Zaterdag 28/03/2020

Racing Genk, de mijnen voorbij

'Europees zouden we zelfs tegen Famagusta niet thuis kunnen spelen'

Het felblauwe dak van de Genkse hoofdtribune harmonieert met de azuurblauwe lucht van de hemel. In de stad is er nog meer blauw, zoals in de scholen, waar zowat de helft van de kinderen met spullen van Racing Genk op de speelplaats voetbalt. 'Zij zijn onze garantie. Wie we als kind kunnen winnen voor de club, blijft tot zijn zestigste komen.' Niet voor niets is blauw de kleur van de trouw. Blauw smolt goed tien jaar geleden samen uit de geel-zwarte kleuren van Waterschei en de rood-zwarte kleuren van Winterslag, twee clubs die mee de laatste adem van de mijnen uitbliezen. Met het mijnverleden wil Racing Genk zo min mogelijk van doen hebben. Genk koos de blauwe kleur en de sterretjes van 'Europa' als logo, het Europa ook waarin het volgend jaar voor het eerst mag voetballen. Genk wil de weg van een Belgische topclub betreden en kan dat vandaag onderstrepen door in de finale van de Beker van België in het Koning Boudewijnstadion de eerste grote sportieve trofee sinds de fusie in de wacht te slepen.

Bart Fieremans

Soms duikt het verleden onverwacht maar zeemzoet op. Zoals toen Canvas deze week tijdens de rust van Stuttgart-Chelsea de archiefbeelden uitzond van de Europese kwartfinale in 1983 tussen Waterschei en Paris Saint-Germain. In de return maakte Waterschei, waarin tot de verbeelding sprekende namen als Pudelko, Gudmundsson, Pierre Janssen en Voordeckers speelden, een 2-0-achterstand goed en plaatste zich in de verlengingen voor de halve finales. Wie er bij was, zal het niet snel vergeten. Een seizoen eerder had ook streekconcurrent Winterslag Europees hoge ogen gegooid, door Arsenal uit de Uefabeker te wippen. Mooie tijden waren dat, maar vandaag alleen nog nostalgie.

Het Winterslag-stadion ligt er nu als een verwaarloosd kind bij, even verweesd als de kunstmatige berg in de verte die aan het mijnverleden herinnert. Gaten in het glas, scheuren in de muren, gras tussen de betonnen staantribunes, roest in de dakconstructie: het is wachten tot bulldozers en de sloopkogel het stukje Winterslags voetbalverleden definitief wegvagen. Nu nog spelen er jeugdploegen van Genk op de Winterslag-velden. Woensdag zaten er zelfs een honderdtal kijkers op de hoofdtribune, waar nog één houten persbank doet denken aan de Europese pagina's die er getikt zijn. "De oom van Harelbeke-keeper Ronny Gaspercic, was hier negen jaar terreinverzorger", vertelt een toeschouwer. "Ja, hij heeft nog hartenpijn. Dat weekt bij hem nog altijd gevoelens los, als hij ziet hoe onderkomen het hier is. Maar daar moet je je bij neerleggen. Hier is het voetbal gedaan."

In Winterslag bleef de tijd stilstaan, enkele kilometers verder op het gras van Waterschei draaide de klok voort. Als bewijs prijkt er de statige hoofdtribune van KRC Genk - een van de betere in eerste klasse -, die schril contrasteert met de rest van de accomodatie. Op die tribune met elf loges, business seats en 2500 zitplaatsen keken dit seizoen de iets gewichtigere personen toe hoe goed Racing Genk het in de competitie en het bekertoernooi wel deed.

