Zondag 13/06/2021

Raas tegen het sterven van het licht

Allegorische roman van Kazuo Ishiguro

De Japans-Britse schrijver Kazuo Ishiguro wordt al jarenlang tot de wereldtop gerekend. De verwachtingen omtrent zijn zesde boek, Laat me nooit alleen, waren bijgevolg hooggespannen.

Kazuo Ishiguro

Laat me nooit alleen

Oorspronkelijke titel: Never Let Me Go

Vertaald door Bartho Kriek

Atlas, Amsterdam, 304 p., 19,90 euro.

De naam van Kazuo Ishiguro zal wel altijd verbonden blijven met de roman The Remains of the Day (De rest van de dag), waarvoor hij in 1989 de Booker-prijs kreeg. De verfilming van dat boek (met Anthony Hopkins in een van zijn allerbeste rollen) werd zo mogelijk een nog groter succes: de beruchte Britse stiff upper lip kwam zo scherp in beeld dat ze respect afdwong. Die inhoudelijke aandacht voor beleefde omgangsvormen, goede manieren en beginselvastheid kreeg vorm in de strakke zinnen van Ishiguro. Geen recensie of interview over zijn werk laat zijn stijl onvermeld, die meestal 'onderkoeld', 'zuinig' of 'ingehouden' wordt genoemd. Ook over Laat me nooit alleen reageerde de Britse pers enthousiast. The Guardian had het over een "beangstigend slimme roman" en The Independent sprak van het "verwoestende effect" van deze sciencefiction, die licht zou werpen op het alledaagse leven, de menselijke ziel, seksualiteit, liefde, creativiteit en de jeugdige onschuld.

Dat laatste is niet geheel onwaar. Ishiguro heeft een boek geschreven dat oppervlakkig gezien over klonen gaat, maar vooral een zoveelste versie van de condition humaine neerzet. Mondjesmaat begint de lezer te beseffen dat de personages eigenlijk alleen maar in leven gehouden worden om organen te leveren voor niet-gekloneerde gefortuneerden in een Britse maatschappij. Zoals de mooie foto op het voorplat laat zien, speelt de plot zich af in het rurale Engeland - geen mobiele telefoons, geen internet, geen uitwassen van de laatkapitalistische rat race in dit boek. Enkel traditioneel vuilnis (conserven, versleten schoenen) herinnert aan onze maatschappij. In het boek zelf wordt er al dik gedaan over een groot reclamebord. Dat creëert een licht-onwezenlijk gevoel in een artificiële ambiance. Uiteraard was dat de bedoeling: het duurt niet lang voor je Laat me nooit alleen als een allegorie gaat lezen.

En dan blijkt Ishiguro het uiteindelijk over de onmenselijkheid van de mens te hebben: zijn verteller, de verzorgster Kathy, loopt over van empathie, heeft behoefte aan vriendschap en schenkt die ook overvloedig aan anderen, maar moet met een wreed toekomstperspectief leven. Ook zij zal namelijk op een bepaald moment "uitgedoneerd" zijn - de meeste klonen overleven hun vierde operatie niet. Zij houdt van Ruth, haar beste vriendin, maar ook van Tommy, haar beste vriend en tegelijk de partner van Ruth. Een klassieke driehoeksverhouding is het niet, maar Ishiguro doet in alle geval zijn best om zijn personages normale en vooral herkenbare gevoelens te geven. Binnen dat humanistische kader - waarin ethiek en ethos steunen op een verwantschap tussen mensen onderling - schetst de auteur de gevolgen van het recht van de sterkste in een maatschappij die de mond vol heeft van solidariteit.

Kathy, Ruth en Tommy groeien met een groot aantal andere donoren op in Hailsham, een internaat waar de ten dode opgeschrevenen zo vrolijk mogelijk onledig worden gehouden. Ze krijgen les zoals andere kinderen, doen aan sport, worden verliefd, hebben de eerste keer seks. Veel aandacht gaat naar de creatieve sessies, waarin de leerlingen hun artistieke kant exploreren. Op Hailsham is kunst zelfexpressie, daar doet men verder niet moeilijk over. Om de zoveel tijd worden de beste werken opgehaald door een mysterieuze 'Madame', naar verluidt voor een tentoonstelling in de 'Galerie', ergens in de buitenwereld. Tommy krijgt ondertussen te horen dat hij geen artistiek talent heeft. Hij wordt gepest en heeft last van verschrikkelijke driftbuien, die hem nog belachelijker lijken te maken. Zijn furie lijkt te wortelen in frustratie en in de kleine terreur waar mensen elkaar voortdurend aan blootstellen, maar krijgt op het einde van het boek metafysische allures, wanneer al lang duidelijk is dat wij allemaal iets van Tommy hebben. Zijn "rage, rage against the dying of the light" (Dylan Thomas) is vast ook onze colère. Zijn wij ook niet ten dode opgeschreven, dan? Ja toch.

