Zondag 20/10/2019

Interview

Rebecca Solnit, feminist en klimaatactivist: ‘Mensen hebben wel degelijk macht: geen enkele verandering is onmogelijk’

Zo’n 10.000 kilometer heb ik afgelegd om Rebecca Solnit (58) te interviewen, de laatste 3 te voet vanuit het centrum van San Francisco. Dat past wel bij de aanleiding: in haar boek Wanderlust heeft ze het over de geschiedenis van het wandelen.

Uit uw autobiografische geschriften heb ik onthouden dat u op eigen kracht Rebecca Solnit bent geworden.

“Voor je het weet, draag je bij tot die hardnekkige Amerikaanse mythologie van the self-made man en praat je Donald Trump na, terwijl die nog als zestiger door zijn vader werd gefinancierd. Maar het is waar: ik heb mijn leven zelf moeten uitbouwen, ik was heel snel zelfstandig. Daar moet ook een goede kant aan zitten, want een complete mislukking is het niet geworden. (lachje)

“Mijn ouders waren geen hulp, want van opvoeden hadden ze geen verstand. Ze droegen de trauma’s mee van de immigratie (Solnit heeft een Joodse vader met Oost-Europese roots en een katholieke moeder van Ierse afkomst, red.) en van de armoede tijdens de Grote Depressie. Het had geen zin om een goede school voor me te zoeken, heb ik eens te horen gekregen, want met mij zou het toch niets worden. Toen ik dertien was, zijn ze uit elkaar gegaan, en dat hele scheidingsproces heeft even lang geduurd en was even heftig als de Amerikaanse Burgeroorlog, zeg ik weleens. Mijn vader was gewoon niet in staat tot redelijkheid. Bij vlagen was hij heel woedend en reageerde hij die scheiding op mij af.

“Mijn moeder is nu zeven jaar dood, en mijn vader al meer dan dertig jaar. Ik begrijp inmiddels waarom ze waren wie ze waren. En ik besef nu ook dat ik erg op mijn moeder lijk als het over mijn politiek engagement of mijn liefde voor de natuur en de dieren gaat.

“We hebben misschien te veel de neiging het freudiaanse verhaal te blijven vertellen dat het vooral onze ouders zijn die ons maken, en dat onze prille ervaringen de belangrijkste zijn. Er zijn zo veel andere dingen die ons óók vormen. Ik ben een tekst aan het afronden over mijn jongere jaren: daarin beschrijf ik hoe ik op straat werd lastiggevallen en bedreigd, en hoe ik als beginnende schrijver door de mannen in de uitgeverswereld werd behandeld. Dat heeft evengoed bepaald wie ik vandaag ben.”

U hebt al op uw zeventiende kennisgemaakt met de ruwe straatmanieren van de Parijse mannen, las ik in Wanderlust.

“Ik was toen van mijn ouders weggelopen tot in Parijs. Ik ben daar een jaar gebleven en dat was een belangrijk keerpunt voor mij, daarom wijd ik er een apart hoofdstuk aan in Wanderlust. Aankomen in een Europese stad, en dan nog zo’n grote, mooie stad met een geweldig verleden, was heel bijzonder. Je kon er haast alles te voet doen! Een vriend van me heeft een dochter die er slecht aan toe is – anorexia, enzovoort. Ik schreef haar net nog: ‘Maak je geen zorgen, het leven begint op je zeventiende.’ Want zo was het voor mij.”

In dat heerlijke Parijs van de jaren 70 was u wel straatarm.

“En dat is nog jaren zo gebleven. Als ik een boek van de bibliotheek kwijtraakte of een nieuw paar schoenen nodig had, was dat een catastrofe. Het bezorgde me angsten, maar ik heb er ook veel uit geleerd.”

Na Parijs belandde u in San Francisco, allicht de meest Europese stad van de VS. Maar ook daar bleken mannen gevaarlijk te zijn. Een doodsbedreiging in de buurt van Fisherman’s Wharf noemde u zelfs de verschrikkelijkste ervaring van uw leven.

