Zondag 09/08/2020

Review

Pukkelpop volgens Bart Steenhaut: Slowdive (****), Frank Turner (***) en Jungle (****)

SlowdiveBeeld alex vanhee

Het Pukkelpopteam van De Morgen stuurt ook dit jaar vier recensenten naar de weide. Ze hebben voor de volgende drie dagen elk een eigen traject uitgetekend en plechtig beloofd om elkaar nooit voor hetzelfde podium tegen te komen. Het parcours van Bart Steenhaut brengt 'm vandaag naar St. Lucia, Vance Joy, To Kill A King, Jungle, Frank Turner, Editors en Slowdive.

Slowdive (****)
Zeker: de affiche van Pukkelpop staat traditioneel in het teken van de jeugd, maar tegelijk zijn er elke editie toch een paar oudere bands van de partij die hun stempel op de volgende generaties muzikanten hebben gedrukt. Slowdive behoorde dik twintig jaar geleden tot de voortrekkers van de Britse shoegazer-beweging, maar na de split sukkelde de band toch weer de vergetelheid in.

Ook de stroming - met verder bands als Ride, My Bloody Valentine en Spiritualized - verdween haast even snel als ze gekomen was, al lijkt de tijd stilaan rijp om de geschiedenis te herschrijven. Niet onterecht, trouwens, want rond middernacht illustreerde het sinds kort herenigde Slowdive dat de muziek van toen ook vandaag nog opvallend fris klinkt.

De songs werden stuk voor stuk gekenmerkt door een torenhoog opgetrokken wall of sound, waaronder vaak melancholische melodieën verborgen zaten. De opkomst viel wat tegen - de verwachtte doorstroom na Editors bleef uit - maar wie er bij was hoorde intense, emotionele versies van 'Catch The Breeze' en 'Crazy For You' en 'Avalyn'.

De stem van Rachel Goswell zat vrij ver in de mix, wat het dromerige effect van de muziek nog onderstreepte. Ook 'When The Sun Hits' en 'Alison' waren van een tijdloze schoonheid, en met het van Syd Barrett geleende 'Golden Hair' gaven de vijf aan waar ze zélf de mosterd vandaan hadden gehaald.

Benieuwd of deze nieuwe fase in het bestaan van de groep uiteindelijk tot nieuw werk zal leiden. Het zou Slowdive - die aan de eerste periode van haar bestaan nauwelijks geld heeft overgehouden - alleszins gegund zijn. In afwachting tekent dit gezelschap bijna twintig jaar na de split voor de reünie van 2014.

Beeld alex vanhee
Beeld alex vanhee

Frank Turner And The Sleeping Souls (***)
Derde keer, goede keer. In 2011 zou Frank Turner voor het eerst naar Pukkelpop komen, maar toen zorgde het rampzalige noodweer ervoor dat het festival werd afgelast nog voor hij het podium op kon. Vorig jaar kwam de herkansing, maar toen moest de zanger wegens een rugblessure zelf verstek laten gaan.

Dit jaar lukte het wél, en de duizendzeshonderdste show in zijn carrière werd verbouwd tot een heus feestje. In Groot-Brittannië en Ierland heeft de populariteit van Turner inmiddels zodanige afmetingen aangenomen dat hij er zonder veel moeite de plaatselijke Sportpaleizen uitverkoopt. Opmerkelijk, want de tweeëndertigjarige Brit grossiert in akoestische punk die meer raakpunten vertoont met The Pogues dan -pakweg- Justin Timberlake.

Samen met zijn Sleeping Souls pakte hij vanavond uit met een set die even onstuimig als rommelig was, maar dat deerde niet. Dat gebrek aan nuance werd ruimschoots gecompenseerd door zijn tomeloze inzet, die bij momenten zelfs de energie van de jonge Springsteen in herinnering riep. Ontwapenend openhartig, ook. It was a wonderful life when we were together, klonk het berouwvol in 'Plain Sailing Weather'. And now I've fucked up every little gooddamn thing. De tekst werd - beetje vreemd toch- meegescandeerd alsof het een voetbalhymne was, en je voelde het bierverbruik aan de aanpalende togen meteen de lucht ingaan. Dàt soort concert was het dus.

Halfweg 'Glory Hallelujah' kwam NOFX-brulboei Fat Mike -je zag zo waar de bijnaam vandaan kwam- het podium opgewaggeld voor wat je met wat goeie wil een tweede stem kon noemen, en 'Eulogy' werd door Turner voor de gelegenheid in een vreemdsoortige variant op het Nederlands vertolkt. U merkt het: de sfeer en de ambiance haalden het op muzikale virtuositeit en foutloos samenspel. De conclusie was navenant: geen onvergetelijk concert, maar wél amusant.

Frank Turner.Beeld Alex Vanhee
Frank Turner.Beeld Alex Vanhee

Jungle (****)
Veel volk op het podium bij Jungle, met voorsprong de meest gehypte band op Pukkelpop dit jaar. Het Britse gezelschap rond jeugdvrienden Josh Lloyd-Watson en Tom McFarland was live uitgebreid met twee achtergrondzangeressen, een ritmesectie, en een percussionist. Dat leverde samen een wat broeierig, donker en tegelijk toch gestroomlijnd geluid op dat we voor het gemak onder de noemer urban zullen catalogeren.

