.com. Via een 3D-scanner gebeurt zelfs de kwaliteitscontrole nu digitaal in plaats van volledig manueel, en ook de klassieke gipsafdruk is voltooid verleden tijd: het gebit wordt in de mond gescand."

Het huidige Dentsply Implants werd in 2008 overgenomen door de Amerikaanse multinational Dentsply. Toen was het bedrijf het prototype van de oertypische Vlaamse kmo, maar kort na die overname kwam het in bijzonder woelig vaarwater terecht toen de Nederlandse markt - dan nog goed voor het leeuwendeel van de omzet - plots volledig in elkaar zakte. "De organisatiestructuur was echt nog die van de traditionele kmo", vertelt Massoels. "Alles wat nodig was, gebeurde op productieniveau, maar niemand had echt tijd voor revolutionaire technologische innovaties of procesinnovatie. Ik ben hier als businessmanager aan boord gekomen met de overtuiging dat je anno 2015 het product en het productieproces onmogelijk nog los van elkaar kunt zien."

De tijd dat industriële bedrijven eerst even een nieuw product ontwikkelen, om dan te bekijken hoe ze dat precies willen produceren, is echt wel voorbij, beweert Massoels. "We hebben zwaar ingezet op nieuwe technologieën, zodat we nieuwe klanten konden binnenhalen en grotere winstmarges realiseren. Die technologische sprong voorwaarts is vandaag wat mij betreft een van de beste garanties voor de verankering van onze productie in Vlaanderen."

null Beeld Thomas Sweertvaegher
Beeld Thomas Sweertvaegher

Jaren voorsprong

Toen Massoels startte bij Dentsply Implants, werden alle metaalproducten nog gefreesd, zoals dat al bijna tien jaar overal gebeurt. "Binnenkort wagen we ons voor het eerst aan het 3D-printen van metaal. Dat geeft ons in één klap enkele jaren voorsprong op de verzamelde concurrentie. Vandaag werken we amper nog met pure arbeiders, maar onze honderd werknemers zijn nu ook niet bepaald allemaal universitair geschoold. Wél zijn ze heel gespecialiseerd en bijzonder goed in wat ze doen, en dat vergt dus veel opleiding op de werkvloer."

Een van de engineering managers bijvoorbeeld, is vijftien jaar geleden gewoon aan de machine begonnen. "En nu doet hij het werk van een ingenieur. Al die inspanningen en innovaties zorgen er nu wel voor dat je dit bedrijf niet zomaar snel even naar Roemenië kunt verhuizen omdat de loonkost daar een pak lager is."

Dentsply Implants maakt deel uit van het bijzonder beperkte kransje Belgische bedrijven die genomineerd zijn om binnenkort het label Factory of the Future te krijgen. Dat klinkt verdacht veel als hippe marketingtaal, maar die fabrieken van de toekomst zouden op termijn weleens heel cruciaal kunnen blijken voor de redding van onze industrie, of wat daar nog van overblijft.

"In het algemeen is onze industrie onvoldoende gewapend om 2025 zonder al te veel kleerscheuren te halen", vertelt Herman Derache. Hij is algemeen directeur van Sirris, het innovatiecentrum voor de industrie in ons land, en heeft in essentie maar één missie: de Belgische industrie klaarstomen voor de toekomst. Of, iets realistischer misschien, ervoor zorgen dat dit land in 2025 sowieso nog iets van industriële productie overhoudt. "Daarmee wil ik niet zeggen dat het gros van onze bedrijven niet bezig is met die toekomst, of geen aandacht heeft voor productinnovatie, maar de bedrijven die echt mikken op grote doorbraken zijn bijzonder dun gezaaid. Ik zou zeggen: hooguit een honderdtal. Zij proberen technologisch echt een stap vooruit te zetten, grote doorbraken te realiseren."