“Het bijzondere is eigenlijk dat zoiets verre van uitzonderlijk was. Ik woonde toen in een buurt met weinig straatleven, er waren geregeld mannen die me lastigvielen – het gaat dan zogezegd om seks, maar in feite is het voor hen een manier om macht en woede uit te drukken. Die keer was bijzonder omdat die man het écht meende. Hij wilde me dood, want hij was razend omdat ik me had omgedraaid en hem had terechtgewezen. Zoiets deed ik normaal niet, want dat soort mannen joeg me angst aan, maar het was bij daglicht en op een plek met veel toeristen.

“Díé ervaring heeft van mij een feministe gemaakt. Voor het eerst voelde ik voluit dat mij als vrouw het recht werd ontzegd om alleen op straat te lopen, terwijl het de normaalste zaak zou moeten zijn dat de samenleving mijn vrijheid garandeert.”

Niet zo lang geleden maakte u een eigenzinnige atlas van San Francisco: ‘My city’ heet ze daarin.

“Ja, maar ik ben er niet zeker van dat San Francisco nog altijd ‘mijn’ stad is. Ik was heel trots op deze plek, maar zo veel mensen, zo veel organisaties zijn uit de stad verdreven. San Francisco stond voor het milieuactivisme van de Sierra Club en het homoactivisme van Harvey Milk, maar vandaag zijn we overgeleverd aan Uber en Airbnb, die verschrikkelijke dingen aanrichten voor de steden en economieën. Google en Facebook doen verschrikkelijke dingen met onze privacy en onze ziel, en dan zwijg ik nog over Apple en andere bedrijven. We zijn uit ons alternatieve paradijs verjaagd, San Francisco is vandaag een wrede, verdeelde stad, een grootmacht die concurreert met Wall Street.”

De invasie vanuit Silicon Valley voelt aan als een bezetting door een Pruisisch leger, schrijft u.

“Met het loon van een leraar kun je hier geen woning meer betalen: als het zover gekomen is, explodeert een samenleving. Een bos heeft niet alleen vossen, maar ook konijnen nodig, en zo heeft een stad niet alleen advocaten en dokters nodig, maar ook leraars, vuilnisophalers en verplegers. Je ziet hier hetzelfde gebeuren als in de luxueuze skioorden: ze worden zo duur dat de mensen die er al het werk doen, er niet meer kunnen wonen en uren moeten pendelen om er te raken. Het is niet anders in Vancouver, Londen of Manhattan: de winsten van de globale economie worden in die grootsteden gepompt, waardoor er een homogene monocultuur ontstaat en steden lege plekken zonder veel leven worden.”

De contradicties vallen meteen op in de stad: een beetje verderop woont Mark Zuckerberg, maar in de straten krioelt het van de zwervers.

“In San Francisco wonen 75 miljardairs en duizend keer zoveel daklozen, en er is een verband tussen die twee cijfers: wat je hier te zien krijgt, is het gevolg van economische ongelijkheid, van politieke beslissingen die de jongste decennia zijn genomen: de belastingen zijn verlaagd en er is gesnoeid in de sociale voorzieningen. Eén van die miljardairs, niet eens de kwaadste, heeft 30 miljoen dollar (27,24 miljoen euro) uitgegeven om het probleem van de daklozen te laten bestuderen – alsof we niet weten waar dakloosheid uit voortkomt. En de oplossing van het probleem kennen we ook: bouw huizen! Met dat geld kun je een heleboel mensen een dak boven hun hoofd bezorgen.

“Ik zit te dubben of ik geen essay moet schrijven over de toestand veertig jaar geleden, toen we inzake sociale zekerheid, lonen en belastingen veel dichter bij Europa stonden. Niet dat alles toen beter was, maar het kan geen kwaad eraan te herinneren dat wie in Californië woonde, gratis naar Berkeley kon, een van de beste universiteiten ter wereld. Een gratis universiteit klinkt vandaag als een waanzinnig idee, terwijl het gewoon iets is wat we zijn kwijtgeraakt omdat we het niet genoeg beschermd hebben.”

Begin jaren 80 sloot u zich aan bij het antinucleaire verzet op de Nevada Test Site, waar eerder kernwapens getest werden. Die plek heeft u leren schrijven, zegt u graag.

