Vrijdag 27/11/2020

Raf Simons in Time 100

Raf Simons in de Time 100: "Het is niets voor mij, dat presteren, presteren, presteren"

Raf Simons.Beeld kos

De Belgische modeontwerper Raf Simons is door rapper A$AP Rocky opgenomen in de Time 100. Binnen deze lijst, die de honderd meest invloedrijke mensen van het verzamelt, staat Simons in de categorie 'Icons'. Lees hieronder het bezoek dat De Morgen vorig jaar aan hem bracht in zijn huis in Parijs. 

"Doet mannenmode op zijn grondvesten daveren sedert 1995". Geen slechte slogan voor Raf Simons, mocht hij er eentje willen. Al begint de ontwerper zich toch wat eenzaam te voelen in zijn gevecht tegen saaiheid, conventies, de klassieke mannenkleerkast. Zo lijkt het toch als we zijn Parijse appartement mogen betreden voor een zeldzaam interview.

Modeontwerper Raf Simons woont parttime boven een bloemenwinkel in een van de chiquere arrondissementen van Parijs. Zijn appartement is precies het parketvloeren ding dat je verwacht, met kalkwit geverfde lambriseringen en overal hedendaagse kunst. Er hangt een schilderij van George Condo, van een model dat opvallend hard op Beaker uit The Muppet Show lijkt, op een plek waar vroeger misschien een 19de-eeuws olieverfdoek prijkte. Op een grijsmarmeren schoorsteenmantel staat mooi keramisch werk van Picasso.

Een oud huis gevuld met iets nieuws. Dat, gecombineerd met de veelheid aan bloemen hier, vormt een fraaie metafoor voor Dior, het modehuis waarvoor Simons tot oktober vorig jaar ontwierp en waar hij verrassend ontslag nam als artistiek directeur van de vrouwenkledinglijn. Simons zorgde voor een trendbreuk en sluisde moderne verwijzingen en zelfs moderne kunst binnen in het traditionele huis. En toen, na drieënhalf jaar, was hij plotseling weg.

Het appartement kwam samen met de job bij Dior, maar is gebleven. Simons woont er samen met zijn Franse vriend, met wie hij een jaar een koppel vormt. En dat het handig is, een flat in Parijs. Simons houdt al 21 jaar shows van zijn eigen mannenmode in Parijs. Hij is niet zo lang geleden 48 geworden, vierde zijn verjaardag een week voor zijn herfstmodeshow. Simons is een winterkind, net zoals Monsieur Dior en Cristóbal Balenciaga. Met die laatste heeft hij ongetwijfeld het meest gemeen: Balenciaga was een gedreven modernist met een spartaanse esthetiek en een voorliefde voor complexe constructies. Balenciaga daagde zichzelf voortdurend uit, heeft revoluties ontketend. Simons ook.

Al kiest hij er nu voor dat niet meer te doen met haute couture voor vrouwen, maar met prêt-à-porter voor mannen. Het is een minder voor de hand liggend pad, wat misschien verklaart waarom hij tien jaar lang redelijk onder de radar bleef nadat hij in 2005 werd aangesteld als ontwerper van het Duitse modelabel Jil Sander. Vrouwenmode stelt mannenmode nu eenmaal in de schaduw wat verkoop, persbelangstelling en aantal modeshows betreft. De relatieve onbekendheid had absoluut niets te maken met een gebrek aan talent of een gebrek aan respect binnen het wereldje.

"Mannenmode is anders dan vrouwenmode", zegt Simons. "Ik vind dat jammer. Voor mij was het altijd een onderzoek. Mijn merk heeft nooit gestaan voor de klassieke kleerkast, wat de meeste andere merken wél doen. Dan geven ze dat een draai, met styling. We zijn zo ver geëvolueerd..."

Hij zwijgt, zucht. "En de mannenmode is nog altijd..." Hij zwijgt en zucht opnieuw. "Ik probeer al twintig jaar. Ik zou willen dat ze even ver zou staan als de vrouwenmode."

