Vrijdag 06/12/2019

Radicale architectuur met weinig middelen

Frankrijks beroemdste architect Jean Nouvel (52) heeft zijn eerste Belgische project klaar. Op een voormalig mijnterrein in Bergen heeft hij Le Crachet ontwikkeld, een hoogtechnologisch avonturenpark naar het voorbeeld van La Cité des Sciences in Parijs. 'Onze strategie is de herovering van de plek. We blijven dicht bij het origineel, dat is de beste manier om geld uit te sparen.'

Jesse Brouns

Een druilerige ochtend in de Borinage. Uitstekend weer voor een bezoek aan wat wellicht zo al de donkerste streek is van ons land. Een somber maar mooi landschap, getekend door de heuvels en dalen van oude steenkoolmijnen. In Frammeries, een dorp dat grenst aan Bergen, liggen de overblijfselen van wat ooit een mastodont was: een mijnsite van zeventig hectare. Met een vulkaan in miniatuur, zestig meter hoog, nog rokend en heet, maar terzelfdertijd al jaren overgegeven aan de natuur, hoewel je 's winters van de bomen alleen magere skeletten uit het zwart van de bodem ziet steken, kaal en desolaat als de gezichten van de mensen op straat.

Even voorbij de steenkoolberg: de top van een mijnschacht, een ijzeren toren van zestig meter, vijf keer kleiner dan de Eiffeltoren, maar nog behoorlijk indrukwekkend. Rond de toren, een bijzondere constructie van beton en baksteen, is het belvédère, een tunnel op twintig meter hoogte, ondersteund door 35 betonnen peilers. De constructie - een systeem om karretjes met steenkool te transporteren - dateert uit de jaren vijftig en werd nauwelijks gebruikt. Te gargantuesk voor een industrie die destijds al op sterven na dood was. De Wereldtentoonstelling van 1958 had niet voor niets een atomium als symbool.

Er staan verschillende andere gebouwen op het terrein, waaronder een indrukwekkende machinezaal met metershoge ramen. Sommige, in hoofdzaak kleinere constructies, zijn in de loop der jaren reddeloos verloren ruïnes geworden, maar als geheel is de mijnsite verrassend goed bewaard. Onder de grond loopt een nog toegankelijke tunnel van anderhalve kilometer en er is een bovengrondse, afgedankte spoorlijn, die in de nabije toekomst wandelaars en fietsers moet leiden naar een ander stuk industrieel erfgoed, Le Grand Hornu, nog geen vijf kilometer verderop. Het hele terrein wordt langs de straatkant begrensd door een bakstenen muur. Aan de overkant van de straat ligt een braakliggend terrein. Daaromheen staan houten borden waarop voor binnenkort een door Electrabel gefinancierde industriezone wordt aangekondigd.

Le Crachet krijgt een andere, zeg maar originelere bestemming. Het oude mijnterrein wordt, liefst nog voor 2000, een hoogtechnologisch avonturenpark naar het model van La Cité des Sciences et de l'Industrie, deel van het veelgeprezen Parc de La Villette, in het noorden van Parijs, op de vroegere terreinen van de slachthuizen. La Cité des Sciences leert kinderen en volwassenen omgaan met de wondere wereld van technologie en wetenschap. Le Crachet wordt een kleinschaliger versie van het Franse instituut, waarmee vorige week overigens een ruilovereenkomst werd gesloten. Le Crachet krijgt ook een IMAX-filmzaal en kijkt voor inspiratie naar een ander Frans succesverhaal, le Futuroscope in Poitiers, gespecialiseerd in het vulgariseren van nieuwe technologieën. De initiatiefnemers van het Waalse themapark, dat wordt gefinancierd door het Waalse gewest en de Europese Unie, stelden als directeur een oudgediende van La Villette aan, Jean-Marc Providence, een man die met een snelheid van driehonderd kilometer per uur doorratelt en een snor cultiveert die hem op zijn minst een bijrol verzekert in een volgende Maigret-verfilming.