“De Nevada Test Site was voor mij een heel bijzondere plek, omdat er zo veel dingen samenkwamen. Je werd er herinnerd aan de Koude Oorlog, aan de geschiedenis van nucleaire fysica, maar evengoed aan de uitbuiting van de Native Americans en aan de traditie van de burgerlijke ongehoorzaamheid. Tot dan had ik me op drie manieren uitgedrukt: ik had korte lyrische essays geschreven, journalistieke teksten en kunstkritieken. Maar om die plek en haar geschiedenis te beschrijven, moest ik alles wat ik geleerd had gebruiken, de schotten tussen de genres vielen weg. Het boek dat eruit voortkwam, Savage Dreams, werd mijn doorbraak, en ik ben op die manier blijven schrijven.”

Daar in de woestijn ontmoette u ook een man die als ‘de heremiet’ in Wanderlust meeloopt en veel voor u heeft betekend.

“Een fantastische vriend was dat! Had je een relatie met hem, dan had je meteen ook een relatie met de Mojavewoestijn, zozeer vielen die twee samen. Hij wist zich daar perfect te redden. De visie op de woestijn als zou het een lege, steriele, waardeloze plek zijn, slaat nergens op: ik ben enorm gaan houden van de diepe rust van de uitgestrektheid ervan.”

Het waren de jaren waarin u een nomade werd, jaren die in Wanderlust resulteerden.

“Ja, heerlijk was dat! Met een fantastische pick-uptruck verkende ik het hele westen. Tochten van 1.000 mijl aan één stuk waren geen uitzondering. Een paar keer ben ik, op een hazenslaapje na, in één ruk van Santa Fe naar San Francisco gereden. Ik kampeerde overal en trok van de ene milieubetoging naar de andere. Dat gebeurde allemaal tussen 1991 en 2000 – toen heb ik die truck verkocht en heb ik een Subaru gekocht.

“Al vroeg in die jaren heb ik bewust de beslissing genomen om het stemmetje van mijn moeder uit te schakelen dat ik nog altijd in me meedroeg. ‘Doe wat je van plan was! Hou je aan je schema!’, zei dat stemmetje. Die automatische piloot uitschakelen was een weldoende bevrijding, het was een scharniermoment. Sindsdien huldig ik het motto dat je een wel heel goede reden moet hebben als je nee wilt zeggen tegen een avontuur.”

Heb ik het goed dat de activiste in u flink werd aangevuurd door de Amerikaanse interventie in Irak in 2003, en de verwikkelingen rond orkaan Katrina in New Orleans in 2005?

“Zeker, maar het engagement was er al. Het waren eerder twee aanleidingen om die kant van mij nog meer te tonen. Met mijn boek Hope in the Dark wilde ik de mensen een hart onder de riem steken in die gure dagen onder president Bush jr., en daar ben ik niet meer mee opgehouden. Het is belangrijk de hoop nooit op te geven, want hoop en actie voeden elkaar.”

Hoop kun je op veel manieren definiëren. U citeert Vaclav Havel: ‘Hoop is geen profetie. Het is een oriëntatie van de geest, een oriëntatie van het hart.’

“Hoop komt er voor mij op neer dat je leert leven met onzekerheid. Zowel optimisten als pessimisten denken zeker te weten hoe het allemaal zal lopen, maar zelf vind ik onvoorspelbaarheid de essentie van het leven. Duisternis is ten onrechte een metafoor geworden om alleen het sinistere en het boze mee aan te duiden, maar we moeten leren het te zien als iets dat verleidelijk, mysterieus en noodzakelijk is. Niet de duisternis van het graf, maar die van de baarmoeder, heb ik weleens geschreven, maar ik ga ophouden mezelf te citeren. Van John Berger is de fantastische zin: ‘It’s in the darkness that we are lovers.’

Het boek A Paradise Built in Hell was uw antwoord op wat u zag gebeuren na orkaan Katrina.

“Je zag toen dat mensen ten onrechte van plunderingen werden beschuldigd, hoe de media Afro-Amerikanen demoniseerden, en hoe als reactie op de ramp autoritaire modellen werden opgelegd. Terwijl de geschiedenis, om te beginnen de aardbeving in San Francisco in 1906, juist leert dat rampen een enorme bron van solidariteit kunnen zijn, en kunnen leiden tot een samenleving met meer weerbaarheid en gelijkheid. Ik vind het belangrijk dat we begrijpen wat er écht gebeurt bij rampen, want we leven in een tijdperk waarin meer klimaatrampen op ons afkomen.”

