Dinsdag 19/11/2019

Raaskallen met Reve

Essayist Rudy Kousbroek onderhield in de jaren 80 een correspondentie met verwoed briefschrijver Gerard Reve. Kousbroeks epistels aan Reve zijn nu gebundeld in Seks, natuurlijk, maar vooral orde.

Brieven.

Rudy Kousbroek (1929-2010) mag dan al, lang geleden, het woord 'aaibaarheidsfactor' verzonnen hebben en vervolgens de prestigieuze PC Hooftprijs zijn toegevallen, zijn grootste postume roem lijkt vandaag toch te berusten op de bekendheid van bepaalde van zijn vrienden, vijanden en - vooral - vrienden die zich in de loop der jaren als vijanden ontpopten.

In 2009 verscheen Machines en emoties, een kloek boek waarin de briefwisseling tussen Kousbroek en Willem Frederik Hermans was verzameld en dat als zodanig getuigde van een vriendschap die een jaar of tien zou duren, tot in de eerste helft van de jaren 70. Later, in Door gevaarlijke gekken omringd, zou Hermans het over 'Couscousbroek' hebben in termen als 'een gesjeesde student' en 'de puzzeldokter van de NRC'...

In vrediger tijden, echter, meer bepaald in 1966, zoals in Machines en emoties te lezen staat, meende Kousbroek nog een wit voetje bij Hermans te kunnen halen door diens collega Gerard (toen nog: van het) Reve af te zeiken, voor wiens bekering tot het katholicisme hij schreef 'grote minachting' te voelen. In een brief in 1967 werpt hij Hermans vurig verontwaardigd de volgende schampere vraag voor de voeten: dacht hij misschien 'dat ik graag weer goede vrienden zou willen worden met Gerard Cornelis van het Reve, met z'n leuterpraat over bokking uit een krant?'

Ruim tien jaar later was het evenwel zover, toen tussen Reve en Kousbroek een correspondentie van start ging die tot diep in de jaren 80 zou duren - waarna Reve op zijn beurt Kousbroek zou vereeuwigen, in zijn roman Het boek van violet en dood, door hem onder de naam 'Eddie Kleingeld' als een literair impotente 'verzieker' af te schilderen, als een onbetrouwbare, zeer enggeestige zeurkous, met zijn 'misvormde suikerzieke nichtenlichaam', en als de vader, bovendien, van een 'populistisch stuk ongeluk'.

Het door Kousbroek vervaardigde deel van hun briefwisseling is nu gebundeld in Seks, natuurlijk, maar vooral orde. Het is een heerlijk boek, dat iedereen die de moed heeft zich met volle tegenzin in Kousbroek te herkennen op genadeloze wijze met zijn eigen, wellicht aan 'de mens' of althans aan de meeste mensen inherente kleinheid, lulligheid en onbeholpenheid zal confronteren. Ja, inderdaad, wanneer er in ons taalgebied nog mensen rondlopen die al lezende niet bang zijn voor - min of meer plaatsvervangend - schaamrood op de wangen, zijn ze bij briefschrijver Kousbroek aan het juiste adres.

Gebrek aan moed

Over moed gesproken, bijvoorbeeld. In het onsterfelijke Hamerstukken - Alle polemieken en korzeligheden van Jeroen Brouwers zijn drie strijdteksten tegen Kousbroek opgenomen, waarin diens magnum opus Het Oostindisch kampsyndroom afgeserveerd wordt als 'een openstaande kraan van viswijvengekwek en valsheid' en Kousbroek zelf niet alleen - en onder meer - het etiket 'raaskallende gelijkhebber' krijgt opgekleefd, maar ook herhaaldelijk als 'laf' gekenschetst wordt.

Frappant genoeg is juist deze karaktertrek iets waar Kousbroek zich tegenover Reve in Seks, natuurlijk, maar ook orde zélf regelmatig over beklaagt, in die mate zelfs dat het woord 'antiheld' van de weeromstuit een heel nieuwe, veel diepere betekenis krijgt. 'Gebrek aan moed' is er de oorzaak van dat Kousbroek zijn minnares dreigt te verliezen; Hermans' moed is het enige wat Kousbroek zelf nog, nu hij dus van kant gewisseld is en zijn huik naar een heel ánder windje laat hangen, in zijn voormalige vriend bewonderen kan; opnieuw 'gebrek aan moed' is er de oorzaak van dat hij, eenmaal met z'n tweeën op reis in Lourdes, zich tot zijn eigen ergernis, naar hij vreest, niet tegen Reve zou durven te verzetten tijdens theologische discussies. 'Dat is ongetwijfeld de kern van de zaak', luidt het weer elders, 'gebrek aan moed', ook wel 'mijn gewone schijterige benauwdheid' genoemd - de enige vorm van moed die Kousbroek leek te kennen, is weemoed.

Maar aan dat laatste ontbreekt het hem dan ook in geen enkele mate, want waarlijk, hij zit voortdurend mentaal in de nesten. Niet alleen heeft hij af te rekenen - net als, zullen we maar zeggen, wij allemaal - met gevoelens van niet te bekampen eenzaamheid, die het fundament vormt van elk mensenbestaan, maar daar komt in zijn geval nog bij dat hij schier ten onder gaat aan het besef van eigen minderwaardigheid ten opzichte van Reve.

Het wemelt van de verontschuldigingen in Kousbroeks epistels, gaande van de verwoording van de hoop dat hij niet al te vervelend schrijft over de vaststelling dat wat hij toevertrouwt aan het papier 'geconstipeerd', 'moeizaam' en 'humorloos' is, tot het doodgemoedereerde 'Ik heb je niets te bieden'. Vaak weet hij er niets beters op - de wanhopige - dan even gewillig als tevergeefs te trachten zich Reves stijl en toon eigen te maken: 'Helaas, ik schaam mij en beken dat ik wel diep verdorven ben' en dergelijke zinnetjes lijken soms wel uit kladschriften van Reve zelf gelicht te zijn... De niet zo moedige atheïst begint op zeker ogenblik zelfs zélf 'de Moeder Gods' met hoofdletters te schrijven, 'op jouw uitdrukkelijk verzoek'.

Daarnaast is het zijn droeve lot onophoudelijk aan schrijfverlamming te lijden ('Het lukt niet meer, ik zit vast als een muur'; er liggen twaalf onvoltooide romans in zijn kast, 'voor het nageslacht'), tot gekmakends toe aan seks te denken, alsmaar ouder en lelijker te worden, zich niet begrepen of gewoon nog maar beluisterd te achten door Reve, van wie hij op zijn beurt evenmin de kleinste snars snapt ('hoeveel meen je er nou eigenlijk van?'), en bovendien gebukt te gaan onder een welhaast niet te torsen misantropie: 'de wereld is voor mij nu eenmaal verdeeld in mensen die doodgeknuppeld zouden moeten worden en een paar die moeten worden genomen zoals ze zijn'.

Kortom, uit alles blijkt dat het allesbehalve een pretje was de auteur van dit geschrift te zijn. En wat, zeg nu eerlijk, kun je méér van een boek verwachten?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234