Zondag 08/12/2019

Rechtbank onderzoekt ontvankelijkheid Deminor-actie in Fortis-proces

Deminor komt aan bod in het burgerrechtelijke luik van het Fortis-proces. Beeld BELGA

In het burgerrechterlijk luik van het Fortis-proces zijn vandaag de pleidooien gestart. Aanleiding is de actie die in januari 2010 werd ingediend door Deminor. Het advieskantoor eist namens 5.500 kleine minderheidsaandeelhouders van Fortis een schadeloosstelling.

Vandaag werd in de 14e kamer van de Brusselse handelsrechtbank tijdens de eerste van drie voorziene zittingen voor de pleidooien enkel de ontvankelijkheidsvraag behandeld. Dat zal ook zo zijn tijdens de zittingen van 17 en 24 februari. De rechtbank moet voor alles onderzoeken of ze bevoegd is en de kwaliteit en het belang van het optreden van de aandeelhouders nagaan.

Het pleidooi van de meesters Cédric Guyot en Catherine Houssa, de advocaten van het kantoor CMS DeBacker dat Deminor vertegenwoordigt, spitste zich toe op de juridisch technische kwesties. In het Fortis-dossier loopt ook een strafrechtelijke procedure. De handelsrechtbank zal zich in hoofdzaak moeten uitspreken over de noodzaak of het al dan niet noodzakelijk is te wachten op de uitkomst van dat luik.

Strafzaak staat boven burgerlijke zaak
De verdediging van verzekeraar Ageas en banken BNP Paribas Fortis en Merrill Lynch is van oordeel dat de burgerlijke procedure tussen haakjes moet gezet worden zolang de zaak strafrechtelijk niet is afgewerkt, dit volgens het principe "le pénal tient le civil en l'état" (een strafzaak schort een burgerlijke zaak op). De verdediging vraagt de rechtbank daarom de uitspraak op te schorten en de zaak direct naar de rol te verwijzen.

Volgens Houssa "speelt de verdediging op tijdswinst en valt ze de eisende partijen aan, want de banken willen ten alle prijze het onafwendbare moment verdagen waarop ze verplicht zullen zijn om met uitleg voor de dag te komen".

In haar pleidooi wees de advocate er op dat er geen enkel risico op tegenspraak bestaat tussen de toekomstige strafrechtelijke beslissing en een burgerrechtelijke beslissing, en er dus geen reden is opdat de rechtbank de uitspraak zou opschorten. Indien ze toch deze beslissing zou nemen, zou dit "voor de aandeelhouders een ramp betekenen". Ze dienen dan 10 tot 15 jaar te wachten om een nieuw geding in te dienen, hield de advocate voor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234