Wat me opviel in een recenter boek, De moeder aller vragen, was dat u uw werk daar zonder ironie omschrijft als ‘mijn project om de wereld te veranderen’.

“Ja, niet meer dan dat, hè. (lacht) Ik ben de wereld zeker niet alléén aan het veranderen. Ik leid geen enkele beweging, ik voel me een deelnemer aan grote transformaties die bezig zijn. In de sixties bestond nog het idee dat een revolutie moest lijken op de Russische of de Cubaanse revolutie, maar wat we sindsdien meegemaakt hebben, zijn breed gedragen, met elkaar samenhangende transformaties van een andere aard. Het feminisme en het antiracisme zijn zulke revoluties, het achterlaten van heteroseksualiteit als norm en het zich ontwikkelende ecologische bewustzijn zijn er nog twee.

“Je moet de dingen op lange termijn bekijken. Ik heb de wereld in de loop van mijn leven zo zien veranderen dat ik besef dat níéts eeuwig is. Met andere woorden: geen enkele verandering is onmogelijk. Zelfs ras en geslacht blijken heel kneedbare constructies te zijn.”

Echte revolutionairen hebben het geduld van een slang, hebt u bij de zapatista’s in Mexico geleerd.

“Alleszins, en je moet niet meteen het paradijs willen nastreven. ‘The perfect is the enemy of the good’: dat vind ik een prachtig aforisme.

“Soms gaat verandering snel, soms traag, maar voorspelbaar is ze nooit. Acties zonder onmiddellijke resultaten kunnen decennia, zelfs eeuwen later gevolgen hebben. De acties in Standing Rock hebben de Dakota Access Pipeline niet kunnen tegenhouden (de protesten richtten zich tegen de aanleg van een oliepijpleiding vlak bij het indianenreservaat Standing Rock, red.), maar zijn ze daarom een mislukking? Ze hebben het bewustzijn van de eigen kracht onder Native Americans en anderen enorm aangescherpt, en ze hebben een belangrijke nieuwe stem van de milieubeweging voortgebracht, want het waren die acties die Alexandria Ocasio-Cortez over de streep getrokken hebben om zich kandidaat te stellen voor het Amerikaanse Congres. En het heeft toch iets magisch dat Rosa Parks, door in een bus in Alabama op te komen voor de rechten van de zwarten, meer dan een halve eeuw later het Zweedse meisje Greta Thunberg kon inspireren om actie te voeren tegen de klimaatopwarming?”

In verband met Greta Thunberg schreef u onlangs: ‘Oppassen met heldenverering!’ Mag ik er een restant in proeven van uw punkperiode: no more heroes?

“De punk kwam op in 1977, toen was ik vijftien. Ik was op die leeftijd erg ontvankelijk voor dat soort uitbarstingen van energie. Paarse haren heb ik nooit gehad, maar wel veel zwarte kleren, en ik was kwistig met zwarte eyeliner. Wat ik heerlijk vond aan dat moment, was dat er iets compleet nieuws gebeurde, geen mens had een idee waar het naartoe zou gaan. En ‘No more heroes’ was zeker een gedeeld gevoel.

“Wat ik in dat artikel over Thunberg vooral wilde zeggen, is dat we met velen zijn om de urgentie van de klimaatkwestie aan te voelen. Ze is geen geïsoleerd individu, maar een deel van een netwerk. Mijn antwoord op de steeds weerkerende vraag wat je als individu aan het klimaatprobleem kunt doen is: ‘Hou ermee op een individu te zijn.’ Alleen collectieve actie kan een oplossing zijn.”

Niet toevallig vind je de lui die de gevaren van de opwarming minimaliseren vooral aan de rechterzijde: die zweert ook bij een maatschappijmodel van geïsoleerde individuen.

“Ja, en in de VS wordt dat individualisme zo extreem geformuleerd dat het haast nihilisme wordt. Alleen al het idee van de klimaatverstoring kunnen ze niet verdragen, omdat het duidelijk maakt dat alles met alles en iedereen met iedereen verbonden is.”