Over die tribune is heel veel gezegd en geschreven, zelfs nog voor de eerstesteenlegging. De naam van het stadion, het Thyl Gheyselinck-stadion, liegt er ook niet om. Hij was het die na de sluiting van de mijnen, zo snel mogelijk, als onderdeel van het veelbesproken toeristische ERC-project, een gloednieuw stadion met 20.000 zitplaatsen wilde neerplanten op het mijnterrein van Waterschei. Die oorspronkelijke idee botste echter op politieke weerstand. Op 22 februari 1989 is dan beslist het bestaande stadion van Waterschei te verbouwen. De raad van bestuur van de Kempense Steenkolenmijnen (KS) planden aanvankelijk een budget van 145 miljoen frank. Ivo Vandekerckhove, journalist van het Belang van Limburg, rekende in een boek uit dat de KS in 1993 al meer dan 300 miljoen frank in het stadion gestopt had. KRC Genk kreeg nogal smalend de naam van subsidieclub opgespeld en incasseerde ook afgunstige reacties van andere voetbalclubs in Limburg zoals Sint-Truiden en Lommel, die het met veel minder overheidsgeld moeten rooien.

Het stadion blijft ook nu nog voor politieke wrevel zorgen in de regio. De NV Mijnen (de vroegere KS) schold de schulden van de club kwijt en de Limburgse Reconversie Maatschappij (LRM), de huidige eigenaar van het stadion, wil het verkopen aan de gemeente Genk voor de geschatte prijs van 31 miljoen frank. Belachelijk laag volgens de burgervaders van Lommel en Beringen, die al een tegenbod indienden. Vlaams SP-volksvertegenwoordiger Peter Vanvelthoven, de zoon van Louis, liet niet na Eric Van Rompuy, Vlaamse minister van Economie en voogdijminister van de LRM, te zullen interpelleren over de zaak. Pittig detail: Vanvelthoven is vennoot in het advocatenkantoor van Dirk Van den Boer, de voorzitter van Lommel.

De link met de mijnen komt de huidige bestuurders van Racing Genk bijna de strot uit. Manager Paul Heylen reageert wrevelig. "De NV Mijnen, de LRM, dat zijn allemaal oude koeien. Ach, we worden altijd met de vinger nagewezen, maar op twee jaar tijd hebben we er zelf 55 miljoen frank ingestoken. Hoewel we veel gekregen hebben, hebben we eigenlijk niets. Het stadion behoort niet aan ons. En de zogeheten supertribune heeft slechts 2.500 zitplaatsen. De rest zijn allemaal staanplaatsen. Europees zouden we zelfs tegen Famagusta niet thuis kunnen spelen. De bouwplannen voor de uitbreiding liggen klaar, maar politiek is de vergunning nog niet rond. We zijn de tweede club van het land en moeten in Brussel Europees spelen, dat kan toch alleen in België."

Niet voor niets wil het bestuur af van de naam van het stadion. Een ideeënwedstrijd is al uitgeschreven. Thyl Gheyselinck zorgt nu eenmaal voor een wrange nasmaak in de mond. Hogergenoemde journalist Ivo Vandekerckhove zegt dat de meeste fans het moeilijk hebben met zijn naam: "Het is een psychologische last om steeds met de sluiting van de mijn geconfronteerd te worden, zeker omdat het stadion voorheen het Andre Dumont-stadion heette, naar de geleerde en hoogleraar die hier de steenkool ontdekte. Maar de mensen hier in Genk zeggen ook niet: we gaan naar het Thyl Gheyselinck-stadion, dat hoor je bijna alleen op tv." De hoofdtribune is een van de weinige realisaties van Gheyselinck, die het reconversiegeld wilde investeren in het ERC-project (later het Fenix-project: een soort vastgoedproject met shoppingcomplex, golfterreinen, bungalowparken enz.), maar dat nooit kon hardmaken.

