Zondag 25/10/2020

Reportage

Radicalisering counteren in Brussel: ‘Jongeren tonen dat er meer dan één waarheid is’

Met klas- en individuele gesprekken probeert islamoloog en radicaliseringsexpert Montasser AlDe'emeh voeling te krijgen met wat er leeft bij de Brusselse jongeren.Beeld Aurélie Geurts

Een tienjarige die tegen een klasgenootje zegt dat hij naar de hel gaat omdat hij hesp eet. Of neen-schuddende leerlingen wanneer het in de les biologie over Darwin gaat. In hun boek ‘In dialoog’ geven islamoloog en radicaliseringsexpert Montasser AlDe’emeh en expert religieus recht Werner de Saeger scholen concrete handvaten om hiermee om te gaan.

Of ze ongerust zijn over hun toekomst, vraagt Montasser AlDe’emeh (31) aan een groepje meisjes van het zesde jaar Verzorging van het Technisch Atheneum Jette. “Niet echt”, klinkt het eerst wat verbaasd. Maar naarmate het gesprek vordert en hij van koetjes en kalfjes overgaat naar gerichtere vragen, blijken er wel degelijk een hoop zorgen te leven binnen de groep. Dat het leven nog duurder dreigt te worden bijvoorbeeld. Dat ze niet altijd weten hoe ze school, werk en meehelpen thuis gecombineerd moeten krijgen en vooral, dat er door de hele coronacrisis en alle maatregelen op school nog minder tijd is voor een echt gesprek.

Montasser AlDe’emeh voerde de afgelopen vier jaar vrijwel dagelijks dergelijke gesprekken met jongeren uit de 35 basis- en 17 secundaire scholen van de Scholengroep Brussel. Op vraag van leerkrachten en directies zelf, omdat ze merken dat hun job steeds moeilijker wordt. Als Nederlandstalige scholengroep van het Gemeenschapsonderwijs in Brussel merken ze dat hun populatie almaar diverser kleurt, wat betekent dat er een mengelmoes aan nationaliteiten, religies en culturen samenvloeit in hun schoolgebouwen. Bij veel leerlingen is het Nederlands maar de derde of zelfs vierde taal. 

“Van de 600 leerlingen op deze school, hebben 500 een zogenaamd GOK-statuut (voor gelijke onderwijskansen, red.)”, zegt directeur Chris Pijpen (64) van het Technisch Atheneum Jette. “Dat wil niet zeggen dat ze allemaal in armoede leven, maar bijvoorbeeld ook dat de mama geen diploma secundair onderwijs heeft. Vaak betekent dat een lage schoolbetrokkenheid van de ouders. Want iets wat je zelf niet kent, is heel moeilijk om op te volgen.”

Komt nog bij dat, net als in vele andere Brusselse Nederlandstalige scholen, het overgrote deel van zijn leerkrachten niet uit Brussel komt. En dus weinig voeling heeft met de leefwereld van de jongeren.

Niet dat de school dit allemaal lijdzaam ondergaat. Er wordt hard ingezet op een sterke leerlingenbegeleiding en ook de ouders worden op alle mogelijke manieren betrokken bij het schoolgebeuren. Zo worden er verwendagen voor mama’s georganiseerd in de opleiding Verzorging, waardoor ze een beter zicht krijgen op wat hun kinderen er precies leren.

Kritisch leren denken

De situatie was al behoorlijk complex, maar na de aanslagen in Parijs in 2015 kwamen daar nog nieuwe problemen bovenop: een groeiende polarisering en vooral, een schrik dat de moslimleerlingen zouden radicaliseren. “Het was onze toenmalige algemeen directeur, Jacky Goris, die besloot in te grijpen”, legt Marleen Cuykx (60), algemeen secretaris van Scholengroep Brussel, uit. “Hij merkte dat er binnen het lerarenkorps meer kennis nodig was over de islam en organiseerde verplichte nascholingen voor alle personeelsleden. Na de aanslagen in Brussel en Zaventem van maart 2016 merkten we dat er nog meer ondersteuning vereist was. En dus trokken we Montasser AlDe’emeh aan, die al als vrijwilliger bij ons aan de slag was, om op structurele basis klasgesprekken te houden in onze scholen. Leerkrachten en directies konden ook een interventie vragen wanneer ze problemen vermoedden.”

AlDe’emeh is islamoloog en jihadismeonderzoeker. Maar hij is ook ervaringsdeskundige. Hij is zelf van Palestijnse origine, beseft maar al te goed dat het als kind van twee werelden moeilijk is om je eigen identiteit te vinden en radicaliseerde zelf tijdens zijn jeugd. 

“Toen ik een Palestijnse sjaal droeg op school, kreeg ik daar problemen mee. Terwijl ik via die sjaal vooral mijn eigen verdriet en trauma’s kanaliseerde. Het zijn zulke opmerkingen, hoe klein en onschuldig ook in de ogen van sommigen, die ervoor zorgen dat je je als kind steeds de ‘eeuwige andere’ voelt”, vertelt AlDe’emeh, terwijl we rondwandelen in de gangen van het atheneum. In de klas Mode zijn enkele leerlingen patronen aan het tekenen. Een aantal afgewerkte creaties hangen op paspoppen te pronken. De leerlingen krijgen prompt aanmoedigingen van AlDe’emeh voor het harde werk.