U hebt een veelbesproken stuk in The Guardian gepubliceerd: ‘Klimaatverandering is geweld.’ Kunnen we ook een gewelddadige tegenbeweging verwachten?

“Dat is de verkeerde vraag. Ik vind zelf dat geweld nooit bewezen heeft dat het een efficiënte verzetstactiek is, tenzij het om een complete revolutie gaat. En ik vind het niet goed dat je iets opblaast of iemand vermoordt, maar dat is niet wat me vandaag bezighoudt. Waarom zou ik me voor theoretisch geweld interesseren, als het reële geweld van de klimaatverandering zich op kolossale schaal voor onze neus openbaart? De klimaatverandering is geweld tegen de hele planeet, tegen de kwetsbare mensen in Zuidelijk Afrika, in Centraal-Amerika, in het Noordpoolgebied. Klimaatverandering is geweld tegen de soorten, tegen de toekomst van mensen die hier over honderd jaar zullen zijn.

“We weten wat we moeten doen om weer een toekomst te hebben: fossiele brandstoffen in de grond laten zitten. Het is een gigantische opdracht om dat te bereiken, maar géén onmogelijke. Het stemt me ontzettend hoopvol dat we, anders dan twintig jaar geleden, nu met wind- en zonne-energie de technologie hebben om dat te doen. We beginnen niet van nul af aan. We kunnen wel degelijk uit de valkuilen klimmen waarin we beland zijn. Het is belangrijk dat klimaatwetenschappers ons vertellen hoe ernstig de toestand is, maar soms lijkt het wel hun hoofdbekommernis om de wanhoop zo veel mogelijk te verdelen. Zelf vertel ik er altijd graag bij dat mensen wel degelijk macht hebben, dat we een geschiedenis achter de rug hebben waaruit blijkt dat er altijd mogelijkheden tot verandering zijn.”

Uw boeken vinden meer lezers door het depressieve klimaat dat president Trump in progressieve kringen heeft gecreëerd.

“In 2017 heeft Donald Trump van mijn boek Hope in the Dark zelfs een kleine bestseller gemaakt. Niet dat ik tot enige dankbaarheid in staat ben, hoor, het liefst had ik gehad dat hij niet bestond.”

‘Ik geloof dat Trump aan de macht kwam omdat mensen onverschillig en onoplettend waren’, schreef u. Was u dat ook?

“Néé, ik was één en al oplettendheid. De hele maand vóór de verkiezingen had ik maagpijn van de zenuwen. Ik wist dat hij kon winnen, ik besefte dat hij alles kon terugdraaien op het vlak van abortus, milieuwetgeving en mensenrechten. Ik wist hoeveel ellende vluchtelingen, immigranten en transseksuelen te wachten kon staan. Ik begreep niet dat veel progressieve mensen er zo kalm bij bleven. ‘Hij heeft maar 15 procent kans’, kreeg ik te horen, ‘en Hillary Clinton 85 procent.’ Mijn partner is een dokter: als die een patiënt moet vertellen dat hij 15 procent kans heeft het niet te halen, dan vind ik dat enorm veel.”

De kans dat Trump het volgend jaar opnieuw haalt, is veel groter dan 15 procent. Voelt uw maag het al aankomen?

“We zullen zien. Het staat nog niet vast dat Trump kandidaat zal zijn, want dan moet hij wel in leven blijven. Hij is een te zware man die zich vaak extreem boos maakt: het risico dat er medisch wat verkeerd loopt, is erg hoog. Het verrast me eigenlijk dat hem nog niets is overkomen.

“Ik zie ook een positieve evolutie. Als Hillary Clinton presidente was geworden, dan waren de mensen gewoon blijven slapen. We zouden op veel terreinen niet zo ver teruggeslagen zijn, maar we zouden ook niet veel vooruitgang geboekt hebben. De verkiezing van Trump heeft velen wakker geschud: het verzet is gegroeid, ook onder burgemeesters, gouverneurs, overheidspersoneel.”

Maar dat heeft niet volstaan om bijvoorbeeld in enkele staten de abortuswetgeving overeind te houden.

