Zaterdag 23/01/2021

Recht van antwoord

In uw krant van maandag 31 mei 1999 publiceerde u op bladzijde 3 het artikel 'Rijkswacht knoeit met taalwet en pv's'. In dit artikel word ik duidelijk herkenbaar beschreven.

Het artikel beschuldigt een aantal van mijn collega's van illegale praktijken en vermeldt dat er een gerechtelijk onderzoek loopt tegen mijzelf. Als een krant dergelijke beschuldigingen wil uiten, lijkt het mij gepast contact op te nemen met alle personen die u wilt beschuldigen. Geen enkele journalist van uw krant heeft mij gecontacteerd om mijn reactie op het verhaal te vragen. Me dunkt dat hierdoor de deontologie die u als journalisten beweert te respecteren, grof met de voeten werd getreden.

Stelt de code van journalistieke beginselen, aangenomen door de Belgische Vereniging van Dagbladuitgevers, door de Nationale Federatie van de Informatieweekbladen en door de Algemene Vereniging van Belgische Beroepsjournalisten niet dat "de feiten onpartijdig moeten worden verzameld en weergegeven"?

En stelt de verklaring der plichten en rechten van de journalist, aanvaard in journalistenbonden van de toenmalige EG-lidstaten (waaronder België), niet dat één van de essentiële plichten van de journalist is "zich niet overgeven aan plagiaat, laster, eerroof en beschuldigingen zonder grond"?

Het feit dat een gerechtelijk onderzoek tegen mij is ingesteld, betekent geenszins dat ik schuldig ben. Het onnadenkend publiceren in uw dagblad van bovenvermeld artikel heeft mijn rechten van verdediging geschonden. U hebt zich niet eens de moeite getroost mij te contacteren, noch alle collega's die door de modder worden gesleurd. En toch meent u te mogen oordelen door te stellen "De rijkswacht knoeit..."

Uw artikel heeft nefaste gevolgen voor mijn verdere carrière bij de rijkswacht, voor mijn privé-leven, voor de afhandeling van het gerechtelijk onderzoek en voor de verdere carrière van andere collega's.

Het kwaad is geschied. De schade die ikzelf en mijn collega's hierdoor hebben opgelopen, is onherroepelijk.

Serge Serruys / Vilvoorde

Naschrift: De melding dat er een gerechtelijk onderzoek loopt naar gesjoemel met de taalwetgeving en geknoei in processen-verbaal door de BOB in Vilvoorde kaart een algemene problematiek aan. Dat u herkenbaar beschreven wordt komt omdat u het slachtoffer lijkt te worden van die praktijk. Uw moed de scheve toestand aan te kaarten zag u beloond met een gerechtelijk onderzoek. Dat komt neer op een afwimpeling van de verantwoordelijkheid door uw oversten, die tijdens hun verhoor nochtans verklaarden dat ook zij handelden met medeweten van de korpschef. Als er dus iemand is die u beschuldigt, dan is dat de rijkswacht zelf. Dat onze krant daarover bericht, is geenszins een beschuldiging aan uw adres maar slechts een weergave van de feiten.

Om dat laatste zo objectief mogelijk te doen contacteert een journalist normaal gesproken alle betrokkenen. In dit geval was dat niet nodig: ik had inzage in het dossier en kon zo kennis nemen van de verklaringen van u en uw collega's Dat u schuldig bent, heb ik nergens beweerd. Navraag leert dat de bedoeling van uw recht op antwoord een totaal andere was dan wat u nu op papier heeft gezet Blijkbaar wordt u binnen de BOB gezien als iemand die lekte naar de pers. U op uw beurt verdenkt de collega's van klikken. Waarom u uw onschuld niet van de daken schreeuwt in uw reactie is mij een raadsel. De wetenschap dat uw recht op antwoord werd 'gecheckt' door de dienst public relations van de gerenale staf lijkt een logische verklaring. Dat mijn artikel nefaste gevolgen heeft voor uw carrière lijkt me wat ver gezocht. Lezing van het dossier leert immers dat de BOB-top u niet langer in het korps wil hebben en een stok zocht (en vond) om u te slaan. Dat blijkt eens te meer uit de reactie van adjudant-chef M. Hij beschuldigt u van het in een slecht daglicht willen stellen van de BOB Vilvoorde en vraagt daarom uw verwijdering uit het korps. Oftewel: nieuwkomers die in het belang van zowel rijkswacht als gerecht tegen de gevestigde orde aanschoppen, worden niet beloond maar bestraft. Al bevindt u zich in het tweede en laatste gedeelte van uw stage, volgens uw korpschef bent u ongeschikt als BOB'er. Ik zou trots zijn op zo'n compliment. Eerlijk duurt het langst. (CN)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234