Woensdag 18/05/2022

Rebellen met een zaak

Samen zijn ze ongeveer 216 jaar oud: vier miljonairs die zich op de drempel van hun pensioengerechtigde leeftijd nog graag voordoen als wilde rock-'n-roll-outlaws. De waarheid is dat The Rolling Stones anno 1998 voorspelbare entertainers zijn geworden, die het meer moeten hebben van bluf en spektakel dan van opwindende muziek. Voor velen heeft hun huidige Bridges to Babylon Tour, die morgen en overmorgen de weide van Werchter aandoet, dan ook dezelfde functie als een dagje Bokrijk of Disneyland: een gezellige uitstap voor het hele gezin. Zijn de Stones een allesverslindende geldmachine? Ongetwijfeld. Maar toch wil iedereen hen minstens één keer in zijn/haar leven aan het werk hebben gezien.

Dirk Steenhaut / Foto Alex Vanhee

De Stones staan in het collectieve geheugen gegrift als subversieve rebellen die, zeker halverwege de jaren zestig, door de goegemeente werden gehaat en gevreesd. Mick Jagger en zijn kompanen waren des duivels: hun bandeloze omgang met seks en drugs maakte hen tot een gevaar voor de gevestigde orde - een zienswijze die ze zelf maar al te graag onderschreven met nummers als 'Sympathy for the Devil' of 'Midnight Rambler'. Maar eigenlijk was dat branieschoppersimago vooral het werk van image builder Andrew Loog Oldham, hun eerste manager, die heel snel doorhad hoe hij de publiciteitskanalen kon gebruiken om zijn klanten van een spraakmakende reputatie te voorzien.

The Rolling Stones hebben in hun beginjaren een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de popularisering van de zwarte muziek: dankzij hen kon het blanke Britse publiek omstreeks 1963 kennismaken met de rhythm and blues van Muddy Waters, Willie Dixon en Jimmy Reed. Maar enige kleptomanie was de Stones beslist niet vreemd. Zo werd Robert Johnsons 'Love in Vain' op de hoes van de elpee Let It Bleed doodleuk aan Jagger & Richards toegeschreven.

Inmiddels zijn meer dan dertig jaar verstreken en is de groep door de tijdgeest ingehaald. Na een leven van zware excessen zijn de bad boys van weleer zo goed als ongeschonden uit de strijd gekomen en zijn ze geworden wat ze altijd hebben verafschuwd: keurige huisvaders (de 54-jarige Mick Jagger is zelfs al opa), die aan het hoofd staan van een miljardenonderneming. Maar eigenlijk ambieerden de Stones al vanaf het prille begin een hoge sport op de sociale ladder. Rock was voor hen het gedroomde middel om te ontsnappen aan de verveling en de uitzichtloosheid van het working class-milieu en vandaag zijn ze populairder bij lezers van The Financial Times dan bij die van New Musical Express. The Rolling Stones behoren nu tot de aristocratie: hun concerten worden veelvuldig bezocht door schrijvers, acteurs, kunstenaars en bankiers en in Londen werd zelfs Camilla Parker-Bowles backstage gesignaleerd.

Het vermogen van Keith Richards wordt momenteel op 4,5 miljard frank geraamd; dat van Mick Jagger is goed voor 6,4 miljard en brengt hem in de top-200 van de rijkste mensen in Engeland. De zanger, ooit een student aan de London School of Economics, heeft een goede neus voor zaken en laat zich bij voorkeur adviseren door beursspecialisten en financiële spitstechnologen.

De geldhonger van de Stones lijkt overigens niet te stillen. Sinds hun Steel Wheels-tournee uit 1989 zo'n 3,9 miljard frank opbracht, ziet de groep de dingen almaar grootschaliger. Het Amerikaanse gedeelte van hun Voodoo Lounge Tour bracht in 1994 4,8 miljard frank in het laatje, waarvan 2,4 miljard rechtstreeks naar de groep ging. De verkoop van televisierechten, T-shirts en andere prullaria leverde bovendien nog eens 12 miljard extra op. De huidige Bridges to Babylon Tour, die op 23 september vorig jaar werd afgetrapt in Chicago, lijkt het zelfs nog beter te gaan doen. Na 33 shows in de VS en Canada zagen de heren Stones alvast 2,1 miljard frank op hun bankrekening verschijnen. Cijfers om van te duizelen? NRC Handelsblad berekende dat de recette van Stones-concerten in Nederland de jongste dertig jaar bijna is verduizendvoudigd.

Hoe dat komt? De groep bepaalt tegenwoordig zelf het bedrag dat een tournee dient op te leveren. Wordt een promotor bereid gevonden daar borg voor te staan, dan mag hij het hele gebeuren op poten zetten. Dat impliceert wél dat hij zelf zwaar moet investeren en alle financiële risico's dragen, terwijl de gage van The Rolling Stones per definitie gegarandeerd is. De Canadese zakenman Michael Cohl, eigenaar van boekingskantoor Concert Productions International, voert al sinds enkele jaren de onderhandelingen met de plaatselijke promotors, die zich met een kleine winstmarge tevreden moeten stellen. De organisatie van een Stones-concert is, dat zal zelfs Herman Schueremans beamen, in de eerste plaats een kwestie van prestige.

