Vrijdag 27/11/2020

Ramen

12 maart

Geachte cliënt,

Elke dag ligt de winter weer een stapje verder achter ons, en nu wij in het zonlicht de eerste warmte van de lente kunnen bespeuren, neem ik aan dat u het ook goed maakt.

Ik heb uw laatste brief met veel genoegen gelezen. Vooral de alinea over de verhouding tussen hamburgersteak en nootmuskaat is bijzonder goed geschreven. "'Hamburgersteak' is de naam voor een gerecht dat veel lijkt op Salisburysteak, een soort gehakte biefstuk overgoten met jus of een andere saus. Met de conventionele hamburger heeft hij niets gemeen." Hij vloeit over van dagelijks leven: je ruikt de warme geuren die opstijgen uit de keuken en hoort het kloppen van het mes dat de uien fijnhakt op de snijplank. Eén enkele passage als deze brengt een hele brief tot leven.

Terwijl ik uw brief zat te lezen, bekroop mij zo'n onbedwingbare trek in hamburgersteak dat ik nog diezelfde avond naar een restaurant bij mij in de buurt ben gegaan om er een te bestellen. In dat restaurant stonden maar liefst acht verschillende soorten hamburgersteak op het menu: Texaanse, Californische, Hawaïaanse, Japanse, en ga zo maar door. Texaanse hamburgersteaks zijn enorm groot, maar daar is dan ook alles mee gezegd. De mensen in Texas zullen er ongetwijfeld van opkijken als ze dat horen. Hawaïaanse hamburgersteaks worden geserveerd met ananas, Californische met... dat ben ik vergeten; Japanse hamburgersteaks met geraspte daikon. Het restaurant is stijlvol ingericht, en alle serveersters zien er leuk uit en dragen uiterst korte rokjes.

Maar ik was niet naar dat restaurant gegaan om het interieur te bestuderen of om naar de benen van de serveersters te staren. Ik was daar om hamburgersteak te eten, en niet in een bepaalde stijl, maar gewoon hamburgersteak, zonder poespas of tierelantijnen.

Dat zei ik ook tegen mijn serveerster: dat ik een gewone hamburgersteak wilde.

Waarop zij zich verontschuldigde, maar erop wees dat haar restaurant alleen hamburgersteaks serveerde in deze of gene stijl.

Natuurlijk kon ik daar de serveerster niet op aankijken. Zij had het menu niet samengesteld, evenmin als ze voor háár plezier een rokje droeg zo kort dat je elke keer dat ze een bordje neerzette tot haar liezen kon kijken. Ik wierp haar dus een stralende glimlach toe en bestelde een Hawaïaanse hamburgersteak. Want zoals zij zei: ik hoefde bij het eten alleen maar de ananas opzij te schuiven.

De wereld is een rare plaats. Wat ik eigenlijk wil is een doodgewone hamburgersteak, maar op zijn tijd kan ik die alleen krijgen in de vorm van een Hawaïaanse zonder ananas.

Tussen haakjes: wat u klaarmaakte was toch de gewone hamburgersteak? Nu ik uw brief heb gelezen, zou ik er alles voor overhebben als ik uw doodgewone hamburgersteak een keer zou kunnen proeven.

Bij deze passage vergeleken is die over de kaartjesautomaten van de Nationale Spoorwegen mijns inziens iets te geforceerd. Uw invalshoek is weliswaar interessant, maar de lezer kan zich geen duidelijk beeld van de situatie vormen. U hebt de neiging te veel dingen tegelijk te doen. Bij schrijven dient de ene zin natuurlijk over te gaan in de andere. Vergeet u dat niet.

De totale beoordeling voor deze brief is 70 punten. Uw stijl gaat langzaam maar zeker vooruit. Langzaamaan, dan breekt het lijntje niet, zegt het spreekwoord, dus zet u vooral door! Ik kijk nu al uit naar uw volgende brief. En het zou fijn zijn als het gauw echt lente werd, vindt u niet?

PS: Mijn hartelijke dank voor het assortiment koekjes dat u mij toestuurde. Ze waren allemaal even heerlijk. De regels van onze organisatie verbieden echter ten strengste dat wij enig ander contact hebben met onze cliënten dan per brief, zodat ik u helaas moet verzoeken zulke blijken van welwillendheid van nu af aan achterwege te laten.

In elk geval, ik stelde uw gebaar bijzonder op prijs.

lll

Deze parttimebaan heb ik ongeveer een jaar gedaan. Ik zal toen tweeëntwintig zijn geweest.

