Vrijdag 18/10/2019

Het grote psychiatrierapport

Rebels psychiatrisch centrum krijgt overal lof

Patiënten in Sint-Hiëronymus zijn zeer tevreden over de aanpak daar. 'Je krijgt meer verantwoordelijkheid. Het is best intens, maar het helpt.' Beeld Jonas Lampens

Niet alles is kommer en kwel in de psychiatrie. Psychiatrisch Centrum Sint-Hiëronymus in Sint-Niklaas krijgt veel lof, van patiënten, verwanten én van experts. Wat maakt die instelling anders?

Eerst maakt de groep het stil. Ogen gesloten, rechte rug. Even reflecteren over het voorbije weekend. Tessa (31) zit stil op haar stoel, met de handen in haar schoot. Dit is de ochtendlijke groepstherapie in het dagcentrum Moderato van het Psychiatrisch Centrum Sint-Hiëronymus in Sint-Niklaas.

De patiënten komen hier elke dag binnenwaaien, voor groepssessies, activiteiten of individuele gesprekken. Sommigen van hen waren hier eerder opgenomen. Tessa verbleef een jaar in het ziekenhuis, waarna ze naar het dagcentrum werd doorverwezen. Nu loopt ze er af en toe nog eens binnen.

“Die opname had ik echt nodig. Ik moest er even uit. Maar stap voor stap heb ik opnieuw structuur in mijn leven kunnen brengen.” Inmiddels is ze weer aan het werk, heeft ze een eigen huis en gaat ze trouwen. Sint-Hiëronymus heeft voor haar een verschil gemaakt. “Vooral omdat ik weet dat ik hier altijd opnieuw terecht kan.”

De andere patiënten in de kamer treden haar bij. Zeker diegene die in het verleden ooit elders verbleven. “De therapieën zijn hier intensiever”, zegt een vrouw met sluik haar. “In andere ziekenhuizen moest ik soms echt aandringen op een gesprek. Hier maken ze altijd tijd voor je.” “Je krijgt meer verantwoordelijkheid”, vult een jonge kerel aan. “Je moet je huiswerk maken, om de zoveel tijd is er een gedragsanalyse... Het is best intens. Maar het helpt.”

Tessa en de andere patiënten zijn niet de enige die vol lof zijn over Sint-Hiëronymus. Zowat alle experts die De Morgen voor Het grote psychiatrierapport sprak, wezen naar deze plek als een instelling die erboven uit steekt. Een ziekenhuis waar een nieuwe, frisse wind waait en waar niet alleen hulpverleners, maar ook patiënten en familieleden tevreden zijn.

Op basis van de inspectieverslagen is het onmogelijk om dat te verifiëren. De documenten laten niet toe om ziekenhuizen te vergelijken laat staan ze een soort rangschikking te geven. Maar de massale lofbetuiging was voldoende om onze nieuwsgierigheid te prikkelen en zelf te gaan kijken hoe het daar loopt.

De nieuwe wind in Sint-Niklaas heeft veel te maken met de ‘Stefans’: directeurs Stefaan Baeten en Stephan De Bruyne. Beide mannen verzetten zich openlijk tegen de autoritaire structuren in de psychiatrie, de soms onnodig bureaucratische regeltjes en pleiten voor een meer toegankelijke, laagdrempelige zorg.

TED-talk

Ze gaan voor een onconventionele aanpak, blijkt ook uit hun 'optredens' in Vlaamse cultuurcentra. Baeten trekt geregeld samen met ex-patiënten het podium op met voordrachten of muziek, terwijl De Bruyne in een soort ‘TED-talk’ eind vorig jaar de hele sector op de korrel nam. “Als psychiater kan ik geweldig goed pillen voorschrijven”, schertste hij toen. “En meestal werken ze eerst bij de verpleging, en pas dan bij de patiënt.”

