Zaterdag 08/08/2020

Raf Renard (1911-2002), coarchitect van de taalgrens, overleden

België/Belgique: verdeel en beheers

'Où va la Belgique?', verzuchtte minister van Binnenlandse Zaken Arthur Gilson op 31 oktober 1961. 'Zullen we het land laten verscheuren?' Zijn eergisteren ontslapen adjunct-kabinetschef Raf Renard tekende mee de taalgrens uit. Een grens om de Belgen bij elkaar te houden.

1961. België broeide. De kater van het debacle in Kongo zinderde nog na. Het oproer over de eenheidswet van de regering-Eyskens was nog maar net gaan liggen. En ook de Tweede Wereldoorlog kleurde nog altijd af op de verhoudingen tussen Vlamingen en Franstaligen. Sinds het interbellum werden elke tien jaar de koppen geteld, en genoteerd welke taal ze spraken. Of zeiden te spreken, want wie in 1947 moest antwoorden op de vraag 'welke taal spreekt u thuis?' (of , echt waar, voor de doofstommen: 'in welke taal denkt u?'), dacht wel twee keer na. Zeker op het platteland waar de taalgrens sinds eeuwen velden en gehuchten doorploegt. Frans was een taal, Vlaams was nog geen Nederlands. En ook een beetje verbrand, door de oorlog. Wettelijke gelijkheid was er inmiddels al, maar dat zegt natuurlijk niets over de status van de twee landstalen.

En het is met die realiteit dat les petits Belges dag in dag uit moesten leven. Vlamingen van Komen tot Voeren kregen bij die talentellingen niet zelden van de plaatselijke champetter te horen dat, als ze 'Vlaams' antwoordden, hun kinderen misschien wel eens van Frans onderwijs verstoken zouden kunnen blijven. En waar kwam je in dit land, de wereld, zonder de taal van Voltaire? Hoe dat ging? In Voeren bijvoorbeeld als volgt, zoals Raf Renard het zich vorig jaar nog herinnerde: "De Voerenaars gingen werken in Luik, en ze vreesden voor hun werk als ze zouden zeggen dat hun moedertaal Vlaams was. Een van de burgemeesters daar was een kasteelheer met veel gronden en invloed. Die oefende veel druk uit op het volk."

België was labiel. De wet van 28 juni 1932 op 'het gebruik van de talen in bestuurszaken' koppelde het taalregime van gemeenten aan de uitslag van de talentellingen. Een onzeker lot voor de gemeenten op de taalgrens en de talentellingen werden, a fortiori na de oorlog, fel gecontesteerd. De roep om de taalgrens vast te leggen groeide, de voor 1960 geplande talentelling kwam er niet meer. Premier Theo Lefèvre (CVP/PSC) toonde zich ongerust over dat hij "klimaat van extremisme". En zolang het onevenwicht in de taalverhoudingen voortduurde, bleef elk politiek debat vergiftigd. Vrije keuze - het Franstalige argument dat altijd opdook, en nog altijd in de rand rond Brussel - veronderstelt dat er kan worden gekozen tussen evenwaardige entiteiten. Om het land tot rust brengen, moest de taalgrens worden vastgelegd.

Ook voor de lieve rust wilden Lefèvre en zijn minister van Binnenlandse Zaken Gilson tegelijkertijd zo weinig mogelijk raken aan de bestaande toestand. En zo kwam het dat in het eerste wetsontwerp van de taalgrens 25 gemeenten geruisloos verhuisden van provincie, en tientallen gehuchten van Vlaamse naar Waalse gemeenten en vice versa. De eentaligheid was op al die plaatsen zo duidelijk, dat er nooit contestatie over geweest is. De steentjes in menige regeringschoen, Komen-Moeskroen en Voeren, zijn er pas later bijgekomen.

"Wij hebben getracht zo weinig mogelijk te wijzigen", zei Raf Renard vorig jaar. "Maar het parlement, de commissie Binnenlandse Zaken, was van het principe 'hoofdzakelijk Waals naar Wallonië, hoofdzakelijk Vlaams naar Vlaanderen'. Dat was de logica van de politiek, maar de logica van de werkelijkheid was anders. Ik herinner mij nog altijd de uitspraak van de burgemeester van Luik over de Voer-dorpen: 'Och, ce sont tous des calotins, laat ze maar naar Vlaanderen gaan'. Wij wilden in 1961 tot een regeling komen op die plaatsen waar bij de talentellingen duidelijk politieke of sociale druk was uitgevoerd." De taalgrens werd feitelijk een politieke grens. "Dat was niet de bedoeling", vertelde Renard. "Dat waren wij niet van plan in 1961. Gilson was voor de eenheid van België, ik ook trouwens en nog altijd."

De paradox is dat de taalgrens Vlaanderen en Wallonië eerst van elkaar verwijderd heeft, maar tegelijkertijd het federalisme mogelijk maakte. De mogelijkheid om op gelijke voet zaken te doen. Het in 1961 ontbrekende evenwicht tussen Vlaams (ondertussen: Nederlands) en Frans is er inmiddels wel. Eerst moest het land een beetje verdeeld worden, om het daarna des te beter te kunnen samenhouden. Renard overleefde uiteindelijk alle Voerense carrousels. Hij mag het meenemen in zijn graf, de gedachte dat hij er met zijn werk mede voor gezorgd heeft dat de Belgen vandaag niet even ver van huis zijn als pakweg de Noord-Ieren.

Filip Rogiers

Een grens om de Belgen bij elkaar te houden

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234