Dinsdag 29/11/2022

ReportageGroot Kruger-natuurparken

Rangers en stropers voeren in Zuid-Afrika een venijnige strijd om de neushoorn: ‘Het is compleet oorlog hier’

Hoofdranger Miziba en zijn mannen proberen in het Timbavati-natuurpark, onderdeel van Groot Kruger, een witte neushoorn zo dicht mogelijk te benaderen om te inspecteren of het goed gaat met het dier. Beeld Bram Lammers
Hoofdranger Miziba en zijn mannen proberen in het Timbavati-natuurpark, onderdeel van Groot Kruger, een witte neushoorn zo dicht mogelijk te benaderen om te inspecteren of het goed gaat met het dier.Beeld Bram Lammers

Rangers in Groot Kruger zijn in een venijnige oorlog verwikkeld met stropers die neushoorns doden. We trokken dagenlang met hen op patrouille. ‘Elk moment kan een schietpartij plaatsvinden.’

Erik van Zwam

Het is nog stikdonker. De hanen kraaien. De gravelweg leidt naar het natuurpark Timbavati iets buiten het stadje Hoedspruit in Zuid-Afrika. In de verte klinkt het diep hijgende gebrul van een mannetjesleeuw die zijn territorium bewaakt. Langzaam klimt de zon over de kim en kleurt de hemel rood.

Anton Phindani Miziba geeft leiding aan de rangers in Timbavati. Hij staat klaar met drie andere collega’s, allemaal met een semi-automatisch geweer tegen de borst geklemd. Eerst controleren ze het hek in Timbavati aan de westgrens van Groot Kruger op sporen van indringers. In totaal loopt er 400 kilometer afrastering om Groot Kruger, dat aansluit op Nationaal Park Kruger. Gezamenlijk is dat 3 miljoen hectare wildernis. Groot Kruger bestaat uit private wildparken van particuliere grondeigenaren. Zij hebben alle hekken tussen hun landgoederen weggehaald, net als de afscheidingen met Kruger, zodat neushoorns, olifanten, leeuwen, Kaapse buffels en luipaarden vrij kunnen bewegen in dit grote natuurgebied. Het voorkomt inteelt en geeft het wild de ruimte.

Een zwarte neushoorn rent met haar kalf door het droge gebied van Groot Kruger, dat bestaat uit private natuurparken. De grondeigenaren werken samen in de Greater Kruger Environmental Protection Foundation om de neushoorns te beschermen. Beeld Bram Lammers
Een zwarte neushoorn rent met haar kalf door het droge gebied van Groot Kruger, dat bestaat uit private natuurparken. De grondeigenaren werken samen in de Greater Kruger Environmental Protection Foundation om de neushoorns te beschermen.Beeld Bram Lammers

De particuliere grondeigenaren werken samen in het Greater Kruger Environmental Protection Program. Sharon Haussmann, een kordate vrouw, geeft leiding. Zij beschikt over meer dan 500 rangers. “Hier is de frontlinie in de oorlog tegen het stropen van neushoorns om hun hoorn”, zegt ze ernstig. In de periode van 2006 tot 2020 zijn er bijna 9.000 witte en zwarte neushoorns gedood in het Kruger-gebied. De hoorn van de neushoorn is een belangrijk bestanddeel voor traditionele Chinese medicijnen. De hoorn geldt als potentieverhogend. De prijs kan in China oplopen tot 60.000 dollar (ruim 53.000 euro)per kilo, veel meer dan een kilo goud opbrengt.

Voetsporen van stropers

Miziba en zijn mannen controleren hun deel van het kilometerslange hek. Overal nemen collega’s dagelijks een stukje van die 400 kilometer aan de westgrens van Groot Kruger voor hun rekening. Minutieus zoeken ze naar sporen van indringers die proberen door de afscheiding te komen. Ze proberen voetsporen of andere tekenen van de aanwezigheid van stropers te vinden.