Ik had een contract getekend bij de Pen Society, een kleine onduidelijke firma in Iidabashi, in hartje Tokyo, dat ik voor tweeduizend yen per brief elke maand minstens dertig brieven zoals deze zou produceren.

"Ook u kunt boeiende brieven leren schrijven", was de slagzin van de Society. Nieuwe leden betaalden inschrijfgeld plus een maandelijks bedrag voor het voorrecht om vier brieven per maand te kunnen inzenden, die dan door een pen master werden gecorrigeerd en teruggestuurd, vergezeld van een brief met commentaar en advies, zoals bovenstaand voorbeeld. Ik had me aangemeld voor een sollicitatiegesprek nadat ik een advertentie had gezien op het prikbord in de hal van de faculteit der letteren. Ik was er namelijk net achter gekomen dat ik om allerlei redenen mijn afstuderen nog een jaartje zou moeten uitstellen, en mijn ouders hadden me laten weten dat ze onder die omstandigheden mijn maandelijkse toelage vanaf volgend jaar zouden inkorten. Ik zag me dus genoodzaakt serieus om te zien naar een extra bron van inkomsten. Na het gesprek moest ik een stuk of wat opstellen schrijven, en ongeveer een week later kreeg ik bericht dat ik was aangenomen. Daarna werden me een week lang door een instructeur de fijnere kneepjes van het vak bijgebracht: corrigeren, adviseren, en meer van dat soort dingen. Maar dat had allemaal niet zoveel om het lijf.

De vrouwelijke leden van de Society kregen een mannelijke pen master, en omgekeerd. Het aantal leden dat ik moest begeleiden was alles bij elkaar vierentwintig, waarbij de jongste veertien was en de oudste drieënvijftig, maar de meesten waren vrouwen van tussen de vijfentwintig en vijfendertig. Met andere woorden, de meesten waren ouder dan ik. De eerste maand zat ik dan ook geweldig in de rats. Veel van die vrouwen konden beter schrijven dan ik, en ze hadden zeker veel meer ervaring met brievenschrijven. Want laat ik er maar eerlijk voor uitkomen: zelf had ik tot dan toe nauwelijks ooit een behoorlijke brief geschreven. Het koude zweet liep me bijna elke dag over de rug, maar ik ben die maand op de een of andere manier doorgekomen. Ik wist zeker dat een stuk of wat leden om een andere pen master zouden vragen. Dat recht hadden ze namelijk; dat stond zo in de regels van de Society. Daar had ik me al helemaal bij neergelegd.

Maar de maand ging voorbij, en geen van de leden tekende protest aan tegen mijn stijlkundige bekwaamheden. Integendeel, ik mocht me zelfs in een zekere populariteit verheugen, hoorde ik van iemand van de Society. En na drie maanden begon het er zelfs op te lijken dat de schrijfvaardigheid van mijn pupillen dankzij mijn 'advies' enigszins was verbeterd. Het was allemaal erg vreemd. Deze vrouwen leken me volledig als hun instructeur te vertrouwen. En dat idee gaf mij het zelfvertrouwen om mijn beoordelingen veel vlotter te schrijven dan ik tot dan toe had gedaan.

Als ik er nu over nadenk, begrijp ik het wel: ze waren allemaal eenzaam. Al die vrouwen (en de mannen ook) zochten alleen maar naar iemand om iets aan te kunnen schrijven. En - maar dat kon ik toen niet geloven - zelfs zo iemand hadden ze niet kunnen vinden. Deze vrouwen waren geen types om brieven te schrijven aan diskjockeys van de radio. Ze zochten naar iets persoonlijkers. Zelfs als dat een 'correctie' of een 'beoordeling' was.

En zo komt het dat ik het begin van mijn jaren als twintiger doorbracht als een kreupele zeeleeuw in die warme harem van brieven.

