Donderdag 28/10/2021

Red de blobvis

Pandaliefhebbers hebben weer iets om zich aan op te trekken, na het nieuws vorige week dat de populatie sinds 2003 met 17 procent is toegenomen. Maar zijn pakweg de panda en de witte neushoorn wel nodig? En is onze aandacht wel op de goede dieren gericht?

Er zijn er nog maar vijf, waarvan twee in een dierentuin: de noordelijke witte neushoorn is zijn einde nabij. Zijn sperma ligt in de diepvries; de laatste strohalm om het dier te redden is ivf. Vorige maand besloot een groep natuurbeschermers tot het invriezen van eicellen, om als de tijd daar is witteneushoornembryo's te implanteren in zwarteneushoornvrouwtjes.

Met het knuffelicoon van het Wereld Natuur Fonds (WNF) gaat het beter, maar het leefgebied van de reuzenpanda krimpt, zijn voedselvoorraad slinkt en hij kan zich ook al niet zo snel voortplanten.

Maar deze dieren mogen van geluk spreken. Heb je een knuffelig uiterlijk en zwart omrande droevige ogen, dan speel je goed in op menselijke emoties; alleen al dat je een zoogdier bent, maakt je geliefd bij mensen.

Oneerlijk, schreef bioloog Ernest Small in 2012 in wetenschappelijk tijdschrift Biodiversity. We leggen de verkeerde prioriteiten in de natuurbescherming doordat we ons te veel laten leiden door onze eigen voorkeuren.

Want wat zou er eigenlijk gebeuren als de panda uitsterft? Met het ecosysteem weinig. De panda speelt met zijn bamboedieet een weinig centrale rol in de voedselketen. En af en toe sterft nu eenmaal een dier uit. Dat is onvermijdelijk en op aarde vrij gebruikelijk: 99 procent van alle soorten die ooit bestaan hebben, heeft het loodje al gelegd, schatten wetenschappers.

Met onze liefde voor charismatische dieren, die allemaal aantrekkelijk, groot, vermakelijk of nuttig zijn, trekken we de verhoudingen scheef, betoogt Small. We verfraaien de biodiversiteit door de knappe dieren te beschermen, zegt hij, maar vergeten de rest.

Boodschap verfraaien

De Rode Lijst van de Internationale Unie voor Natuurbescherming (IUCN) bevestigt dat beeld: de bedreigde-soortenlijst telt ongeveer 1.200 zoogdiersoorten, dat is 25 procent van alle zoogdieren. Volgens dezelfde lijst zijn er 600 insecten bedreigd - maar van de miljoen bekende insectensoorten weten we slechts van een magere 800 hoe ze eraan toe zijn. Voor zover nu bekend is dus driekwart bedreigd. Voldoende gegevens zijn er enkel van zoogdieren, vogels en bloeiende planten.

Ongewervelden zijn dus ver in het nadeel, wat onze aandacht betreft. Ook amfibieën zijn er slecht aan toe: ongeveer een derde van de soorten staat op het randje van de afgrond, maar komt belangstelling tekort. Padden en kikkers vinden we onaantrekkelijk, blijkens het Grimm-sprookje van de kikkerkoning, waarin de prinses gruwelt van de prins in kikkergedaante. Kaakloze vissoorten zoals de slijmprik (een vijfde van de soorten is bedreigd) ontberen eveneens een charmante ambassadeur.

De Britse bioloog en schrijver Simon Watt richtte daarom in 2012 de Ugly Animal Preservation Society op, een ludieke manier om meer aandacht te krijgen voor de lelijke eendjes van het dierenrijk. Mascotte is de blobvis. Ook de slijmprik staat op het lijstje.

Hebben Small en Watt gelijk? Moeten we onze aandacht en vooral ons geld beter verdelen?

Toch niet. Met het verkiezen van een charismatisch dier is niets mis. En die extreem scheve aandacht waarover Small schrijft, dat zou wel eens gezichtsbedrog kunnen zijn.

Want er worden wel degelijk ook een boel niet-charismatische dieren en planten actief beschermd, zegt Patrick Jansen, onderzoeker bij het Amerikaanse Smithsonian Tropical Research Institute in Panama. Toegegeven, de 'usual suspects' als panda's en ijsberen komen het meest in de publiciteit. Jansen: "Maar dat is logisch, want met charismatische voorbeelden kun je het publiek veel effectiever bereiken en motiveren. Je moet de boodschap verfraaien."

Bijna ieder ecosysteem heeft wel een aansprekende soort die het gebied kenmerkt, denkt Jansen. Met zo'n 'paraplusoort' kun je slim beschermen. "Veel van de gekozen soorten zijn groot en hebben gigantische arealen nodig", zegt Jansen. "Als die worden beschermd, dan biedt dat meteen ook een veilig leefgebied voor andere soorten en ecosystemen."

Verhalen vertellen

Roofdieren zijn met het grote leefgebied dat ze vereisen niet alleen een goede paraplusoort, maar spelen ook een hoofdrol in het voedselweb. Als toppredators zijn ze afhankelijk van hun prooien, maar ze houden tegelijk de populaties prooidieren binnen de perken. Dat het beter gaat met de tijger in India, zoals vorige maand in het nieuws kwam, is dan ook goed nieuws voor een heel ecosysteem. Waar predatoren verdwijnen, krijgen planteneters vrij spel. Dat kan grote gevolgen hebben.