Miziba doet dit werk sinds zijn tienerjaren en met zijn leeftijd van 41 jaar heeft hij de hoogste positie bereikt. Hij vertelt met zachte stem over de tactieken van stropers om hen te misleiden. Ze trekken zes paar sokken over elkaar aan om geen voetafdruk achter te laten of binden sponzen onder hun schoenen. Maar hij en zijn mannen trappen er niet in. Ook is er geprobeerd de rangers voor de gek te houden door hoeven van een zebra of een giraffe onder hun voeten te binden, maar ook die tactiek mislukt. De passen op de grond corresponderen dan niet.

Na de controle van het kilometerslange hek gaan de rangers de bush in. Ze vormen één lijn zodat ze meer terrein kunnen onderzoeken. Hun ogen zijn geconcentreerd naar beneden gericht. Een afgebroken takje kan al een aanwijzing zijn voor indringers. Dan wordt de speurhond erbij gehaald en komt er luchtsteun van een helikopter.

Zwarte, omgewoelde aarde

Langzaam lopen de rangers door het veld omringd door grijze acacia karroo-boompjes met witte vlijmscherpe doornen, hoog gras en hier en daar een struik. Bij een stuk zwarte, omgewoelde aarde blijft Miziba staan. Hij ziet meteen dat de dominante witte neushoornstier uit dit gebied een paar uur geleden hier moet zijn geweest. De bull smeert hier zijn drollen uit over de modderige aarde en plast erover om andere mannetjes te waarschuwen. Vrouwtjes doen dat niet, vertelt hij. Andere mannetjes moeten hun onderdanigheid tonen door hun eigen uitwerpselen intact te laten en niet te verspreiden.

De mannen lopen verder. Na een tijdje houden ze plotseling halt, staan bij elkaar en wijzen. Tussen de struiken, op enige afstand, vliegt zand omhoog over een grijze rug. Het is de dominante neushoornstier. De mannen gaan op inspectie om te zien of het goed gaat met dit enorme beest van wel 2.500 kilo. Zijn hoorns zijn afgezaagd tot korte stompen om het dier minder aantrekkelijk te maken voor stropers.

Ranger Morris Mayabe (l.) inspecteert met zijn collega's en speurhond Puk een kilometerslang hek in de buurt van Phalaborwa in het noorden van Kruger.  Beeld Bram Lammers
Ranger Morris Mayabe (l.) inspecteert met zijn collega's en speurhond Puk een kilometerslang hek in de buurt van Phalaborwa in het noorden van Kruger.Beeld Bram Lammers

De rangers rennen vlak achter elkaar door de bosjes en maken een omtrekkende beweging om de neushoorn uiteindelijk tegen de wind in te benaderen. Neushoorns hebben heel slechte ogen, maar compenseren dat met een uitstekende reuk en scherp gehoor. De afstand tot de neushoorn wordt kleiner. De grijze kolos loopt op een open stuk land met rooigras. Elke keer als het dier in beweging komt, snellen de rangers voorwaarts. Op het moment dat de neushoorn stopt, steekt de voorste zijn vuist omhoog en staan de mannen onmiddellijk stil. Als de neushoorn zelf loopt, kan hij de rennende rangers moeilijk horen, als hij stilstaat wél.

Toch is het oerbeest alert. Impala’s gaan er gealarmeerd met snelle hoge sprongen vandoor en schreeuwende vogels waarschuwen voor de oprukkende rangers, maar de neushoorn ziet niks en ruikt geen vreemde geur. Maar de wind kan draaien of ineens gaan cirkelen en dan kan het gevaar voor de rangers groot zijn. De neushoorn kan ervandoor gaan, zoals de meeste witte neushoorns doen in tegenstelling tot de zwarte neushoorn, die onmiddellijk voor de aanval zal kiezen. Een garantie is er niet. De omgeving bestaat uit enkel laag struikgewas en graspollen. Pas op een behoorlijke afstand zijn er bomen om in te vluchten.