Een van de ontsporingen daarvan ligt net naast het stadion van Racing Genk. Een verkeersbord wijst naar Nieuw-Texas, een sociale woonwijk die daar neergeplant is. Het 'oorspronkelijke' Texas lag aan de andere kant van het stadion, maar heeft de plaats moeten ruimen voor het ERC-project. "Voor vele oudere mensen een drama, en nu blijkt dat ze eigenlijk voor niets verhuisd zijn", zegt Christos Knieper, een jonge kracht bij KRC Genk. Hij behoort tot de generatie migrantenkinderen die geboren zijn in Genk en hij is onvoorwaardelijk Genk-supporter. Ja, hij herinnert zich hoe hij met pa mee mocht naar wedstrijden van Waterschei. En ook voor de bewuste wedstrijd tegen PSG was hij erbij. Of toch niet. "We gingen met zijn allen naar het stadion, er was daar toen zoveel volk. Ik als klein mannetje zag niets. Ik ben dan maar thuis voor de tv gaan kijken." Zijn vader kon de fusie maar moeilijk verkroppen. "Hij was een hele grote fan van Waterschei. Naar Genk wilde hij niet komen kijken. Ja, dit jaar is hij toch een keer geweest. Hij heeft ooit een weddenschap aangegaan: als Genk binnen de vijf jaar Europees zou spelen, zou hij in zijn onderbroek door het centrum van Genk wandelen. Ik zal hem daar maar eens aan herinneren."

Hoogstens de oudere generatie zit nog met het mijnverleden in het hoofd. Voor de jongeren is dat van geen tel, en vooral bij de jongeren slaat Genk aan. Christos Knieper: "Ik geef les in een school. Bijna de helft van de leerlingen draagt wel iets van KRC Genk." Manager Paul Heylen bevestigt: "Het grootse gewin boeken wij bij de jeugd. Dat is de garantie voor de toekomst. Als we kinderen van acht, tien, twaalf jaar nu warm krijgen, dan blijven ze tot hun zestigste komen." De hausse van Genk beleeft Christos Knieper van nabij: hij ziet het aan de aanvraag van de abonnementen. Aan de muur van het secretariaat hangen kaarten met de bezettingsgraad van de hoofdtribune. Met een groene fluostift is aangegeven welke plaatsen al verkocht zijn. "We hebben nu al evenveel aanvragen voor abonnementen voor volgend seizoen dan vorig jaar bij het begin van de competitie."

Genk draaide dit jaar met een gemiddelde van 10.000 à 11.000 supporters, vorig jaar waren er dat een 4.000-tal minder. Voor de bekerfinale is het Koning Boudewijnstadion letterlijk te klein. Achtentwintigduizend aanvragen voor tickets had de Limburgse club gekregen, slechts aan de helft van de vraag zal ze kunnen voldoen. Sponsors, abonnementenhouders en de vaste supportersclubs krijgen de voorkeur. Met meer dan 160 bussen zullen ze naar Brussel afreizen. Maar misnoegdheid bij de 'gewone' supporter leeft er wel, zegt Vandekerckhove, die dat ook kan afmeten aan de lezersbrieven in het Belang Van Limburg. "De vrees is reëel dat in Brussel vooral de zogezegde 'cravattenmensen', de sponsors dus, aanwezig zullen zijn. De echte supporter zonder ticket vindt dat natuurlijk erg."

Maar heel Genk mag op zijn beide oren slapen. Het supporterslegioen dat wel in Brussel aanwezig is, zal voor een helse sfeer zorgen, een ambiance zoals die dit seizoen zo vaak in Genk te beleven viel. Anthuenis had het enkele weken geleden na de zege in de halve finale van de Beker van België al aangekondigd. Zijn ogen straalden toen een vaderlijke, verwachtingsvolle en ook wel waarschuwende gloed uit. "Ho, ho, let maar op ginder in Brussel, want heel Limburg zal er zijn." De Oost-Vlaming Aimé Anthuenis is trouwens enorm populair in Genk als trainer, en misschien wel hierom. Christos Knieper: "Hij heeft oog voor iedereen, klein en groot. Hij is nuchter. Hij werkt als het moet en feest als het mag. Eigenlijk is hij een echte Limburger."

Finale Beker van België:

Club Brugge-Racing Genk, zaterdag 20 u in het Koning Boudewijnstadion, live op Kanaal 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234