Maandag 09/12/2019

Punt. Geen andere lijn

Met zijn herziene De laatste deur zet Jeroen Brouwers (76) een kroon op zijn essayistisch werk. Een studie met wetenschappelijke allure maar ook vol mededogen met door demonen geteisterde Nederlandstalige auteurs die de hand aan zichzelf sloegen. Wij selecteerden drie 'nieuwe' cases uit het boek. Dirk Leyman

Selfmade literair suïcidoloog, hoe word je dat? Sinds De laatste deur (1983) raakt Jeroen Brouwers niet meer af van deze bizarre eretitel. Wanneer een Nederlandstalige schrijver zelfmoord pleegt, gaan de alarmbellen rinkelen ten huize Brouwers en slaat hij zijn beroemde knipselmappen open - ik prijs me gelukkig ze ooit met eigen ogen te hebben gezien. Spoedig volgt een delicate necrologie, haarfijn verbanden leggend tussen het oeuvre van de betreurde schrijver en zijn ultieme daad, op zoek "naar de sleutels waarmee het raadselslot misschien kon worden geopend".

Waarom raakte Brouwers ooit zo gefascineerd door het verschijnsel? De vonk lag in de van nabij beleefde zelfmoorden, zo'n vijftig jaar geleden, van schrijvers Dirk De Witte, Jan Emiel Daele en vooral Anne Walravens, een tijdlang zijn geliefde. "Ik wil het wel op mij nemen, de geschiedenissen van al dezen te schrijven, mijn toon is die van solidariteit", zo noteerde Brouwers in De laatste deur. Want: "Ik kan mij (...) vereenzelvigen met andere schrijvers, mijzelf herkennend in alle eigenaardigheden, angsten, depressies, moedeloosheden, verslavingen en noem het maar 'gekten' die des schrijvers zijn."

Anne Walravens was de dochter van de schrijver Jan Walravens. De buitenechtelijke liaison van Brouwers met de door literatuur bezeten studente duurde anderhalf jaar. Walravens benam zich in 1973 op 23-jarige leeftijd het leven. "Haar zelfmoord heeft mij van de ene dag op de andere veranderd van een blije, vriendelijke springer, - ik was een konijntje in de maneschijn, - in de cynische alleshater die ik thans ben", luidde het in 1978. En later: "Als je mij zou zien als een stad is de zelfmoord van Anne W. het grote plein in het centrum." Walravens komt voor als 'Iris' in De Exelse testamenten en als 'Aurora' in de roman Zonsopgangen boven zee.

Langzaamaan begon Brouwers met het optrekken van zijn 'papieren gedenktekens' en verdiepte hij zich in alle facetten van zelfmoord in de Nederlandstalige letteren vanaf de achttiende eeuw. Toch leek het vooral een epidemie in de jaren zeventig, merkte Brouwers op: Dirk De Witte, Jan Emiel Daele, cultdichter Jotie T'Hooft of de Nederlanders Jan Emmens en Jan Arends. Na voltooiing van zijn boek moest Brouwers vaststellen dat het in de Nederlandse literatuur vooral "de kneuzen" waren die zelfmoord pleegden, "schrijvers van achter het behang, margefiguren" (met uitzondering misschien van Menno ter Braak en François Haverschmidt), in tegenstelling tot de "groten over de grens", Ernest Hemingway, Virginia Woolf, Yukio Mishima of Heinrich von Kleist.

Brouwers is aan De laatste deur blijven sleutelen vanuit een soort onstelpbare noodzaak, "opeens stroomt dan al dat weten en kennen uit mij als uit een vat waar geen druppeltje meer bij kon". Zoekend en tastend naar verklaringen, onthoudt hij zich ook in deze nieuwe editie angstvallig van spijkerharde conclusies: "Wie zou willen oordelen? Oordeel liever niet." Toch - ondanks het begrip voor hun zelfmoordreden - "stokt tot op de huidige dag mijn verstand en tamelijk grote vermogen tot empathie bij de vraag naar het ultieme waarom", aldus Brouwers.

Psychiaters? Windhanen!

Uiteindelijk is De laatste deur een prachtig neergeschreven samenscholing van gekwelde levens. Maar ondanks alle bijeengeveegde feiten, waarnemingen, wetenschappelijke casuïstiek en gepelde eitjes met psychiaters ('die windhanen, deze onheilbezweerders, deze onheilbevestigers, deze kletsmeiers') geeft Brouwers het grif toe: "Geen sleutel gevonden en het raadsel is het raadsel is het raadsel."

De editie die nu het licht ziet, is op veel punten flink aangepast en opgeschoond. Zo verdwenen de necrologieën over de Vlamingen Gust van Roosbroeck en Jules Persyn (omdat het te twijfelachtig is of ze wel daadwerkelijk zelfmoord pleegden?). Opvallend is dat zelfmoord de laatste jaren vooral in de Nederlandse letteren huishoudt, met onder meer Adriaan Venema, Anil Ramdas, Jeroen Mettes, Nanne Tepper, Joost Zwagerman en Wim Brands. Bij de Vlaamse literatuur stuiten we enkel op de weinig bekende Lucrèce Van Hecke.