De ‘Stefans’ durven tegen schepen schoppen, iets wat hen trouwens niet altijd in dank wordt afgenomen door collega’s in de sector. Hun naam alleen al wordt door sommigen op gezucht onthaald. “We zijn niet allesbepalend”, nuanceert Baeten hun rol tijdens het middagmaal. “Je hebt daar een sterk team voor nodig. Maar het klopt dat we pleiten voor een open psychiatrie, die in dialoog treedt met patiënten en familie. Enfin, dat proberen we toch.”

Loopt alles op wieltjes in Sint-Hiëronymus? Toch niet. Wie het meest recente inspectieverslag van het ziekenhuis erop naslaat, ziet daar evengoed non-conformiteiten en tekortkomingen staan. De directie is trouwens de eerste om te benadrukken dat een heleboel zaken veel beter kunnen. Isolatie en dwang? Daar worstelen ze mee. Infrastructuur? Kan beter. Werkdruk? Ook dat is een issue.

Herkenbaar, meent Bram Van Hoyweghen, hoofdverpleegkundige van dagcentrum Moderato. “Er moet meer met minder. Een evolutie die al een tijdje aan de gang is en natuurlijk gevolgen heeft.” Het ‘effect meten van behandelingen’ bijvoorbeeld, doen ze ook hier te weinig. “Wat wij doen zijn huis-, tuin- en keukenbevragingen. Niet per se nutteloos, maar evenmin wetenschappelijk. Wil je dat echt goed doen, dan moet je daar iemand fulltime voor vrijmaken. Nu is dat het eerste wat erbij inschiet, want op het einde van de dag heb je liever je cliënten goed geholpen, dan dat je statistieken hebt aangevuld.”

Van het dagcentrum gaat het naar de ruime inkomhal van het centrum. In een aanpalende gesprekskamer zitten enkele familieleden van patiënten verzameld. Op hun betrokkenheid zet het ziekenhuis nadrukkelijk in, merkte ook de Zorginspectie op.

Een patiënte in haar kamer. Beeld Jonas Lampens

Martine* (58) en Jenny* (72), die hier beiden een volwassen zoon hebben, beamen. “Toen mijn zoon hier net was opgenomen, wou ik hem extra kleren brengen”, vertelt Martine. “Toen ik die aan de receptie wou afgeven, vroeg de dame om even plaats te nemen tot er iemand kwam. Moet daar nu speciaal iemand voor komen, dacht ik nog. Wel, die verpleger heeft een uur bij mij gezeten om te vragen hoe het met mij en mijn zoon ging. Dat had ik nog nooit meemaakt. In het vorige ziekenhuis waar hij lag moest ik telkens aandringen op een gesprek. De psychiater? Die heb ik niet één keer ontmoet.”

De aanpak is anders, vindt Jenny. Hier heeft ze voor het eerst het gevoel dat haar stem telt. “Er is tenminste overleg. In andere ziekenhuizen moesten we soms maanden op voorhand reserveren wilden we een psychiater zien. Eens erbij, stonden we na twintig minuten weer buiten. Hier is de dokter enorm toegankelijk. Mijn zoon zegt het zelf: ‘Hier luisteren ze naar mij’.”

Niet alleen familieleden krijgen in Sint-Hiëronymus gehoor, ook patiënten wegen nadrukkelijk op het beleid. Het ziekenhuis heeft al sinds 2011 een Werkgroep Ervaringsinzet en Participatie (WEP). Die vertolkt op de afdelingen, in directiecomités, maar ook op regionaal overleg, de stem van de patiënt. De werkgroep telt 26 vrijwilligers, voornamelijk ex-patiënten, en kan naar eigen zeggen echt wegen op het beleid. “Wij zijn geen excuustruzen”, benadrukt een van de vrijwilligers.