Waarmee hij bedoelt dat hij zou willen dat er meer ontwerpers als hij waren, die bereid zijn mannenmode een nieuwe identiteit te geven zoals ze dat ook doen voor de vrouwenmode. Niet dat ook de mannenmode per se elk seizoen op zijn kop gezet moet worden, maar wel dat ze uitbreekt uit het keurslijf van trui, broek, overjas en ondergoed. De kleerkast van mannen is enorm hard opgedeeld in vakjes. Simons wil tussengebieden verkennen. Hij wil kleren maken die nooit eerder gezien zijn, en niet zomaar het zoveelste witte hemd.

Door dat te doen, is hij wellicht de belangrijkste ontwerper van mannenkleding ter wereld geworden. Hij heeft de manier waarop mannen zich kleden - en zich willen kleden - fundamenteel veranderd. Simons injecteerde halverwege de jaren 90 cultmotieven in mannenkleren, lang voor anderen dat deden. Zijn ontwerpen roepen sociaaleconomische zeden op, ideeën over waarde en waarden, complexe codes van mannelijkheid, jeugdige rebellie. Ze dagen het status quo uit, nemen het vaak op voor de verworpenen. Ze beïnvloedden generaties van ontwerpers die zijn voorbeeld volgden, en ze veranderden de manier waarop zijn voorgangers hun job uitoefenden. Hij heeft het landschap van de mannenmode gewijzigd. Ook al merk je zijn impact niet, hij is er wel degelijk.

Beeld Wirimage

Liefde op het eerste gezicht

Simons komt uit een praktisch ingesteld nest. Zijn vader was militair, zijn moeder poetsvrouw. "Ik heb geen culturele achtergrond. Mijn ouders hadden absoluut niets met dingen die enigszins cultureel waren." Hij werd geboren in het Limburgse Neerpelt, een dorp met zo'n 8.000 inwoners.

"In ons dorp was er geen bioscoop, geen museum, geen kunstgalerie, geen boetiek. Ik had geen toegang tot dingen waartoe ik me aangetrokken voelde: kunst, maar ook mode."

Simons studeerde vijf jaar industriële vormgeving in Genk, in 1991 haalde hij zijn diploma. "Ik raakte gefrustreerd", zegt hij. "Ik stortte me op meubelen. Ik wist dat ik naar Italië moest, want daar waren de producenten: Cappellini, Cassina... Maar ik had het gevoel dat dat buiten mijn bereik lag. Ik kwam terecht bij een kleine galerie. Ze verkochten weleens iets, maar ik kon er niet van leven. En mijn vader zei..." Simons haalt zijn schouders op. Je kunt je de conversatie zo voorstellen.

Hij was toen al verliefd geworden op de modewereld, nadat een vriend van hem, ontwerper Walter Van Beirendonck, hem had meegenomen naar Parijs om werk te zien van een andere jonge Belgische ontwerper, Martin Margiela. De modeshow vond in 1990 plaats in een speeltuin, de kinderen speelden met de mannequins. Simons voelde een directe emotionele betrokkenheid. "Het was een fractie van een seconde, een plots inzicht: dit is helemaal niet oppervlakkig, dit draait niet alleen om glamour en feestjes. Het was anders." Simons wordt weer emotioneel als hij over die show praat.

Kort daarna ontwierp Simons een paar nauw aansluitende zwarte pakken en dito mouwloze hemden die leken op schooluniformen. Hij deed het om indruk te maken op Linda Loppa, die toen directeur was van de Modeacademie in Antwerpen, in de hoop dat ze de 26-jarige zou uitnodigen om les bij haar te volgen.

Die auditiekleren werden de eerste collectie van Simons. Loppa stimuleerde hem niet om les te volgen, maar raadde hem aan een zaak op te starten. "Ik toonde het aan Linda en zij stuurde me door naar een agent. Ik reed ermee naar Milaan, de kleren letterlijk weggestopt in de koffer van mijn auto. Het liep heel anders dan ik in gedachten had." Simons klinkt nog altijd verbaasd als hij het vertelt. "Hij verkocht het aan zeven of negen klanten, ik herinner me het niet precies meer. Japanse klanten. En ook Barneys in dat eerste seizoen. Ik dacht: hoe ga ik dit in godsnaam doen? Ik had geen tijd om te denken, ik moest een bedrijf uit de grond stampen."

