Maandag 01/03/2021

Quid CD&V?

Het grootste Vlaamse evenement in de buurt van Brussel is de Gordel, die het landelijke karakter van de rand in het zonnetje moet zetten. Leterme is het icoon van die mentaliteit

Volgens een aantal commentaren na het onverhoedse ontslag van de regering is de kloof tussen een 'geïsoleerde' Yves Leterme en zijn basis nooit zo groot geweest. Het tegendeel is het geval. Leterme is hét zinnebeeld van de evolutie die zijn partij heeft doorgemaakt. Niet het afgelopen jaar, wel de afgelopen dertig jaar. Van een vanzelfsprekend staatsdragend rentmeesterschap en christendom naar de vertegenwoordiger bij uitstek van de grootste identiteit in Vlaanderen, het landelijke.

Wil een politieke partij de tand des tijds overleven, dan moet ze uit meer bestaan dan een achternaam. Dat weet Jean-Pierre Van Rossem ondertussen, dat weten ze ook bij Lijst Pim Fortuyn, dat beseft zelfs Jean-Marie Dedecker. Wil een partij de tand des tijds doorstaan, dan moet ze bovendien geassocieerd kunnen worden met één of twee kernbegrippen. Liberalen: de macht zoveel mogelijk bij het vrije individu. Socialisten: gelijkwaardigheid en herverdeling. Vlaams Belang: een onafhankelijk en zo monocultureel mogelijk Vlaanderen. Al het andere vloeit daar wel uit voort, zolang de kern, de missionstatement, er maar diep ingebakken zit.

Bij de christendemocraten was het niet anders. Daar waren de kernbegrippen 'rentmeesterschap' en christendom. Dat eerste was een wat ongelukkige term voor een conglomeraat van belangengroepen, waarin zowel ondernemers, vakbonden, boeren als sociale organisaties zichzelf vonden om een soort proactieve machtsconsensus te bereiken. Zodra dat compromis intern was geregeld, kon de partij het door haar numerieke overwicht relatief makkelijk aan de rest van het politieke landschap opdringen. Naast die machtsuitoefening was het gedeelde christendom het cement van de partij. Geen pilaarbijterij, wel een randkerkelijk aanvoelen van een gedeelde christelijk bepaalde geschiedenis, een pakket normen en waarden, gemeenschappelijke en universele rituelen. Het leverde de CVP decennialang een oninneembare leiderspositie op het Vlaamse politieke veld op, waarbij ze naar goeddunken de ene coalitiepartner inruilde voor de andere, tot grote frustratie van die laatste.

Van in de jaren zeventig brokkelde langzamerhand dat dubbele cement af. De ontzuiling greep in een steeds sneller tempo om zich heen, gekoppeld aan een groeiende verstedelijking en de daarbij horende individualisering. Permanente machtsdeelname en dus ook compromissen maakten de CVP tot de partij 'die er toch altijd bij was' en waarvan dus een kleinere aantrekkingskracht uitging. De in sneltreinvaart groeiende ontkerkelijking zorgde voor een ondermijning van de tweede christendemocratische basispijler. De twee fenomenen leidden ertoe dat de partij in de loop van twintig jaar haar stemmenaantal zag halveren. Toen ook de dioxinekippen nog een extra zetje gaven, en rood en blauw de kans zagen om het voor het eerst in vijftig jaar eindelijk eens zonder 'de tjeven' te mogen doen, grepen ze die met beide handen.

Een splinterbom had nauwelijks meer ravage kunnen aanrichten in de CVP-gelederen. Want ook al was men zich pijnlijk bewust van de voortschrijdende afkalving, als een echt acuut probleem werd het nog niet aangevoeld. Men bleef zich incontournable wanen. Het was dan ook een bruusk ontwaken, omdat de partij geen enkel scenario klaar had om met die nieuwe situatie om te gaan. In Het geknakte riet, een tot sleutelroman omgebouwde verzameling van off-the-record gesprekken met voormalige CVP-toppolitici, schetst Hugo De Ridder, zelf kind aan huis in het toenmalige machtsgremium van de partij, op indringende wijze de verwoestende gevolgen van die aardbeving.