Waar hij in zijn jeugd vooral zelf nood aan had, was een luisterend oor en begrip voor zijn innerlijke struggles, zegt hij. Wat hij kreeg, waren moraliserende praatjes. Iets waar je als zoekende tiener weinig tot geen boodschap aan hebt. “Bij de gesprekken in dit project hebben we heel bewust gekozen voor de socratische methode”, zegt AlDe’emeh. “Wat wil zeggen dat er niet wordt gemoraliseerd, dat er ook geen pasklare antwoorden worden aangereikt, maar dat je kinderen en jongeren aanzet tot nadenken en zo kritisch leert denken. Leert filosoferen ook.”

Het werkt nu eenmaal niet als je zelf voor de klas gaat staan en hen jouw waarheid vertelt, zegt hij. Want mensen die hun waarheid verkondigen, hebben die kinderen al genoeg. “Ze horen vaak tegenstrijdigheden. Neem nu een fenomeen als de tsunami. Thuis horen ze dat een tsunami de ‘hand van God’ is. De klasjuf geeft er een wetenschappelijk onderbouwde uitleg over en de leerkracht islamitische godsdienst zegt mogelijk nog iets anders.”

Meerdere perspectieven

Iedereen preekt voor eigen kerk. Het komt erop neer om jongeren dat ook te laten inzien, zegt professor Werner de Saeger (43), expert religieus recht en theoloog (Hogeschool PXL en Universiteit van Cambridge). Hij zorgde voor bijkomende theoretische onderbouwing van het project. “Je moet jongeren tonen dat er meer is dan één waarheid”, stelt professor De Saeger. “Je zit binnen de meeste religies met zo’n diversiteit aan visies dat we heel hard moeten opletten om één perspectief mee te geven als hét allesomvattende. Dat is een fout die vaak gemaakt wordt. 

“Scholen gaan bijvoorbeeld, goedbedoelend, met hun kinderen op een soort van theologisch toerisme naar één moskee. Of ze nodigen een spreker uit die zijn visie geeft. En dat wordt dan het beeld van de islam. Klopt niet. Het is veel complexer dan dat.”

Het is voor jongeren gemakkelijker om om te gaan met religieuze issues als je hen uitlegt dat er verschillende interpretaties mogelijk zijn, die ook benoemt en laat bestaan, meent De Saeger. Ook al botsen die interpretaties soms met wat de leraar zegt. Dat moslimkinderen bijvoorbeeld in de les biologie leren over de evolutieleer van Darwin, maar in de les levensbeschouwing over het creationisme, dat de mens geschapen is door God, hoeft volgens de professor geen probleem te zijn. 

De Saeger: “Ze moeten net leren omgaan met die tweespalt en begrijpen dat het hier over twee verschillende werelden gaat, die niet per se in botsing moeten komen. Dat er voor alles een plaats is. In een wetenschappelijk vak wordt het wetenschappelijk model gevolgd. Binnen de lessen levensbeschouwing kan men een ander verhaal brengen. Het wordt maar een probleem wanneer de creationistische visie de les biologie binnendringt, omdat iemand zegt: dit is mijn religie en ik wil enkel dat horen. Dat kan niet. Daar moeten we hard over waken.”

Jongeren doen nadenken en kritisch leren kijken naar waar hun visie vandaan komt, is dus de boodschap. Dat doe je vooral door met hen in gesprek te gaan, vindt AlDe’emeh. “Een voorbeeld? Iets wat al jaren sterk leeft onder Brusselse moslimjongeren is ‘de bestraffing in het graf’. De grote meerderheid is ervan overtuigd dat wanneer je sterft er twee engelen naar je graf zullen komen om vragen te stellen. Als je lichaamsdelen niet in staat zijn om de juiste antwoorden te geven, dan zal je in je graf gemarteld worden. Die kinderen halen hun info van sociale media of de Saudische tv, maar ook familieleden of leerkrachten van de koranschool spelen een rol. 

“Dan kom ik en zeg hen: dat staat niet in de Koran. Ik raad hen aan om het thuis eens na te lezen en ik verwijs ook naar andere geleerden binnen de islam die dat ontkennen of er een andere invulling aan geven. Als ze beseffen dat er meerdere versies kunnen zijn, gaan ze automatisch hun versie nuanceren.”

Het project in Scholengroep Brussel begon in de secundaire scholen, omdat daar de situatie het meest prangend leek. Zo was er één melding dat enkele leerlingen na de aanslagen in Brussel en Zaventem begonnen te juichen in de klas. Montasser AlDe’emeh wordt niet alleen ingeroepen voor klasgesprekken, maar ook voor individuele gesprekken met leerlingen van wie vermoed wordt dat ze aan het radicaliseren zijn.