We zoomen in op drie nieuwe 'zelfmoordgevallen' uit De laatste deur.

Joost Zwagerman (1963-20I5)

'DE TATOEËERNAALD IN ZIJN VEL'

"Zijn leven verliep bepaald niet in het gebied van de stilte, al verlangde hij tegen het einde ervan meer en meer om daarin te verdwijnen", schrijft Jeroen Brouwers bij de aanvang van zijn analytische maar gloedvolle en integere essay over romancier, dichter, Amerika-kenner en essayist Joost Zwagerman.

"Van alle in dit dodenboek beschrevenen was hij de beroemdste", stelt Brouwers meteen vast. De dood van Zwagerman joeg inderdaad een regelrechte schokgolf van rouw door de Nederlandse letteren. Vooral omdat de levenslustige Zwagerman ("hij met zijn Zwiterserlevengevoel-gezicht" en "handenwrijvende vitaliteit") altijd had verzekerd dat zelfmoord "niets voor hem was". "Zelfmoord was een 'no-go-area' en 'hij zou altijd alles ondernemen om een aspirant-zelfmoordenaar van de ultieme daad te weerhouden'", aldus Brouwers. Hij wijst erop hoe Zwagerman zijn boezemvriend, de schrijver Rogi Wieg - levenslang geteisterd door depressies en psychoses - te allen prijze wilde verhinderen om euthanasie te plegen. Zelfs toen Wieg zijn vrienden al had verwittigd van zijn naderende zelfgekozen einde, bleef Zwagerman maar sms'en, bellen en aan de deur komen.

Zwagerman mocht dan wel een gretig levende, enthousiaste persoonlijkheid zijn, diep vanbinnen vrat de (mislukte) zelfmoordpoging van zijn vader in 1998 voortdurend aan hem. "Er bleven in het hoofd van Joost twee dingen knarsen", schrijft Brouwers over zijn bewonderaar Zwagerman. "Er was 'een 'mede-slachtofferschap', dat hoofdzakelijk bestond uit zijn verontwaardiging over het feit dat zijn vader hem ten slotte te onbelangrijk had gevonden om nog rekening mee te houden. En de opeens in hem opgestane angst dat zelfmoord genetisch bepaald en overdraagbaar zou zijn, zodat de mogelijkheid zou bestaan dat hij er ook door was aangeraakt, en zijn kinderen en kleinkinderen."

Brouwers probeerde dat laatste tegenover Zwagerman te relativeren en wees hem erop dat zelfmoord in genetische context eerder uitzonderlijk is. Later bleken er in Zwagermans omgeving drie mensen 'suïcidaal' te zijn.

Zwagerman ging voor zijn boek Door eigen hand (2005) praten met vijf Nederlandse schrijvers die van nabij met zelfmoord waren geconfronteerd - onder wie Jeroen Brouwers, Arthur Japin en Renate Dorrestein - om na te gaan hoe nabestaanden omgingen met het aangedane leed.

Brouwers zoekt in het oeuvre van Zwagerman naar "voortekens, vooruitwijzingen en signalen" voor wat zich uiteindelijk op 8 september 2015 voltrok. Hij vindt die in een gedicht uit Roeshoofd hemelt (2002) of in passages uit de roman Zes sterren (2005), waarin Zwagerman de laatste uren van een zelfmoordenaar evoceert. Brouwers: "Bij deze passage moet Zwagerman de tatoeëernaald in zijn vel hebben voelen krassen."

Er volgden zich opstapelende depressies na Zwagermans echtscheiding in 2011, de rondgang langs psychiaters én het plots van de hand doen van zijn literaire archief. "De gedachte aan zelfmoord werd een wurgkoord om mijn nek", verklaarde Zwagerman in 2012 in De Morgen. Later ging het hem weer beter en leek hij de demonen van zich te hebben afgeschud, met een fabelachtige productie waarbij van creatieve impasse geen sprake leek. Maar in essays over Kurt Cobain, Rothko of David Foster Wallace sloop weer "dat verlangen om er niet te zijn". De trefwoorden van zijn laatste essaybundel De stilte van het licht (2015) waren "stilte, leegte, zwijgen, abstractie, angst, verdwijnen, eeuwigheid, dood, het eindeloze wit", aldus Brouwers.

Anil Ramdas (1958-2012)

'EEN LEVEN DICHTGESLIBD IN ANGST EN ZELFVERACHTING'

Een tiental jaar geleden kon je geen Nederlandse krant of weekblad openslaan of je stuitte op een opiniestuk van de hand van de in een hindoegemeenschap geboren Surinamer Anil Ramdas. Hij was alomtegenwoordig als columnist, reisverslaggever, VPRO-televisiemaker of directeur van de Amsterdamse De Balie, geprezen om zijn "sprankelend intellect en ideeën". Hij gold vooral als een beroepsherinneraar, zoals een van zijn boeken uit 1996 heette, altijd in de weer met heimwee en thuisloosheid van de migrant, gevoelens die hij aftoetste aan V.S. Naipaul of Salman Rushdie.

