Woensdag 19/02/2020

Puffen op tweede dag Pukkelpop

Heet, heter, heetst: op dag twee van Pukkelpop vloeide er meer zweet over de lijven dan bier door de tapkranen. Gelukkig deden artiesten en publiek dapper door. De hoogtepunten van vrijdag luisterden naar de namen Sam Sparro, Keane en Grandaddy.

Sam Sparro (Marquee, 16.30 uur) heeft een zwak voor stomende eightiesfunk en maakt er geen geheim van dat hij Prince op handen draagt. Bijgevolg passeerden covers van zowel I Feel For You als Sexy Motherfucker de revue, maar ook als hij zijn helden niet eerde, at het publiek in de volgestroomde Marquee gewillig uit zijn hand. Goed, het meisje dat op de eerste rij met een I Want To Fuck You-bordje liep te waaien was verkeerd gebriefd - Sparro is een homo-icoon - maar voor de rest werd zijn set een snikheet feestje waarbij de condens in dikke druppels van de tentzeilen kabbelde. Happiness en Black And Gold dreven de menigte zowel letterlijk als figuurlijk naar het kookpunt.

De laatste keer dat Keane (Main Stage, 19.05 uur) op Pukkelpop stond - in 2006 - was niet meteen een hoogtepunt in de carrière van de groep. Toen liet zanger Tom Chaplin zich de dag nadien opnemen in een ontwenningskliniek, maar sindsdien bracht de band een paar van haar meest avontuurlijke platen uit, en heeft naam gemaakt als een gestroomlijnde liveband met Chaplin als onbetwiste, hardwerkende frontman. Inmiddels is het trio een kwartet geworden, met genoeg hits om in een handomdraai een hele set mee te vullen. Crystal Ball veerde als een kangoeroe uit de startblokken, en zowel Bend And Break als Spiralling hielden het tempo hoog. Het publiek had soms wat moeite om volgen, maar de sprankelende pianopop van de Britten maakte nog altijd een vitale indruk. Resultaat? Het beste popconcert van de hele festivaldag, met afsluiter Is It Any Wonder? als evidente uitschieter.

Iets later volgde de langverwachte reünieshow van de Amerikaanse Radiohead, zoals Grandaddy (Marquee, 19.30 uur) al eens genoemd werd in de jaren negentig. Jason Lytle, nog altijd vastgeroest aan z'n truckerspetje, blies de band exact twintig jaar na de oprichting nieuw leven in. Die pauze van zes jaar deed de groep duidelijk deugd. Met de manische blieps van A.M. 180 en de hymne Summer Here Kids pikte Grandaddy de draad probleemloos op, waar ze die na die twee zomerhits in '97 had laten liggen. Maar pas echt fenomenaal was He's Simple. He's Dumb. He's The Pilot, met een onverwachte lichtshow, dankzij de ondergaande zon die haar mooiste avondlicht in de tent wierp tijdens de finale. "We dachten even dat dit een afschuwelijk idee zou zijn", lachte Lytle over de comeback van z'n groep. "Bedankt om ons ongelijk te bewijzen."

Door het afzeggen van Baroness werd er geschoven in de line-up van The Shelter. Dat bleek een zegen voor Skindred (The Shelter, 17.15 uur). Wat een rasentertainer, die Benji Webbe. Zijn energieke reggae-metal kreeg de volgepakte tent aan het moshen, springen en crowdsurfen. Een streep ska, beukende gitaren, een vlokje dancehall, een dj die Slipknot inzette: Skindred botste alle kanten uit. De zanger dirigeerde perfect, liet beide zijden van The Shelter tegen elkaar op zingen en hief een streepje Single Ladies van Beyoncé aan. Om dan het publiek te bestraffen: "Zijn jullie metalheads?! Schaam jullie!", waarna een riff van Slayer overging in Destroy the Dancefloor. Bij Warning kreeg Skindred zelfs iedereen zover zijn doorweekte shirt uit te doen en er als een gek mee staan rond te zwaaien. Hier werden duizenden zieltjes gewonnen.

De hardcore-punk van Cancer Bats (The Shelter, 18.45 uur) wist een pak minder volk te lokken, maar dat kon de Canadezen niet echt deren. Het viertal uit Toronto speelde een korte en trefzekere set, waarbij de cuisson - eens op kooktemperatuur - juist zat. De strakke snaren van Cancer Bats smaakten uitstekend.

Ook verrassend veel gitaarlawaai bij de Berlijnse techneuten van Apparat Band (Castello, 19.05 uur). Hoewel ze op plaat steeds verder weg stappen van de discotheek klonken de beats nu weer opvallend stevig door. Fijn: zo werden in een klap de dromers en de dansers bediend. Hoogtepunten: de donderbassen en shoegazewolken in Black Water en de draaikolk van beats, strijkers en samples in Rusty Nails.

Als Lykke Li (Main Stage, 20.45 uur) gisteren hoog op de affiche stond, mocht ze wel vriendelijk dankuwel zegt tegen Triggerfinger, die haar I Follow Rivers hoger in de hitparade wisten te tillen dan ze zelf ooit gedaan had gekregen. De vorige keer stond ze om elf uur 's ochtends in een zo goed als lege Marquee , nu stroomden de fans in dichte dromen toe om haar op het hoofdpodium gek te zien doen. Alleen: de opwinding van destijds blijk helemaal weggeëbd, en het optreden bleek een lang wachten op De Hit. Toen die er kwam kreeg Li eindelijk de reactie waar ze tijdens haar veel te trage set tevergeefs had op gemikt. Zelfs Little Bit - een van de beste momenten uit haar debuut - klonk flauw en rommelig. Al bij al was de set van Lykke Li nog het best te vergelijken met maandenlang uitkijken naar seks met een bloedmooie vrouw om er dan, tussen de lakens, achter te komen dat het al die tijd om een verbouwde vent ging. De ontgoocheling was alleszins van dezelfde orde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234