Vrijdag 27/11/2020

Iran

Reconstructie van een leugen: zo reageerde Iran op het neerhalen van een Oekraïens lijnvliegtuig

Reddingswerkers bergen de lichamen van de 176 slachtoffers.Beeld NYT

Drie dagen lang wist het Iraanse leger dat het een Oekraïens lijnvliegtuig had neergehaald. Maar de regering bleef elke verantwoordelijkheid ontkennen.

Toen een officier van de Revolutionaire Garde wat hij beschouwde als een ongeïdentificeerd vliegtuig in de buurt van de internationale luchthaven van Teheran opmerkte, had hij maar een paar seconden om te beslissen of hij al dan niet de trekker zou overhalen. Iran had net nog een salvo ballistische raketten naar de Amerikaanse troepen afgevuurd; het land was in opperste staat van paraatheid voor een Amerikaanse tegenaanval, en het Iraanse leger had gewaarschuwd voor kruisraketten.

De officier probeerde het commandocentrum te bereiken om de toelating te vragen om te vuren, maar hij geraakte er niet door. Dus vuurde hij een luchtafweerraket af. En daarna nog één. Het vliegtuig, een Oekraïense lijnvlucht met 176 mensen aan boord, zo bleek achteraf, stortte in vlammen neer.

Het kostte de bevelvoerders van de Iraanse Revolutionaire Garde maar een paar minuten om te beseffen wat ze hadden gedaan. En meteen begonnen ze zich in te dekken. Dagenlang weigerden ze zelfs informatie te geven aan president Hassan Rohani. Zijn regering ontkende publiekelijk staalhard dat het vliegtuig neergehaald was. Toen ze het eindelijk toegaven, stelde hij hen een ultimatum: ofwel bekenden ze, ofwel nam hij ontslag.

Pas op dat moment, 72 uur nadat het vliegtuig neergestort was, kwam de opperste leider in Iran, ayatollah Ali Khamenei, tussenbeide en droeg hij de regering op de fatale vergissing toe te geven.

The New York Times stelde een chronologie van de gebeurtenissen van die drie dagen op aan de hand van gesprekken met Iraanse diplomaten, vroegere en huidige overheidsfunctionarissen, hooggeplaatste leden van de Revolutionaire Garde en mensen dicht bij de entourage van de opperste leider, en door officiële communiqués en berichtgeving in de staatsmedia te bestuderen.

Uit het onderzoek blijkt dat de regering er alles aan deed om de Iraanse verantwoordelijkheid voor de crash te verhullen, terwijl geschokte Iraniërs, rouwende verwanten en landen met burgers aan boord wilden weten wat er precies gebeurd was.

De details die aan het licht kwamen, illustreren ook de enorme macht van de Iraanse Revolutionaire Garde, die de verkozen regering bij een nationale noodtoestand effectief buitenspel zette en die extra voeding geeft aan wat veel Iraniërs al beschouwen als een legitimiteitscrisis omtrent de Garde en de regering.

De grote verdeeldheid binnen de Iraanse overheid houdt aan en zal ook gevolgen hebben voor het onderzoek naar de crash, de onderhandelingen over compensaties en de discussie over de aansprakelijkheid.

Dinsdag

Rond middernacht op 7 januari, terwijl Iran zich opmaakte om een aanval met ballistische raketten op Amerikaanse militaire doelwitten in Irak te lanceren, brachten hooggeplaatste leden van de Revolutionaire Garde mobiele luchtafweereenheden in stelling rond de gevoelige militaire zones in de buurt van de internationale luchthaven Imam Khomeini in Teheran.

Iran stond op het punt wraak te nemen voor de Amerikaanse droneaanslag vijf dagen eerder in Bagdad waarbij een hoge militaire bevelhebber, generaal Qassem Soleimani, gedood werd, en het leger bereidde zich voor op een Amerikaanse tegenaanval. De strijdkrachten hadden de status ‘in oorlog’, het hoogste paraatheidsniveau.

Maar door een tragische misrekening bleef de overheid toestaan dat commerciële vluchten gebruikmaakten van de luchthaven van Teheran. Generaal Amir Ali Hajizadeh, bevelvoerder bij de luchtmachtafdeling van de Revolutionaire Garde, zei later dat zijn eenheden de overheid tevergeefs gevraagd hadden het Iraanse luchtruim af te sluiten en alle vliegtuigen aan de grond te houden.

