Donderdag 01/12/2022

InterviewOnderwijs

Rectoren over het nieuwe jaar: ‘De stookkosten zijn niet eens onze grootste zorg’

Rectoren Rik Van de Walle (UGent), Herman Van Goethem (UAntwerpen) en Luc Sels (KU Leuven). Beeld Thomas Sweertvaegher
Rectoren Rik Van de Walle (UGent), Herman Van Goethem (UAntwerpen) en Luc Sels (KU Leuven).Beeld Thomas Sweertvaegher

Amper is corona verteerd, of daar slaat de energieschok al toe. Hoe vatten rectoren Luc Sels (KU Leuven), Rik Van de Walle (UGent) en Herman Van Goethem (UAntwerpen) het nieuwe jaar aan? ‘De loonindexering en de stookkosten zijn niet eens onze grootste zorg.’

Bart Eeckhout

Het zijn net mensen. Wanneer de rectoren van drie universiteiten één na één binnenwaaien, verschillen toon en thema van het gesprek niet zo veel van wat je in de wachtrij van de frituur hoort. Er wordt gegroet en gezucht, diep gezucht. Het is crisis, en die slaat ook toe aan ’s lands grote kennisinstellingen. “Sinds het einde van de vakantie komt er geen einde aan de crisisvergaderingen”, zegt Herman Van Goethem. “Ik heb nog nooit zo lang over begrotingstabellen gebogen gezeten”, bevestigt Luc Sels. En dan is er nog de nasleep van de coronatijd.

Rik Van de Walle: “We willen de juiste lessen trekken uit die periode. Iedereen met een onderwijsopdracht aan de UGent krijgt de opdracht mee om na te gaan wat de meest aangewezen lesvorm is voor zijn vak. Wij willen geen online-universiteit zijn. Maar een hybride vorm, met fysiek en digitaal onderwijs, kan wel een meerwaarde bieden. Wat is de goede mix? Wij gaan dat niet van bovenaf vastleggen.”

Herman Van Goethem: “Een digitaal lesaanbod is ook waardevol voor specifieke groepen studenten: werkstudenten, mensen met een beperking. Docenten mogen zelf beslissen hoe ze dat organiseren. Het incident dat wij hebben gehad (beelden van een gesprek met xenofobe inslag tussen twee UAntwerpen-personeelsleden werden verspreid, red.) heeft ons getoond dat onze organisatie nog veel te leren had over digitale lesopnames. We hebben onze infrastructuur en onze reglementering intussen aangepast.”

Luc Sels: “Ondanks de crisis probeer ik toch een gevoel van business as usual te behouden. We zitten met een generatie studenten die juist uit een pandemie komt. Ik ga hun niet zeggen dat er nu even geen geld voor hen is.”

Bestaat er dan zoiets als een coronageneratie?

Van Goethem: “Het gaat breder dan corona alleen. De jongeren die nu naar de universiteit komen, zijn geboren in 2004. Die hebben, van kleins af, alleen een instabiele wereld gekend. Dat geeft ons de verantwoordelijkheid om die jongeren houvast te bieden. Wij moeten aan samenlevingsopbouw doen, als baken van rede in tijden van polarisering.

“En ja, zeker de studenten die nu naar het tweede jaar gaan, hebben toch wel een bijzonder parcours moeten afleggen. Juist op het moment dat je in volle ontwikkeling zit, dat je de wereld wilt ontdekken, word je thuis gezet. En dan moet je daarna de overstap maken naar het hoger onderwijs. Dat is een gigantische stap.”

Wat is er anders bij hen?

Van Goethem: “Er is veel onzekerheid en mentale broosheid.”

Sels: “Het is een wereldwijd fenomeen. Er zit daar een merkwaardige paradox in. Enerzijds zie je een – begrijpelijke – opstandigheid. Er is hen iets afgenomen, dat idee. Tegelijk is er de neiging om het gedrag uit die vervloekte coronatijd toch te continuëren. Zo kwam je in de laatste weken van het vorige semester aan het fenomeen van de lege aula’s: ook nu ze weer naar de les mogen komen, blijven velen liever thuis.”

Hoe krijg je die aula’s weer vol?