Aanvankelijk zou Simons de lijn tekenen met twee vriendinnen. Toen die er de brui aan gaven, concentreerde hij zich op mannenmode. "Ik begon dingen voor mezelf te ontwerpen", herinnert hij zich. "Het was een heuse onemanshow. Ik maakte uiteindelijk 40 tot 50 mannendingen."

Simons haalt pragmatisch de schouders op. "Het plan was niet te beginnen met een mannencollectie, het plan was een collectie tout court. Om kleren te maken voor een specifiek publiek." Dat publiek was hijzelf - zijn vrienden, zijn generatie.

Beeld Wirimage

Mode & muziek

Simons vertelde me ooit dat hij kleren voor 'kids' wilde maken. Ik was in de war en vroeg hem of hij kinderkleren bedoelde. Hij lachte. "Nee, ikzelf en de kids rondom me. Ik wilde gewoon een publiek vinden, hoe klein dat ook was, van mensen die echt het gevoel zouden krijgen: dit is iets waarmee ik me verbonden voel, iets waarvan ik graag deel zou uitmaken."

Vaak draaide het om muziek, een obsessie die Simons herhaaldelijk vertaalde in zijn collecties. Hij heeft kleren ontworpen geïnspireerd op New Order, Joy Division, Manic Street Preachers. Voor zijn show voor de herfst van 1997 kleedde hij zijn modellen als Kraftwerk en speelde hij hun muziek als soundtrack.

Niemand had het hem voorgedaan, de combinatie van muziek en mannenkleren als publieke verkenning van de eigen subcultuur als tiener. "Het had niets te maken met mode, alleen maar met muziek", zegt Simons. Hij heeft het over zijn leven als 13-, 14-jarige. "De jaren van Duran Duran, Anne Clark, Depeche Mode. De dingen die ik beleefde toen ik uitging. Een fantastische tijd. Maar geen mode. Geen mode zoals we mode tegenwoordig definiëren. Geen mode die verband hield met modeontwerpers en modemerken en modehuizen."

De mode ontmoet niet alleen de muziek in het werk van Simons, ze ontmoet ook beeldende kunst. Hij is een fervent verzamelaar. Ik zag hem ooit op de kunstbeurs Frieze in Londen. Hij was volledig verdiept in zijn eigen kleine wereld, catalogus geklemd in de hand, belust op kopen. De hedendaagse kunstwerken in zijn appartement vormen zowat een staalkaart van de inspiratiebronnen en instincten die zijn carrière aangevuurd hebben. De keramiek van Picasso bijvoorbeeld gaf inspiratie voor zijn ultieme vrouwencollectie in zijn tijd bij Jil Sander, waar Simons zeven jaar werkte en zowel mannen- als vrouwenmode ontwierp. Toen hij in 2012 bij Dior kwam, bevatte zijn eerste collectie een zijden jurk waarin niet de traditionele Dior-bloemen verweven waren, maar een met een spuitbus geschilderd werk van zijn goede vriend Sterling Ruby, een kunstenaar uit Californië.

"Ik was niet bijster in kunst geïnteresseerd voor ik naar de hogeschool ging", zegt Simons. "Ik was allesbehalve bezeten door kleren. Maar al op jonge leeftijd begon ik kunst te bekijken op een manier die mijn interesse wekte."

Op z'n 18de bezocht hij de grensverleggende expo Chambres d'Amis van Jan Hoet, waarvoor vijftig kunstenaars uit Europa en Amerika werk creëerden en tentoonstelden in privéhuizen in Gent. Je kon een treinticket kopen, een lijstje raadplegen van de deelnemende huizen en kunst zien. Wat Simons dus deed.