"Iemand met een bruine huid tussen Hollandse kaaskoppen, die trouwens helemaal niet zo tolerant bleken te zijn als algemeen werd beweerd en die geen idee hadden van wat 'soul' is", noteert Brouwers laconiek. Helaas dempte Ramdas zijn niet te verdrijven ontheemding geleidelijk aan met sloten drank, waardoor hij van alles liet aansloffen en steeds meer in de rats raakte.

Toch kwam ook zijn zelfmoord als een donderslag bij heldere hemel. Of vielen er toch indicaties te puren uit zijn 'breedsprakige opus' Badal, goed voor 412 bladzijden? Ramdas zat zijn leven dicht op de hielen in deze roman over Harry Badal, een uit Suriname afkomstige Hindoestaan die voor 'voorname' bladen schreef.

Badal blikt terug op zijn verleden als 'gevierd essayist' en 'journalist', én naar 'de man die als jonge student naar Nederland kwam en zich liet inpalmen door de blanke intellectuele elite'. Twintig jaar later trekt Badal, gedegradeerd tot alcoholist, zich terug aan zee, waar hij zelfmoord door verdrinking bij Zandvoort pleegt.

Ook Anil Ramdas keerde terug naar "het sloeberschap van constante bezopenheid, waarvan het leven dichtslibt in angst en zelfverachting". Ramdas raakte pijnlijk teleurgesteld in Nederland en vond dat hij "in de steek was gelaten" en "verraden door de linkse elite", concludeert Brouwers. Een jaar na het verschijnen van Badal bracht hij zichzelf om in bad, in Loenen aan de Vecht, amper 54 jaar.

Nanne Tepper (1962-2012)

'CIRKELEND ROND IKKEN VOL ONZEKERHEID'

Een wonderkind of een total loss? Dat zou je je kunnen afvragen over Nanne Tepper, die ooit glansrijk debuteerde met De eeuwige jachtvelden (1995, een bij nader inzien luguber vooruitwijzende titel) en sindsdien omgord met het etiket van cultauteur.

Tepper pleegde zelfmoord op 10 november 2012, "hij voltrok zijn einde zoals hij in de baarmoeder al dacht te doen met de navelstreng, hij was vijftig jaar", schrijft Brouwers in De laatste deur. De thematiek van de schrijver Tepper bleef "klein, almaar cirkelend rond ikken vol onzekerheid over hun mogelijke talenten en vooral verlorenheid in vastzittend verdriet om ach de bloemenkrans van weleer toen die nog niet was verwelkt", noteert Brouwers in een essay vol mededogen met de getormenteerde auteur. Die was geboren in Veendam, een Gomorra vol "troosteloze architectuur" en gegeseld door "de Veendammer Wind, een snerpende onwelriekende bries".

In Groningen - tijdens zijn lerarenopleiding - raakte de "mooie, interessante jongen" in de ban van alcohol en hasj. Hij kampte met "een opdoemende zwaarmoedigheid, die niet meer zou verdwijnen". Zijn verslingering aan muziek bracht Tepper bij garagerockbands waar "het gedonder in zijn hoofd" voorgoed begon.

Na moeizaam op zichzelf bevochten boeken als De eeuwige jachtvelden, De vaders van de gedachte (1998) of De avonturen van Hillebillie Veen (2002) "bleef het schrijfelan compleet achterwege", noteert Brouwers. Althans wat romans betrof, het allerhoogste voor Tepper. Al bestookte Tepper velen met brieven en schreef hij tot uitputtens toe (muziek)columns om te overleven. Depressies teisterden hem steeds opdringeriger. In een ziekenhuis werd hem een 'Verklaring van Complete Ontoerekeningsvatbaar-heid' overhandigd. Tepper kreeg een agressieve reputatie, bedreigde de politie en "zelfs zou hij met een pistoolmitrailleur willen schieten, tot het bloed langs de ramen gutste, op medepassagiers in een treincoupé", aldus Brouwers.

Zelfmoord kwam overigens regelmatig ter sprake in Teppers brieven. Zeker toen zijn idool en leeftijdgenoot David Foster Wallace zich in 2008 van het leven beroofde, leek de dood al de hand op Teppers schouder te leggen. Brouwers: "Ongetwijfeld zal Tepper zich bewust zijn geweest van alle overeenkomsten en parallellen, maar zich ook hebben gerealiseerd dat hij niet Wallace was maar de Veenkoloniaal zonder inspiratie, waartegen zijn talent dan niet bestand hoefde te zijn."

Amper enige maanden voor zijn zelfmoord belandde Tepper - per ongeluk of niet - in het water van het Groningse Reitdiep. Brouwers: "Hij werd gered, wat van hem niet had gehoeven: 'Ik voelde me kalm en tevreden terwijl ik naar de bodem zonk. Ik was het liefst verdronken.'"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234