Woensdag 23/10/2019

Interview

Psychotherapeut sprak met IS-beulen en hun slachtoffers: ‘Een kind doden is voor een IS-strijder hetzelfde als een kip slachten’

De Koerdisch-Duitse psychotherapeut Jan Ilhan Kizilhan behandelt vrouwen en kinderen die bij IS hebben gevangengezeten en naar Europa zijn gebracht. Een gesprek over daders, slachtoffers en de inktzwarte uithoeken van de menselijke geest: ‘Toen onderzoekers Palestijnse kinderen vroegen wat ze wilden worden, antwoordden ze: ‘Zelfmoordterrorist.’’

Meer dan duizend ernstig getraumatiseerde vrouwen en kinderen zijn de afgelopen jaren uit IS-kampen in Irak gehaald en naar Europa overgebracht. Jan Ilhan Kizilhan (53) leidt een project dat focust op therapie en integratie. Hij is meerdere keren naar Irak gereisd, waar hij met overlevenden en met daders heeft gesproken. “Ik ben geïnteresseerd in de persoon, niet zozeer in zijn wandaden. Ik wil mijn gesprekspartner leren kennen, of dat nu een dader of een slachtoffer is. Ik zoek ook verklaringen voor gruwelijk gedrag: we moeten de motieven van de daders begrijpen.”

Lukt dat?

“Voor een deel wel. Aan de ene kant moet je het levensverhaal van de dader kennen, aan de andere kant de samenleving waarin hij is opgegroeid. In Europa zijn de opvattingen over gerechtvaardigd geweld de afgelopen eeuw sterk veranderd. Doorgaans vinden we het onacceptabel om geweld te gebruiken, maar honderd jaar geleden was dat helemaal anders. In de Arabische wereld heeft die verschuiving nog niet plaatsgevonden. Daar zijn al 1.400 jaar oorlogen en twisten aan de gang, zoals de strijd tussen sjiieten en soennieten. In die samenlevingen speelt geweld een grote rol om een politiek of economisch doel te bereiken, ook bij de jongere generatie. In 2001 vroegen onderzoekers Palestijnse kinderen wat ze later wilden worden. Eén op de drie antwoordde: ‘Zelfmoordterrorist.’”

Kan iedereen in zo’n context een moordenaar worden?

“In bepaalde omstandigheden zijn we allemaal in staat om te doden. Als er in Duitsland opnieuw een dictatuur zou komen, zullen genoeg mensen bereid zijn om voor het regime te folteren en te moorden. Er zullen altijd mensen zijn die op zoek zijn naar orde, en die opgelucht zijn als anderen hen zeggen wat ze moeten doen. Ze gehoorzamen als ze daarvoor voldoende worden beloond. Sommigen ervaren zelfs plezier bij het vernederen of martelen van anderen.

“Voorts weten we uit verschillende onderzoeken dat slachtoffers later vaak zelf naar geweld neigen. Maar er zijn ook daders die sociaal of biografisch helemaal niet opvallen. Zij hebben vroeger nooit agressief gedrag vertoond en zijn nooit het slachtoffer van geweld geweest.”

Hoe verklaart u dat?

“We bezitten allemaal het vermogen tot geweld en tot liefde. Welk van beide we gebruiken hangt van veel factoren af. Als we iemand doden, moeten we dat rechtvaardigen. Daarvoor dient een ideologie, die van religieuze, etnische of nationalistische aard kan zijn. Ik heb gepraat met een man die met zijn vrouw en kinderen van Bosnië naar Syrië was getrokken om zich aan te sluiten bij de heilige oorlog. Overdag onthoofdde hij mensen en verkrachtte hij jezidische meisjes, ’s avonds was hij een zorgzame vader die oprecht van zijn kinderen leek te houden.”

Had hij dan geen medelijden met zijn slachtoffers?

“Nee. Dat kennen we ook uit het nationaalsocialisme. De andere wordt een object, waarbij elke vorm van menselijkheid wordt ontkend. Een christelijk of jezidisch kind doden is voor zo iemand hetzelfde als een kip slachten. Volgens zijn ideologie hebben alleen aanhangers van de soennitische islam het recht om te leven. Alle andere mensen mogen ze tot slaaf maken of doden, vinden zij. Een voormalige IS-beul heeft me over zijn eerste onthoofding verteld. Zijn grootste bezorgdheid was dat hij met zijn mes in het bot zou blijven steken en gezichtsverlies zou lijden – hij stond geen seconde stil bij zijn slachtoffer. Hij ging zelfs plezier beleven aan het doden. Hij dweepte met het gevoel van warm bloed dat in zijn gezicht spatte.”

Hoe verklaren psychologen die lust om te doden?

“Die komt vooral voor in extreme oorlogssituaties en heeft alles met macht en controle te maken. Na de militaire coup van 1980 was er in de Turkse stad Diyarbakir een beruchte foltergevangenis, en de directeur zei tegen de gevangenen: ‘Ik ben jullie god.’ Hij kon over leven en dood beschikken. Opmerkelijk is dat slachtoffers dikwijls ook machtsfantasieën ontwikkelen en net zoals hun folteraars willen worden. Ik heb enkele mensen behandeld die gemarteld zijn en later zélf anderen zijn gaan martelen. Ook IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi is vroeger wellicht gefolterd in een Iraakse gevangenis.”