De psyche van de gewezen machthebber wordt er genadeloos in getoond: de woede, de rancune, de paranoia, het wegrelativeren van de eigen fouten, de blinde haat tegenover de opvolgers, zowel in de nieuw samengestelde regering als in de eigen partij. Het is bepaald geen fraaie staalkaart van de negatieve gevoelens die een defenestratie meebrengt. Van een vitaliserende oppositiekuur is geen sprake, veeleer is het de etter die uit een opengestoken zweer gutst.

De oude garde kan bovendien geen afstand nemen van de macht en spuit genadeloos haar kritiek op de vernieuwingspogingen van haar partij en vooral op de manoeuvres van de jonge wolven om de oudere generatie definitief naar de achtergrond te duwen. Het is het moment dat men Stefaan De Clerck moedwillig alle hoeken van de kamer laat zien, al speelt hij daarin zelf niet onaardig mee met zijn 'bijenkorven', een nieuwe organisatievorm waarvan de wolligheid het alleen moet afleggen tegen de inefficiëntie ervan. Een andere groep, die het einde onvermijdelijk acht, deserteert onder leiding van Johan Van Hecke naar wat zij de nieuwe grote volkspartij acht: de VLD.

Het kantelmoment

De crisis verdiept zich nog wanneer blijkt dat paars-groen een nieuw elan brengt, moeiteloos alle aanvallen pareert van een partij die het oppositievoeren volledig verleerd is en die in een diepe identiteitscrisis vast blijft zitten.

Wanhopig tracht men een oude kernwaarde nieuw leven in te blazen, het zogeheten personalisme. Wat dat juist zou kunnen zijn, is zelfs na doorgedreven exegese van de teksten niet te achterhalen, laat staan dat het iemand zou kunnen raken of enthousiasmeren.

Maar dan keert het tij. De oude wet dat een regering niet valt door de oppositie maar door haar eigen interne verrotting wordt met verve in de praktijk gebracht door paars II.

Bovendien, en nog belangrijker, is in de samenleving een aantal sociologische verschuivingen tot volle wasdom gekomen. Een van de sterkste daarvan is de globalisering, die door veel mensen als een bedreiging wordt ervaren.

Ook al beseft men dat die onafwendbaar is, en dat steeds meer beslissingen verder van henzelf zullen worden genomen, toch groeit de behoefte om in de mate van het mogelijke de eigen leefomgeving te verdedigen en te behouden. Er ontstaat een groeiende behoefte aan identiteit, dat een kernbegrip wordt in het hele Europese politieke gebeuren, van Forza Italia tot Trots op Nederland van Rita Verdonk.

Het is een defensieve reflex, dat een reservaat van vertrouwdheid wil handhaven, gevoed door een nostalgisch verlangen naar een verleden dat vaak niet eens bestaan heeft. Een rustige, veilige omgeving, met een beetje groen, waar mensen elkaar nog helpen en bijstaan.

Het is een antiglobaliserende, antistedelijke, anti-individualistische beweging, die in de afgelopen jaren enkel een politieke vertaling vond in rechts-extremisme. Het is een beweging die gevoelsmatig ook bijzonder dicht aanleunt bij het Vlaams-nationalisme.

Corridor of Gordel?

Wanneer Yves Leterme de leiding van CD&V overneemt, op dat ogenblik alleen als de volgende in de rij wanneer de lift passeert, houdt hij er terdege rekening mee dat zijn carrière het identieke verloop zal kennen van die van Stefaan De Clerck. Vandaag getolereerd, morgen afgevoerd in pek en veren.