Sels: “Wij hebben beslist om lesopnames maximaal te blijven aanbieden om de toegankelijkheid tot ons onderwijs te blijven garanderen voor studenten die lessen soms niet kunnen bijwonen omdat ze door de economische situatie moeten bijklussen, of om de kansen te vergroten van wie met taalachterstand of concentratieproblemen kampt. Maar we doen dat wel in een New Deal. Dit aanbod geldt nu voor één semester. Blijven de aula’s leeg, dan herbekijken we de zaak. Aanwezigheid op de campus, interactie met medestudenten of met de prof heeft een grote meerwaarde in het leertraject. Het helpt je om een sociaal weefsel op te bouwen, om je psychosociaal welbevinden te verbeteren.”

‘We gaan de stad Gent niet verwarmen. Als de luchtkwaliteit in orde is, gaan we dus vragen om ramen en deuren te sluiten’, zegt rector Van de Walle (r.)
 Beeld Thomas Sweertvaegher
‘We gaan de stad Gent niet verwarmen. Als de luchtkwaliteit in orde is, gaan we dus vragen om ramen en deuren te sluiten’, zegt rector Van de Walle (r.)Beeld Thomas Sweertvaegher

Van de Walle: “Ik zie ook positieve elementen. Studenten hebben moeten leren zelfredzaam te zijn. En velen, zeker bij geneeskunde, hebben als vrijwilliger een cruciale rol gespeeld in de vaccinatiecampagne. Bovenal: we zijn er ook samen doorgesparteld. Het hoger onderwijs is niet stilgevallen, de examens hebben plaatsgevonden.”

Sels: “En de resultaten waren niet slechter dan anders.”

Waarom blijven studenten eigenlijk liever thuis?

Van Goethem: “Uit wat ik hoor, speelt er een soort inhaalbeweging mee. Knaldrang. (glimlacht) Niet alleen de aula’s gingen weer open, het hele maatschappelijke, vrije leven kwam weer op gang. Dat jonge mensen daar ook van willen proeven, is niet meer dan menselijk, ­zeker?”

Van de Walle: “Gewenning speelt ook mee. Studenten raakten de onlinelessen gewend, en dat ging best goed en comfortabel.”

Sels: “We zullen zien hoe het nu loopt. En dan kijk ik niet alleen naar de studenten, maar ook naar de staf. Ook daar is er wel een neiging om zich in het gemak van telewerk te nestelen. Je kunt studenten moeilijk verplichten om op de campus aanwezig te zijn, als de docenten zelf zo veel mogelijk van thuis uit werken.”

Vorig jaar moest u aangeven in welke lokalen de ramen open konden, nu moet u op zoek naar hoe u diezelfde lokalen verwarmd krijgt. Hoe ernstig is de situatie?

Van de Walle: “Heel ernstig. De energiekosten en loonindexering zijn niet eens onze grootste zorg. Als we volgend jaar de projecten willen bouwen, die in onze investeringsplannen staan, moeten we rekenen met een meerkost van een kwart. Dat is gigantisch.”

Sels: “De bezorgdheid is groot en we willen ook zo zuinig mogelijk zijn in het energieverbruik. Wij hebben het geluk dat wij voor een vast tarief hebben geopteerd en onze energiekosten dus min of meer onder controle hebben tot 2024. Daarna volgt mogelijk ook voor ons een prijsschok. Maar zoals Rik zegt: onze grootste kopzorgen zijn de snel oplopende loonkosten en de oplopende kost voor investeringen. Mogelijk zal de kost van bouwprojecten zelfs met meer dan een kwart stijgen.

“Tel daarbij op dat de investeringstoelages van de overheid sowieso al karig zijn, zonder indexering, en dan weet je dat je met een probleem zit.”

Van de Walle: “Wij gaan niet afdingen op onze normen voor luchtventilatie. Aandacht voor luchtkwaliteit is juist een van de winstpunten van de coronacrisis. Dat gezegd zijnde: we gaan de stad Gent wel niet verwarmen. Als de luchtkwaliteit in orde is, gaan we dus vragen om ramen en deuren te sluiten. En we zullen besparen op verwarming: de thermostaat gaat overal naar 19 graden, de verwarming zal in de vooravond wat sneller uitgezet worden en we willen de avond- en weekendactiviteiten in onze gebouwen groeperen, zodat we niet overal een heel gebouw moeten verwarmen voor een activiteit in één zaal.

“Opnieuw een pluim voor de studenten: zij vinden dat allemaal vanzelfsprekend. Terecht: als het grootste ongemak in deze crisis is dat we een dikkere trui moeten aantrekken, dan komen we er goed van af.”

Sels: “Wij hebben min of meer dezelfde plannen: verwarming op 19, en om 17 uur gaat ze uit, behalve op plaatsen waar avondactiviteiten zijn. Ook in het zwembad gaat de temperatuur een graadje lager.”