De meeste bedrijven gaan niet verder dan de implementatie van beschikbare technologie in nieuwe producten, zegt Derache. "Dat is natuurlijk ook innovatie, en dat kan de business zelfs voor enkele jaren flink doen groeien, maar op langere termijn redden we het hier in België niet alleen daarmee. De ambitie zou moeten zijn dat alle bedrijven echt op zoek gaan naar doorbraaktechnologie en daar aan de kop van het peloton blijven fietsen."

België is en blijft natuurlijk een heel duur productieland. "De loonkost zullen we nooit meer spectaculair kunnen doen zakken. Op het niveau blijven van Frankrijk, Duitsland of Nederland zal al moeilijk genoeg zijn, zelfs daar slagen we meestal niet in. Dus komt het erop aan om op andere vlakken uit te blinken: kennis, logistieke omkadering, toeleveranciers,... Dat zijn de factoren die ervoor zorgen dat vaandeldragers zoals Picanol, Vandewiele of Barco vandaag wel nog in België blijven produceren. Zij fungeren als trekkers voor al die kmo's en toeleveranciers en moeten dus absoluut kunnen standhouden."

Om dat soort bedrijven ook binnen tien jaar nog in eigen land te houden en het hen mogelijk te maken wereldwijd te concurreren vanuit een hoge kostenomgeving, zette Sirris vier jaar geleden het programma Factories of the Future in de steigers. "Samen met Agoria proberen we industriële bedrijven in de eerste plaats te doen inzien dat ze de omslag moeten maken naar zo'n fabriek van de toekomst."

Die nieuwe fabrieken moeten aan zeven belangrijke criteria voldoen. "Dan hebben we het bijvoorbeeld over een merkelijk lager energieverbruik, forse besparingen op het materiaalgebruik voor de productie en de inzet van state of the art-technologie en productie-infrastructuur." Vervolgens moeten de fabrieken ook maximaal gedigitaliseerd zijn, met zo veel mogelijk processen en informatiestromen die via digitale netwerken verlopen, intern en extern. "Daarnaast moeten alle medewerkers veel nauwer betrokken worden bij het productie- en innovatieproces: ze produceren niet alleen, maar denken ook mee op alle niveaus. Bovendien moeten de afgeleverde producten een veel hogere toegevoegde waarde hebben en moeten deze fabrieken ook flexibel zijn om hun productie heel snel aan te passen aan veranderende vraag- of marktomstandigheden. Slimme fabrieken, zeg maar, die inspelen op de vraag."

null Beeld Thomas Sweertvaegher
Beeld Thomas Sweertvaegher

Audit

Geen lichte criteria, maar volgens Derache hebben we geen keuze. "De voorbije jaren heeft de Belgische industrie veel aandacht besteed aan productinnovatie, in de hoop zo het hoofd boven water te kunnen houden. Maar de productiefaciliteiten zelf werden verwaarloosd en de groei van de productiviteit, die ons de voorbije jaren hielp om de stijgende loonkost nog enigszins te compenseren, stagneert stilaan."

In samenspraak met onder meer de sectorfederaties Agoria, Fevia, Fedustria en de Vlaamse overheid werd daarom in 2012 het Made Different-project boven de doopvont gehouden, dat bedrijven die de omslag willen maken naar een fabriek van de toekomst doorlicht, adviseert en begeleidt. "Concreet willen we tegen 2018 50 bedrijven transformeren, en nog eens 500 andere bedrijven meetrekken in hun slipstream. Dat project slaat blijkbaar ook aan, want na een wat aarzelende start ligt het aantal aanvragen vandaag hoger dan wat wij momenteel aankunnen. Bedrijven die willen instappen- en die komen vandaag dus echt uit alle sectoren - worden eerst doorgelicht."

Via een diepgaande audit gaat Made Different na hoe ze scoren op de zeven eerder vernoemde assen en bekijken ze in functie van hun sector en concurrentiepositie hoe ze binnen x aantal jaren zouden moeten scoren. "Dan stellen we een soort actieplan op. Enkele jaren later volgt er een nieuwe audit, waarna ze dan hopelijk het label Factory of the Future kunnen krijgen."