Grote kans op confrontatie

Inmiddels staan de rangers op nog geen twintig meter van de kont van de neushoorn. De enorme kop draait een paar keer van links naar rechts. Het bevalt het beest duidelijk niet, zonder te weten waarom. De kolos loopt richting dicht struikgewas en verdwijnt. Miziba besluit de neushoorn niet te volgen. In die bosjes is de kans op een confrontatie te groot. De neushoorn steekt waarschijnlijk de Klaserie-rivier over naar een savanne aan de andere kant. Miziba weet genoeg: het dier is kerngezond.

Deze neushoorn leeft en dat is goed nieuws. Want twee dagen geleden kreeg het team van Timbavati bericht uit het Krugerpark dat een groep stropers was gesignaleerd op de grens met Mozambique. Die ligt hemelsbreed 120 kilometer verderop, maar Miziba weet dat ervaren stropers de afstand te voet snel kunnen overbruggen. In Kruger valt er niet veel te halen, want er zijn weinig neushoorns. Maar in de private natuurkampen Timbavati, Umbatat en Balule is de populatie een stuk groter. Daar zijn vermoedelijk ook meer stropers te vinden.

De ranger heeft al een aanvalsplan klaarliggen voor “als de vijand komt”. Als onderdeel daarvan komen er de volgende nachten extra patrouilles die de oostkant in de gaten houden. Er wordt nauw samengewerkt met de rangers van de andere parken, want het gevaar is reëel. In juli nog vonden ze een karkas van een gestroopte neushoorn in hun gebied, maar doorgaans gaat het redelijk met de bescherming van deze dieren in Timbavati.

Toch heeft Miziba slechte herinneringen aan diverse incidenten. Zo hoorden ze eens het intense hoge gegil van een neushoorn, die neergeschoten was. De hoorns werden uit de schedel van het nog levende dier gehakt. Het ging door merg en been.

Ook was er dat incident waarbij rangers een val zetten voor stropers. Toen een van zijn collega’s achter een boom vandaan stapte om tot arrestatie over te gaan, schoot een stroper op hem. De kogel belandde net boven de ranger, in een tak. Hij sprong op tijd terug achter de stam om aan een regen van kogels te ontkomen. “We hebben die stropers later wel gearresteerd.”

De mannen keren terug naar het hoofdkwartier in de bush. Onderweg staat er een enorme baobab, die minstens 1.500 jaar oud is. De koning onder de bomen is zo langzamerhand ook bedreigd in zijn voortbestaan.

Stropen ontmoedigen

Sharon Haussmann is van slag. “Ik kreeg net het bericht dat er in Sabi Sands, een privaat park dat bij Kruger Gate ligt, een witte neushoorn is gestroopt.” In Sabi Sands zit een grote populatie met wel vier keer meer neushoorns dan in Timbavati. Het gras is er zoeter en er zijn veel waterpartijen; neushoorns zijn er gek op. Het probleem daar is dat de neushoorns niet onthoornd zijn. Dat gebeurt op andere plekken wel - bedoeld om het stropen te ontmoedigen.

In Sabi Sands hebben de dieren lange spits toelopende hoorns. De eigenaren van dat gebied zijn wel bij de organisatie van Haussmann aangesloten, maar willen niet onthoornen. Safaritoeristen komen voor die grote hoorns speciaal naar Sabi Sands. Ze vrezen klanten te verliezen als ze gaan onthoornen. Haussmann is het zat en gaat erover praten, zegt ze resoluut.

Naast het onthoornen zetten de rangers speurhonden en helikopters in om stropers te tackelen. In toenemende mate worden er intelligente camera’s geplaatst die alleen reageren op mensen en auto’s. De beelden worden doorgestuurd naar de mobiele telefoons van de rangers of naar een controlekamer. Gewapende patrouilles worden er vervolgens op uitgestuurd. Ook verzamelen Haussmann en haar team data om de criminele netwerken en hun bazen in kaart te brengen.

