Donderdag 22/04/2021

rapport beschuldigt Amerikaanse militaire inlichtingendienst van systematische foltering

'Zeventig tot negentig procent van de gevangenen in Irak zat tussen maart en november 2003 onterecht vast'

Rode Kruis: 'Mishandeling Iraakse gevangenen was standaardprocedure'

VS-generaal Antonio Taguba, die de folteringen in de Iraakse gevangenis van Abu Ghraib onderzocht, verklaarde gisteren voor een senaatscommissie dat 'falend leiderschap en een gebrek aan training en discipline van enkele soldaten en burgers' tot de mishandelingen leidden. Hij zegt geen bewijzen te hebben gevonden van bevelen of een beleid. Maar in zijn rapport van februari 2004 zag het ICRC dat anders: 'Voor de militaire inlichtingendienst waren fysieke en psychische dwangmethodes standaard.'

Brussel

Eigen berichtgeving

Maarten Rabaey

Het 24 pagina's tellende Report on the Treatment by the Coalition Forces of Prisoners of War and other Protected Persons in Iraq van het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC) lekte eind vorige week uit in The Wall Street Journal (WSJ) maar vond gisteren integraal zijn weg naar de openbaarheid. Het rapport beslaat de periode tussen maart en november 2003 en leest als een foltercatalogus. Er komt een duidelijk patroon naar voren waaruit het Rode Kruis besluit "dat de Conventie van Genève en het internationaal humanitaire recht door de coalitietroepen geschonden werden", zowel tijdens de arrestatie, het transport als tijdens de opsluiting van verdachten.

Volgens getuigenissen die door ICRC-afgevaardigden verzameld werden tijdens private gesprekken met gevangenen, was mishandeling tijdens de aanhouding 'frequent'. Hoewel in gevechtssituaties een defensieve houding vereist is, stelde het ICRC schendingen van het oorlogsrecht vast in Bagdad, Basra, Ramadi en Tikrit, "wat wijst op een consistent patroon van brutaal gedrag tijdens arrestaties", schrijven de rapporteurs. "De herhaling van zo'n gedrag gaat voorbij het aanvaardbare (...) en reflecteert een gebruikelijke modus operandi van sommige gevechtseenheden."

Sommige militaire inlichtingenofficieren van de coalitietroepen vertelden het ICRC dat de meeste gearresteerden bovendien onschuldig waren. Volgens hun schatting is "tussen de 70 en 90 procent van de personen wier vrijheid in Irak werd ontnomen, per vergissing gearresteerd". Ze voegden daaraan toe dat de brutaliteit tijdens arrestaties te maken had "met een gebrek aan gepaste supervisie van gevechtseenheden".

Het ICRC verzamelde verschillende getuigenissen over mishandeling van gevangenen tijdens hun transport naar gevangenissen zoals Camp Cropper, Camp Bucca of Abu Ghraib.

Tijdens een bezoek aan Camp Bucca op 22 september 2003 vertelde een 61-jarige man dat hij, vastgebonden en met een kap over het hoofd, gedwongen werd op een gloeiend oppervlak te gaan zitten, wellicht een motor van een voertuig. Hij liep ernstige brandwonden op aan de billen en verloor het bewustzijn. Zijn grote korstige wonden bevestigden zijn verhaal.

Een maand later vond het ICRC in het cellencomplex op Bagdad International Airport waar toplui van het regime 23 uur per dag in kleine cellen vastzitten zonder daglicht, iemand die een gelijkaardige straf had moeten ondergaan. De man liep zulke zware brandwonden op dat hij drie maanden in het ziekenhuis moest doorbrengen. Een 28-jarige gevangene stierf op 13 september in Basra (onder Brits commando) na door coalitiesoldaten zwaar te zijn geslagen, wat overeenkomt met de resultaten van de lijkschouwing. Er loopt een onderzoek.

De mishandeling door coalitietroepen tijdens ondervraging was niet systematisch, behalve bij individuen die verdacht werden van 'veiligheidsovertredingen' of van wie vermoed werd over 'gevoelige informatie' te beschikken. Gevangenen die onder supervisie stonden van de (Amerikaanse) militaire inlichtingendienst, werden volgens het ICRC onderworpen aan verschillende mishandelingen, van vernedering tot fysieke en psychologische dwang die soms ontaardde in foltering. "In sommige gevallen, zoals in de militaire inlichtingensectie van Abu Ghraib, schenen methodes van fysieke en psychische dwang die door de ondervragers gebruikt werden, deel uit te maken van de standaardprocedures die door het militaire inlichtingenpersoneel werden gebruikt om informatie los te weken."

Vooral deze laatste beschuldiging is relevant voor het verdere onderzoek naar de folterpraktijken, omdat ze aantoont dat het gevangenispersoneel niet naar eigen goeddunken handelde, zoals de Amerikaanse militaire en politieke top beweert. Meer nog, de rapporteurs stellen dat "verschillende militaire inlichtingenofficieren aan het ICRC bevestigden dat het folteren deel uitmaakte van het militaire inlichtingenproces om gevangenen tot medewerking te dwingen. Daarbij werden de gedetineerden voor een langere periode naakt vastgehouden in een volledig donkere en lege cel en werden ze aan onmenselijke en vernederende behandelingen onderworpen".

De folterpraktijken (zie kader) misten hun effect niet. Tijdens een bezoek aan Eenheid 1A, de 'isolatiesectie' van Abu Ghraib, stelde het ICRC half oktober tijdens een medisch onderzoek vast dat sommige gevangenen onder meer concentratie- en spraakproblemen, angstaanvallen, abnormaal gedrag en zelfmoordneigingen hadden. "Deze symptomen leken te zijn veroorzaakt door de methodes en de duur van de ondervraging", schrijven de rapporteurs. Zij vroegen daarop uitleg over de naakte opsluitingen. "De militaire inlichtingenofficier die bevoegd was voor de ondervraging, verklaarde dat de praktijk deel uitmaakte van het proces, een geef- en neembeleid waarbij gevangenen druppelsgewijs nieuwe items (kledij, beddengoed, hygiënisch materiaal) kregen in ruil voor hun 'samenwerking'."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234