Dat bleek met de kelpwouden, het oerwoud van wieren en algen voor de kust van Alaska. Een klassiek voorbeeld, zegt Jansen: met het verdwijnen van de zeeotter raakten zee-egels hun natuurlijke vijand kwijt en groeide hun populatie als kool. Binnen de kortste keren werd alle kelp door de zee-egels weggevreten; talloze soorten verloren daardoor hun habitat.

Een ander voorbeeld zijn de grote grazers op de savanne. In juli vorig jaar besprak Science in een overzichtsartikel het Kenya Long Term Exclosure Experiment, waarbij dieren als zebra's, giraffen en olifanten van een gebied werden uitgesloten. Wat bleek: binnen de kortste keren werd het gebied overspoeld door knaagdieren, waardoor ziekteverwekkers zich sneller verspreidden.

'Sleutelsoorten' zoals de olifant, tijger of leeuw vormen dus een geschikt mikpunt voor natuurbescherming. Dat zijn dan ook de soorten waarover het WNF zich ontfermt. Behalve op de wereldwijd 35 prioriteitsgebieden waarmee het WNF zich bezighoudt, richt de natuurbeschermingsorganisatie zich op een beperkt aantal dieren. Veelal charismatische dieren, ja, zegt hoofd natuurbescherming Kirsten Schuyt.

Maar de dieren voldoen aan belangrijke criteria, vertelt ze: in eerste instantie moet het dier een belangrijke rol spelen in het ecosysteem, zoals sleutel- of paraplusoorten doen. In de tweede plaats gaat het om iconen, die staan voor een gebied. "Een charismatische soort kiezen is belangrijk", zegt Schuyt. "Met die dieren kun je verhalen vertellen. Het dier staat symbool, en dat werkt om fondsen te werven en te lobbyen." Ook Jansen wijst op dat effect: "Onder de vlag van de panda wordt er veel geld besteed aan andere diersoorten."

"Als de slijmprik verdwijnt, is dat even onethisch als het verdwijnen van een andere soort", zegt Jansen. "Toch is het minder erg. Een groter dier is meestal een grotere aderlating." Let wel: niet vanwege de emotionele waarde van het dier. Hoe erg het is dat een soort uitsterft, hangt af van het belang van de soort, gezien vanuit de natuur.

Zeekoeien

Eigenlijk is het verschrikkelijk dat we soorten uitkiezen, vindt Jansen. Toch is dat onvermijdelijk. Plantensoorten kunnen bijna onbeperkt in zaadbanken worden opgeslagen, maar voor dieren ligt dat moeilijker. Nu een schimmelinfectie bijna alle soorten amfibieën in Panama wegvaagt, probeert het Smithsonianinstituut zoveel mogelijk dieren in gevangenschap te houden tot een oplossing gevonden is. Maar in die hedendaagse ark van Noach is niet genoeg plaats voor alle soorten. "Een duivels dilemma. Want welke kiezen we?", zegt Jansen. Om zoveel mogelijk diversiteit te behouden, kiezen de onderzoekers dieren uit zoveel mogelijk takken van de stamboom.

Natuurlijk zijn er diersoorten aan te wijzen die weinig aandacht krijgen terwijl ze die wel zouden verdienen, zoals zeedieren in onze eigen Noordzee. Die zijn misschien niet zo imposant als exotische oceaanbewoners, maar wel belangrijk. De oesterbanken zijn bijna helemaal verdwenen, terwijl ze een belangrijke ondergrond zijn voor anemonen en koralen. Met verschillende haaien gaat het niet goed. Roggen zijn in ons kustgebied bijna allemaal weg. Uitgeroeide soorten als de stellerzeekoe zullen natuurlijk niet terugkomen, maar bedreigde zeekoeiensoorten elders zouden nog te redden zijn. Ze grazen in kustgebieden, maar hun biotoop verdwijnt door de aanwezigheid van mensen.

De vraag is dus niet of we de goede dieren beschermen, want dat doen we.

Het punt is niet dat we zonder de panda of de neushoorn niet overleven, zegt Herbert Prins. De Wageningse hoogleraar dierecologie reageert vanuit Afrika per e-mail, terwijl hij voor onderzoek neushoorns vangt: "Als we de neushoorn kwijtraken, raken we ook de neushoornteek kwijt; de wereld merkt dat niet. Als je kinderen nooit een neushoorn zullen zien, zullen ze niet ongelukkiger worden."

Sterker: volgens Prins kan de mensheid waarschijnlijk prima voortbestaan met vijf soorten zoogdieren (kat, hond, varken, schaap en geit), een handvol planten en een paar vogels.

Waar het om draait, schrijft Prins, is in wat voor wereld we onze kleinkinderen willen laten leven. Is het voldoende als ze een robotmakaak kunnen bekijken in de dierentuin? "Natuurlijk gaan we niet en masse dood als De nachtwacht verbrandt of alle Van Goghs verdwenen zijn. Maar het zou wel verdomd jammer zijn. Daarom moeten we grote, aansprekende soorten beschermen, in de hoop dat we al dat andere klein grut ook meenemen, want die grote soorten hebben dat kleine spul allemaal nodig."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234