Op de loonlijst van stropersbendes

Een van de problemen bij het aanpakken van de stropers is dat mensen die in de parken werken soms óók op de loonlijst van de stropersbendes staan. Zij spelen informatie door over de locatie van de neushoorn. Sinds een aantal jaar worden rangers en ander personeel van private parken een paar keer per jaar met een leugendetector ondervraagd over een eventuele dubbelrol in de neushoornoorlog. Volgens Haussmann heeft Balule sindsdien enkele tientallen medewerkers de laan uit gestuurd. Dat heeft effect gehad: er worden sinds die tijd minder neushoorns gedood door stropers.

Sharon Haussmann staat aan het hoofd van 500 rangers. Op patrouille spot ze een olifant.  Beeld Bram Lammers
Sharon Haussmann staat aan het hoofd van 500 rangers. Op patrouille spot ze een olifant.Beeld Bram Lammers

Miziba is tevreden over het resultaat van de leugendetector. Als iemand drie keer op rij de test niet goed doorstaat, wordt hem de toegang tot het park ontzegd en verliest hij of zij automatisch z’n baan. Maar de middelen die ingezet worden om de stropers aan te pakken, gaan wel ver, vinden Miziba en Haussman. Ze spreken over een militarisering. Het is een wapenwedloop geworden.

De neushoorncrisis kwam voor iedereen uit het niets. In 2007 werden in heel Zuid-Afrika dertien neushoorns gestroopt. Op de piek in 2014 waren dat er 1.215, dat is meer dan drie per dag. Het aantal is de laatste paar jaar meer dan gehalveerd. De regering in Zuid-Afrika is trots op dat resultaat, maar de vraag is hoe dat komt. Er zijn nog steeds evenveel stropers, maar minder neushoorns. De kans om nog een neushoorn te vinden is veel kleiner geworden, zeker in het Krugerpark. Dus rukken stropersbendes nu op naar de private parken van Groot Kruger.

Logan van Zijl is het hoofd van de parkwachters in een van de gevaarlijkste zones in het noordelijke deel van Balule, onderdeel van Groot Kruger. Van Zijl is 36 jaar oud, maar werkt al twintig jaar als ranger op zijn geboortegrond. Midden in het gebied ligt Shilo: de berg waar zijn ouders wonen, gelegen in de uitgestrekte bush. Van Zijl is een magere, tanige man met helblauwe ogen.

Dit gebied is de bufferzone aan de westkant van Groot Kruger en daarachter ligt het Krugerpark, zegt hij. Als ze dit deel van Balule weten te passeren ligt alles open, klinkt het bezorgd. Hier moet hij binnenkomende stropers oppakken. “Als dat lukt, is dat grote winst voor ons en de neushoorns.”

Met zijn spoorzoeker Nelson Tjisane gaat hij op pad. Eerst met de Landcruiser, die hij bij de Olifantsrivier achterlaat. Hij wijst naar de spoorlijn en de brug hoog boven het meanderende water waar een paar keer per dag goederentreinen overheen denderen met zo’n tachtig wagons ijzererts. Stropers volgen het spoor en bij de brug dalen ze af naar de Olifantsrivier.

Bezaaid met olifantendrollen

Van Zijl en Tjisane lopen langs de oever, die bezaaid ligt met olifantendrollen. Het tweetal speurt naar sporen van stropers die de rivier overstaken. Ze zijn hier duidelijk al een tijdje niet geweest, concludeert Van Zijl. Hij arresteerde hier twee maanden geleden, samen met een speciaal interventieteam, de beruchte stroper Adam Ngobeni. De man had een hoorn bij zich. Ngobeni wordt ervan verdacht zeker vijftig neushoorns te hebben gedood. Het geweer wordt nog onderzocht om te zien of de kogels een match opleveren.

Het is compleet oorlog hier, zegt Van Zijl, al speurend over de rivier. Tot een aantal jaar geleden gebruikten stropers de Russische AK-47 om mee te jagen en op rangers te schieten. Nu gebruiken ze een veel zwaarder kaliber geweer met geluiddemper. “Wij ontwikkelen betere antistrooptechnieken en zij reageren erop”, zegt hij zachtjes. Het is een onophoudelijke wapenwedloop tussen rangers en stropers. Tot nu toe is er geen ranger gedood, wel kwamen er stropers om bij vuurgevechten.