De functionarissen die de vraag kregen, vreesden dat een sluiting van de luchthaven massale paniek zou veroorzaken omdat mensen zouden denken dat een oorlog met Amerika op til was, zeiden leden van de Garde en andere officials tegen de krant. Ze hoopten ook dat de aanwezigheid van passagiersvliegtuigen de Amerikanen ervan zou weerhouden een aanval op de luchthaven of de nabijgelegen militaire basis uit te voeren, waardoor vliegtuigen vol nietsvermoedende passagiers effectief tot menselijk schild werden uitgeroepen.

Woensdag

Nadat de Iraanse raketaanval van start was gegaan, stuurde het centrale luchtverdedigingscommando een alarm uit dat Amerikaanse oorlogsvliegtuigen waren opgestegen in de Verenigde Arabische Emiraten en dat kruisraketten op weg waren naar Iran.

De officier bij de raketlanceerder bij de luchthaven hoorde de waarschuwingen, maar hoorde een later bericht niet dat meldde dat het kruisraketalarm vals was. Ook het alarm over de Amerikaanse oorlogsvliegtuigen was misschien vals. Volgens functionarissen van het Amerikaanse leger waren er die avond geen Amerikaanse vliegtuigen in of nabij het Iraanse luchtruim.

Toen de officier het Oekraïense vliegtuig opmerkte, vroeg hij de toelating om te vuren. Maar hij slaagde er niet in met zijn oversten te communiceren omdat het netwerk verstoord of stilgelegd was, zei generaal Hajizadeh later.

De officier, van wie de identiteit niet is vrijgegeven, vuurde twee raketten af, op minder dan 30 seconden van elkaar.

Hajizadeh, die zich in West-Iran bevond om de aanval op de Amerikanen te leiden, kreeg een telefoontje met het nieuws. “Ik belde de officials en vertelde hen dat dit gebeurd was en dat de kans groot was dat we ons eigen vliegtuig geraakt hadden”, verklaarde hij later op tv.

Toen hij weer in Teheran arriveerde, had hij al drie Iraanse topmilitairen op de hoogte gebracht: generaal-majoor Abdolrahim Mousavi, de opperbevelhebber van het leger, die ook het hoofd is van het centrale luchtverdedigingscommando; generaal-majoor Mohammad Bagheri, stafchef van de strijdkrachten; en generaal-majoor Hossein Salami, hoofdbevelhebber van de Revolutionaire Garde.

De Revolutionaire Garde, een eliteleger dat de islamitische heerschappij in binnen- en buitenland moet beschermen, staat los van het gewone leger en gehoorzaamt alleen aan de opperste leider. Op dit moment kenden de leiders van beide legers de waarheid.

Hajizadeh raadde de generaals aan niets te vertellen tegen de luchtverdedigingseenheden op het terrein, want hij was bang dat ze daardoor minder alert zouden reageren als er daadwerkelijk Amerikaanse aanvallen kwamen. “Het was in het belang van onze nationale veiligheid, want het had onze luchtafweersystemen kunnen aantasten”, zei hij deze week in een interview met Iraanse nieuwsmedia.

De militaire leiders stelden een geheime onderzoekscommissie samen bestaande uit mensen van de luchtmacht van de Garde, de luchtmacht van het reguliere leger, de veiligheidsdiensten en cyberexperts. De commissie en de betrokken officiers kregen een zwijgplicht opgelegd.

De commissie onderzocht de gegevens van de luchthaven, de vliegroute, radarnetwerken, waarschuwingen en berichten van de raketbediener en van het centrale commando. Getuigen – de officier die de raketten afvuurde, zijn oversten en iedereen die bij het incident betrokken was – werden urenlang ondervraagd.

De commissie onderzocht ook de mogelijkheid dat de Verenigde Staten of Israël het Iraanse defensiesysteem gehackt of de radiofrequenties verstoord hadden.

Tegen woensdagavond was de commissie tot de conclusie gekomen dat het neerhalen van het vliegtuig het gevolg was van een menselijke fout. “We wisten pas zeker wat er gebeurd was woensdag tegen zonsondergang”, zei generaal Salami later tegen het parlement. “Ons onderzoeksteam concludeerde toen dat het vliegtuig neerstortte door menselijke fouten.”

Ayatollah Khamenei werd op de hoogte gebracht. Maar de president, andere verkozenen en het publiek kregen geen informatie.

