Vrijdag 18/09/2020

Pukkelpop volgens Pieter Coupé: Deadmau5 (**1/2), Amatorski (***1/2) en Janelle Monáe (****)

Deadmau5Beeld harry heuts

Het Pukkelpopteam van De Morgen stuurt ook dit jaar vier recensenten naar de weide. Ze hebben voor de volgende drie dagen elk een eigen traject uitgetekend en plechtig beloofd om elkaar nooit voor hetzelfde podium tegen te komen. Het parcours van Pieter Coupé brengt 'm vandaag naar Young Fathers, Kwabs, Forest Swords, Janelle Monáe, Amatorski en Deadmau5.

Deadmau5 (**1/2)
Ooit al een muis met inktvisarmen gezien? Een kwartier ver in de set van Deadmau5 kreeg de man met het monumentale muizenmasker op de beeldschermen links en rechts plots tentakels aangepast. Die waren wellicht bedoeld om ons vast te grijpen en mee te trekken in zijn beatspektakel, maar helaas: die octopusarmen bleken al net zo glibberig als de house die Deadmau5 liet horen. Climaxen - waar dit soort euforiemuziek toch op drijft - bleven grotendeels uit, en Deadmau5, een 33-jarige Canadees die eigenlijk Joel Zimmerman heet, liet zijn muziek zelfs vaak even stilvallen, waarbij ook de lichtshow kort op zwart ging. Bekend trucje, en het kan een meute opnaaien, maar wij zagen de mensen toch vooral kletsen, hun gsm checken en staren naar de grote schermen en naar de lichtgevende kubussen op het podium, waarop ook nog eens van alles werd geprojecteerd.

Dat bleek uiteindelijk de beste optie: kon deze dode muis je met zijn muziek niet in de val lokken, aan zijn visuals bleven je ogen wél kleven. De ene keer zweefde je door een Gotham City-achtige grootstad, de andere keer zat je midden in een Dick Tracy-stripverhaal, even later stuiterde je door een flipperkast of scheurde je over het circuit van een racevideogame. Geinig: in de racende wagentjes zaten Deadmau5 en zijn concurrent Skrillex, met wie hij wel vaker pesterige pranks uithaalt.

Na een tenenkrullend zweverig intermezzo halverwege (Vangelis, iemand?) bracht Deadmau5 alsnog wat vaart in zijn vijf kwartier durende set - een concert kon je dit overigens niet echt noemen, want ook als Zimmerman even van zijn booth afdaalde, denderden de beats gewoon door. Vuile elektro ging aan de haal met prikkelende house terwijl gelikte vrouwenstemmen catchy melodietjes zongen. Resultaat: de wei ging in het slotkwartier kort maar krachtig uit de bol. Armen en benen zwierden de lucht in, en uit vele kelen klonk het bekende he-ey-ho-ow-gejoel. Toch vermoeden we dat die plotse dansopstoot evenveel te maken met de oprukkende nachtkoude als met de opzwepende muziek.

Beeld harry heuts
AmatorskiBeeld harry heuts

Amatorski (***1/2)
Goeie zet van Pukkelpop om Amatorski niet in de Belgen-tent Wablief!? te zetten, maar in de Castello, de kweekkamer van Pukkelpop, waar groepen staan die moeilijker getijen bij daglicht. Ook Amatorski voelde zich comfortabel in het halfduister van de afgesloten tent, en had er alle ruimte om zijn eigen wereld op te roepen. Eentje met de pieken en dalen van een berglandschap, maar waarboven altijd weer een fonkelende sterrenhemel lonkt - zoals je ook zag op het zeil dat de band achter zich had hangen, een variant op de hoes van de prachtplaat 'From Clay To Figures' (2014).

Het is een broos universum, dat van Amatorski, maar je vindt er wel beschutting tegen een buitenwereld die almaar bozer lijkt te worden (vul hier uw conflicthaard naar keuze in). Zo druppelde 'Warzsawa' delicaat de Castello in, waarbij elk lid van het trio zijn penseelstreekjes bijdroeg aan het klankbeeld: drummer Christophe Claeys zette een stapvoets ritme in, waarover Sebastiaan Van Den Branden zijn kristalheldere gitaarlijnen naar de hemel omhoog liet kringelen. Frontvrouw Inne Eysermans, die bijna verdween achter haar batterij synthesizers, strooide er klanken over uit die als spelden in onze huid prikten.

Applaudisseren na die song leek haast ongepast, zo prachtig en verstild klonk hij. U hield zich echter niet in - en maar goed ook. Jammer wel dat de bassen van de nabij gelegen Boiler Room voortdurend aan de Castello rommelden, waardoor ook Amatorski zijn volume wel moest opschroeven en zijn meest subtiele passages dreigde te versmachten.