Met marktonderzoeker Jan Callebaut van Censydiam test hij een batterij begrippen. Het inhoudsloze 'goed bestuur', symbool van 'toen alles nog beter was', doet de computer tilt slaan: het scoort mijlenhoog boven alle andere geteste waarden.

Het is ook een claim die de christendemocratie geloofwaardig kan stellen. Het valt immers niet te ontkennen dat CD&V een van de drijvende politieke krachten is, die na de Tweede Wereldoorlog Vlaanderen van arme boerenstreek heeft opgetild tot een van de vijf meest welvarende regio's in Europa. Dat besef zit vast in het collectieve geheugen, voedt de nostalgie naar de tijd dat de stedelijke jonge veertigers van paars het nog niet voor het zeggen hadden.

Bovendien is Leterme zelf de verpersoonlijking van die landelijke nostalgie. Verhofstadt drinkt wijn, Leterme Westvleteren. Verhofstadt verbouwt olijven in Toscane, Leterme houdt een geit in Ieper. Verhofstadt fietst, Leterme kent de koers. Verhofstadt gaat uit de bol op de Gentse Feesten, Leterme drinkt een pintje op het Teerfeest van de Landelijke Gilde.

Hij is de verpersoonlijking van de Vlaming die, om het in de woorden van Tom Lanoye te zeggen, eigenhandig de voorouderlijke boerderij heeft afgebroken, om met de stenen ervan een fermette neer te poten. De hele campagne van Leterme bestond uit de woorden 'goed bestuur' en talloze foto-opportunity's op al die evenementen die de landelijke aard van Vlaanderen benadrukken. Ze was er, misschien niet eens volledig bewust, op gericht om er dat ene symbool in te prenten: de man van de landelijkheid tegen de stedelijkheid. Want dat is de nieuwe politieke breuklijn. In Europa, maar zeker in Vlaanderen.

Het best wordt dat nog geïllustreerd door de manier waarop in Vlaanderen over Brussel gedacht wordt. De Walen doen er alles aan om een corridor te krijgen, een fysieke, territoriale en vandaar ook gevoelsmatige band met de grootstad. Het grootste Vlaamse evenement in de buurt van Brussel is de Gordel, in wezen een symbolische schutkring van fietsen die de grote boze stad binnen haar begrenzing moet houden en die het landelijke karakter van de rand in het zonnetje moet zetten. Leterme is het icoon van die mentaliteit en is de eerste die er een politieke vertaling voor aanbood.

Terug naar de macht

Dat beeld heeft hij bovendien kunnen versterken met het kartel, wat bij nader inzien ook inspeelt op de nostalgie die in zijn partij zelf leeft: hij heeft opnieuw verenigd wat in de jaren vijftig nooit gescheiden had mogen worden. Die doping heeft zijn partij meteen terug in eredivisie gekatapulteerd: moest ze een paar jaar geleden nog behoorlijk op de tenen staan om in de orde van grootte van de VLD te komen, dan torent ze er nu probleemloos ver bovenuit.

Het is een positie die Leterme natuurlijk niet graag uit handen geeft. Een positie waarvan hij bovendien weet dat hij ze het best kan consolideren en versterken op Vlaams niveau. Ook dat speelt mee, in zijn streven naar meer staatshervorming. Hoe meer bevoegdheden Vlaanderen heeft, hoe onbedreigder en machtiger de positie van CD&V wordt.

Maar tot die dominante positie zeker verworven is en alle voorwaarden daarvoor vervuld zijn, zal Leteme geen risico lopen om dit zo vers opgebouwde kapitaal opnieuw kwijt te spelen. Pas als dat steviger onderbouwd is, zal hij opnieuw het risico van het compromis aandurven, zal hij misschien ooit de stekker uit het kartel durven te trekken.

Het ontslag dat iedereen zo heeft verbaasd was geen impulsieve ingeving, het was een volkomen logische gevolg van de langetermijnstrategie van de nieuwe, landelijke, Vlaamse christendemocratie.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234