"Het was overrompelend", zegt hij. "Je ging een huis binnen en daar stond dan een Joseph Beuys. Ik voelde me op slag enorm aangetrokken tot kunst. Ik had er meteen voeling mee. Het was niet iets afstandelijks."

Beeld Wirimage

Sterling Ruby

Simons draagt een grofkatoenen hemd, het oogt als een werkmansuniform. Het is Yves Klein-blauw, bewerkt met bleekwater. Ook dit is werk van Sterling Ruby. In dit geval leverde hij niet alleen de inspiratie, maar werd het stuk samen met de kunstenaar gecreëerd, voor een collectie uit 2014.

Voor die herfstcollectie vormde Simons een echt team met Ruby, de naam van de kunstenaar stond op het label. Op die manier toonde hij hoe een echte samenwerking, een buitengewone fusie van de mode- en kunstwereld, eruit kan zien. Door de band zijn zulke samenwerkingen slordige, eenmalige vrijages, die niet meer opleveren dan wat grafische dingen op kleren en handtassen of op T-shirts met de integriteit van rockbandmerchandise. Voor de Raf Simons/Sterling Ruby-collectie reisden stalen, beelden en begeleidende teksten heen en weer de Atlantische Oceaan over.

De uiteindelijke kleren leken op schilderijen van Ruby, beklad met verf en bedrukt met slogans. Ruby's werk onderzoekt mannelijkheid, stedelijke ruimte, geweld. Afval, verloedering, maatschappelijk onbehagen: allemaal ideeën die de ontwerpen van Simons inspireren. Waarnemers waren onder de indruk. Dat een talent als Simons een deel van zijn creatief auteurschap uit handen gaf, was zonder meer verbluffend.

Dior komt weinig ter sprake, ook al stak hij een paar jaar massa's energie in het huis. Dat komt gedeeltelijk doordat Simons geheel opgaat in zijn mannenkleding. Maar waarschijnlijk is hij het ook wat beu geraakt over Dior te praten. Toen ik hem interviewde na de tweede cruiseshow voor Dior in New York in 2014 zei hij dat hij net 23 interviews op rij had gedaan. "Dat was echt absurd", murmelde hij.

Simons aanvaardde plichtbewust de verantwoordelijkheden die de meest prestigieuze job in de mode met zich brengt. Nu hij zijn eigen lijn ontwikkelt, is hij introspectiever geworden. In de afgelopen twee jaar waren zijn collecties heel persoonlijk. Eén was letterlijk geplaveid met aaneengeschakelde beelden van Simons' verleden: een pasfoto van de ontwerper als tiener, een foto van zijn ouders, een Japanse houtsnede (Simons is een cultfiguur in Japan, waar hij twee winkels heeft). Een latere collectie met lange witte jassen beklad met graffiti was geïnspireerd op ontgroeningsrituelen bij studenten.

Beeld Wirimage

Liefde voor Margiela

Simons heeft ook het klassieke defilé overboord gegooid. Hij deed het publiek rechtop staan als de modellen voorbijwandelen. Voor zijn recente herfstshow bouwde hij een kronkelend labyrint van houten vlakken, waarrond pers en kopers zich moesten verdringen om de haastig voorbijschrijdende modellen te zien.

Simons vertelde me dat de show over Martin Margiela ging, over zijn herinneringen aan en zijn verwantschap met de ontwerper die hem inspireerde om in de modewereld te gaan. Net zoals Margiela probeert Simons ons iets te doen voelen: verrassing, shock, misschien zelfs droefheid. Het is niet autobiografisch. Hij vertelt ons niet wat op een bepaald moment in zijn leven gebeurd is. Hij verbeeldt hoe hij zich voelde, en probeert ons hetzelfde gevoel te geven.

De laatste show van Raf Simons voor Dior.Beeld Getty.

Ik vraag hem of zijn show met Sterling Ruby hem dat zetje gaf om de persoonlijke toer op te gaan. "Ik denk dat het meer te maken heeft met het feit dat ik dat andere aan het doen was", zegt Simons. Hij bedoelt Dior. "Iets waar je je nooit helemaal bewust van bent - of misschien iets waar je je net wel heel bewust van bent - maar waarover je nooit echt nadenkt: het feit dat het je ding is. Het is waarmee ik begonnen ben, wat me bepaalt."

