Maandag 12/04/2021

Rapport Vlaamse Regionale Indicatoren (VRIND) wijst op dalende trend van cultuurparticipatie

Cultuur blijkt wel een economische groeisector. Het aantal jobs steeg met een kwart, terwijl de globale tewerkstelling maar met 10 procent omhoogging

Almaar meer Vlamingen doen nooit aan cultuur

Het aantal Vlamingen dat nooit aan een culturele activiteit deelneemt, neemt toe. En het kernpubliek van zeer regelmatige cultuurconsumenten wordt kleiner. Dat blijkt uit de nieuwe Vlaamse Regionale Indicatoren (Vrind). Ook al gaat het om een relatief lichte daling, nu al staat één ding staat vast: ondanks de verwoede pogingen van minister van Cultuur Bert Anciaux (Spirit) en de hele Vlaamse gemeenschap lijkt het de verkeerde kant op te gaan met de deelname aan cultuur.

Brussel

Eigen berichtgeving

Ward Daenen / Armand Plottier

Volgens het Pact van Vilvoorde moest 50 procent van de Vlaamse bevolking zich tegen 2010 cultuurparticipant 'voelen'. Een steile ambitie (tenminste als 'voelen' ook 'zijn' betekent, maar daar gaan we van uit), want toen dat pact in 2001 werd getekend door de toenmalige Vlaamse regering was nog maar 35,9 procent cultuurparticipant. Drie jaar later blijkt dat aantal niet toegenomen. Integendeel, in 2004 nam 33,4 procent van de bevolking regelmatig (van enkele keren per jaar tot maandelijks) deel aan verschillende activiteiten. Tegenover 2001 is dat een daling met 2,5 procent.

De cijfers zijn opgenomen in Vrind 2004-2005, het jaarlijkse cijfer- en grafiekenboek van de Vlaamse regering. De cijfers komen uit onderzoek dat de Administratie Planning en Statistiek (APS) sinds 2000 voert. Die lijken een nieuwe richting aan te geven: de participatie stagneert niet alleen, ze loopt zelfs terug, al is het dan lichtjes.

In het onderzoek wordt het cultuurpubliek onderverdeeld in twee categorieën. Cultuurparticipanten aan de ene kant (verder opgesplitst in een trouw kernpubliek en 'belangstellende participanten', die enkele keren per jaar deelnemen) en aan de andere kant niet-cultuurparticipanten (onderverdeeld in toevallige 'passanten' en 'niet-participanten'). Als je dan de cijfers tussen 2000 en 2004 vergelijkt, dan merk je dat de groep cultuurparticipanten kleiner wordt (33,4 procent tegenover 38,7 procent in 2000). Dat is een daling van 5,3 procent. De andere groep van de niet-participanten groeit van 61,3 tot 66,6 procent. Met andere woorden: vandaag neemt twee derde van de bevolking hoogstens puur toevallig deel aan een culturele activiteit. Een kwart van de Vlamingen laat cultuur zelfs volledig aan zich voorbijgaan (22,8 procent tegenover 20,1 in 2000). Het kernpubliek, dat maandelijks verschillende culturele activiteiten bijwoont, kalft af van 4,1 tot 2,8 procent van de Vlamingen.

Natuurlijk, wat is cultuur? In de studie worden negen categorieën onderscheiden: klassiek, rock, jazz/blues, folk, opera, ballet/dans, theater, museum- en bibliotheek. Die (sub)disciplines worden enkel bekeken in de vorm van een concert, een festival, een voorstelling, of een bezoek (zie ook grafiek). Het betekent dat cultuurparticipatie nogal 'evenementieel' en institutioneel wordt benaderd.

Wat leert die onderverdeling? Globaal genomen trokken de podiumkunsten en de muziek in 2004 minder publiek dan in 2000. Van een zwakke daling voor klassieke en jazzconcerten, tot een forsere terugloop voor opera en folk. Het bijwonen van ballet-, dans- en rockconcerten blijft constant. Ook het museumbezoek blijft op peil. De helft van de Vlamingen bezocht vorig jaar een museum, een galerij of gewoon een tentoonstelling. Een kwart deed dat zelfs meermaals. In vergelijking met de afgelopen jaren zijn dat constante cijfers. De bibliotheken kregen in 2004 wel minder volk over de vloer dan in 2000. Van de Vlamingen kwamen in 2004 64 procent nooit in de bibliotheek tegenover 57 procent in 2000. 27,8 procent van de Vlamingen blijkt geregistreerd als lener in een openbare bibliotheek, een cijfer dat door de jaren gelijk is gebleven.

Guy Pauwels, medewerker van de Administratie Planning en Statistiek en verantwoordelijk voor dit onderzoek maakt enkele kanttekeningen bij zijn onderzoek. "De cultuurparticipatie kent een lichte achteruitgang", zegt hij. "Het voorbehoud dat ik daarbij aanteken, is dat dit onderzoek nog slechts vijf jaar beslaat. Als je een periode van tien jaar kunt overschouwen, dan kun je echt van een trend spreken. Maar het allerminste dat ik moet zeggen is dat de cultuurparticipatie stagneert." Pauwels wijst er ook op dat de cijfers in de lijn van het Europese gemiddelde liggen. "In Scandinavië ligt de cultuurparticipatiegraad het hoogst, in de mediterrane landen het laagst. Algemeen kun je stellen dat slechts een beperkt deel van de bevolking met cultuur bereikt wordt. Dat was zo en dat blijft zo."

Wat deze cijfers rond cultuurparticipatie scherper maakt, is dat de gedaalde of minstens gelijk gebleven 'vraag' naar cultuur niet samenhangt met het subsidiebudget van de Vlaamse gemeenschap, dat de afgelopen jaren is toegenomen. En loopt de teruggelopen vraag naar cultuur gelijk met het cultuuraanbod, waarvan sommigen beweren dat het gestegen is? Dat is niet duidelijk. Uit de Vrind-studie blijkt dat het aanbod zeker zeer groot en divers is. Het is relatief sterk gespreid over de kunstencentra in de centrumsteden, het netwerk van 61 cultuurcentra in de verschillende gemeenten en de driehonderd musea en evenveel openbare bibliotheken die Vlaanderen rijk is. Of het cultuuraanbod werkelijk gestegen is, blijft een zeer omstreden kwestie. Maar dat cultuur een ware groeisector is, staat volgens Vrind vast. Het aantal jobs in de sector steeg met een kwart, terwijl de globale tewerkstelling 'slechts' een groei van 10 procent kende.

Zelf kijkt Guy Pauwels uit naar een studie van Recreatief Vlaanderen. "Belt u alstublieft naar professor Jan Colpaert." Die kan bevestigen dat hij als een van de medewerkers van Recreatief Vlaanderen een nieuwe cultuurparticipatiestudie uitwerkt. "Half september zal die klaar zijn. Tot dan kan ik er niets over zeggen. Het kabinet van minister Anciaux heeft daartoe aangemaand. Afspraak na de zomer dus", besloot Jan Colpaert.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234