Dat maakt Laat me nooit alleen een interessant boek, een boek met inhouden en beelden die aanspreken. En toch is het mislukt. Dat heeft te maken met drie problemen. Ten eerste is het niet eens zo impliciete humanisme van Ishiguro essentieel regressief: het behoort tot een tijdperk dat voorbij is. Ten tweede heeft hij in dit boek zijn zo geroemde stijl goeddeels opgegeven voor een reality-effect dat na verloop van tijd op de zenuwen werkt. En ten slotte rammelt er ook van alles aan de 'suspension of disbelief'.

Om met dat laatste te beginnen: je gelooft geen moment dat de verhaalstof enige werkelijkheidswaarde zou hebben. Dat is op zich natuurlijk geen probleem - het is zelfs een vast onderdeel van het genre sciencefiction, waartoe dit boek lijkt te willen behoren. Maar het is wel een probleem als het authenticiteitseffect zo zwak is dat het verhaaltje er niet in slaagt de aandacht vast te houden. Zoals gezegd functioneert deze roman het best als allegorie, maar een goede allegorie zuigt de lezer ook aan. En, ja, het kan zeer knappe resultaten opleveren wanneer schrijvers op het problematische escapisme van 'de meeslepende roman' duiden (zoals Dave Eggers en zeker David Foster Wallace dat doen), maar dat is geen besogne van Ishiguro. Hij gaat zo sukkelig om met de kloonproblematiek dat er op dat eerste, narratieve niveau eigenlijk amper iets te beleven valt: wie gelooft dat er ergens een instituut zou worden opgericht waarin mensen als vee worden vastgehouden om organen te leveren, als men nu al goedkopere en minder omslachtige technieken ontwikkelt?

Nee, dan moet het hier wel een symbool betreffen. Dan is het dus, bijvoorbeeld, een metafoor voor de criminele organenhandel die vandaag floreert: in kranten en films duiken regelmatig getuigenissen op van kansarme adolescenten in een ver buitenland met een groot litteken ter hoogte van de lever. Wellicht is dit boek dan ook een veroordeling van de mens die de ander uitzuigt om zichzelf in leven te houden. Vampirisme, exploitatie, homo homini lupus est: u kent dat wel. En uiteindelijk zal Hailsham ('hail' betekent 'heil' en 'sham' 'vervalsing' of 'fake') ook wel een figuur zijn voor onze domme existentie. Kathy en vooral Ruth fantaseren zich constant een verlossing bij elkaar - verhaaltjes waarin ze uiteindelijk aan hun verpletterende donorenlot kunnen ontkomen. Net zoals wij filosofische systemen, godsdiensten en verlichtingsidealen bedenken om een en ander zin te verlenen. En romans natuurlijk.

Het is vreemd dat de ongeloofwaardigheid van de plot niet wordt gecompenseerd door de realistische taal van de verteller. Kathy's getuigenis, die voor het overgrote deel uit flashbacks bestaat, is realistisch in die zin dat zij spreektaal gebruikt, met veel clichés en weinig grandeur. Zij is een verpleegster en Ishiguro wil haar geen al te grote vertellerskwaliteiten toedichten. Maar als je dat personage het hele boek laat dragen, leidt dat wel tot een krakkemikkige roman, die in elkaar geflanst is zoals een amateurverteller dat zou doen. Véél te vaak worden er erg onhandige structurerende passages als deze ingelast: "Ik wil het over het uitstapje naar Norfolk hebben, en over alle dingen die die dag gebeurd zijn, maar ik moet eerst wat verder terug om de achtergrond voor je te schetsen en uit te leggen waarom we daarheen gingen." Dan heb je er al geen zin meer in. Bovendien is dit boek weer véél te snel vertaald (wat tegenwoordig steeds vaker gebeurt, zeker bij Engelse bronteksten), wat tot hoogst onelegante constructies leidt: "Je zult hem mogen" lees je ergens en elders staat er "maar juist in die zomer waren er diverse dingen bezig te gebeuren". Bovendien zijn diverse personages sterk in het 'wegbenen': "Ruth wierp hem een woedende blik toe, draaide zich om en beende weg." Of nog: "Ik kan alleen maar zeggen dat ik op dat moment het meest bang was dat één van hen beiden als eerste weg zou benen en ik dan met de ander zou achterblijven." Om van weg te benen.

Ten slotte is er zoals gezegd ook het oudbakken humanisme: Ishiguro is bekend geworden met romans die op de gevaren van nostalgie wijzen, maar in Laat me nooit alleen lijkt hij er zelf aan toe te geven. Met pleidooien voor medemenselijkheid is het altijd uitkijken: prekerigheid, sentimentaliteit en banaliteit zijn maar een paar van de valkuilen. Prekerig of stroperig is dit boek zeker niet, maar omdat Ishiguro geen moeite doet om de klonen werkelijk te confronteren met een hedendaagse complexe maatschappij mist zijn verhaal over medeleven en vriendschap kracht. Dat maakt van zijn appèl aan de menselijke soort een nogal irrelevante oefening en van Laat me nooit alleen een gemiste kans. Ishiguro had met zijn thematiek, zijn personages en zijn taalbeheersing veel meer kunnen doen. Dit is een roman die in het begin van de jaren tachtig misschien nog overtuigend had kunnen zijn.

Bert Bultinck

Ishiguro is bekend geworden met romans die op de gevaren van nostalgie wijzen, maar nu lijkt hij er zelf aan toe te geven

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234