Oh my God, het is zo deprimerend! Maar verrassend is het niet, als je bedenkt hoelang en hoe prominent het al op de Republikeinse agenda staat dat ze vrouwen de zeggenschap over hun eigen lijf willen ontnemen: ze haten abortus omdat het vrouwen vrij en gelijk maakt. In Alabama, Ohio en Georgia zijn vrouwen nu van hun rechten beroofd, maar hun overtúíging dat ze die rechten wel degelijk hebben, neem je ze niet zo makkelijk af.

“Misschien gaat het dus maar om tijdelijke overwinningen voor de Republikeinen, en kunnen we een antwoord verwachten van de progressieve niet-witte meerderheid die er hoe dan ook aankomt in de VS. Michelle Alexander (Amerikaanse schrijfster en burgerrechtenactiviste, red.) schreef vorig jaar een heerlijk essay met een zeer inspirerend idee: we moeten onszelf niet zien als het verzet, want het verzet, dat zijn de dammenbouwers, dat is het soort mensen dat de abortuswetgeving wil kelderen. We moeten onszelf zien als de rivier, de machtige stroming die dammen neerhaalt.”

Twintig jaar geleden hadden nogal wat vrouwen het gehad met het feminisme, vandaag zijn er veel tekenen dat het herboren lijkt.

“Ja, als je alleen al denkt aan iemand als Beyoncé, die op de MTV Video Music Awards uitpakte met die gigantische oplichtende letters ‘Feminist’ als decor… Toen dat opborrelde in 2014, dacht ik: ‘Hier wacht ik al mijn hele leven op!’ Dat soort energie, die discussies: vrouwen die hun eigen invulling van hun seksualiteit opeisen, die zélf bepalen waar het gesprek over moet gaan en hoe we praten over gender en geweld. En je ziet het overal gebeuren, ook in Zuid-Korea, Chili, Canada, India, Bangladesh… We hebben er te lang op moeten wachten, maar het is wel fantastisch dat het nu gebeurt. Het komt niet uit het niets, het is het culminatiepunt van al dat vervelende werk, decennialang, om meer vrouwen in machtsposities te brengen, om ze een platform te bieden vanwaar ze gehoord worden als bekende, betrouwbare stemmen. Veel meer vrouwen zijn intussen rechter, tv-producer, krantenredacteur of politica.”

Wat is voor u het nieuwe aan dat herboren feminisme?

“De kracht, het alomtegenwoordige, de enorme impact ervan. Daardoor ga je denken: ‘Hoe heeft het zolang kunnen duren vooraleer slachtoffers gehoord werden? Wat voor krachten hadden mannen als Bill Cosby of Harvey Weinstein achter zich dat ze straffeloos misdaden konden begaan?’ Een literatuurprofessor aan Stanford University vertelde me onlangs over een collega die enkele decennia geleden tegen een studente zei: ‘Ik hoop dat je beter neukt dan schrijft.’ Zonder dat zoiets enig gevolg had! Wel, de tijd is voorbij dat zulke mannelijke libido-ego’s ons in ontmenselijkende bewoordingen kunnen aanspreken.”

Kan het terechte aanklagen van dat soort seksisme ook doorschieten? Ian Buruma moest opstappen als hoofdredacteur van The New York Review of Books omdat hij een stuk van de Canadese radiopresentator Jian Ghomeshi had gepubliceerd, vanuit de redenering dat slachtoffers én daders moeten worden gehoord.

“Hij verdiende het dat hij moest opstappen. Ten eerste liet hij een man die beschuldigd is van monsterlijke daden tegenover vrouwen, een uiterst oneerlijke versie publiceren van wat hij had gedaan en van wat de gevolgen daarvan waren. Dat heeft een smet op zijn blazoen geworpen. Je publiceert toch ook geen teksten van massamoordenaars? En ten tweede hield Ian Buruma geen rekening met de input van vrouwelijke redacteurs in de discussie over de publicatie. En achteraf zei hij nog ontzettend domme dingen in een interview, waarmee hij bewees bepaalde inzichten te ontberen die je nodig hebt als publieke intellectueel.