Meneer Van de Walle, u noemde de strijd tegen de pandemie vorig jaar in uw openingsrede nog een triomf van de wetenschap. Staat u nog achter dat standpunt?

Van de Walle: “Meer dan ooit zelfs. Dit was een bijzonder grote crisis. Als je ziet hoe snel we tot werkzame vaccins zijn gekomen en hoe de samenleving er in geslaagd is zichzelf draaiende te houden, dan noem ik dat ongegeneerd een triomf. We zijn daar lang niet trots genoeg op.”

‘Mijn zorg zit bij de 50 procent studenten die hun universitaire studie niet afmaken. We moeten de hogescholen meer waardering geven’, zegt Luc Sels (l.).
 Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Mijn zorg zit bij de 50 procent studenten die hun universitaire studie niet afmaken. We moeten de hogescholen meer waardering geven’, zegt Luc Sels (l.).Beeld Thomas Sweertvaegher

Anderzijds is de wetenschap ook mee in het bad van de polarisering gesleurd.

Van de Walle: “Daar is niks mis mee. Twijfel zit in de kern van het wetenschappelijke onderzoek. Een wetenschapper moet niet blindelings gevolgd worden omdat hij wetenschapper is. Ik vind het ook geen probleem dat wetenschappers, vaak uit verschillende disciplines, grondig met elkaar van mening verschillen. Dit is hoe wetenschap werkt, mét tegenspraak.”

U en de andere rectoren hebben zich ook zelf in het publieke debat gegooid. Ook dat was nieuw.

Van de Walle: “Omdat het nodig was. Dat wil niet zeggen dat ik van mezelf vind dat het parcours foutloos was. Achteraf bekeken hadden wij een hardere klemtoon mogen leggen op een meer multidisciplinaire benadering. Die was er wel, in alle mogelijke organen, maar in de tv-studio’s gebeurde de vertolking door experts met een voornamelijk medische achtergrond. Ik pleit zelf ook schuldig. Ook ik heb me op bepaalde momenten te veel laten leiden door de puur epidemiologische en virologische kant van het verhaal. Ook dat is wetenschap: je eigen standpunten kritisch durven te evalueren.”

Er circuleert een breed gedeelde oproep om het beleid te evalueren...

Van de Walle: “Ik ben helemaal voor het idee van een wetenschappelijk geobjectiveerde, onafhankelijke evaluatie, maar die oproep ga ik niet ondertekenen. Omdat in de vraagstelling alweer een tonaliteit van culpabilisering zit. Essentieel voor een wetenschappelijk onderzoek is dat je zonder vooringenomenheid nadenkt. Nieuwsgierigheid moet de drijfveer zijn, niet revanchisme.”

Van Goethem: “Wat ik in die oproep van enkele collega’s om evaluatie mis, is de gedachte dat de coronabestrijding ook iets goeds heeft gedaan. Wat zou het ons hebben gekost als we het virus hadden laten woeden?”

Sels: “Een volgende gezondheidscrisis zal heel anders zijn dan de vorige. Maar je kunt wel leren uit hoe het deze keer gegaan is. Waar zitten sterktes, waar de zwakke punten? Keer even terug naar het begin van de pandemie. Dat ging er toen stuntelig aan toe. Dat is niemands schuld: niemand wist waar we voor stonden. Maar je wilt wel dat het proces de volgende keer beter loopt. Wat heb je daarvoor nodig? Dat is een veel interessantere vraag dan de polariserende kwestie wie op een bepaald moment voor of tegen mondmaskers was.”

Intussen tast professor Mattias Desmet (UGent) de grenzen van de academische vrijheid af met de verspreiding van complot­theorieën over de pandemie. Moet kunnen?

Van de Walle: “Academische vrijheid gaat over het recht om alles wat denkbaar is te onderzoeken en om het recht om onderzoeksresultaten te publiceren en te verdedigen. Die vrijheid is voor mij vrijwel onbegrensd. De begrenzing zit in het woord ‘academisch’. Als je spreekt als academicus, behoor je dat te doen op basis van wetenschappelijk inzicht. En als je standpunten de toets van de kritiek niet doorstaan, moet je bereid zijn ze bij te stellen en verder te onderzoeken.”

In dit geval zijn de fouten in de stellingnames vrij helder.

