Donderdag 02/12/2021

Rechts onterecht als democratisch probleem

De rechtse politicus Jean-Marie Dedecker bleef binnen de democratische ruimte. Geen volle dag werd hem dat gegund

Walter Pauli

maakt de politieke tussenstand van de week op

Met het opblazen van het kartel met N-VA, alleen omdat Jean-Marie Dedecker overstapte, bewijst CD&V vooral één zaak: dat grote volkspartijen vandaag niet meer zo vanzelfsprekend zijn als in de jaren zeventig.

Vorig weekend was het nog halleluja voor het kartel CD&V-N-VA: nooit waren de peilingen zo positief. Het kartel reikte tot 32 procent, en 57 procent wil op Yves Leterme stemmen. CD&V leek volop op weg de brede volkspartij van weleer te worden. Maar geen week later was dat kartel geschiedenis.

Nu kan men Dedecker veel kracht toedichten, maar de sterkte om in een paar uur CD&V-N-VA uit elkaar te rukken, lijkt toch te getuigen van een te bovenmenselijke kracht.

Twee krachten sloopten het kartel. Eén: politique politicienne. N-VA als electorale handicap, in plaats van voordeel (zoals bewezen bij de gemeenteraadsvekiezingen) en N-VA als strategische handicap bij de volgende staatshervorming. Wat die overwegingen betreft, was Dedecker geen reden om N-VA af te stoten, maar een aanleiding. Een godsgeschenk voor CD&V.

Maar er is ook een meer fundamentele zaak: het onvermogen van centrumpartijen om met een rechtervleugel om te gaan. Analyseer even de oude CVP-PSC, de partij die eerst 40, later 30 procent haalde. Die partij verzamelde 'het volk', van gematigd links tot uiterst rechts. Gematigd links is natuurlijk (een deel van) het ACV, en dat tot ver in de jaren tachtig, met parlementsleden als Tyl De Clercq of ex-minister Luc Dhoore, zelfs Paula D'Hondt. Zij streden tegen de kernraketten, roerden de trom tegen het Vlaams Blok.

Maar ook uiterst rechts, of op zijn minst stevig rechts, met politieke kopstukken als Albert De Vleeschauwer, in de jaren vijftig, of, van de jaren zestig tot ver in de jaren tachtig, Paul Vanden Boeynants. Dat leidde bij herhaling tot diepe tegenstellingen. In 1950 leidde de Koningskwestie tot een interne breuk, kwam er binnen de CVP-PSC een soort van uitzonderingsrechtbank, die dan toppolitici als Gaston Eyskens ter verantwoording riep, omdat hij Leopold III niet tot ter dood had gesteund.

Het omgekeerde gebeurde in de late jaren zeventig, toen PSC-voorzitter Gerard Deprez zich verplicht zag de CEPIC (de extreem rechtse, christendemocratische achterban van Vanden Boeynants) uit te sluiten.

Maar al die tijd had uiterst rechts een plaats binnen CD&V: de rabiate abortustegenstanders, de goedpraters van apartheid, van Pinochet, van Reagans raketten en zijn Star Wars, de vrienden van de Spekpater. Het christendemocratische huis had vele kamers. Het cement bestond én uit een gegarandeerde deelname aan de macht, én uit de gemeenschappelijke katholieke identiteit.

Die dubbele binding werd slapper in de loop der jaren. Macht alleen was onvoldoende sterk als argument. Zeker omdat de CVP kleiner werd, en die macht dus, bijna onmerkbaar, afbrokkelde. Tegelijk verloor de rechtervleugel aan invloed. Toen na de abortuscrisis een kleine groep rond de Antwerpenaar Bob Gijs, tot 1991 nog CVP-fractieleider in de Senaat, de christendemocratie de rug toekeerde, was er nauwelijks nog iemand die zich openlijk als antilinks profileerde, en de 'meer rechtse' standen (werkgevers, middenstand, boerenbond) verloren sterk aan invloed.