Gelukkig heeft Amatorski nog een troef achter de hand: de onwezenlijk mooie stem van Inne Eysermans, die nu eens ijskristallen op het raam tovert ('Hudson') en er dan weer de condens laat afdruppelen ('Deer The Wood'). Knap ook hoe de band die laatste song afpelde, door telkens weer een ander detail uit het totaalgeluid weg te laten, tot hij helemaal stilviel. Slotsong 'She Became A Ballerina' leek dan weer spontaan op te borrelen uit een aanzwellende geluidsstroom die werd aangejaagd door een zinderende postrockgitaar: een song die openvouwde als een ballerina die langzaam tevoorschijn komt uit zo'n oud muziekdoosje.

Amatorski hanteert nog altijd minimale middelen, maar de tijd dat de band alleen nog miniatuurtjes borstelde, is voorbij. Hun set in de Castello was een kamerbreed fresco met epische allures.

Beeld harry heuts
Beeld harry heuts

Janelle Monáe (****)
Met zeven muzikanten en twee achtergronddanseressen had Janelle Monáe het hoofdpodium van Pukkelpop goed gevuld. Op de weide voor haar stond er helaas amper meer volk - zaten de funkfans op Pukkelpop dan echt allemáál bij Jungle, dat tegelijkertijd speelde?

Monáe liet het in ieder geval niet aan haar hart komen en gooide stem, kont en kruis in de strijd alsof ze voor een stampvol, zwetend Apollo Theater in Harlem stond. De goeie, ouderwets vettige soul van 'Givin Em What They Love' trok het feestje op gang, en al bij het derde nummer, 'Dance Apocalyptica', deed het publiek de bijtrekpasjes van Monáe en haar band mee.

In 'Q.U.E.EN.', met geweldige spacy synthesizers à la Funkadelic, kroonde Monáe zichzelf tot opperdiva, en tijdens 'Electric Lady', opgedragen aan alle sexy vrouwen op de wei, schakelde ze indrukwekkend rimpelloos tussen zang en rap. En tijdens de James Brown-cover 'I Feel Good' bleek ook nog eens hoe soepel ze kan dansen.

'Primetime' was zo'n warme soulballad waarbij alle stelletjes in het publiek elkaar eens goed vastpakten. Alle kitscherige klefheid die zo'n song kan aankleven, blies Monáe weg met haar sexy en zelfbewuste performance. Met 'Cold War' toonde Monáe nog een andere kant: haar engagement. De song werd opgedragen aan de zwarte tiener die onlangs door de politie werd neergeschoten in de VS, en Monáe zong: "Let's start a revolution for the next generation'. Of die oproep gehoor vond? De wei sprong alvast wild op en neer op opzwepende funk van 'Cold War', die bleef doorgaan tijdens 'Tightrope' (een pleidooi voor volharding, in alle omstandigheden), waarbij Monáe over de grond rolde en James Brown-gewijs een cape over zich gedrapeerd kreeg.

In setsluiter 'Come Alive' kregen we nog meer theater: Monáe zeeg dramatisch neer op een brancard, maar werd gereanimeerd door twee types uit haar entourage - net als haar muzikanten in smetteloos wit gekleed - waarna Monáe liggend verder zong, terwijl ze met haar bekken omhoog beukte. Wat later liep ze eerst het publiek in door de middengang, om tot slot op de eerste rijen te gaan crowdsurfen.

"Gewoon een beestig wijf", kwam een meisje ons spontaan in het oor roepen. Niet de woorden die wij gingen gebruiken - we hadden toen net 'wat een vrouw!' gekribbeld in ons notitieboekje - maar u snapt het plaatje: geweldig concert van een dito dame.

Janelle Monáe.Beeld Alex Vanhee
Janelle Monáe.Beeld Alex Vanhee

Forest Swords (****)
Matthew Barnes, die zijn platen ondertekent als Forest Swords, is naast muzikant ook grafisch vormgever. Dat zag je meteen in de Castello: achter de Brit Barnes (op laptop en soms op gitaar) en zijn bassende maatje zag je projecties die gelijke tred hielden met de soundscapes die je hoorde.

Hoe vreemder de beelden oogden, hoe verontrustender de muziek klonk. Hoe meer allerlei motiefjes door elkaar gingen dwarrelen op het scherm, hoe meer onze hoofd ging tollen door de akelige klanken die Barnes uit zijn apparatuur sleurde. Soms waanden we ons in zo'n verlaten houten huis uit een oude horrorfilm, met piepende deurscharnieren, krakende trappen en een kaduke piano die plots vanzelf gaat spelen.