Maar al snel werd het project ook uitgebreid naar de lagere scholen. Omdat preventie niet vroeg genoeg kan beginnen en er bij jongere kinderen nog meer kans op eventuele ‘bijsturing’ is, meent AlDe’emeh. “Een klassiek voorbeeld: een kind van 10 jaar dat op de brooddoos van een klasgenootje wijst en zegt dat hij zeker naar de hel gaat. Want tussen die boterhammetjes ligt varkensvlees. Dan houden we een klasgesprek met die kinderen en laten we hen vertellen over hoe zij dat zien. Als het kind merkt dat niet iedereen dat ziet zoals hij, zal hij beginnen nadenken.”

En in sommige gevallen wordt er ook op huisbezoek gegaan. “Je moet eerst de leefwereld van het kind kennen om te begrijpen wat er gaande is. Want waar haalt zo’n kind die uitspraak? Vaak proberen ouders, met de beste bedoelingen, de regels uit te leggen op een eenvoudige manier: als je varkensvlees eet, ga je naar de hel. Ik probeer dan uit te leggen dat je diezelfde regel ook positief kan uitleggen: wij eten geen varkensvlees omwille van ons geloof. Maar er zijn andere mensen die iets anders geloven en dat wel eten. Dat komt bij zo’n kind heel anders binnen. Als je dat aan ouders uitlegt, begrijpen ze dat ook.”

Magritte en naakt

Je moet als school ook consequent zijn in je aanpak, wat niet altijd makkelijk is. “Ik herinner me een lagere school waar de juf een kunstproject uitgewerkt had voor de leerlingen en hun ouders”, zegt Marleen Cuykx. “In de boeken met werken van kunstschilder René Magritte had ze post-its geplakt over alles wat naakt was. Omdat ze geen controverse wou. Het eerste wat wij gedaan hebben, is die post-itjes er weer afgehaald. Je mag daar niet in meegaan. Je kan daar best over praten met die kinderen en hun ouders.”

Niet in meegaan, maar waar scholen zeker moeten over waken, is dat ze altijd respect blijven hebben voor de manier waarop mensen geloven, zegt professor De Saeger. “Kritisch denken wil niet zeggen dat je niet meer kan geloven. We mogen de orthodoxe religieuze levenswijze waar sommigen voor kiezen, ook niet gaan veroordelen of buitenspel zetten. In onze westerse liberale democratie moet het voor iedereen mogelijk zijn om te leven zoals hij of zij dat wil. Uiteraard moet die levenswijze min of meer passen binnen het maatschappelijk kader, maar die bandbreedte mag gerust groot zijn. Er moet ruimte zijn om je religie te beleven op de manier waarop jij dat wil.”

Het project begon ooit om radicalisering tegen te gaan door jongeren vooral kritisch te leren denken. Maar binnen Scholengroep Brussel beseffen ze heel goed dat hun project als een druppel in de oceaan is. Want het onderwijs kan dit zeker niet alleen. De socio-economische achtergrond van de leerlingen in deze scholen speelt een heel grote rol. 

“We zien hier jammer genoeg vaak echt schrijnende armoede”, zegt Cuykx. “Onze basisscholen organiseerden afgelopen zomer een zomerschool. Een moeder van vier stuurde twee van haar kinderen. De andere twee konden niet omdat er onvoldoende kleren waren voor vier kinderen. Van sommige kinderen hoorden we op die zomerscholen ook soms op vrijdag dat het van maandag geleden was dat ze nog warm gegeten hadden.”

Bij AlDe’emeh bleef dan weer het beeld hangen van kleuters die in de klas hun voetjes maar half in hun schoenen staken. Omdat die te klein waren en te veel knelden. “We zien ook vaak kinderen tijdens de wintermaanden in zomerkleren naar school komen. Sommige hebben ook geen jas.”

Vier jaar later is de voedingsbodem voor die radicalisering nog steeds aanwezig, stelt AlDe’emeh. Er is nog altijd armoede, werkloosheid, achterstelling, angst ook. “Die angst wordt vaak onderschat. In Vlaanderen hebben we het soms over de bange blanke Vlaming. Maar de bange moslim bestaat evengoed. Brusselse jongeren kijken met een bang hartje naar het discours van radicaal-rechts en de opkomst van identitaire bewegingen als Schild en Vrienden. Ze zijn bang voor die evoluties, vrezen dat ze gediscrimineerd zullen worden. En dat werkt blokkerend.” 

Wat nodig is, is een structurele aanpak van die onderliggende oorzaken, meent hij. “Op dat vlak gebeurt er veel te weinig. De Scholengroep Brussel heeft dit project jarenlang op eigen houtje gefinancierd, zonder hulp van welk ministerie dan ook. Dat zegt voldoende, denk ik.”

In Dialoog, positieve grensverleggende interactie in de klas, Montasser AlDe’emeh en Werner de Saeger, VUBPress/Politeia.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234