Telefoontje

Het betrekken van patiënt en familie: de directie noemt het een van de belangrijkste pijlers van dit ziekenhuis. “Elke psychiatrie moet sociale psychiatrie zijn”, vindt directeur Stefaan Baeten. “Anders werkt het niet. Je kunt een patiënt niet los zien van zijn context. Onmogelijk.”

Baeten, zelf kind van een vader met een psychiatrisch verleden, weet wat het is om op hoge muren te botsen. “Heeft dat voor een extra gevoeligheid gezorgd? Wellicht wel. Mijn ervaringen dateren natuurlijk van twintig jaar geleden, maar ik heb zelf ondervonden hoe je als familie soms helemaal buitenspel wordt gezet. Sowieso ben ik ervan overtuigd dat je het zonder hen niet geklaard krijgt.”

Is Sint-Hiëronymus een uitzondering? Ja en nee, klinkt het bij experts. Er zijn nog ziekenhuizen die volop de kaart van vernieuwing trekken of afdelingen die uitzonderlijk goed werk leveren. “Maar Sint-Niklaas is een van de koplopers”, meent professor Chantal Van Audenhove (LUCAS, KU Leuven). “Midden jaren 90 al zijn ze volop gegaan voor zorgvernieuwing. Met Europese partners hebben ze projecten op poten gezet rond arbeidsrehabilitatie en patiëntenparticipatie. Samenwerken met wetenschappers vonden ze vanzelfsprekend. Bovendien hebben ze echt ingezet op de vorming en training van hun personeel waardoor ze alle neuzen in dezelfde richting kregen. Kortom: ze hebben een lange traditie van kwalitatieve geestelijke gezondheidszorg.”

Waarom net Sint-Hiëronymus de tanker gekeerd kreeg, is moeilijk te zeggen. Is het hun focus op wetenschappelijk werken, de open cultuur, de rebelse directie, de doelgroepen die ze hier opvangen of misschien het feit dat dit een klein ziekenhuis is? Niemand heeft sluitende antwoorden. Maar dat het hier net iets anders is, dan elders, daar is iedereen het over eens.

De teambespreking van Nathalie. Met vastberaden stem legt ze uit welke vorderingen ze de afgelopen weken heeft gemaakt. Beeld Jonas Lampens

Op de afdelingen is het inmiddels rustig geworden. De meeste patiënten zijn volop in de weer met therapie of activiteiten, de gangen en leefruimtes zijn grotendeels verlaten. In een van de vergaderzalen maken de zorgverleners van Nathalie* (36) zich op voor haar teambespreking. Zij schuift gewoon mee aan tafel.

Binnenkort mag ze het ziekenhuis verlaten. Met vastberaden stem legt ze uit welke vorderingen ze de afgelopen weken heeft gemaakt en wat de plannen zijn na haar thuiskomst. “Misschien zou het goed zijn als een mobiel team mij opvolgt”, legt ze uit. “Dat ik, van zodra ik het moeilijk krijg, even naar hen kan bellen. Gewoon even met iemand kunnen praten, is meestal voldoende.”

De verplegers, psychologen en psychiater zijn onder de indruk van haar evolutie en prijzen haar heldere betoog. Toch is de psychiater er niet van overtuigd dat een mobiel team voor haar het beste antwoord is. Wat zij nodig heeft is een aanspreekpunt, geen gespecialiseerd team dat haar om de zoveel dagen een bezoek brengt. Bovendien dikt de wachtlijst voor die mobiele equipe elke dag aan voor mensen die het meer nodig hebben dan zij. 

Helaas bestaat zo’n laagdrempelig aanspreekpunt niet. Even lijken Nathalies ‘nazorgplannen’ in het water te vallen. “Bel gewoon naar hier”, zegt het afdelingshoofd ten slotte. “Wij kennen je. Een telefoontje extra kunnen wij er gerust bijnemen. We doen het graag.”

* Martine, Jenny en Nathalie zijn niet hun echte namen. 

Reageren? Mail naar psychiatrierapport@demorgen.be

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234