Bij Dior brachten de kleren hulde aan de 'codes' van het merk. Nu vijlt Simons al twee jaar aan de identiteit van zijn eigen label. "Als je creatief directeur van een ander merk wordt, besef je hoe verschillend die twee zijn. Je kunt je te pletter werken en er heel veel van jezelf in stoppen, maar het is niet hetzelfde. Ik stond er niet echt bij stil, maar ik merk dat ik mijn eigen merk bijna in bescherming neem. Ik wil dat het trouw is aan zijn eigen verleden, aan mijn verleden, aan mijn wezen..." Hij fronst zijn dikke wenkbrauwen. "Ik heb er eigenlijk nooit over nagedacht."

Ik herinner me iets wat hij zei meer dan een jaar voor hij Dior verliet. "Als je creatief directeur van een gigantisch instituut wordt, denk ik dat je binnenkomt en vroeg of laat weer buitengaat. Ik heb nooit de houding gehad dat dit huis staat of valt met mij. Mijn merk, oké, maar niet Dior of Jil Sander. Ik ervaar het niet als iets dat ik van mezelf moet maken. Het is niet van mij."

Simons' eigen lijn is wel degelijk van hem en van hem alleen. Ze weerspiegelt niet alleen zijn specifieke interesses en zijn persoonlijke voorkeuren, maar ook het moment waarop elk ontwerp ontstaat. Het eerste is redelijk normaal. Als een ontwerper geobsedeerd is door 18de-eeuwse kunst of de ontwerpen van Ettore Sottsass voor Memphis (zoals tegenwoordig wel meer mensen), dan ga je dat gegarandeerd zien op de catwalk. Maar het tweede is niet zo vanzelfsprekend. De kleren van Simons hebben een culturele resonantie die maar weinig modeontwerpers ooit hebben bereikt.

De gemuilkorfde mens

In 2001 creëerde hij twee collecties die duidelijk verwezen naar de rampspoed in de wereld: schietpartijen op scholen, guerrillaoorlogen, antikapitalistisch protest, het geweld rond de G8-top in Genua. Ze kwamen voor 9/11 maar oogden griezelig visionair.

Over zulke dingen hoor je niet te praten in de mode. Maar in het beste geval vangen ontwerpers de tijdgeest en maken ze kleren die het moment waarop ze werden ontworpen weerspiegelen. Dior deed dat in 1947, toen zijn New Look de fantasieën en spanningen reflecteerde van een naoorlogse mode-industrie die vrouwen aan het dromen wilde krijgen over terugkeren naar huis. Simons doet dat ook. Zijn kleren staan voor de gemuilkorfde mens, voor jeugdige onrust, voor chaos in de buitenwereld. Dat is waarom hij zich harder aangetrokken voelt tot de kunst dan tot de mode. Hij is bezig met het zware werk.

Velen interpreteren de kleren van Simons als kleren van agressie: rebellie, opstand. Hijzelf noemt het bescherming. "Als je je kwetsbaar voelt, als je veel vragen hebt", zegt hij. Simons had twaalf maanden niet ontworpen toen hij die shows opzette. Hij onderzocht andere projecten, redigeerde een nummer van het Britse magazine i-D en probeerde erachter te komen of hij nog wel met mode bezig wou zijn. "Ik had een haat-liefdeverhouding met mode", zegt hij voorzichtig. "Op een bepaalde manier was ik er bezeten door, op een andere haatte ik het."

Ik vermoed dat Simons gefrustreerd was door de oppervlakkigheid van de mode - zijn fascinatie ontstond toen hij getuige was van een show van Margiela en mode zag als iets emotioneels en niet als iets louter uiterlijks. En dan was er nog het tempo en de complexiteit van de modebusiness. "Het is niets voor mij, dat presteren, presteren, presteren", zegt Simons. "Ik was constant aan het denken: wat kan ik doen, hoe gaat dat overkomen, hoe kunnen we reageren, hoe gaan zij reageren...? Het draaide allemaal om timing en producten en presteren die laatste jaren. Ik was alsmaar aan het dóén."