Van de Walle: “Ik kan daar niets over zeggen. Er loopt momenteel een onderzoek aan de universiteit. Daar wil ik niet in tussenkomen. Ik heb zijn boek niet gelezen. Ik heb zijn passages bij Alex Jones (Amerikaanse complotdenker die een talkshow host, red.) bekeken en ik betreur wat daar gebeurd is. Hij mag daar gaan zitten, maar dan mag ik dat ook betreuren. Is dat coulant? Het zij zo. Ik zou het erg verregaand vinden om academici het spreken te beletten.”

Van Goethem: “Een wetenschapper kan niet zomaar om het even wat beweren. Deze kwestie gaat niet over academische vrijheid, wel over wetenschappelijke integriteit. Of die in dit geval overeind blijft, weet ik nog zo niet. Er is een verschil tussen vrijheid van meningsuiting en academische vrijheid. Als academicus word je toch geacht naar juistheid te streven. Als je dan een discours houdt dat feitelijke juistheid en waarheid manifest met voeten treedt, dan is er een probleem.”

Cruciaal punt is dat de betwiste stellingen als syllabus onderwezen worden aan studenten.

Sels: “Daarom is het goed dat een commissie Integriteit hier snel naar kijkt. Want dan gaat het ook over mogelijk misbruik van wetenschappelijke autoriteit.”

‘De jongeren die nu naar de universiteit gaan, hebben alleen een instabiele wereld gekend. Wij moeten hen houvast bieden', zegt Herman Van Goethem (l.). Beeld Thomas Sweertvaegher
‘De jongeren die nu naar de universiteit gaan, hebben alleen een instabiele wereld gekend. Wij moeten hen houvast bieden', zegt Herman Van Goethem (l.).Beeld Thomas Sweertvaegher

Van de Walle: “Ik vind het kwalijk dat in deze kwestie voor sommigen de conclusies al lijken vast te staan vooraleer er onderzoek gebeurd is. Is er een probleem met die syllabus? Mogelijk. Maar ik ga me niet baseren op wat ik in de krant lees.”

Meneer Van Goethem, u hecht belang aan de rol van de universiteit in ‘samenlevings­opbouw’. Is dat niet in tegenspraak met die academische vrijheid ?

Van Goethem: “Een universiteit staat met beide voeten in de samenleving. De manier waarop wij hier onze rol spelen, is anders als die van universiteiten in pakweg China. Bij ons werk je in een context van democratie en respect voor de mensenrechten. Ik hecht erg veel belang aan de waarde van de liberale democratie, de mensenrechten of de welvaartsstaat. Ik neem aan dat dat voor mijn collega’s ook geldt.”

Sels: “Als een academicus bij de KU Leuven start, moet hij een document ondertekenen waarin staat dat er geen hangende onderzoeken zijn naar wetenschappelijke integriteit. In Angelsaksische landen gaat men verder en laat men medewerkers ook allerlei standpunten ondertekenen over streven naar inclusie, diversiteit of mensenrechten. Uiteraard ben ik daar persoonlijk ook voor, maar ik vind het geen goed idee om dat aan elke individuele medewerker op te leggen. Onze waarden zijn een uitnodiging aan onze studenten en medewerkers, geen verplichte geloofsbelijdenis.”

Van Goethem: “We zijn het eens. Ik wil maar zeggen: er is een impliciet waardekader dat wel degelijk een zeer brede grens trekt rond academische vrijheid. Wat als een medewerker plots een pleidooi voor apartheid zou houden? Het is gelukkig een puur theoretische hypothese, maar wel interessant.”

En? Wat is het antwoord?

Van Goethem: “Ik denk dat die dan wel een probleem heeft.”

Van de Walle: “Ik mag het hopen.”

Sels: “En als het in Antwerpen toch zou kunnen, dan verwelkomen we in Leuven en Gent met plezier de studenten die uit protest opstappen.” (hilariteit)

Discussiëren over onderwijs lukt vandaag amper zonder het over dalende kwaliteit te hebben. Het hoger onderwijs ontsnapt voorlopig aan de neerwaartse trend. Hoe houden we dat zo?

Van de Walle: “Het niveau van het hoger onderwijs in Vlaanderen ligt hoog en blijft hoog liggen. Dat neemt niet weg dat er nog altijd te veel studenten aan de universiteit starten in een richting die niet bij hen past. Nog altijd wordt er over hoger onderwijs te veel gedacht in A- en B-niveau, met A voor de universiteit en B voor de minder gewaardeerde hogescholen. Dat is kwalijk. Ook hogescholen bieden hoogwaardige opleidingen aan, die naast het aanbod van universiteiten mogen staan. Misschien moeten wij vanuit de universiteit wat vaker zeggen dat hogescholen ook op een hoog niveau staan.”