U hebt met daders van gruwelijke misdrijven gepraat. Kennen zij vroeg of laat gevoelens van schuld of schaamte?

“Ik zie heel zelden berouw. De daders worden bijzonder sterk ingeperkt door hun ideologie. Vanuit psychologisch standpunt is dat ook zinvol. Uit onderzoek met soldaten weten we dat wie zich na de oorlog schuldig voelt omdat hij mensen heeft gedood, een posttraumatische stoornis ontwikkelt. Wie zijn daden verdringt, wordt niet ziek.”

In Syrië en Irak groeit nu een generatie op die alleen maar oorlog heeft gekend. Uit onderzoek blijkt dat die kinderen later vaak zelf daders worden. Hoe kunnen we die vicieuze cirkel doorbreken?

“Door vrede en verzoening. We moeten die kinderen ginder mogelijkheden tot een betere toekomst bieden. Ook kinderen weten dat geweld niet goed is. Ik zou meer ngo’s willen, meer humanitaire hulp, theater, muziek, scholen en waterbronnen.

“Een deel van de verantwoordelijkheid ligt ook bij ons, Europeanen, en de westerse wereld. Wij verdiepen ons niet genoeg in geweld en de preventie ervan. En we moeten de democratie niet alleen in eigen land beschermen, maar ook in Raqqa en Mosoel. De democratie is niet perfect, maar ze is het beste systeem dat we hebben.”

Wat hebben de vrouwen en kinderen die u hier behandelt, moeten doorstaan?

“In 2014 viel IS Ninive en Sinjar in Noord-Irak aan, waar vooral christenen en jezidi’s woonden. Pas later zag men dat daar een systematiek achter stak. IS-strijders zijn binnengevallen in het jezididorp Kojo. Verschillende keren hebben ze de bewoners aangemaand om zich tot de islam te bekeren, maar die wilden dat niet. Daarop schoten de IS-milities eerst de burgemeester dood, en daarna nog 413 mannen. Negen mannen hebben het overleefd doordat de lijken van anderen hen tegen de kogelregen hadden beschermd. Met enkelen van hen heb ik gesproken. Zij vertelden dat de IS-strijders de overgebleven bewoners in groepen verdeelden: de jongens werden opgeleid tot kindsoldaten, meisjes en vrouwen werden verkocht aan strijders en geïnteresseerden uit Saudi-Arabië, Qatar en Tunesië. De jongste van mijn patiënten was pas acht jaar toen ze dat heeft meegemaakt.”

Hoe gaat u te werk?

“We gebruiken technieken uit de psychotraumatologie, rekening houdend met de achtergrond van de patiënten. Elke cultuur heeft andere opvattingen over gezondheid en ziekte, en hanteert eigen verklaringen. In culturen die geen psychische aandoeningen kennen, uiten traumatische ervaringen zich vaak als lichamelijke klachten, zoals rug- of buikpijn. Slachtoffers van martelingen lijden dan aan maagkrampen en maagbloedingen, en verkrachte kinderen hebben klachten in hun onderbuik.”

Duiken er tijdens de therapie nog andere problemen op?

“Veel patiënten uit het Midden-Oosten staan niet kritisch tegenover medicijnen. Ze denken dat die hun herinneringen kunnen wissen. Veel vrouwen gebruiken sterke pijnstillers, en jongeren consumeren alcohol, nicotine en andere drugs.”

Zullen de vrouwen en kinderen die naar Europa zijn gebracht, hier blijven?

“Ja. Dat kunnen ze ook, zonder de asielprocedure te moeten doorlopen. Die regeling was voor mij erg belangrijk om hun op lange termijn veiligheid en zekerheid te kunnen bieden. Traumatherapie is vrijwel onmogelijk zolang er onduidelijkheid is over iemands verblijfsstatus.

“De kinderen aarden goed. De school werkt voor hen als psychotherapie, omdat ze nu een gestructureerde routine kennen. Ook jongere vrouwen beginnen zich te integreren. Ze merken dat ze gerespecteerd worden, terwijl ze als verkrachte vrouw in hun land van herkomst werden verstoten. Oudere vrouwen hebben echter nog altijd het gevoel dat ze hun eer hebben verloren door de verkrachtingen.”

Wat doet u dan?

“Ik stel die culturele opvattingen ter discussie tijdens de therapie. ‘Wie heeft nu zijn eer verloren: u of de dader? Heeft hij nu meer eer en u minder?’ Op die manier moedig ik hen aan om er anders over te gaan nadenken.”

U hebt in het Iraakse Duhok de masterstudie psychotherapie en psychotraumatologie in het leven geroepen, en u geeft er zelf college.

“Dat klopt. De eerste dertig mensen zijn in het voorjaar van 2017 gestart. Zij zullen hun landgenoten in hun eigen taal kunnen behandelen. Natuurlijk kunnen dertig traumatologen geen miljoenen getraumatiseerde mensen helpen, maar het is een eerste stap. We hebben bewust studenten met verschillende achtergronden uitgekozen: mannen en vrouwen, soennieten, sjiieten, jezidi’s en christenen. Zo worden ze met hun eigen vooroordelen geconfronteerd en leren ze dat verzoening mogelijk is.”

© EOS
Psyche & Brein

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234