Donderdag 23/09/2021

Rebellen aan de poorten van Tripoli

De Libische rebellen in de Nafusa-bergen hebben dankzij hulp uit Benghazi aanzienlijke terreinwinst kunnen boeken. Maar de laatste 100 km tot Tripoli zijn de moeilijkste. 'Hier in de bergen kennen we het terrein, maar verderop is het allemaal open gebied'.

Met een luide 'Allahu Akhbar' schreeuwen de jongemannen achterin de pick-up zich een laatste keer moed in. Normaal gezien moet zo'n pick-up dan met gierende banden vertrekken naar het front. Maar deze keer slaat de motor af. Ze doen het nog een keer en dan zijn ze weg, richting Bir Ghanem, 15 kilometer verderop, waar de troepen van Muammar Kadhafi hen staan op te wachten.

Zoals elders in Libië is het hier een ongelijke strijd: kalasjnikovs, oude Belgische FN-geweren, en nog oudere geweren uit de tijd van de Italiaanse kolonisatie, tegen de Grad-raketten van Kadhafi die tot hier in Bir Ayyad neerploffen. Maar anders dan in Misrata of Brega in het oosten staan de rebellen hier wel op een goeie 100 kilometer van de hoofdprijs: Tripoli. In normale tijden is het vanuit Bir Ayyad nog geen uur rijden voor je op het Groene Plein in de hoofdstad staat.

Zover is het nog niet. Er zullen vandaag twee doden en verschillende gewonden vallen zonder dat er een meter terrein wordt gewonnen op de Kadhafitroepen. "We proberen te voet zo dicht mogelijk bij de Grad-lanceerders te komen. Dan vechten we man tegen man, soms op niet meer dan 30 meter afstand", zegt Mohammed Hodeiba, 26, die zit uit te rusten in een voormalig gebouw van Kadhafi's veiligheidsdiensten. Hoog in de lucht weerklinkt het gerommel van NAVO-vliegtuigen. Ze zijn op die manier al veel mannen verloren, geeft Hodeiba toe. "Hoeveel precies weet ik niet. Wij houden de tel niet bij."

Bir Ayyad ligt op de hoofdweg naar Tripoli in de uitlopers van het Nafusa-gebergte. De locatie toont tegelijk de sterkte en de zwakte van de opstandelingen hier. Nadat op 15 februari de opstand tegen Muammar Kadhafi losbarstte, slaagden de rebellen er vrij snel in om Kadhafi's troepen uit een groot deel van de bergen te verjagen. Maar hier op de open weg zijn ze opnieuw in het nadeel. Zonder hulp van de NAVO of van de opstandelingen elders in Libië zijn de laatste 100 kilometer vooralsnog een onoverkomelijk obstakel.

Berbers

De meeste rebellen hier zijn Amazigh (Berbers), de oorspronkelijke bewoners van Noord-Afrika die hun eigen taal spreken, het Tamazigh. Zij zijn extra gemotiveerd omdat Kadhafi de voorbije decennia zijn uiterste best heeft gedaan om de Berbercultuur en -taal uit te roeien.

"Wij beschermen de berg niet, de berg beschermt ons", zegt een ex-kapitein van het regeringsleger in Jadu, een stadje in het centrum van de Nafusa-berg. "Zonder de berg hadden we geen schijn van kans gemaakt. Onze voorouders wisten goed wat ze deden toen ze ons eeuwen geleden naar hier voerden."

Toen de jongeren van Jadu in februari voor de poorten van zijn kazerne stonden heeft hij geen moment geaarzeld, zegt de kapitein, die anoniem wil blijven omdat hij familie heeft in Tripoli. "Ik heb onmiddellijk de poorten geopend en hen de wapens gegeven. Ik heb heel mijn leven voor Kadhafi gewerkt, ik wist waartoe hij in staat was. En bovendien: wij hebben hier 42 jaar lang op gewacht, we gingen deze kans niet laten schieten."

De Nafusa-opstand was lange tijd een lokale aangelegenheid die weinig impact had op de oorlog tegen Kadhafi. De rebellen hadden de grootste moeite om te overleven zonder link met de buitenwereld, en de stadjes in de bergen waren dan wel vrij maar ze lagen voortdurend onder het vuur van de Grad-raketten beneden in de vallei. Het overgrote deel van de burgerbevolking is daarom gevlucht naar de kampen in Tunesië, of naar Tripoli in het geval van de Arabische dorpjes waar een deel van de bevolking trouw was gebleven aan Kadhafi.

Hulp uit Benghazi

Maar in april slaagden de rebellen erin om de Kadhafitroepen bij de grensovergang met Tunesië in Wazin op de vlucht te jagen. Sindsdien hebben de rebellen hier het bezoek gekregen van delegaties uit Benghazi, die geld en wapens hebben aangevoerd via Tunesië. Op de weg die de kam van de berg volgt, is ook een geïmproviseerde landingsbaan aangelegd waar kleine vliegtuigen kunnen landen.

Dankzij die hulp hebben de rebellen de laatste twee weken aanzienlijke terreinwinst geboekt. Ze hebben nu de volledige Nafusa-berg in handen van Nalut aan de grens met Tunesië tot het dorpje Al Ghala, op 20 kilometer van Gharyan, de grootste stad van de Nafusa-bergen. Gharyan is strategisch van enorm belang, en dat weet ook Kadhafi. Daarom heeft hij er naar verluidt 3.000 troepen gestationeerd. De rebellen zelf zijn met niet meer dan 2.000 manschappen.

"Onze topprioriteit is om Gharyan te veroveren", zegt Tarek Abulgassem, een 35-jarige rebel die in het burgerleven reisagent was, aan het front in Al Ghala. "Zonder de hulp van de mensen daar kunnen we onmogelijk doorstoten naar Tripoli. Hier in de bergen kennen we het terrein, maar verderop is het allemaal open gebied. Ik hoop maar dat het regime valt voordat we die aanval moeten inzetten."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234