Je hoorde hoge falsetstemmetjes die mooi afkleurden tegen de kruisbestuiving tussen electronische soul, sensuele funk en nachtelijke r&b. De songs, vrijwel allemaal mid-tempo, verwezen naar de jaren zeventig en boden tegelijk toch een blik op de toekomst. Onmogelijk ook om niét aan de Bee Gees te denken als je Lloyd-Watson en McFarland hoorde zingen. De toegestroomde menigte vond het alvast enig, en het duurde niet lang voor de Castello herschapen werd tot een discotheek waar de temperatuur gaandeweg naar tropische hoogten klom.

Alleen: van veel uitstraling kon je de groep voorlopig niet betichten. De muzikanten zagen eruit alsof iemand ze lukraak uit een Britse pub had geplukt, waardoor de mystiek die het onlangs verschenen debuut kenmerkt op het podium wat ontbrak. Je zag nog te veel een studioband, in plaats van een strakke livegroep. Nam niet weg dat de band voor één van de beste optredens van de eerste festivaldag tekende. Genieten kon immers ook met de ogen dicht.

Jungle.Beeld Harry Heuts
Jungle.Beeld Harry Heuts

To Kill A King (***)
De verleiding was groot om To Kill A King vooraf alvast preventief weg te zetten als het minder succesvolle broertje van Mumford & Sons. Beide bands vertonen op het eerste gezicht nogal wat raakpunten. Ook uit Londen. Ook folkies. Begonnen bij hetzelfde label. Zelfde leeftijdscategorie, bovendien. Maar dat bleek bij nader inzien toch wat te kort door de bocht. Omdat zanger Ralph Pelleymounter op een paar jaar tijd flink aan podiumpersoonlijkheid gewonnen had, bijvoorbeeld. En omdat hij je het gevoel gaf dat elke lyric recht uit het hart kwam.

Het was bovendien het soort frontman waarvan je voelde dat hij soul had zonder dat daar vocale krachtpatserij bij kwam kijken. Z'n donkere timbre deed meer dan eens aan Noah & The Whales-zanger Charlie Fink denken, maar dat was geenszins een minpunt. Zijn soms iets te doorzichtige poging om het publiek te behagen was dat wél, en dat vervolgens ook de technologie het even liet afweten, tot twee keer toe weigerde zijn akoestische gitaar dienst, hielp evenmin. Daardoor haalde de set helaas niet het potentiëel dat erin zat.

'Cold Skin' was een goeie song, 'Rays' werd opgesierd door knappe gitaarmotiefjes van geheim wapen Ian Dudfield, en 'Wolves' profileerde zich als een song die iedereen op z'n iPod zou moeten hebben. Maar je voelde niettemin dat er méér in zat. Als goedmakertje werd meteen de komst van een nieuwe ep-aangekondigd, die in oktober verschijnt. Meteen een goeie aanleiding om te komen herkansen.

To Kill A King.Beeld Alex Vanhee

Vance Joy (***)
'Dream your life away' stond er in grote rode letters op de backdrop die tijdens de set van Vance Joy achteraan het podium hing. Een slimme manier om zijn gelijknamige eerste cd te plugen, maar tegelijk een raad die door nogal wat tienermeisjes ter harte werd genomen. De Australische singer/songwriter lag opvallend goed in de markt bij het jonge vrouwvolk, dat massaal had postgevat in de Marquee en collectief wegzwijmelde telkens er een nieuw nummer werd ingezet. Daarmee weet u meteen dat Joy van het romantische type was.

In zijn songs ging het over iemand willen die je niet kon krijgen ('From Afar'), een vrouw verliezen die je gehad hebt ('Emmylou'), het volmaakte van de allereerste verliefdheid ('First Time') én de minderwaardigheidscomplexen die een relatie met een té mooie wederhelft met zich meebracht ('Waste Of Time'). Het jachtige 'Mess Is Mine' werkte naar een climax toe volgens de bekende Mumford & Songs structuur, en de hit 'Riptide' werd slim opgespaard tot in de laatste minuten van de set.

Erg origineel of vernieuwend was het allemaal niet -'Red Eye' leek zo hard op 'Sweet Thing' van Van Morrison dat het niet lang zal duren voor er een schadeclaim in de bus valt - maar Joy kon wél songs schrijven, en had een strakke band mee die ze vlekkeloos vertolkte. Geef 'm een paar maanden en hij verkoopt zo de Ancienne Belgique uit.

Beeld Harry Heuts
Beeld Harry Heuts

St. Lucia (***1/2)
De tijd dat je afwisselend gestenigd, gevierendeeld én met brandend pek werd besmeurd als je publiekelijk je liefde voor Phil Collins en Lionel Richie durfde beleiden is voorbij. Jean-Philip Grobler -de man die achter St. Lucia schuil ging, had een zwak voor softrock uit de jaren tachtig, en steekt dat niet onder stoelen of banken.

Bijgestaan door vier in fleurige hemden verpakte muzikanten opende de Newyorkse band vanmiddag de Marquee, met twee handenvol songs die het midden hielden tussen Empire Of The Sun, Mr. Mister en een minder homo-erotische versie van The Scissor Sisters. 'The Night Comes Again' begon met langzaam aanzwellende keyboards -denk, maar niet te lang, aan Vangelis- alvorens over te gaan in knappe samenzang, en een melodie die achteraf toch bleef hangen.

Ook 'Closer Than This' werd aangedreven door een refrein dat de zon zo door het grijze wolkendek trok, en het op een opzwepende Zuidafrikaanse beat gemonteerde 'You Got It Wrong' - Grobler was geboren in Johannesburg- klonk lang niet mis. Je begon spontaan te dagdromen over witte stranden, wuivende palmen en dure wagens. De perfecte soundtrack bij een oude aflevering van Miami Vice, quoi. (BS)

Beeld Harry Heuts
St. LuciaBeeld Harry Heuts
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234