Er bleven een paar CVP'ers over die nog wel het vertrouwen genoten van rechts Vlaanderen (de gebroeders Van Rompuy, Leo Delcroix, Karel Pinxten, Ludwig Caluwé, Brigitte Grauwels...). Toch had de christendemocratie alsmaar minder appeal voor rechts Vlaanderen. Er was aantrekkelijker want duidelijker concurrentie van Guy Verhofstadt en de vroege VLD, en het Vlaams Belang/Blok.

Dat kantelde, met de komst van N-VA. Geert Bourgeois verzamelde rond zich niet-radicale Vlaams-nationalisten. Maar ook, zo leert recent studiewerk van Carl Devos, zijn de meeste N-VA-politici ook gewoon 'rechts' (zelfs rechtser dan hun achterban): én sociaal-economisch, én politiek-cultureel.

Met het kartel CD&V-N-VA kreeg rechts Vlaanderen dus - opnieuw - een eigen 'lob' in een grote partij.

Maar luidruchtig rechts stelt vandaag de Wetstraat voor een probleem. Het is een merkwaardige paradox. Terwijl veel sociaal-economische taboes van links in snel tempo sneuvelen, en ook het discours over allochtonen en vluchtelingen ruwer wordt, weten noch VLD noch CD&V een omgangsvorm te vinden met hun rechtervleugel. De VLD roeide die zonder meer uit: achtereenvolgens verdwenen wijlen Ward Beysen, Hugo Coveliers en nu Jean-Marie Dedecker. Niet dat er een strikt oorzakelijk verband is, maar de VLD zakte spectaculair in stemmen. Intern maakt men de evaluatie: omdat die rechtsen maar bleven ruziestoken. Men zou ook eens de hypothese kunnen toetsen of de VLD geen stemmen verloor omdat men in de feiten bewees geen 'volkspartij' te kunnen zijn: een partij met een extreem breed draagvlak.

Ook nu trekt ACW-voorzitter Jan Renders ten strijde tegen rechts. Toch is hij niet consequent met zichzelf. Hij verwart immers rechts, en stevig rechts, met extreem rechts. Dat is even dom als de sp.a-top 'communistisch' noemen (wat de farmaindustrie deed, en de energieproducenten dreigen te doen).

Renders zegt dat Dedecker geen christendemocratische waarden aanhangt. Dat klopt. Maar Dedecker sloot niet aan bij CD&V, maar bij N-VA. En geen mens kan zeggen dat Dedecker geen Vlaams-nationalist is. Dat is de enige kwaliteit om N-VA'er te kunnen zijn.

Renders en het ACW toeteren al jaren hoe belangrijk de strijd tegen extreem rechts is. Tegelijk weten ze verduiveld goed dat het VB al een tijd aan de mouw trekt van Dedecker. Of Hugo Coveliers, het electorale hulpje van Dewinter.

Dedecker zegt al jaren dat hij geen Blokker is, en donderdag bewees hij het ook. In plaats van waardering te krijgen, bonkt met niet alleen hem buiten, maar ook zijn nieuwe partij. Goed, Dedecker zal wel een opportunist zijn - hij wordt VLD'er als die partij in de lift zit, CD&V-N-VA'er als het kartel hoog scoort. Maar hij doet toch maar niet wat Jürgen Verstrepen, Anke Van dermeersch of Bruno Valkeniers wel deden: Dewinter volgen. De rechtse politicus Dedecker bleef binnen de democratische ruimte. Geen volle dag werd hem dat gegund.

Zo toont de ene democratische partij na de andere dat ze onbeholpen zijn in de omgang met rechts, en dat is op lange termijn niet goed. Een democratie overtuigt en verenigt alle burgers: links, centrum, én rechts. En zo links en zo rechts als menselijk en wettelijk mogelijk is. Dedecker combineert een slecht karakter, een agressieve - toegegeven soms half-rexistische - stijl, een vaak onaangename strategie en uitgesproken rechtse standpunten. So what?

Jan Renders mag het in zijn oren knopen: verdraagzaam is hij die tolerant staat tegenover lieden die níét zijn mening delen, en niet alleen tegen vrienden die ongeveer hetzelfde denken, doen en laten als hijzelf.

Walter Pauli is adjunct-hoofdredacteur van De Morgen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234