Le Crachet wordt getransformeerd door Frankrijks beroemdste architect, Jean Nouvel, bekend van het Institut du Monde Arabe en de Fondation Cartier, twee bijzonder geslaagde voorbeelden van ultiem modernisme in Parijs, een stad die eerder bekend is om haar klassieke negentiende-eeuwse architectuur. Nouvel kreeg in Frankrijk nogal wat tegenwerking. Hij greep naast een hele reeks overheidsprojecten, waaronder het zopas in Parijs geopende Stade de France, het stadion dat vorig jaar naar aanleiding van de komende Wereldbeker Voetbal werd gebouwd. Nadat Nouvel de openbare wedstrijd verloor, ondanks een ontwerp dat torenhoog boven de concurrentie uitstak, bleek dat er vals was gespeeld door het betonbedrijf dat uiteindelijk met de opdracht ging lopen. Het proces dat door Nouvel was ingespannen werd geannuleerd uit staatsbelang. Nouvels favoriete project, de Tour sans fins, een gedeeltelijk transparante wolkenkrabber voor de zakenwijk La Défense, werd nooit gebouwd, al wordt er nog altijd over gepraat. Volgens de jongste berichten zou de toren misschien ergens anders oprijzen, maar waar?

Nouvel (52) kwam als winnaar uit de bus van een internationale wedstrijd die door de initiatiefnemers van Le Crachet was uitgeschreven nadat een eerste wedstrijd in besloten kring op niets was uitgelopen: de Belgische laureaten bleken een onuitvoerbaar project te hebben afgeleverd.

Jean Nouvel ontvangt ons in een Italiaans restaurant op een boogscheut van de Grote Markt in Bergen. Zelfzeker, een ietsje arrogant, zoals creatieve Fransen van zijn generatie (Philippe Starck, Jean-Paul Goude) dat wel vaker zijn. Nouvel blijkt nauwelijks op de hoogte van zijn eerste Belgische opdracht ("Ah bon, loopt er een treinspoor door? En wordt dat nog gebruikt?") Maar zijn projectleider, Laurent Niget, is gelukkig wel geïnformeerd. En ook een beetje aangeslagen. Toen hij die ochtend Jean Nouvel thuis ging ophalen voor de rit van Parijs naar Bergen, werd hij in zijn appartementsgebouw opgehouden door enkele politieagenten. Eén agent trapte per ongeluk de maquette van Le Crachet in elkaar. De geplande filmzaal, die oorspronkelijk slechts half onder de grond was verstopt, zat er nu helemaal onder. We krijgen de maquette niet te zien, misschien is het hele verhaal verzonnen.

We mogen wel plannen en computersimulaties bekijken. Nouvel legt uit hoe hij een lange vestibule wil bouwen die de bezoeker van de parkeerplaatsen naar het belvédère zou leiden, een lichtjes glooiende gang van 260 meter lang, bestaande uit verschillende verdiepingen. De vestibule volgt het voormalige traject van de steenkoolkarretjes tussen het belvédère op zijn peilers en een al jaren geleden afgebroken reinigingsbassin. Elders op het terrein heeft het bureau-Nouvel een gloednieuw beeldenpaviljoen gepland (de met IMAX uitgeruste bioscoopzaal die half onder de grond wordt gestopt is een symbolische referentie aan het verleden van de plek) alsook een tentoonstellingshangar van ongeveer duizend vierkante meter voor tijdelijke exposities. De meeste bestaande gebouwen worden gerenoveerd.

