Donderdag 19/05/2022

Raak me niet aan

Met onze zintuigen treden we in relatie tot de wereld. Volgens Etienne Bonnot de Condillac en Denis Diderot is de tastzin ons meest omvattende, volmaakte en intense zintuig. Terwijl de prikkeling van onze smaak of ons gehoor ons maar tijdelijk genot verschaft en terwijl onze ogen bij het slapen sluiten, zou niets meer (kunnen) voelen ons totaal ontmenselijken. Nochtans is het met het cultiveren van die tastzin in onze cultuur niet goed gesteld. We mijden zoveel mogelijk aanrakingen van de ander en hebben ze in sterke mate geërotiseerd... en gecriminaliseerd.

Vroeger sprong men, zoals we kunnen leren uit Norbert Elias' Het civilisatieproces, om allerlei oorzaken heel wat minder problematisch om met lichamelijke aanrakingen. Kinderen en volwassenen sliepen in dezelfde ruimte kriskras naast, op of onder elkaar; men baadde zonder schroom naakt in plassen en rivieren en men betastte zijn kruis in het openbaar zonder enige gêne. Tegelijk behoorden vechtpartijen en fysieke gewelddaden tot de dagelijkse handelingen. Zoals we kunnen leren uit de vijfdelige Geschiedenis van het persoonlijk leven, onder redactie van Philippe Ariès en Georges Duby, is men geleidelijk aan steeds meer 'privacylijnen' gaan trekken rondom ons lichaam en werd al het lijfelijke object van disciplinering. We zonderen ons af voor onze kak en onze plas en vinden het hoogst onaangenaam als anderen de geluiden die we daarbij produceren kunnen horen. We wassen ons lichaam in afzonderlijke ruimten en slapen apart. Ouders kloppen op de deur als ze de kamer van hun kinderen betreden en op de openbare weg doen we al het mogelijke om de aanraking met voorbijgangers te vermijden. Het is soms potsierlijk om zien hoe mensen zich, bijvoorbeeld op het openbaar vervoer, in alle mogelijke bochten wringen om toch de ander niet aan te raken. Als dat toch gebeurt, is de kans groot dat men "sorry" zegt.

Aldus worden lichamelijke aanrakingen steeds meer met onze intieme levenssfeer verbonden, waarbij het onze wil is die bepaalt wie wat wanneer aanraken mag. Vreemden groeten we - als het 'moet' - met een handdruk. De omarming en de kus zijn voorbehouden voor 'intimi'.

In de sport blijken lichamelijke aanrakingen zelfs een demarcatiecriterium te zijn om sporttakken voor hogere van die van lagere sociale klassen te onderscheiden. Hoe groter de kans dat lichamen elkaar frequent aanraken - zoals bij voetbal, rugby of boksen - hoe groter de kans dat het een sporttak is die populair is bij lagere sociale klassen. Hoe geringer die kans - zoals bij tennis, golf of cricket - hoe meer ze bij hogere sociale klassen in trek is.

Ook in het krijgswezen wordt het vechten steeds minder een lijfelijk gebeuren geworden is. De zwaarden en bajonetten werden vervangen door bommen en mitrailleurs, waarbij niet alleen ieder lichaamscontact ontbreekt, maar waarbij men bovendien volstrekt in het ongewisse blijft wie en hoeveel men er geraakt heeft. 'Humaner' heeft die afstandelijkheid het krijgswezen beslist niet gemaakt.

Worden aanrakingen in het openbare leven almaar geringer, dan worden zij in de privé-sfeer des te meer geërotiseerd. Vanaf een bepaalde leeftijd vliegen kinderen van de ouderlijke schoot en in het post-Dutroux-tijdperk durven echtgescheiden vaders nog nauwelijks met hun kind samen in bad, uit vrees voor pedoseksuele verwijten. Leerkrachten en opvoeders durven om dezelfde reden kinderen niet meer in een troostend te omhelzen.

Ik herinner me nochtans het onderzoek uit de jaren zestig van twee bijna identieke weeshuizen in de VS waarbij de kindersterfte in het ene weeshuis aanzienlijk hoger was dan in het andere. De oorzaak lag niet in de voeding, de hygiëne of de verwarming. Nee, het bleek dat in het ene weeshuis de kinderen intens werden geknuffeld en aangeraakt terwijl dat in het andere weeshuis nauwelijks gebeurde. De knuffel als uitdrukking van tederheid is wel degelijk een menselijke basisbehoefte. Wat meer is: kinderen die in hun jonge jaren weinig lichamelijke affectie hebben ervaren, lopen een grote kans om ook zelf niet in staat te zijn om zich in de behoeften van hun kinderen in te leven.

