Dinsdag 03/08/2021

Rapport doet Munt toontje lager zingen

De Munt moet zich meer richten op zijn kerntaken, het brengen van opera, en minder op niet-operagerichte nevenactiviteiten. Daarbij moeten er meer voorstellingen buiten abonnement gegeven worden, kan de prijzenpolitiek van de kaartjes herbekeken worden, moeten er meer eigen inkomsten gegenereerd worden en kan de interne organisatie merkelijk verbeterd worden. Dat besluit een doorlichtingsrapport van het onafhankelijke auditbureau McKinsey, dat De Morgen kon inkijken.

Brussel / Eigen berichtgeving

Wilfried Eetezonne / Stephan Moens

Het rapport kwam er op vraag van de vakbonden na de sociale conflicten in mei van dit jaar. Daarbij deed McKinsey een onderzoek naar het mission statement van het operahuis, het management en een aantal diensten. De gevraagde doorlichting van het juridische statuut van De Munt kwam er uiteindelijk niet. Het rapport, dat niet onder stoelen of banken steekt dat De Munt een behoorlijke internationale uitstraling heeft en kwalitatief hoogstaande operaproducties brengt, is bepaald vernietigend voor de nevenactiviteiten van de federale instelling die jaarlijks over een totaal budget van 1,4 miljard frank beschikt.

Vooral het residerende dansgezelschap Rosas van Anne Teresa De Keersmaeker en haar dansschool P.A.R.T.S. worden daarbij in vraag gesteld. Zo wijst het rapport op het feit dat vooral Rosas gebaat is bij een verregaande samenwerking met De Munt om zijn internationale imago te verbeteren, maar dat daar weinig tegenover staat. Uit een "niet exhaustieve" steekproef bij persartikels blijkt immers "dat De Munt wordt vermeld in slechts 50 procent van de artikels in de Belgische pers en in 20 procent van de artikels in de internationale pers". Ook de dansschool zou niet meer tot de taken van De Munt moeten behoren, aangezien zij bijna volledig wordt gesteund door de Vlaamse Gemeenschap.

De klassieke concerten, recitals en kamermuziek en vooral de niet-klassieke optredens van wereld- of jazzmuziek in de reeks Carte Blanche kunnen volgens het rapport beter uitbesteed worden aan andere organisaties zoals de Filharmonische Vereniging. Daarnaast vraagt het onderzoek zich af of de verlieslatende dienst educatie, bedoeld om jongeren warm te maken voor opera en die jaarlijks zo'n 40.000 kinderen bereikt, niet beter kan worden gefinancierd door de Gemeenschappen (lees: het ministerie van Onderwijs).

Al die nevenactiviteiten zijn, volgens een ruwe berekening, verantwoordelijk voor een verlies van zo'n 197 miljoen frank per jaar, waarvan de concerten 130 miljoen voor hun rekening nemen. Dansvoorstellingen zorgen voor een jaarlijks verlies van 38 miljoen frank.

Ook de boekhandel in de schouwburg is verlieslatend. Volgens het rapport zijn de enige winstgevende randactiviteiten de vzw Vrienden van De Munt en de verhuur van de zaal. Bovendien zorgen de nevenactiviteiten voor een verhoogde werkdruk bij het personeel. De onvrede bij het personeel wordt nog versterkt door een slechte communicatie en "van human resources lijkt geen optimaal gebruik te zijn gemaakt".

Het rapport spreekt zich wel positief uit over de manier waarop De Munt met succes zijn gecumuleerde schuld van 1,6 miljard heeft aangepakt en prijst ook het feit dat De Munt via zijn Operastudio goed werk levert qua opleiding, via moderne media een ruim publiek kan bereiken en ook dat een jong publiek zijn weg heeft gevonden naar de Muntschouwburg. Twaalf procent van de abonnementen wordt gekocht door mensen onder de 28 jaar en bij sommige voorstellingen bestaat het publiek uit 60 procent jongeren onder de 28 jaar. "Wat een opmerkelijk hoog percentage is", aldus het rapport.

Niettemin moet De Munt meer voorstellingen spelen buiten de abonnementenreeks. Want nu "organiseert De Munt slechts 70 voorstellingen per jaar in zijn grote zaal. Wegens het abonnementensysteem zijn slechts 20.000 stoelen beschikbaar voor vrije ticketaankoop." Het rapport geeft toe dat de technische infrastructuur van de schouwburg daarbij parten speelt, maar stipt aan dat 60 procent van de dagen dat de schouwburg gebruikt wordt voor opera toch te weinig zijn. Door het schrappen van de nevenactiviteiten en het veranderen van werkregelingen zou De Munt zo 'n twintig voorstellingen meer moeten kunnen spelen en dus meer inkomsten uit kaartenverkoop kunnen krijgen.

Maar ook met het huidige aantal voorstellingen kan De Munt meer eigen inkomsten genereren. "Inkomsten uit zitplaatsen kunnen potentieel verhoogd worden met 21 procent, wat overeenkomt met ongeveer 35 miljoen frank per jaar." Daartoe moeten werkregelingen veranderen, kan er gewerkt worden met dubbele bezettingen bij operaproducties en moeten de duurste kaartjes duurder, want volgens het rapport is "minstens een deel van het publiek van De Munt relatief prijsongevoelig". Goedkopere toegangsbewijzen kunnen dan weer goedkoper, wat in de kaart moet spelen van de publieksverruiming. Ook het aantal vrijkaarten moet worden teruggeschroefd met 30 procent en de prijsreductie bij abonnementen zal er moeten aan geloven.

Om de stijgende vaste kosten in de hand te houden, adviseert McKinsey op termijn onder meer te bekijken of er niet te veel administratief en infrastructuurpersoneel is en of de activiteiten van het decoratelier niet gedeeltelijk uitbesteed kunnen worden. Andere voorstellen voor een betere kostenstructuur, zoals de bouw van een grotere zaal of het fuseren van het orkest met het Nationaal Orkest van België, werden niet nader onderzocht.

Residerend dansgezelschap Rosas en dansschool P.A.R.T.S. worden ter discussie gesteld

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234