“Het wordt ook een oorlog in je hoofd. Je moet elke seconde alert zijn. Er kan een dodelijke schietpartij plaatsvinden waar je het slachtoffer van kunt worden. Aan de andere kant is er de schoonheid van de natuur en dat weegt zwaarder dan alle negatieve aspecten van mijn werk”, zegt Van Zijl. Toch vreet het constante gevaar aan hem. Hij en zijn collega’s zijn ervan overtuigd dat ze de neushoorns hier met alles wat ze in zich hebben moeten beschermen. “Je houdt van je werk, maar je haat het ook.”

Markeringspunten

Hij wijst naar een grote witte rots aan de overkant van het water. Dat is een van hun markeringspunten in het landschap. Hier steken stropers graag de Olifantsrivier over. Een landtong steekt het water in; het riviertje is hier smal en ondiep. De kans dat ze hier door een van de grote krokodillen worden gegrepen, is kleiner.

Het woord ‘oorlog’ valt voor de zoveelste keer als de zon ondergaat en een drietal giraffen in galop uit het zicht verdwijnt. De donkere nacht komt snel en de patrouille keert terug.

Sharon Haussmann constateert nuchter dat zij en haar rangers nooit een dag vrij zullen krijgen. De prijs van hoorn zorgt ervoor dat stropen lucratief blijft. Voor elke stroper die wij pakken, zegt Haussmann, staan er 1.500 nieuwe klaar om het over te nemen. Het betaalt te goed en criminele netwerken hebben stropers in overvloed, is haar sombere boodschap.

Gevaar na gevaar

Het gevaar voor rangers komt niet alleen van stropers. Ook wilde dieren vormen een groot risico op patrouille. Bij een inspectietocht van drie rangers met speurhond Puk, een Belgische herder, vertelt ranger Morris Mayabe hoe hij zijn vorige hond verloor toen ze door een gnoe werden aangevallen. De hond kwam in actie en werd daarbij dodelijk gespiest aan een van de hoorns en redde zo de rangers.

Een andere ranger werd aangevallen door een zwarte neushoornmoeder, die haar kalf beschermde. De ranger weigerde het doldrieste dier dood te schieten, ondanks het onmiddellijke gevaar voor zijn leven. Hij verdedigde zich door een aantal keer de loop van het geweer hard in de kop van het dier te drukken. Tot ieders verbazing koos de neushoorn het hazenpad. Ook olifanten vormen een fors risico. Zo nu en dan wordt er iemand doodgetrapt.

Morris Mayabe is op alles bedacht als hij met zijn mannen hun dagelijkse deel van het kilometerslange hek in de buurt van Phalaborwa in het noorden van Kruger controleert op sporen van stropers met behulp van de Belgische herder. Terwijl Mayabe en zijn mannen er alles aan doen om het hekwerk intact te houden, denken twee mannetjesgiraffen aan weerszijden van de twee meter hoge omheining daar anders over.

Ze zijn over het hek in gevecht met elkaar. Hun lange nekken maken zwiepende bewegingen om elkaar te raken en bewusteloos te meppen. Mayabe weet wat er gaat gebeuren. Ze gaan waarschijnlijk door het hek heen. Hij heeft het vaker gezien. Met zijn manschappen stormt hij schreeuwend op de giraffen af om ze weg te jagen. Het maakt weinig indruk. De dieren lopen iets achteruit, maar blijven elkaar nauwlettend in de gaten houden om een klap te ontwijken of de winnende slag uit te delen. Het titanengevecht gaat hoog boven de rangers onverminderd door.

“Aan een van beide kanten van de afrastering is een vrouwtjesgiraffe waar deze strijd over gaat”, bromt Mayabe. Hij geeft het op. Er valt niets aan te doen. Later zal Mayabe terugkeren om de schade aan het hek op te nemen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234