Voor alle duidelijkheid: bedrijven betalen hier wel degelijk voor. Dit is dus geen vrijblijvende denkoefening. "Ook in Duitsland, Frankrijk of Nederland volgt men eenzelfde spoor, maar we waren wel bij de eersten. Er is ook geen andere optie, willen we binnen tien jaar nog industriële productie overhouden in dit land.

"Als je me nu vraagt: zullen we in 2025 nog industrie overhouden, dan luidt het antwoord: ja, maar." Maatregelen dringen zich dus op. "Laat me duidelijk zijn: de gevolgen zouden veel verder reiken dan 'enkel maar' het verlies van die honderdduizenden jobs in de industrie. Alleen maar diensten of onderzoek en ontwikkeling, zonder industriële productie, dat is een pure illusie en dat besef groeit nu ook op politiek vlak.

"We moeten vooral slimme keuzes maken: terwijl je bepaalde productieprocessen inderdaad beter kunt laten gaan, moet je erover waken andere activiteiten hier te houden. Industriële bedrijven die niet alles koste wat het kost in eigen land willen houden, blijken hier vandaag zelfs opnieuw te groeien. Laten we realistisch zijn: als we de werkgelegenheid in de maakindustrie binnen tien jaar op hetzelfde peil kunnen houden als vandaag, dan lijkt dat me al een stevig succes."

Dat goedkopere productie in Vlaanderen, zelfs met de huidige loonkosten, geen illusie moet zijn als je maar zwaar genoeg inzet op bredere productie-innovatie, bewijst een bedrijf als het West-Vlaamse Vandewiele al jarenlang. Zij zijn een van dé wereldspelers in de productie van textielmachines, en volgens topman Charles Beaudouin zouden ze vandaag zelfs goedkoper produceren in Marke dan in Tsjechië of China. "De maakindustrie blijft de motor van onze export en van de technologische vernieuwing, en die zijn dan weer van essentieel belang voor het vrijwaren van onze welvaart en economische groei. De moderne maakindustrie zet vooral in op beter opgeleiden om toegevoegde waarde te realiseren en zelfs betere lonen aan te bieden dan de dienstensector", stelt Beaudouin, die liever geen uitgebreid interview gaf, in een korte reactie.

null Beeld Thomas Sweertvaegher
Beeld Thomas Sweertvaegher

Satellietbedrijven

Jo Massoels ziet in het concept vooral een heel goed framework voor industriële bedrijven die het anders willen aanpakken. "Het laat ons toe om, op basis van die zeven transformaties, na te gaan hoever wij hier al staan. Onze ambities? We mikken op een jaarlijkse double digit-groei." Meer nog, die ambitie willen Massoels en co. ook kunnen waarmaken met de huidige bezetting. "Dat impliceert dus enerzijds dat we vandaag echt topmensen in dienst hebben die we vertrouwen en anderzijds dat de automatisering en digitalisering hier nog sterker zal moeten worden doorgezet. Als we erin slagen zoveel te groeien, doen we binnen vier jaar anderhalf keer zoveel als vandaag met evenveel mensen. Geloof me: een industrieel bedrijf dat zoveel aan efficiëntie wint, moet wellicht geen verhuis naar het buitenland vrezen.

"De voorbije jaren hebben we in Japan en de VS overigens zelf twee satellietbedrijven opgezet." Daarbij werd er wel over gewaakt dat zowel het digitaal verwerken van de data als onderzoek en ontwikkeling in België bleven zitten. "Het fysieke product wordt dus wel in Japan of de VS geproduceerd, maar de machines worden vanuit België aangestuurd. Kennis, maar ook onderzoek en ontwikkeling, blijven dus in eigen land. Net dat garandeert ook de verankering hier op langere termijn."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234