Het stadioncircuit is bijzonder lucratief. Dat verklaart wellicht waarom de rock'n'roll grandads nog zo happig zijn om de hort op te gaan. Al wil Jagger dat zelf niet gezegd hebben: "Mochten we dit alleen maar doen om poen te scheppen, dan zouden we wel gewoon voor een oud laken gaan staan."

Een Stones-tournee is inderdaad een peperdure onderneming. Het is een rondreizend pretpark, dat fortuinen aan transport en mankracht vergt om operationeel te worden. De groep heeft tijdens haar Bridges to Babylon Tour 280 mensen in dienst, van wie er 200 permanent mee op reis zijn. De rest wordt ingehuurd op de plek waar wordt gespeeld. Zestig procent van het personeel bestaat uit klank-, licht- en videospecialisten en 20 procent staat in voor de podiumconstructie. En voorts hebben de Stones nog een legertje een koks, kappers, fysiotherapeuten, veiligheidsmensen en chauffeurs in dienst.

Het podiumontwerp van Mark Fisher, opgevat als een futuristisch operahuis, heeft een slordige 150 miljoen gekost. Maar wie de concurrentie op alle terreinen wil overtroeven, moet daar uiteraard iets voor over hebben. En: doet er meteen goed aan een sponsor te zoeken die de productiekosten binnen de perken kan houden. In België stapte Belgacom met de Stones in de boot.

Tijdens de tournee worden niet minder dan drie versies van de stalen podiumconstructie meegezeuld. Terwijl de ene in stad A wordt opgebouwd (een tijdrovend karwei overigens), wordt er in stad B een afgebroken en is een andere alweer onderweg naar stad C. Behalve tachtig vrachtwagens vergt zoiets vooral snelheid en efficiëntie.

Tegen de burgerlijke conventies trekken The Rolling Stones allang niet meer ten strijde: vandaag vechten de overblijvers van de langst spelende rockband ter wereld vooral tegen de fysieke beperkingen die hun leeftijd met zich meebrengt. Het Europese deel van Bridges to Babylon is alvast niet onder een goed gesternte begonnen: toen Keith Richards enkele weken geleden van een laddertje in zijn bibliotheek viel en twee ribben kneusde, moest de start al eens worden uitgesteld. Deze week moesten dan weer de concerten in Milaan en Bilbao eraan geloven, omdat Mick Jagger nog altijd last had van een hardnekkige keelinfectie.

En dan waren er nog de fiscale perikelen in het Verenigd Koninkrijk. Onlangs bracht de Labour-regering een wijziging aan in de belastingwetgeving, die de Stones van de vier in hun thuisland geplande concerten deed afzien. Vroeger waren Britse onderdanen die niet langer dan 62 dagen per jaar in hun land vertoefden, vrijgesteld van inkomstenbelasting, maar in maart hief de minister van Financiën die uitzonderingsmaatregel op. Gevolg: de groep zag zich plots geconfronteerd met een belastingfactuur van 744 miljoen. Jagger, niet echt geplaagd door geldgebrek, was bereid dit verlies erbij te nemen en op de spaarpot van Richards, inmiddels een Amerikaans staatsburger, zou de maatregel al helemaal geen effect hebben gehad. Maar drummer Charlie Watts en gitarist Ron Wood stelden, deels uit eigenbelang, deels uit solidariteit met hun personeel, meteen hun veto en drongen er op aan dat de Engelse optredens zouden worden verplaatst naar het volgende aanslagjaar. Een drastische zet, die The Rolling Stones een hoop slechte publiciteit opleverde.

Als de tournees van de groep vandaag nog altijd zo succesrijk zijn, komt dat natuurlijk in eerste instantie omdat er nog altijd vraag naar is. Naar de Stones ga je als naar een museum en blijkbaar hebben velen nog altijd 1.600 frank over om hun helden (of die van hun ouders) eens in weinig comfortabele omstandigheden aan het werk te zien op... een videoscherm. Maar het ding meet wel 10 bij 13 meter en is het grootste met hoge resolutie ooit gebouwd.

Wat eens scherpe en energieke rock-'n-roll was, is vandaag een voorwerp van nostalgie en klinkt op de wei alsof het wordt gespeeld door een superieure covergroep. Muzikale verrassingen hoef je niet te verwachten, want in tegenstelling tot Dylan zijn de Stones anno 1998 weinig meer dan een levende jukebox. Alleen: op geldstukjes reageert die allang niet meer. Wie zijn favoriete deuntjes wil horen, moet tegenwoordig zijn chequeboekje meenemen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234