En de leden stuurden me werkelijk allerhande brieven - saaie, amusante, en ook droevige. Jammer genoeg heb ik ze niet voor me (de regels verplichtten ons om alle brieven terug te sturen naar de Society), en het is alweer heel wat jaartjes geleden, dus ik kan me geen concrete voorbeelden meer voor de geest halen, maar ik weet wél dat ze overvloeiden van alles wat er maar in een mensenleven kan gebeuren, van de grootste problemen tot de kleinste onbenulligheden. Maar het studentje van een-, tweeëntwintig dat ik toen was, vond de boodschappen die mijn pupillen me stuurden maar een raar gedoe. Volgens mij was bij de meeste het verband met de realiteit ver te zoeken en ontbrak bij sommige zelfs alle betekenis. Toch lag de oorzaak niet alleen in het feit dat het mij aan levenservaring ontbrak. Nu besef ik dat je in de meeste gevallen niet aan anderen moet vertellen dat iets realiteit is; je moet die realiteit maken. Daaruit wordt de betekenis ervan geboren. Maar natuurlijk wist ik dat toen nog niet, en die vrouwen ook niet. Dat is een tweede reden waarom alles waar ze in hun brieven over schreven zo merkwaardig vlak en tweedimensionaal op me overkwam.

Toen de omstandigheden me dwongen deze baan op te geven, vonden al mijn pupillen dat jammer. En al was ik eerlijk gezegd een baan die me dwong om altijd maar brieven te schrijven een beetje zat, ik vond het in zekere zin ook jammer. Ik vermoedde namelijk dat ik nooit meer in een situatie zou verkeren waarin zoveel mensen zo eerlijk tegen me zouden zijn.

lll

Maar over hamburgersteak gesproken: ik heb inderdaad de kans gehad om hamburgersteak te eten zoals die was klaargemaakt door de vrouw aan wie ik de brief aan het begin van dit stuk heb geschreven.

Ze was tweeëndertig, had geen kinderen, en haar man werkte in de op vier na bekendste handelsmaatschappij van het land. Toen ik aan het eind van mijn laatste brief schreef dat ik tot mijn grote spijt aan het eind van de maand met dit werk zou ophouden, nodigde ze me uit om bij haar te komen lunchen. Ze zou een doodgewone hamburgersteak maken, schreef ze. Het was wel tegen de regels van de Society, maar ik besloot toch de stoute schoenen aan te trekken en haar uitnodiging aan te nemen. De nieuwsgierigheid van een tweeëntwintigjarige jongeman laat zich nu eenmaal niet bedwingen.

Ze woonde op de tweede verdieping in een flat langs de Odakyū-lijn, keurig netjes opgeruimd, zoals dat een echtpaar zonder kinderen betaamt. Het meubilair, de lampen, zelfs haar trui - niets was echt duur, maar alles getuigde van goede smaak. We waren allebei verbaasd: ik omdat ze er stukken jonger uitzag dan ik had verwacht, zij omdat ik stukken jonger was dan ze had gedacht. Ze had me zich ouder voorgesteld dan zijzelf. De Pen Society maakte de leeftijd van zijn pen masters niet bekend.

Maar dankzij die wederzijdse verbazing was de spanning van een eerste ontmoeting er meteen af. We voelden ons net passagiers die allebei dezelfde trein hadden gemist, en zo aten we onze hamburgersteak en dronken we koffie. Die vergelijking met een trein herinnert me er trouwens aan dat je vanuit het raam van haar flat uitzicht had op het spoor. Het was die dag prachtig weer, en op de balkons van andere flats hingen overal futons en lakens te drogen. Af en toe hoorde je het petsen van een mattenklopper op een futon. Ik kan me dat geluid nu nog voor de geest halen. Op een merkwaardige manier ontbeerde het een dimensie van afstand.

De hamburgersteak smaakte voortreffelijk. Hij was precies goed gekruid, de buitenkant was krokant gebakken, de sappen aan de binnenkant waren nog volop aanwezig, en de jus was volmaakt. Als het niet de allerbeste hamburgersteak was die ik in mijn leven had gegeten, was het zeker de beste die ik in vele jaren voorgeschoteld had gekregen, en dat zei ik haar ook. Daar deed ik haar een ontzettend genoegen mee.

Toen we de koffie op hadden, zette ze een plaat op van Burt Bacharach, en toen vertelden we elkaar iets over onszelf. Dat wil zeggen, ik had nog niet zoveel te vertellen, dus zij voerde overwegend het woord. In haar studententijd had ze schrijfster willen worden, zei ze. Ze had een grote bewondering voor Françoise Sagan en vertelde me van alles over haar. Ze hield erg van Houdt u van Brahms? Ik vond Sagan ook niet slecht, of op z'n minst niet zo vulgair als iedereen beweerde. Er is geen enkele wet die zegt dat iedereen net zulke romans moet schrijven als Henry Miller of Jean Genet.

"Maar ik kan niet schrijven", zei ze.