Van Goethem: “Ik bekijk dit als historicus. Het aantal studenten hoger onderwijs is in enkele decennia pijlsnel gestegen. Dat is een relatief korte tijd. Die democratisering is een grote vooruitgang. Tegelijk is het geen optie om de kwaliteit te verlagen. Het gevolg is dat het studietraject verlengd wordt. Met een betere oriëntering kun je daar wat aan verhelpen, maar die kwestie zal altijd blijven bestaan, als je de toegang tot het hoger onderwijs zo vrij mogelijk wil houden. Ik vind dat een aanvaardbare prijs.”

Sels: “We hebben geen enkele reden om onszelf in de put te praten. De instroom is vandaag diverser dan enkele decennia geleden, maar de slaagpercentages liggen nog altijd op hetzelfde niveau als in mijn studententijd. Mijn grote zorg zit bij de 50 procent studenten die hun universitaire studie niet afmaken. Hen zouden we inderdaad veel beter helpen door hogescholen de waardering te geven die ze verdienen.”

Bent u ook voorstander van bindende toelatingsproeven aan de universiteit?

Sels: “Ik wil het debat graag openen over toelatingsproeven, zonder daarbij op voorhand te concluderen dat ze de best mogelijke oplossing zijn. Als je een gestandaardiseerde toets aan het einde van het secundair onderwijs hebt en je hebt een klassenraad die bevestigt dat iemand eigenlijk beter niet voor een bepaalde opleiding kiest, en je hebt een ijkingstoets aan de universiteit die hetzelfde uitwijst, gaan we dan toch nog de deur openzetten? Moeten we dan niet consequent zijn en zeggen: sorry, dit gaat niet lukken? Binnen die context ben ik voorzichtig voorstander van bindende toelatingsproeven. Maar dan niet met een vooraf vastgelegd numerus fixus, zoals bij geneeskunde, en gefocust op de afgebakende groep die met heel grote waarschijnlijkheid niet zal slagen.”

Van de Walle: “Aan de UGent hebben we een test ontwikkeld die goed voorspelt voor wie het echt niet gaat lukken. Dat gaat voor alle duidelijkheid niet om tientallen procenten, maar om enkele procentjes. Tegen die mensen zou je eerlijk moeten kunnen zeggen dat er vandaag nog geen plaats is voor hen in die opleiding, omdat ze er nog niet klaar voor zijn. En dan kunnen we praten over overgangsjaren of extra opleiding om die mensen alsnog te proberen klaarstomen.”

Van Goethem: “Ik betwijfel of het voor elke opleiding even makkelijk wordt om een betrouwbare proef te ontwikkelen, maar zo’n overgangsjaar zou alleszins een rationelere vorm van studieduurverlenging bieden.”

Intussen blijven universiteiten wel witte bastions, veel meer dan hogescholen. Zullen bijkomende drempels dat niet versterken?

Van de Walle: “Niet noodzakelijk. Bij sommige mensen leeft nog altijd de overtuiging dat de universiteit sowieso niets voor hen is. Als je dan met een toets kunt tonen dat er wel degelijk kansen liggen, biedt dat juist zelfvertrouwen om door te zetten. De bedoeling van een ijkings­toets is niet zo veel mogelijk studenten tegenhouden, de bedoeling is zo veel mogelijk studenten op het juiste traject te krijgen.”

Van Goethem: “Toch mogen we niet blind zijn voor het risico van bijkomende drempels. In geneeskunde heeft de numerus fixus ertoe geleid dat die opleiding een weinig divers publiek aantrekt. Dat was vroeger anders.”

Sels: “Ik ben het niet meer eens met de term ‘wit bastion’. Ook universiteiten verkleuren, en dat gaat sneller dan men soms denkt. Op onze campussen in Antwerpen en Brussel bijvoorbeeld is het aandeel studenten met een migratieachtergrond al aanzienlijk. Ik ben er erg beducht voor om een stereotiep beeld in stand te houden en daardoor juist de evolutie af te remmen. De uitdaging blijft natuurlijk, maar intussen moeten we vooral ook kijken naar de doorstroom naar onderzoekers, doctorandi en professoren. Ons personeelskader is misschien wel internationaal en daardoor erg divers, maar dat weerspiegelt niet de samenstelling van de lokale bevolking. Daar is nog een lange weg af te leggen.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234