Barnes bracht - of beter: bewerkte - tracks uit zijn vorig jaar in allerlei eindejaarlijstjes opduikende album 'Engravings'. We herkenden onder meer flarden uit 'Ljoss', 'Thor's Stone' en 'Irby Tremor', waarbij Barnes het op plaat al aanwezig dubkantje live dik aanzette met bassen die de tentzeilen deden flapperen. De andere bouwstenen van zijn sound waren postrock (de grillige gitaartjes) en triphop (de slome beats), waardoor Forest Swords deed denken aan vergeten bands uit de jaren negentig als Movietone, Crescent en Third Eye Foundation.

Bovenstaande herinneringen kwamen overigens in ons op aan het begin van het concert, want ergens halverwege werd het zalig wazig in ons hoofd, en waren we volkomen opgeslorpt door Forest Swords' maalstroom van klanken. Dit was zo'n concert waarbij we achteraf de tent uit stapten, en de wereld teleurstellend normaal leek.

Forest Swords.Beeld Harry Heuts
Forest Swords.Beeld Harry Heuts

KWABS (**1/2)
De horoscopen van Kwabs zijn eensluidend: "Jij wordt een ster." Dat zal ook wel lukken, want de naar Londen verhuisde Ghanees beschikt over een stem die als vloeibaar karamel je oren inglijdt en heeft de steun van een grote platenfirma in zijn rug. Aan het einde van zijn set in de Castello wandelde hij dan ook met de allures van een vedette de coulissen in. Gerechtvaardigd? (Nog) niet echt.

Zo moet hij bijvoorbeeld snel op zoek naar een band die zijn soulsongs wat meer punch kan geven. Nu had hij twee begeleiders bij zich, een op toetsen en een op akoestische gitaar, die elkaar de loef leken af te steken qua kleurloosheid. Goed, het is duidelijk Kwabs die de ster moet worden, en niet zijn band, maar zo anoniem hoeft nu ook weer niet. Ook hun inkleuring van de songs blonk uit in eenvormigheid: een spaarzaam gitaartje hier, een voorzichtige beat daar, en dat was het. Zo'n sobere aanpak kan werken, als de songs op zichzelf sterk genoeg zijn.

Helaas: hij heeft wel de stem, maar mist nog de songs. Alleen 'Pray for Love' en 'Wrong or Right', niet toevallig de setafsluiters, hadden een melodie die we ons vijf minuten na het concert nog konden herinneren. De rest, zoals het kraakverse 'Walk' of 'Into You', klonk aardig, maar dan vooral als achtergrondmuziek. Kwabs wordt vaak geparkeerd in het straatje van 21e-eeuwse elektronische soulstemmen als S O H N en James Blake. Maar toen hij van die laatste 'The Wilhelm Scream' coverde, hoorde je wat Kwabs' grootste gebrek is: zijn songs zijn mooi, maar braaf, al te braaf.

Kwabs.Beeld Harry Heuts

YOUNG FATHERS (***)
Politiek statement? Artistiek manifest? Een oorlogsverklaring? Geen idee wat Young Fathers precies op de Castello afvuurde, maar strijdvaardig klonk het in ieder geval. Het Schotse drietal ontpopte zich nu eens als sjamanen die de hele tent mee in hun tribale extase wilden meenemen, en dan weer leek het een stelletje sluipmoordenaars dat het op ons leven had gemunt. De messcherpe, ratelende beats kwamen uit een laptop, en werden stevig aangezet door een extra kracht op drums. Ook het half zingende, half rappende trio kreeg versterking, van een kaalgeschoren vrouw die gezegend was met een gewéldige soulstem, waar wier blik je leek te doorboren.

Zo laveerde dit drietal voortdurend tussen aantrekken en afstoten. Doordat de band in het halfduister stond en voortdurend vreemde poses aannam (kronkelen rond de microfoon, elkaar omhelzen en zo bijna het zingen verhinderen) leek het soms alsof je naar een kunstperformance stond te kijken. Maar dan wel eentje in het museum van een belegerde stad die aan gruzelementen wordt gebombardeerd. "This is war", luidde het dan ook dreigend in 'War'.

Arty farty vaagheid
Hun muziek klonk intussen als een mix van kunst, cutting edge hiphop en helaas ook wat kul van de flauwste soort: ergens halverwege de set dreigde Young Fathers te verzanden in arty farty vaagheid. Gelukkig waren er ook songs van het kaliber 'Just Another Bullet', (met beats als mitrailleursalvo's), 'Get Up' (opruiend en dansbaar) en 'Low' (dat soulzang lijmde aan dreunende bassen).

Slotsong 'I Heard' liet de gespletenheid van Young Fathers goed horen: hortende computergeluiden zweemden richting confronterend experiment, terwijl de gloedvolle samenzang duidelijk bedoeld was om het publiek mee te krijgen. Intrigerend, zeker, maar bijwijlen nog iets te gekunsteld.

Young Fathers.Beeld Alex Vanhee
Young Fathers.Beeld Alex Vanhee
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234