Donderdag 01/10/2020

Raf Schyvens, het aanhangsel van een geheim akkoord

Schyvens heeft twee ondervragers in de gevangenis. Behalve kapitein Al-Dali is er ook luitenant Khalid al-Salah, zijn slaafje, dat in tegenstelling tot hemzelf wel Engels spreekt. Schyvens breekt bijna onmiddellijk tijdens de verhoren. Half december 2000 vertellen zijn ondervragers hem dat ze bewijzen hebben dat hij Bill Sampson en Sandy Mitchell heeft horen praten over een bomaanslag en dat hij de avond van de aanslag, op vraag van Sampson, een bom heeft geplaatst onder de auto van Steve Coughlan. "Ik zei natuurlijk neen, dat klopt niet. Maar dan herhalen ze, slaan ze met een vuist op tafel en beetje voor beetje drijven ze je met die intimidaties en psychologische druk naar een bekentenis. Op een bepaald moment, uren later, zei ik plots ja. En ik schrok van mezelf. Want ik begon echt te denken dat ik misschien wel iets had gedaan. Onbewust, tijdens een black-out."

Na het verhoor kan Schyvens zich koesteren in de complimenten die hij krijgt van zijn beulen. Hij zou beloond worden voor zijn medewerking, zeggen ze hem. Wanneer Schyvens zijn bekentenissen wil intrekken, wordt de druk weer opgevoerd en beginnen de bedreigingen opnieuw. "Zo werd ik uit mijn cel gehaald, geboeid en geblinddoekt in het midden van een kamer gezet. Dat is echt gekmakend. Al-Dali kwam dan binnen en begon plots met stokken op de muren begint te slaan. Je weet niet wat er aan de hand is, de angst is immens. Een andere keer werd de deur van de kamer met opzet opengelaten. Dan hoorde ik kloppen, zweepslagen en mensen kermen van de pijn. Later vernam ik dat Bills voeten op dat moment werden bewerkt met een zweep. Dat was eigenlijk de grootste foltering: weten dat ik mijn vrienden dat heb aangedaan. Een keer moest ik urenlang op een been staan met de armen omhoog. Dat was toen ik mijn verklaring weer wilde intrekken."

Schyvens verschijnt precies twee keer voor een rechtbank: begin januari en begin september 2001. De eerste keer om een bekentenis te bevestigen, de tweede keer om zijn spijt te uiten. Schyvens heeft dan al een eigenhandig geschreven bekentenis opgesteld. "Vijfentwintig bladzijden dik, ondertekend met zijn duimafdruk, waarin ik zei dat Bill en Sandy de aanslagen hadden gepland en twee Britse diplomaten de organisatoren erachter waren. Dan vraag je je natuurlijk af: onschuldig en toch al die bladzijden volgeschreven? Ik weet het. Absurd." Hij zwijgt even. "Maar ik was volledig gebroken."

Een advocaat ziet hij pas na zijn tweede verschijning voor de rechter. Wat die voor hem nog kan doen, is niet duidelijk, want in april 2003 krijgt Schyvens zijn straf te horen: acht jaar cel. Hij staat er beter voor dan de anderen, ook al omdat de feiten waarvan hij beschuldigd was lichter waren. Bill Sampson en Sandy Mitchell krijgen de doodstraf door onthoofding, de andere vijf krijgen achttien jaar. Voor Raf Schyvens begint dan het aftellen. Hij hoopt dat koning Fahd zijn genadeverzoek zal ondertekenen.