In het belvédère komt een zogeheten 'zolder van de geschiedenis', met aandacht voor het industriële verleden van het mijnterrein."Geen passeïstische folklore," aldus directeur Providence, "het is ons te doen om de geschiedenis in beweging, met aandacht voor de problemen van vroeger en nu." De mijntoren wordt apart verlicht en krijgt een panoramisch platform, bereikbaar per lift en met plaats voor veertig personen. Er wordt een kinderpaviljoen gebouwd in de buik van de vestibule en een basiskamp voor verkenningstochten in de oude mijnschachten. De machinezaal wordt een uitstalraam voor de wetenschap, de materie, de gezondheid, de fysica en de scheikunde. De oude treinsporen worden getransformeerd tot een snelheidspiste waar 'de beweging' zal worden geanalyseerd. Boven op de steenkoolberg komt een meteorologisch platform, waar kinderen zelf een weerbericht zullen kunnen verzorgen. En de heuvel wordt verlicht met tientallen flitsende lampjes, sprookjesachtig effect verzekerd.

Wat me het eerst opviel," zegt Nouvel over zijn kennismaking met het mijnterrein, "was de architectuur van de machinezaal, met de verticale vensters die van de vloer tot het plafond reiken. Er was een onduidelijk geworden relatie tussen de steenberg, de schacht, het belvédère en de verschillende andere gebouwen. Die relatie tussen de gebouwen willen we in ere herstellen. We brengen opnieuw coherentie aan, vandaar ook dat de vestibule de richting van de steenkoolkarretjes volgt. Voor de toekomstige bezoekers is de progressieve ontdekking van het avonturenpark interessant. Er zijn veel verrassingen, je krijgt niet alles onmiddellijk te zien."

"Het landschap is erg belangrijk," vindt Nouvel voorts. "We creëren een dialoog tussen de al bestaande en de nog te bouwen constructies. Onze strategie is die van een herovering van de plek. We blijven dicht bij het origineel, dat is de beste manier om geld uit te sparen."

Jean Nouvel doet in Le Crachet vooral aan renovatie. "Bewaren," noemt hij het zelf, "maar niet om iets dat er was na te maken. Ik denk veel poëtischer. Je vertrekt niet van een ruïne om ze nu weer op te bouwen."

Providence en zijn team rekenen op 200.000 bezoekers voor het eerste jaar en 350.000 bezoekers per jaar vanaf het derde jaar. Schoolgaande jeugd zou zestig procent van de entrees voor zich nemen. Le Crachet zal zijn klanten putten uit een gebied dat in een straal van 150 à 200 kilometer rond Bergen ligt: België (Brussel ligt op 56 km, Vlaanderen is 32 km ver), Frankrijk (8 km tot de grens, Rijsel ligt op 64 km), het zuiden van Nederland en Groot-Brittannië, en een stuk van Duitsland. In totaal gaat het om zo'n zeventien miljoen potentiële bezoekers. De middenstand van Bergen wrijft zich al de handen.

Het is de bedoeling dat enkele gebouwen op de site voorlopig ongemoeid blijven. Als Le Crachet een succes wordt, kunnen ze eventueel worden gerecycleerd door buitenstaanders. Zo krijgt de locale economie ook nog een steuntje.

De opening van Le Crachet is gepland voor 1 januari 2000. In welke vorm is nog onzeker. Het ontbreekt het agentschap Jean Nouvel namelijk aan geld om het hele project uit te voeren. Voor Le Crachet is een budget van 700 miljoen frank uitgetrokken, waarvan 400 miljoen voor de architectuur en stedenbouwkundige ingrepen en 260 miljoen voor de museologische invulling, maar voor Nouvels project is in feite een kwart extra nodig. "Als we geen groter budget krijgen," zegt Nouvel, "kunnen we Le Crachet wel afmaken, maar dan moet er gesnoeid worden. En dan zal het wetenschappelijk themapark veel bescheidener worden. We hebben nu al elke frank twee keer omgedraaid. We zoeken nog naar de juiste technieken om een zo groot mogelijk deel van het idee uit te voeren. Toen we de opdracht kregen, stond er weinig definitief vast. Die souplesse heeft ons zeker geholpen. We kunnen met een dergelijk project meer aanvangen dan met een opdracht die al tot in de puntjes afgelijnd is. Maar er ontbreekt nog veel. Die situatie overstijgen is best interessant. Beschouw het als industriële esthetiek: radicale architectuur met weinig middelen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234