De avond valt, de brede ramen in Simons' appartement worden donker. Het is koud. Hij trekt een trui aan, van Miuccia Prada, een ontwerper die hij bewondert, de enige van wie ik hem kleren heb zien dragen naast zijn eigen ontwerpen. Je krijgt de indruk dat Simons op een bepaalde manier de mode nog altijd haat. Het tempo, de meedogenloze opeenvolging van seizoenen, de ingebouwde gedateerdheid. Zijn werk lijkt daartegen te vechten. Hij verkoopt aan een paar winkels, maar het creatieve aspect is belangrijker dan het commerciële. "In economisch opzicht is het een klein merkje, maar het is mijn kindje", zegt Simons. "De mensen vragen me: 'Waarom geef je het geen zetje, maak je het niet groot?' Maar nee, ik vind het goed zoals het is. Misschien klinkt dit pretentieus. Ik weet dat ik dit kan doen omdat ik het ben: me op een bepaalde manier opstellen bij huizen, dingen doen in de marge. Tegenwoordig dicteert de economische wet dat je constant moet uitbreiden om meer omzet te draaien. Het is niet dat ik daartegen ben. Het zou mooi zijn als we konden groeien. Maar dat mag nooit ten koste gaan van de identiteit."

Door de beperkte omvang van zijn eigen label is het misschien noodzakelijk voor Simons om ook elders aan de slag te gaan als creatief directeur, naar eigen zeggen om zijn eigen zaak veilig te stellen en zich vrij te kunnen blijven uiten. Er circuleren geruchten dat hij binnenkort naar Calvin Klein gaat. Het lijkt een bizar idee: de erg Europese Simons die naar New York zou trekken. Maar toch: als hij naar een ander gevestigd label trekt, dan wordt dat wellicht iets totaal verschillend dan zijn vorige werkgevers. "Ik had de uitdaging nodig", zegt hij over zijn vertrek naar Dior. "Jil is een nichemerk. En ik denk niet dat het een uitdaging was geweest naar een ander nichemerk te trekken. Het gaat niet alleen om de stijl, het gaat niet alleen om de esthetiek. Het gaat er ook om welke plaats het bezet in de modewereld, hoe mensen ernaar kijken, hoe het bekritiseerd wordt, en hoe het communiceert met zo veel verschillende vrouwen."

Gezien Simons' frustraties over de mannenmode is een vrouwenlijn niet uitgesloten. "Soms zie ik zelfs geen mode in mannenkleren", mompelt hij. "Ik zie kleerkast. Elegant, mooi, soms ook modern. Mooi uitgevoerd. Maar het raakt me niet. Als je ziet hoe de maatschappij evolueert, dan lijkt de uitvoering me niet de grootste uitdaging. (korte stilte) Ik vraag me gewoon af waarom niet meer mannenmode zich opdringt en verantwoordelijkheid opneemt. Zodat mannen zich op dezelfde manier kunnen uiten als vrouwen."

Simons stelt constant ter discussie. Hij doet dat bij het spreken, hij doet dat met zijn kleren. Traag, methodisch, volhardend, vaak klinisch. Waarom zijn dingen zoals ze zijn? Kan het anders? Moet het anders? Zullen we het proberen? Rustige, eenvoudige vragen, keer op keer herhaald. Simons lijkt een beetje moe als hij mij die vragen stelt; misschien is hij uitgeput door al dat duwen en trekken, dat provoceren, door prachtige mannenkleren te maken terwijl anderen maar wat doen.

Ik hoop maar dat mijn indruk fout is. Omdat Raf Simons in een wereld vol rommel dingen creëert die ertoe doen. Hij verzet bakens. Hij doet je met frisse ogen kijken naar de wereld en, nog belangrijker, naar jezelf.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234