Aanrakingen hebben diverse betekenissen, volgen eigen codes en hebben een eigen taal. We spreken met ons lichaam een taal die ons bewustzijn soms overstijgt, zodat we al eens verbaal te kennen geven afstand te willen bewaren terwijl uit onze houding en blik precies de tegenovergestelde boodschap valt af te leiden. We kunnen met ons lichaam verleiden of angst uitdrukken, bedreigen of hunkeren, vernederen of bewonderen. Aanrakingen spelen daarbij een specifieke rol. Ze drukken intimiteit in een relatie uit, het verlangen om zich dicht bij iemand te voelen, ermee te 'vervloeien', zoals Anthony Giddens in zijn The transformation of intimacy beschrijft. Het openstaan voor die aanrakingen drukt dan weer vertrouwen en genot uit. In het liefdesspel van het minnen met de zinnen domineert de taal van het lichaam het lessen van de verlangens.

Helaas is het met die ars amatoria in onze cultuur niet bijzonder goed gesteld en werd de bevrijde seksualiteit niet in een nieuwe erotica gecultiveerd, maar in het commerciële keurslijf van het zoveel mogelijk klaarkomen in zoveel mogelijk gaatjes van zoveel mogelijk mensen. Het resulteerde in hoofdzaak tot een bevrijding van het mannelijke lid, terwijl we nauwelijks dichter tot onze lichamelijkheid werden ge- en vervoerd. In plaats van onze lijfelijkheid beter te leren kennen, wordt ons vooral verteld dat lichaam te verachten. Twintig eeuwen van diepe levens- lichaams- en lustverachting laat je niet zomaar achter je. Reclame en commercie hebben ons ondertussen weten wijs te maken dat onze lichamen lelijk zijn en derhalve door een gigantische schoonheidsindustrie moeten worden bijgewerkt. Ze hebben ons overtuigd dat ons lichaam stinkt en dat we het maar het best met allerlei artificiële geurtjes besprenkelen. Jonge meisjes wordt verteld dat hun vagina stinkt, tenzij ze een speciaal daarvoor ontworpen parfum gebruiken en jonge ouders wordt voorgelogen dat babytjes eigenlijk toch het best een babylotion behoeven. Vaginaparfums en babyparfums kunnen symbool staan voor de manier waarop deze cultuur ons van ons lichaam vervreemdt. We verstoppen de geuren van jeugd en van ouderdom, de geur van inspanning en rust, wellust en lust. We vinden ze vies. Hoe zouden we dan is staat zijn alle subtiliteiten van de aanraking van het lichaam van de ander te vatten, als we ons eigen vege lijf niet eens doorgronden?

Tegen een artificiële geurcultuur is niets op tegen, maar de dominante parfumindustrie lijkt wel op een overbewapend leger dat wordt ingezet om de strijd tegen het vuile lichaam te winnen, een lichaam waarvan de voeten en oksels, monden en penissen, borsten en vagina's alleen maar pestdampen kunnen verspreiden. Het is een antilichamelijke geurcultuur. Parfums 'bestrijden' aldus de lichaamsvochten, in plaats van ze aan te vullen en zoals veel 'muziek' alleen maar overdonderend lawaai is, zo zijn veel 'parfums' alleen maar onwelriekende overdaad.

Intermenselijke aanrakingen, we kunnen ze nochtans niet missen. Niet alleen voor gevangenen is het een enorme straf om de aanraking van wie hen lief is te moeten ontberen, ook heel wat bejaarden in rust- en verzorgingsinstellingen kwijnen weg door een gebrek aan contact op communicatief en fysiek vlak. Probeert u zich heel even in te denken wat het zou betekenen om gedurende een heel lange tijd of niet meer te kunnen voelen, of niet meer aangeraakt te worden? Kunt u de knuffel wel missen? Hoeveel zou u er niet voor over hebben om iemand die je lief hebt gehad nog eens te kunnen voelen? En hoe belangrijk vinden we het niet om bij het afscheid nemen van een overledene het lichaam toch nog even aan te kunnen raken, opdat het precies een afscheid zou kunnen zijn?

Condillac en Diderot hadden het ongetwijfeld bij het rechte eind. Des te opmerkelijker is het hoe weinig artistieke cultuur er aan onze tastzin ontsproten is, enkele werkjes over sensuele massage niet te na gesproken. Onze ogen en oren worden rijkelijk van culturele prikkelingen voorzien door plastische kunstenaars en componisten. Voor onze tong staan de gastronoom en de sommelier klaar en voor onze neus de parfumeur... indien met mate. Maar artistieke aanrakingen? Een cultuur van het (be)tasten? Het lijkt iets uit een andere wereld. Zou dat niet net het gevolg zijn van de al te grote afstand die we tegenover onze eigen lichamelijkheid en het lichaam van anderen zijn gaan innemen, waardoor onze tastzin vervlakt en verarmt? Wellicht doen we er goed aan dat psychische en fysieke harnas dat we om ons lichaam hebben gesmeed en laten smeden wat meer weg te denken, alvorens het ons danig beknelt en gevoelloos maakt dat we in therapie moeten gaan... om ons lichaam te herontdekken.

De auteur is hoogleraar in de rechtsfilosofie en de toegepaste ethiek aan de RUG. Vorig jaar verscheen van hem: Verschaalde Waarden. De onmin in een cultuur. (Uitgeverij Pelckmans).

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234