Hooggeplaatste militairen overwogen niets te zeggen over de raketten tot de zwarte dozen van het vliegtuig met de vluchtgegevens en de geluidsopnames van de cockpit onderzocht waren en het formele onderzoek afgerond was, stellen leden van de Garde, diplomaten en officials met kennis van die gesprekken. Dat proces kon maanden in beslag nemen, meenden ze, en zou hen tijd kopen om zich beter te wapenen tegen de binnenlandse en internationale verontwaardiging als de waarheid aan het licht zou komen.

De overheid had een opstand tegen de regering in november gewelddadig onderdrukt. Maar de liquidatie door de VS van Soleimani, gevolgd door de Amerikaanse luchtaanvallen, hadden de publieke opinie gekeerd. De Iraniërs waren verenigd in hun nationalistische gevoelens. De autoriteiten vreesden dat toegeven dat Iran verantwoordelijk was voor het neerhalen van een passagiersvliegtuig opnieuw antiregeringsgevoelens zou aanwakkeren. 

“Ze raadden aan het toe te dekken, omdat ze dachten dat het land niet nog meer crisis aankon”, zegt een hooggeplaatst lid van de Garde, die, zoals anderen die voor dit artikel geïnterviewd werden, alleen anoniem wilde praten. “Uiteindelijk is de bescherming van de Islamitische Republiek ons ultieme doel, koste wat het kost.”

Die avond vertelde de woordvoerder van de gezamenlijke strijdkrachten, brigadier-generaal Abolfazl Shekarchi, aan Iraanse nieuwsmedia dat de suggestie dat het vliegtuig getroffen was door raketten “een absolute leugen” was. 

Donderdag 

Donderdag arriveerden de eerste Oekraïense onderzoekers in Teheran. Westerse functionarissen zeiden openlijk dat ze bewijzen hadden dat Iran het vliegtuig per ongeluk neergehaald had.

Hooggeplaatste Iraanse officials – van de directeur burgerluchtvaart tot de hoofdwoordvoerder van de regering – vaardigden statement na statement uit waarin ze de aantijgingen ontkenden. Hun uitspraken werden breed uitgesponnen in de staatsmedia. De insinuatie dat Iran een passagiersvliegtuig zou neerschieten, was een ‘westers complot’, zeiden ze, ‘psychologische oorlogsvoering’ die Iran moest destabiliseren nadat het net zijn slagkracht had getoond tegen de Verenigde Staten.

Maar achter de schermen was er grote bezorgdheid dat de westerse beweringen weleens waar konden zijn. Rohani, zelf een doorgewinterd militair strateeg, en zijn buitenlandminister Javad Zarif ketsten telefoontjes van wereldleiders en buitenlandse ministers af die antwoorden wilden. En omdat ze niet wisten wat hun eigen leger had gedaan, konden ze ook geen antwoorden geven.

Ondertussen groeide de druk van het Iraanse publiek op de regering om te reageren op de aantijgingen. Op het vliegtuig had ook de fine fleur van de Iraanse maatschappij gezeten, met onder anderen prominente wetenschappers en artsen, tientallen universiteitsstudenten en afgestudeerden van elite-universiteiten, en zes gouden- en zilverenmedaillewinnaars van internationale fysica- en wiskundeolympiades.

Er zaten twee pasgehuwde koppels in die overkwamen uit Canada, gezinnen, jonge kinderen.

Hun families eisten antwoorden. Op de Iraanse sociale media liepen de gemoederen hoog op. Sommigen beschuldigden Iran ervan dat het zijn eigen burgers vermoordde, anderen noemden zulke beschuldigingen verraad.

Satellietzenders die vanuit het buitenland opereren, de voornaamste nieuwsbron voor de meeste Iraniërs, berichtten over de crash en de vermoedens in het Westen dat Iran het vliegtuig neergeschoten had.

President Rohani probeerde bij herhaling militaire bevelvoerders te bereiken, zeiden officials, maar ze beantwoordden zijn telefoontjes niet. Leden van de regering belden hun contacten in het leger en kregen te horen dat de beschuldigingen onterecht waren. Ook het Iraanse agentschap voor burgerluchtvaart belde militaire functionarissen, en kreeg hetzelfde te horen.

“Donderdag was hectisch”, zei Ali Rabiei, een woordvoerder van de regering, later op een persconferentie. “De regering belde rond en vroeg het leger wat er gebeurd was, en het antwoord op alle vragen was dat geen raketten afgevuurd waren.”

Vrijdag

Vrijdagochtend stelde Rabiei in een communiqué dat de beschuldiging dat Iran het vliegtuig had neergeschoten “een grote leugen” was.  

