Zaterdag 08/08/2020

Radio, radio

Waarom vragen ze mij eens niet voor Sterren op de dansvloer? Ik zie mij gerust wel zo'n zwoele paso doble neerzetten voor de ogen van die vakjury en eigenlijk ook voor het voltallige Vlaamse volk, of tenminste dat deel daarvan dat op vrijdag niet naar VIER kijkt of naar de parenclub trekt.

Ik zou mij van die hele jury in principe trouwens geen halve apenreet aantrekken. Al zou ik wel een uitzondering maken voor de altijd genuanceerde mening van de schattige Dina Tersago die, als zij ooit zou beslissen om boerin te worden en als dusdanig een man zou zoeken, mij theoretisch gezien altijd kan krijgen, zonder betaling van enige bruidsschat.

"Kunnen dansen of niet is iets wat komt vanuit de heupen en vooral vanuit de enkels", zei een experte mij eens op een oudejaarsfeestje, alwaar ik op de tonen van Steppenwolfs 'Born To Be Wild' mijn innerlijke beest even uitliet. En laten nu net die heupen en die enkels de twee zones van mijn lichaam wezen die nog vrij ongeschonden uit mijn strijd met het leven gekomen zijn.

Ja, natuurlijk voel ik ondertussen de last van de jaren langs alle kanten aan mijn lijf bijten en begrijp ik Leonard Cohen beter dan gelijk wie, wanneer hij zingt: "Yes my friends are gone and my hair is grey / I ache in the places where I used to play." Maar toch borrelt in mij af en toe nog eens de onweerstaanbare drang om de vloer te dweilen met wilde dans.

Het zal er niet meer van komen, denk ik. Hoogstens nog eens kleine soloperformance in de privacy van mijn werkkamer en dan vooral wanneer een zwarte neger van het kaliber van Wilson Pickett of Otis Redding uit de iTunes rolt.

Ik dans ook wel eens in mijn hoofd, zittend, terwijl ik naar de radio luister. De radio is namelijk mijn beste vriendje, al mijn hele leven lang. Toen ik nog een kind was, bracht dat forse houten wolkenkrabbertje al de hele wereld bij ons binnen en droomde ik graag weg bij namen van verre steden als Osnabrück en Bremerhaven die, samen met nog een stuk of twintig anderen, voorkwamen op een groen glasraampje dat ingebouwd was in de voorkant van het ra- diotoestel en waarmee je door een draai met de pols desgewenst een kleine reis door Europa kon maken - ook al belandden wij uiteindelijk toch altijd weer bij die zender aan het Eugène Flageyplein, waar in die tijd alle goeds vandaan kwam.

Radiomensen zijn in de regel meestal ook stille mensen, met ego's die ze goed in toom weten te houden, al zijn daar ook uitzonderingen op. Ze zijn vaak op hun best wanneer je hen hun zin laat doen, wanneer ze niet moeten passen in de sullige regelgeving en de flauwe format-modus die door managers van derde garnituur nu ook het omroepwezen in hun greep hebben.

Als ze behalve bescheidenheid ook nog wat goede smaak en repertoirekennis in huis hebben worden zulke radiomensen algauw stille helden van mij.

Raymond Stroobandt is er zo een. Hij is nog maar een goede week met pensioen maar ik begin hem al te missen bij Radio 1, waar hij vele jaren lang een uitmuntende muzieksamensteller is geweest.

Al moet ik er eerlijk bij zeggen dat ik zijn goede smaak ook zo goed vind omdat die als twee druppels water op de mijne lijkt. En ik heb er alle vertrouwen in dat Raymonds opvolgers straks ook hun talenten zullen ontvouwen over de lege plek die hij nalaat. Als ze maar niet vergeten af en toe iets van The Small Faces te draaien, en niet altijd 'Itchycoo Park', graag.

Ook op de radio heb ik een kwart van een debat gehoord over de vraag of er soms ook iets positiefs te melden valt over de hoofdstad. Ik heb 'ja' gezegd tegen mijn toestel en heb het dan maar uitgeschakeld.

U zult het wellicht niet geloven maar ik krijg een punthoofd van dat soort gekwek. Natuurlijk is er iets positiefs te melden over de hoofdstad, net zoals over Jabbeke trouwens, of Eupen-Malmédy en Zoerle-Parwijs. Dankzij Jan Hautekiet ging het deze keer weliswaar om hoogstaand gekwek, maar desondanks: gekwek.

Omdat ik zin had om iets positiefs te zeggen over de hoofdstad heb ik trouwens gisteren mijn winterjas aangetrokken en ben ik naar het verre Elsene getrokken.

Ver van de winkelstraten blijf ik - ik mag mij graag bewegen in de stille straten tussen het Fernand Cocqplein en het Museum van Elsene. Een dorp in de stad, eigenlijk, met niets dan lage, lichtelijk armoedige huizen die volgens mij in onze literatuur alleen nog maar beschreven zijn door Jan Walravens. Ik ging er vroeger graag eten bij een Portugees die soep, hoofdgerecht, dessert en koffie serveerde voor 100 frank en zich op een dag uitvoerig en bijna in tranen excuseerde omdat hij van zijn boekhouder de prijs voor zo'n maaltijd moest optrekken tot 110 frank.

Maar gisteren was ik er voor iets anders. Ik ben er in dat wonderlijke Museum van Elsene naar de tentoonstelling Belgische kunst - een moderne eeuw gaan kijken, met vrijwel niets dan topwerken uit de collectie van Caroline en Maurice Verbaet.

Ik word er meteen verliefd op La petite fille au chou van Firmin Baes en kijk met vertedering naar Trois soeurs van de in Brussel alleen als straatnaam bekende Léon Frédéric. Beelden en beeldjes van Rik Wouters, Jozef Cantré, Georges Minne en Oscar Jespers snoeren me de mond. Een Spilliaert die ik niet ken, hangt verschrikkelijk mooi te zijn naast een lieflijk luchtvaarttuig van Panamarenko.

En ik, die nooit ies begrepen heeft van abstract, sta daar in Elsene vol bewondering naar werk van Jules Schmalzigaug, Luc Peire en Henri Michaux te kijken.

Buiten begint een hond te hoesten en valt de eerste sneeuw. Door en door blij ben ik dat ik hier sta en niet in Aleppo, een stad waar ook zelden iets positiefs over gemeld wordt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234