“Er zijn ook in andere bladen verhalen gepubliceerd van mannen die beschuldigd zijn van seksuele misdrijven, dikwijls valse verhalen vol zelfmedelijden, en dat kwam het niveau van die bladen niet ten goede. Ik vraag me weleens af of die redacteurs echt willen sneuvelen op de Heuvel van de Bescherming van het Patriarchaat. Dat is toch maar een klein heuveltje, misschien niet meer dan een bobbel in een broek.”

En dus bent u er ook niet rouwig om als Woody Allen geen uitgever vindt voor zijn memoires, waarin hij zijn versie van het vermeende misbruik van zijn geadopteerde dochter Dylan Farrow kwijt kan?

“Dat iemand een boek publiceert, vind ik wat anders. Door een stuk te plaatsen in een blad, keur je het goed. De zaak tegen Woody Allen is complex. Als je, zoals ik, de gerechtelijke verslagen gelezen hebt, begrijp je dat het niet om een geïsoleerd incident ging, maar iets dat binnen een patroon van ongepast gedrag viel. En iedereen kan zijn films zien en merken dat vrouwen daarin walgelijke, ongepaste rollen krijgen. Ik was een tiener toen ik Manhattan zag, ik had ongeveer de leeftijd van Mariel Hemingway, het schoolmeisje dat in die film iets heeft met een man van middelbare leeftijd, alsof dat de normaalste zaak was. Ik vond het vies, mij deed het denken aan de akelige mannen die mij toen lastigvielen, en ik ben nooit nog naar een film van Woody Allen gaan kijken. Verrast was ik dus niet toen dat nieuws later naar boven kwam.”

U schreef niet zo lang geleden een essay waarin u opsomde welke mannen u niet meer wenst te lezen. Een flink deel van de Amerikaanse canon ging tegen de vlakte: Saul Bellow, Philip Roth, John Updike, Norman Mailer, Ernest Hemingway, William S. Burroughs…

“Het was wel een humoristisch stuk, hè, als reactie op een lijstje van Esquire: ‘Tachtig boeken die elke man zou moeten lezen.’ Het gaat mij er niet om te zeggen: ‘Vrouwen, lees die boeken niet!’ Ik stel daar de vraag wat er gebeurt met vrouwen die boeken lezen waarin ze constant vernederd en ontmenselijkt worden of gewoon niet voorkomen. Ik denk namelijk dat zoiets een reële impact heeft.”

Uw reactie moet overtuigend geweest zijn, want Esquire schreef vervolgens: ‘Wat kunnen we anders zeggen dan dat we het hebben verprutst?’

“Ja! En het antwoord op die vraag is heel makkelijk: omdat ze talloze vrouwelijke stemmen, ook de mijne, gewoon niet kenden. Inmiddels is dat veranderd: het begrip van wat aanvaardbaar en redelijk is in een cultuur en wat niet, is radicaal veranderd. En Esquire heeft met de hulp van vrouwen een nieuwe lijst samengesteld.”

De vrouwelijke canon groeit aan. Wat zou uw eerste suggestie zijn?

“Virginia Woolf komt voor mij op de eerste plaats. James Joyce is eindeloos bejubeld, maar ik denk dat Woolf dieper en lyrischer heeft geschreven over de werking van de menselijke geest.”

Ik las dat een vriend u de volgende raad gaf: ‘Concentreer je op de lyrische kant van je schrijverschap in plaats van op activisme.’

“O, maar dat was een apolitiek iemand. Alles hangt samen: stukken schrijven met onmiddellijke politieke impact naast boeken schrijven om langetermijnvisies te ontwikkelen. Zoals ook mijn feminisme en klimaatactivisme samenhangen. Hoe kun je een bedreigde soort verdedigen als je zelf een bedreigde soort op straat bent? Ik put uit mijn activisme de energie en het plezier om dat allemaal samen te kunnen blijven doen. Want ook dat wordt vaak verkeerd begrepen: je bent geen activist omdat het iets deugdzaams is, zoals je broccoli eet ‘omdat het goed voor je is’. Nee, vergelijk het met een ijsje eten: als ik aan acties deelneem, kom ik de meest idealistische en genereuze mensen tegen. Verzet kan een genot zijn.”

Wanderlust van Rebecca Solnit is uit bij Nijgh & Van Ditmar.

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234