Waar Raf Schyvens niet van op de hoogte is, tussen de vier muren van zijn cel, is dat er op diplomatiek vlak een en ander begint te bewegen in het najaar van 2002. De aanslagen van 11 september hebben de Saoedi's een slechte naam bezorgd: het merendeel van de daders is van Saoedische afkomst, om nog maar te zwijgen van hoofdverdachte Osama bin Laden. In Guantánamo Bay, waar de VS een gevangenis hebben gemaakt voor terrorismeverdachten, groeit het aantal Saoedi's zienderogen. Op een gegeven moment is een vierde van de zeshonderd gevangenen van Saoedische afkomst. Het zint de Saoedische autoriteiten en de bevolking niet, al die opgesloten landgenoten. Aan de andere kant van de oceaan maken de Amerikanen zich andere zorgen over Saoedi-Arabië. Halverwege 2002 bereiden de VS zich voor op een invasie van Irak, maar de Saoedi's hebben zich gekant tegen een oorlog. De Saoedische steun is voor president Bush van cruciaal belang in de regio.

De Britse premier Blair, de belangrijkste bondgenoot van de VS in de aanval op Bagdad, krijgt ondertussen bakken kritiek over zich heen in verband met zijn gebrekkige behandeling van het dossier van de Britse gevangenen in Riyad. Het lijkt eerst vergezocht, maar de optelsom wordt in diplomatieke kringen snel gemaakt: de Saoedi's krijgen een aantal gevangenen uit Guantánamo, de Britten krijgen de gevangenen in Riyad en de Amerikanen de steun van de Saoedi's in de oorlog tegen Irak.

In juli 2002 trekt een Saoedische delegatie naar Guantánamo Bay om de toestand van de gevangenen daar te inspecteren. Een maand later starten de onderhandelingen voor de geheime deal, met in een van de leidende rollen de Amerikaanse ambassadeur in Riyad, Robert Jordan. Het Pentagon en de CIA staan huiverig tegenover de vrijlating van Guantánamo-gevangenen en ook de Saoedi's zien een akkoord aanvankelijk niet zitten. Dat er toch een deal uit de bus komt, wordt gezien als een knap staaltje van diplomatiek overleg.

In februari 2003 is het akkoord rond en in maart 2003 krijgen de gevangenen in Riyad genade van koning Fahd. De Saoedi's van Guantánamo worden in mei overgevlogen. Om de deal niet te laten opvallen, is afgesproken dat de westerlingen in Riyad enkele maanden later mogen vrijkomen. Ook de Belgische ambassade is op de hoogte van de overeengekomen gevangenenruil. Op 12 juli 2003 vertrekt vanuit de ambassade een bericht naar België waarin de gevangenenruil letterlijk wordt omschreven.

Raf Schyvens zit in zijn cel in de Al-Hair-gevangenis en weet niets van een overeenkomst. De maanden kruipen voorbij. Een keer per maand krijgt hij bezoek van de Belgische ambassade. Zijn twee ondervragers vormen zijn sociaal leven. In maart 2003 zegt kapitein Al-Dali plots tegen hem dat zijn genadeverzoek is goedgekeurd. Het is nu wachten op de vrijlating. Die komt er op 7 augustus. "Ik dacht dat ik de enige was die zou worden vrijgelaten. Omdat mijn straf de lichtste was vond ik het heel vreemd dat de anderen ook vrijkwamen."

De acht mannen worden vrijgelaten, op enkele uren tijd van elkaar. Schyvens krijgt een vliegtuigticket naar Parijs. In de auto op weg naar de luchthaven, beseft hij nog niet helemaal wat er gebeurt. "De Belgische ambassadeur zat bij me en praatte, maar ik kon maar met een half oor luisteren. Het is toen dat hij me vertelde dat ik vrijgekomen was door de Guantánamo-deal. Ik had zoiets van: ah ja, oké. Ik vond het eigenlijk veel erger dat ze op mijn vliegtuigticket Maria R. hadden gezet, in plaats van Schyvens R.

Het verhaal van de geheime deal en het document, dat voorlopig het enige is waarin wordt verwezen naar de overeenkomst, lekte afgelopen week uit, onder meer in deze krant. Vooralsnog is er geen officiële reactie van de Britten of de Amerikanen. "Nu besef ik wel dat ik bij toeval ben vrijgekomen, als een appendix van een geheime deal tussen Amerikanen, Britten en Saoedi's."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234