"Daarvoor is het toch nog niet te laat?", zei ik.

"Nee, ik weet het. En degene die me heeft geleerd dat ik niet schrijven kan, ben jij." Ze lachte. "Terwijl ik die brieven aan jou zat te schrijven, ben ik dat aan de weet gekomen: dat ik die gave niet heb."

Ik bloosde. Nu doe ik dat nauwelijks meer, maar toen ik tweeëntwintig was, kreeg ik meteen een kop als een biet.

"Maar jouw stijl heeft iets heel open en eerlijks", zei ik.

Ze zei niets, maar om haar lippen verscheen een glimlach. Een heel kleine glimlach.

"Na een van je brieven kreeg ik zowaar zin in hamburgersteak!"

"Je had toen vast net honger", zei ze zacht.

Ja, dat was misschien wel zo.

Een trein ratelde met een droog geluid over het spoor onder haar raam voorbij.

lll

Toen de klok vijf sloeg, zei ik dat langzamerhand maar eens moest opstappen.

"Je zult wel aan het avondeten willen beginnen voor je man thuiskomt."

"O, die komt pas heel, héél laat thuis", zei ze, haar kin steunend op haar hand. "Die is nooit voor twaalven terug."

"Een drukke baan!"

"Ja", zei ze, en ze liet de pauze een poosje duren. "Ik geloof dat ik er in een van mijn brieven al eens over heb geschreven, maar ik kan over allerlei dingen niet goed met mijn man praten. Ik kan hem mijn gevoelens niet duidelijk maken. Als ik met hem praat, krijg ik vaak het gevoel dat we allebei een andere taal spreken."

Ik wist niet wat ik daarop moest antwoorden. Ik kon niet eens begrijpen hoe het moest zijn om samen te wonen met iemand aan wie je je gevoelens niet duidelijk kunt maken.

"Maar dat geeft niet", zei ze kalm. Ze klonk alsof ze er echt niet om gaf. "Dank je wel dat je me zo lang hebt geschreven. Ik vond het erg leuk. En terugschrijven aan jou heeft me ontzettend geholpen."

"Ik vond het ook erg leuk", zei ik. Al herinnerde ik me eerlijk gezegd nauwelijks meer wat ze me had geschreven, en op welke manier.

Ze zei niets, maar keek een poosje naar de klok aan de muur, net of ze het verstrijken van de tijd wilde controleren.

"Wat ga je doen na de universiteit?", vroeg ze.

Dat wist ik nog niet, zei ik. Ik wist nog niet wat ik kon. Toen ik haar dat zei, glimlachte ze weer.

"Volgens mij moet je werk zoeken dat iets met schrijven te maken heeft. De beoordelingen die je in je brieven gaf, waren prachtig geschreven. Ik keek er telkens weer naar uit. Echt waar. Dit is niet zomaar een loos complimentje. Jij schreef die dingen misschien alleen maar omdat het deel uitmaakte van je baan, maar ik kon voelen dat je hart erin lag. Ik heb ze allemaal zorgvuldig bewaard, en af en toe haal ik ze tevoorschijn en lees ik ze weer door."

"Dank je wel", zei ik. "En ook nog bedankt voor de heerlijke hamburgersteak."

lll

Nu schrijven we tien jaar later, en telkens als ik de Odakyū-lijn neem en langs de buurt rijd waar zij woonde, denk ik terug aan haar en haar krokante hamburgersteak. Ik kijk naar de flats langs het spoor en vraag me af welk van al die ramen het hare was. Ik probeer me het uitzicht uit haar raam te herinneren, en dan denk ik: in welke buurt kan het zijn geweest? Maar mijn pogingen zijn altijd vergeefs.

Misschien woont ze er niet meer. Maar als ze dat wel doet, heb ik zo'n gevoel dat ze achter dat raam in haar eentje nog steeds naar diezelfde plaat van Burt Bacharach luistert.

Had ik toen met haar naar bed moeten gaan?

Dat is het hoofdthema van dit stuk.

Het antwoord op die vraag weet ik niet. Nog steeds niet. Hoeveel ouder je ook wordt, hoeveel ervaring je ook opdoet, er zijn te veel dingen waar je niets van begrijpt. Ik kan alleen maar vanuit het raam van mijn trein omhoogstaren naar de ramen van de flats waarin zij zou kunnen wonen. Soms denk ik dat al die ramen haar raam zijn, en soms denk ik geen van alle. Er zijn ook zoveel ramen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234