Een paar uur later belegde de top van het leger een vergadering met Rohani, waarin ze de waarheid zeiden. Rohani was woedend, volgens officials die dicht bij hem staan. Hij eiste dat Iran onmiddellijk aankondigde dat het een tragische vergissing had begaan, wat de consequenties ook waren. De militairen boden weerwerk en zeiden dat de gevolgen het land konden destabiliseren.

Rohani dreigde met ontslag.

Canada, dat de meeste buitenlandse passagiers op het vliegtuig had, en de Verenigde Staten, die als thuisland van Boeing uitgenodigd waren om het ongeval te onderzoeken, zouden uiteindelijk met bewijzen komen, zei Rohani. De schade voor de reputatie van Iran en het vertrouwen van het volk in de regering zou een enorme crisis doen ontstaan op een moment waarop Iran geen extra druk aankon.

Toen de impasse aanhield, informeerde iemand uit de entourage van Khamenei die bij de vergadering aanwezig was, de opperste leider. De ayatollah stuurde daarop een bericht waarin hij de regering opdroeg een publieke verklaring op te stellen om haar verantwoordelijkheid te erkennen.

Rohani bracht een paar prominente leden van zijn regering op de hoogte, die onthutst reageerden.

Rabiei, de regeringswoordvoerder die die ochtend nog staalhard ontkend had, stortte in. Abbas Abdi, een bekende criticus van de clerus in Iran, zei dat toen hij die avond met Rabiei sprak, de man totaal van de kaart was en weende. “Alles is een leugen”, zei Rabiei volgens Abdi. “Het is een complete leugen. Wat moet ik doen? Ik heb mijn eer verloren.”

Volgens Abdi was wat de overheid deed “veel meer” dan gewoon liegen. “Er was een systematische toedekkingsoperatie op het hoogste niveau, die het onmogelijk maakte uit deze crisis te geraken”, zegt hij.

De Iraanse Nationale Veiligheidsraad hield spoedberaad en stelde twee verklaringen op, één voor de gezamenlijke strijdkrachten, en één voor Rohani.

Terwijl ze discussieerden over de juiste bewoordingen, viel de suggestie om te vermelden dat de Verenigde Staten of Israël misschien mee verantwoordelijk waren voor het ongeluk doordat ze de Iraanse radars verstoord hadden of de communicatienetwerken gehackt hadden.

Maar de militaire bevelhebbers stelden hun veto. Volgens generaal Hajizadeh zou een menselijke fout toegeven veel beter vallen dan de erkenning dat het luchtverdedigingssysteem kwetsbaar is voor hacking door de vijand.

Het Iraanse agentschap voor burgerluchtvaart meldde later dat het geen bewijzen voor verstoringen of hacking had gevonden.

Zaterdag  

Om 7 uur ’s ochtends gaf het leger in een verklaring toe dat Iran het vliegtuig had neergeschoten door een “menselijke fout”.

Maar door die onthulling kwam er geen einde aan de verdeeldheid binnen de overheid. De Revolutionaire Garde wil de schuld afschuiven op zij die de raketten hebben afgevuurd, en daarmee afgelopen, zeggen officials. De bediener van de raketten en tot tien anderen zijn gearresteerd, maar hun namen zijn niet bekend, en het is ook niet geweten of ze zijn aangeklaagd.

President Rohani eist een ruimer onderzoek, en wil dat de hele commandoketen tegen het licht wordt gehouden. De aanvaarding van de verantwoordelijkheid door de Garde, zei hij, “is de eerste stap, die gevolgd moet worden door andere stappen”. Zijn woordvoerder en parlementsleden willen weten waarom Rohani niet meteen geïnformeerd werd.

Ook Rohani uitte die bezorgdheid toen hij een uur en vijftien minuten later met zijn verklaring kwam. Het eerste wat hij zei, was dat hij de conclusies van de onderzoekscommissie pas “een paar uur geleden” vernomen had.

Dat was een verbijsterende bekentenis, want er bleek uit dat zelfs de hoogste verkozen functionaris van het land de waarheid ontzegd was. Terwijl de Iraniërs en de wereld zich tot de regering richtten voor antwoorden, had die alleen leugens verteld.

“Wat we voor nieuws hielden, was een leugen. Wat we voor een leugen hielden, was nieuws”, zei Hesamedin Ashna, de topadviseur van Rohani, via Twitter. “Waarom? Waarom? Wees beducht voor cover-ups en de macht van het leger.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234